Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de edities 4e jaargang nrs. 8/9 - mei/juni 2002
Van de hoofdredactie: Zomernotities
Soms is het maken van een keuze moeilijker dan je denkt. Neem mij nou bijvoorbeeld. Monique en ik zijn tot medio juli buitenslands en dat betekent dat we een paar maanden lang De Draaikolk niet kunnen verversen, vernieuwen of aan kunnen vullen. In de afgelopen maand zijn we nogal druk geweest met het inpakken van de inboedel van Monique's huis en het (vooruitlopend op de definitieve verhuizing in het najaar) in elkaar schuiven van twee huishoudens. Ons hoofd was één grote draaikolk, gevuld met nog te vullen verhuisdozen, ,,vergeet-dat-vooral-niet-lijstjes", het voeren van gevechten met de bureaucratie die er toch maar moeilijk van te overtuigen is dat we toch één adres hebben geschrapt en dat dus alles naar een ander adres gestuurd moet worden. Dat we getrouwd zijn en Monique de naam van haar tweede man heeft aangenomen en dat daarom ook dát moet worden gewijzigd.
Het is natuurlijk logisch dat
het maken van een nieuwe Draaikolk-versie daarom een beetje er
bij in is geschoten, maar ik heb dan meteen weer schuldgevoelens.
En wil dan een nieuwe editie klaar hebben vóórdat
we met vakantie gaan. Terwijl daar eigenlijk geen tijd voor is
omdat we nog andere zaken in verband met onze verhuizingen moeten
regelen. En dus moet ik gaan kiezen. Ik ben daar erg slecht in.
Monique volgt meer de "struisvogelpolitiek". Daar is
ze een ware meester in. Ze combineert dat feilloos met de ratio:
we willen wel, maar we moeten ook wel eens de prioriteit bij onszelf
leggen. Vooral wanneer je lichaam signalen afgeeft dat het toch
niet allemaal niets is wat we emotioneel te verwerken krijgen.
Dus als we niet dubbel gestresst op vakantie willen, moeten we
gas terug nemen. Zij heeft gelijk, maar
Vandaar dat ik dus kies voor het poldermodel en de huidige april-editie
aanvul met enkele nieuwe verhalen en reacties van lotgenoten.
Geen geheel nieuwe editie dus, maar toch wel anders.We weten dat
jullie het begrijpen. En dat we daarom zonder schuldgevoelens
kunnen gaan genieten van de zon, waar dan ook in zuidelijk Europa.
Maar, misschien hebben jullie het al ontdekt, we hebben weer een
gastenboek! Het heeft even wat tijd gekost voordat we een geschikt
(en ook werkend) Nederlandstalig gastenboek hadden gevonden en
geactiveerd, maar nu kunnen jullie weer elk moment van de dag
jullie verhaal kwijt. Vooral de komende maanden, nu wij er eventjes
niet zijn om de Draaikolk te actualiseren, kunnen jullie je verhaal
dáár vertellen. En natuurlijk staan ook de vorige
verschenen edities in het archief tot jullie beschikking. Om nog
eens na te lezen.
Lente. Zomer. Altijd een veel betere tijd dan die sombere, donkere
dagen van december. Ook al roept de vakantietijd toch ook weer
weemoedige herinneringen op aan de tijd toen alles nog ,,normaal"
was. Toch? Sommige van jullie nemen de stap door alleen op vakantie
te gaan, anderen gaan met de kinderen, in groepsverband of gaan
met familie of goede vrienden. Maar het zal nooit meer zijn zoals
het toen was. Hoe dan ook: áls jullie gaan, dan wensen
we jullie toch een ontzettend fijne tijd toe. Anders, maar toch
fijn.
Rest mij nog verschillende lotgenoten te bedanken voor hun financiële
bijdrage voor de Draaikolk die binnendruppelen. Fijn dat jullie
zo op mijn oproep hebben gereageerd. Bedankt ook voor de positieve,
spontane reacties waarmee de bijdragen werden vergezeld.
Ook al zijn we er de komende maanden dus niet, dat betekent niet
dat jullie je verhalen niet kunt sturen. Gewoon blijven doen.
Rechtstreeks via ons e-mailadres en/of via het gastenboek. Zodra
we terug zijn zullen we met frisse energie aan een nieuwe editie
beginnen! Tot dan!
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
De troost van het verdriet - het verhaal van José
Hallo Bert en Monique,
Een paar weken ben ik op jullie site beland, per toeval. En daar
ben ik heel gelukkig mee. Een goede vriend en collega was aldoor
maar bezig om mij "op de computer" te krijgen en uiteindelijk
is hem dat toch gelukt. Het was zijn bedoeling dat ik dan "bezig
was" en mijn gedachten even opzij kon zetten, maar ik ben
niet zo'n computerfreak. Ik doe liever iets met mijn handen, iets
naaien of iets maken of in de tuin werken. Maar nu ben ik niet
bij de computer weg te slaan. Wat een openbaring! En wat een herkenning!
Wel triest dat er zoveel mensen reageren. Leuk dàt ze reageren
natuurlijk, maar het betekent wel dat deze mensen allemaal iemand
verloren hebben en verdriet hebben.
Aan de ene kant een troost dat ik dit niet alleen meemaak, aan
de andere kant een schrik dat het nog veel erger kan zijn dan
dat ik heb meegemaakt. Ik ben begonnen met de reacties te lezen,
maar dan wil je ook weten waar de mensen op reageren. B.v. de
brief van de maand. Zo ging ik steeds meer lezen. Uiteindelijk
ben ik in het archief terecht gekomen en bij het begin begonnen.
Ik heb iedere dag een aflevering geprint van de Draaikolk geprint
en heb dat rustig op de bank zitten lezen. Zo heb ik alles toch
van het begin af aan gevolgd, weliswaar in sneltreinvaart. Nu
ben ik helemaal "bij", maar nu duurt het wel even voordat
er een nieuwe aflevering komt omdat jullie met vakantie gaan.
Wel heerlijk voor jullie. Ook vind ik het fantastisch dat jullie
elkaar tegen bent gekomen en uiteindelijk getrouwd. Goed vind
ik ook dat vooral jij Bert daar zo open over schrijft. Samen met
zijn vieren, ik hoop dat ook ooit nog eens mee te mogen maken.
Het verhaal van Monique Blaka Rosoe heb ik met ontroering gelezen.
En nu haar nieuwe verhaal Dubbelleven ga ik beslist ook volgen.
Raakvlak
Op Blaka Rosoe wil ik reageren.
Het heeft een raakvlak met mijn verhaal en wel 'het rode monster"
de Ducati. De jongensdroom de Ducati is voor de man van Monique
fataal geworden.
Zelf heb ik er 8 jaar geleden op aangedrongen dat mijn man motorrijlessen
ging nemen.
Hij ging al jaar in en jaar uit iedere zaterdagmiddag naar Motorhuis
Safe in Rotterdam en stond zich daar te vergapen aan vooral de
Italiaanse motoren. Maar dat was voor hem een jongensdroom die
nooit in vervulling zou gaan. Al zijn spaargeld was besteed toen
we gingen trouwen en een huis in gingen richten. Daarna ging het
geld naar vakanties, vonden we ook heel belangrijk. Toen was het
weer de auto. Een auto voor samen of een motor voor hem alleen.
Het werd toch de auto voor samen. Want je kunt je geld maar 1
keer uitgeven. Na 5 jaar kwam er een baby, een dochter. Dus nu
werd het echt alleen maar een model van een Ducati motor. Tot
op een gegeven moment ik wel besefte dat het leven ook wel eens
eerder kon stoppen dan je zou willen, dat kwam omdat er toch wel
erg jonge mensen om ons heen wegvielen en in de kranten stond
al niet anders. Als hij ooit nog eens op zo'n rood gevaarte zou
willen rijden, moest dat nu gebeuren, misschien is er geen later
.
Dat heb ik helaas goed aangevoeld.
I.p.v. 3 x per jaar op vakantie, gingen we nu minder en minder
luxe. Ik was weer gaan werken en zodoende konden we meer sparen,
dus kon er een motor aangeschaft gaan worden. Wel binnen een bepaald
budget en helaas geen Ducati. Wim [mijn man] ging er op uit om
een goedkoper merk motor aan te schaffen, maar kwam toch thuis
mijn zijn jongensdroom een rode Ducati 750 SS. Een motor zo goed
als nieuw met slechts weinig kilometers op gereden, maar wel iets
boven het budget. Om toch aan het geld te komen wat hij tekort
kwam, moest hij een andere jongensdroom verkopen en wel zijn Puch
uit de jaren 60, compleet met hoog stuur en in originele staat.
Dat ging hem wel aan zijn hart, maar goed nu had hij wel een Italiaanse
motor en nog wel een Ducati ook.
Zelf ben ik altijd heel bang geweest, dat hij met deze motor een
ongeluk zou krijgen en dat zijn dood zou worden. In tegenstelling
tot de man van Monique met zijn Ducati heeft mijn man veel geluk
gehad met zijn motor, nooit pech en er gelukkig veel plezier aan
beleefd, maar uiteindelijk heeft hij er toch te kort plezier van
gehad. In maart 1999 kreeg hij te horen dat hij kanker had. Tongbasiscarcinoom,
we hadden van het bestaan nog nooit gehoord. De wereld zakt onder
je voeten weg. Een vorm van kanker die voor 90% voorkomt bij mensen
die roken en drinken en dat terwijl mijn man zijn hele leven nog
nooit gerookt heeft en alleen als het warm is een pilsje drinkt.
Hij was ook totaal niet ziek, hij had "alleen" bobbels
in zijn nek, "stelde niets voor".Toen kwamen we in een
daaikolk terecht.
Scans, kijkoperaties, chemokuren, bestralingen enz. Hele zware
behandelingen omdat de tumor in zijn keel zat, achter op zijn
tong. Hij heeft 4 maanden niet kunnen praten.
Ook kon hij steeds moeilijker eten. Eerst alles heel zacht en
fijngemaakt. Daarna vloeibaar eten en toen alleen nog maar sondevoeding.
Maar omdat de resultaten van alle vervelende behandeling goed
waren en de tumor verdwenen was, namen we al die ongemakken voor
lief, hij werd immers weer beter. De zomer 2000 is voor ons fantastisch
geweest. Wim kon weer beter eten en weer normaal praten. Hij bleef
nog wel mager, maar goed, we hebben die zomer echt genoten. We
zijn veel weggeweest, naar al onze geliefde plekjes en hadden
echt het idee dat we alles overwonnen hadden. Totdat we in oktober
de mededeling kregen, dat er uitzaaiingen geconstateerd waren
in zijn lymfklieren en dat hij niet meer behandeld kon worden.
Het was nu afwachten wanneer en waar er weer een tumor zich zou
openbaren. Dat is uiteindelijk in zijn longen gebeurd. Hij kon
steeds moeilijker ademhalen en kreeg het benauwd en ook pijn.
Mijn man [Wim] heeft zich zo goed gedragen tijdens het verloop
van zijn ziekte. Hij wilde gewoon als een ander behandeld worden,
geen zielig gedoe, gewoon op hem mopperen als dat nodig was, geen
voorkeursbehandeling. Hij was inmiddels 3 ochtenden aan het werk
gegaan, terwijl hij gewoon thuis kon blijven, toch zijn geld wel
kreeg. Op zijn werk bleef hij ook dezelfde persoon, met al zijn
opmerkingen, bleef zingen en fluiten wat hij altijd deed. Tegen
de naaste familie, zijn ouders, mijn moeder, zijn broer wilde
hij voorlopig niets zeggen, in ieder geval niet dat er uitzaaiingen
ontdekt waren en dat hij dood zou gaan. Ikzelf heb daar aan de
ene kant veel moeite mee gehad. Ik moest vaak toneelspelen. Aan
de andere kant was het ook wel makkelijker zo.
Als we op visite gingen, was het gezellig en er werd niet meer
over zijn ziekte gepraat. Omdat je aan hem niet kon zien, dat
het slechter ging, dacht iedereen ook dat hij aan de beterende
hand was. Hij bleef wel mager, maar hij lachte altijd en praatte
ook volop en was vrolijk. Zelfs met Kerst wisten ze nog van niets.
We hebben met de hele familie gezellig gegeten, terwijl slechts
wij met zijn vieren [Wim, ik, onze dochter en haar vriend] wisten
wat ons te wachten stond. In ieder geval, dat dit zijn laatste
Kerst zou zijn. Half januari konden we het niet meer verzwijgen,
hij kon bijna geen trappen meer lopen, was buiten adem, piepte
en hijgde. Ik ben toen vreselijk boos geworden. Als jij het nu
niet vertel, dan doe ik het. Je houdt als partner natuurlijk altijd
rekening met de wensen van iemand die overlijden gaat, maar dat
kan ook wel eens te ver gaan. Ik moest tenslotte wel alleen verder
straks en ik wilde mijn verdriet wat ik toen al had, ook weleens
met dierbare naaste familieleden in plaats van met collega's en
oppervlakkige kennissen, want die wisten het wel. Ik was ook vaak
bang dat ze het zouden horen van andere mensen en ik vind dat
zij het eigenlijk als eerste hadden moeten horen.
Maar ik begrijp het wel van hem, want toen hij het uiteindelijk
verteld had, werd alles inderdaad anders. Ze gingen hem toch anders
behandelen en hadden ook veel verdriet. Als je als ouders je kind
overleeft, dat hoort toch niet. Je zag die mensen meteen ook aftakelen.
Hun verdriet en bezorgdheid kon ik er niet bij hebben. Ze wilden
ook vaker op bezoek komen, wat wel te begrijpen was, maar Wim
wilde immers zo gewoon mogelijk behandeld worden en dat konden
zijn ouders niet opbrengen. Het was ach en wee, kommer en kwel
en daar konden we niet tegen. In plaats van dat we dichterbij
elkaar kwamen, verwijderden we juist van elkaar. Wim kon dat zielige
gedoe niet aan. Dat heb ik heel jammer gevonden. Juist toen het
allemaal veel zwaarder en moeilijker werd, hebben we elkaar niet
kunnen steunen, troosten. Het werd steeds slechter. We moesten
vaak en vooral 's nachts een dokter oproepen. Uiteindelijk ben
ik niet meer gaan werken. Ik heb zorgverlof gekregen, doorbetaald!
Om er voor mijn man te zijn.
Zorgverlof
In sommige brieven in de Draaikolk
lees ik, dat het vaak slecht geregeld is met zorgverlof en ook
de rouwperiode. Bij mij is alles voortreffelijk geregeld. Toen
mijn man zware behandelingen moest ondergaan werd ik door mijn
man naar de bedrijfsarts gestuurd. Ik snapte er niets van... ik
was immers niet ziek... ik mankeerde niets... ik funktioneerde
toch goed
.? Ik funktioneerde zelfs beter, ik was bang om
mijn werk kwijt te raken en dat zou ik in de toekomst hard nodig
hebben, zowel voor het geld als voor de afleiding. De bedrijfsarts
heeft mij naar huis gestuurd om voor mijn man te zorgen. Ik kreeg
3 maanden doorbetaald verlof. Dus ik kon steeds mee als hij bestraald
moest worden en dat was vooral op het laatst heel fijn. Want zijn
hele hals was kapot bestraald tot bloedens toe, zowel van binnen
als van buiten en daar moest hij toch weer op bestraald worden,
daarna moest hij ingesmeerd worden met een soort brandzalf en
zijn nek moest in het verband. Toen mijn man een jaar later te
horen kreeg dat hij dood zou gaan heb ik weer verlof gekregen,
weer 3 maanden en eventueel langer omdat we natuurlijk niet precies
wisten wanneer het werkelijk zou gaan gebeuren. In het begin ging
het nog wel en zaten we veel in de tuin en wandelden we nog wat
in de buurt. Toen voelde ik me wel schuldig dat ik thuis was,
maar de bedrijfsarts zei dat juist toen hij nog wel wat kon het
juist belangrijk was, dat ik dat nog met hem kon doen. En zelfs
toen mijn man was overleden kon ik nog 6 weken thuisblijven. Dat
heb ik uiteindelijk niet gedaan. Na 2 weken ben ik op eigen verzoek
toch weer begonnen. Ik vond dat voor mijzelf het beste. Vooral
de afleiding. En het werk was toch iets wat ik niet met hem deed.
Alle andere dingen wel. De bedrijfsarts vroeg of ik het wel zeker
wist en ik vind dat ik er goed aangedaan heb. En nu 9 maanden
later ben ik nog steeds aan het werk en heb nog geen enkele dag
ziekteverzuim gehad. Zo kun je zien, dat medewerking van je baas
en wat preventie [mij vroegtijdig naar huis sturen] toch ook weer
een wisselwerking heeft. Ik zet mij ook volledig in en kom ook
extra als het moet en ben ook niet de ziektewet ingegaan. Dus
ik ben net als Nell van Bruggen ook weer heel snel aan het werk
gegaan. Haar brief van de maand december ging over snel weer gaan
werken, inmiddels mail ik ook met haar. Ik heb natuurlijk nu in
amper 1 maand tijd de draaikolk van 4 jaar gelezen en moeten verwerken.
Je leest veel ellende, maar ook veel herkenbaarheid. Ik heb er
ontzettend veel aan en zal jullie site vaak bezoeken.
Het is wel een heel lang verhaal geworden en het is nog niet eens
af. Ik bedenk me ineens dat ik er beter een vervolgverhaal van
had kunnen maken. Volgende keer schrijf ik de rest. Voor nu ben
ik al heel blij, dat ik mijn verhaal kwijt kan. Kijk maar wat
je ermee doet.
Vriendelijke groeten van José Osterman-Doe, e-mailadres: OstermanDoe@zonnet.nl
Bedankt José! Wij verwachten, als we terug zijn van vakantie,
van jou natuurlijk het vervolg van jouw verhaal. Want we denken
dat veel lotgenoten er iets aan zullen hebben. Wie op het verhaal
van José wil reageren kan dat doen via ons e-mailadres:
info@draaikolk.com
-Bert & Monique-
"Breekbaar en diversen"
Kortgeleden lagen Monique en ik
op een zonnige voorjaarsmiddag op een matras op de kale grond
van de slaapkamer die tot voor kort nog "de onze" was.
Wat beter gezegd: in het huis waar Monique en Eric hun laatste
jaren hebben doorgebracht.
Geen alledaags beeld, ik weet het en zo voelden we ons ook niet.
We waren alleen doodmoe, waren 's morgens al om zeven uur opgestaan
in de verwachting dat de verhuizer er over een paar uur zou zijn
om er achter te komen dat dit halverwege de middag zou worden.
We hadden drie dagen inpakken achter de rug en waren volledig
leeggezogen door de emoties van wat we aan het doen waren: verhuizen.
En dan lig je op je rug op het
matras naar het ineens lampenloze plafond te staren. Omgeven door
hoog opgestapelde verhuisdozen.
,,Breekbaar en diversen" lees ik. En terwijl ik dat doe besef
ik ineens dat die uitdrukking, ,,Breekbaar en diversen",
eigenlijk ons leven in de notendop is. Want zijn we niet allemaal
breekbaar en bestaat ons leven niet uit puur diversen? Op de andere
kant van de doos staat alleen het woord ,,Breekbaar" en toen
ik dat las voelde ik me ineens ook zo.
Zo ontzettend breekbaar, ook al doe je heel erg stoer met al dat
gesjouw, het deskundig loshalen van lampen en andere elektra of
het zorgvuldig inpakken van audio-apparatuur die ooit door Monique's
man Eric met heel veel liefde was samengesteld.
Juist op dat moment voelde ik me extra breekbaar en had moeite
om mijn tranen te bedwingen. Het was alsof het gevoel, dat Eric
als enthousiaste audiofreak in die installatie had gelegd, op
mij werd overgebracht en ik zijn verdriet voelde terwijl de installatie
door mij zo voorzichtig mogelijk werd ontmanteld. En terwijl ik
de dikke kabels losschroefde keek ik met een schuin oog naar het
portret van Eric, naast de urn, en zei hardop dat ik heel voorzichtig
zou zijn.
Het klinkt misschien gek, zo'n volwassen man die in een verder
lege kamer tegen een foto praat, maar het had ook iets vertrouwds.
Op dat moment had ik het gevoel dat ik hem moest geruststellen.
Dat het allemaal wel goed kwam. Met Monique vooral en ach, ook
voor zijn mooie installatie hadden we in het nieuwe huis immers
al een prachtplek gevonden?
,,Breekbaar en diversen".
Wie, zoals wij dat deden, besluit om samen (of alleen) helemaal
opnieuw te beginnen, heeft een hele klus te klaren. Zeker zoals
in ons geval als er twee huizen zijn. We hebben de eerste fase
nu achter de rug. De verhuizer kwam en haalde het huis leeg. En
er is niets troostelozer dan een leeg huis. Het is alsof je de
ziel er uit hebt gehaald.
Voorlopig hebben we even (zomer-) pauze voordat we aan de volgende
verhuizing beginnen en opnieuw de dozen met ,,Breekbaar en diversen"
worden gevuld. Het zullen dan ,,mijn specifieke diversen"
zijn. Ik voel nu al de pijn waarmee die dozen zullen worden gevuld
en ik weet heel erg zeker dat ik opnieuw, terwijl ik daar mee
bezig ben, nu naar Janny's foto op het al leeg geruimde dressoir
zal kijken en haar hardop zal vertellen dat het wel goed komt.
Dat ik alles echt wel onder controle heb. In gedachten zie ik
haar dan al weer glimlachen. Want dát kent ze zo goed van
me, die dappere uitdrukking en dat specifieke gezicht vol dapperheid
dat ik daarbij zo vol optimisme trek, terwijl de twijfels meedogenloos
toeslaan
Bert Vos - 15 april 2002
Ruggesteuntjes (6) - Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Vos
* Er bestaat maar één reis. Ga bij jezelf naar binnen. -Rainer Maria Rilke-
*Soms moet iemand teruggaan, werkelijk teruggaan om besef en begrip te krijgen van alles wat gepasseerd is en haar maakte tot wie ze is, eer ze vooruit kan gaan. -Paule Marshall-
*Misschien is jezelf zijn wel iets waarvan je de smaak te pakken moet krijgen. -Patricia Hampl-
*Op een keer zul je op reis gaan.
Het wordt de langste reis die je ooit hebt ondernomen. Het is
de reis die je maakt om jezelf te vinden.
-Katherine Sharp-
*Leer contact te maken met de stilte in je binnenste en weet dat alles in dit leven een doel heeft. -Elisabeth Kubler-Ross-
Uit: "Eenvoud in overvloed" - Sarah Ban Breathnach.
2000 - Forum - Amsterdam, ISBN 90 225 2245 8
De troost van het ritueel
Van Elly Krijgsman kregen we
een heel mooi verhaal over de verstrooiing van de as van haar
overleden man Jan. Er wordt eigenlijk heel weinig geschreven over
de gevoelens die de nabestaanden hebben bij zo'n verstrooiing.
Elly heeft dat prachtig onder woorden weten te brengen waardoor
het voor lotgenoten die hetzelfde zouden willen, maar niet durven
of andere aarzelingen hebben, misschien een héél
klein beetje gemakkelijker kan worden om een beslissing te nemen.
Bedankt Elly.
Beste Bert en Monique,
Op televisie en in tijdschriften is de laatste tijd veel meer
aandacht voor verliesverwerking dan eerst. Dat is goed voor ons,
vooral als er meer begrip komt voor elkaar is dat een pluspunt.
Ik las dat de nabestaanden vaak troost vinden in rituelen: zoals
het bezoeken van het graf. Of zoals mijn broer de lievelingsbloemen
van mijn moeder neerzetten in huis op haar geboortedag. Wij bellen
elkaar dan altijd even. Nu ik mijn man verloren ben, bijna zes
maanden geleden weet ik ook dat een ritueel troost kan bieden.
De dood van mijn man was plotseling en door de grote( deels ook
zakenrelaties) belangstelling trekt de dag van de crematie dan
toch als een film aan je voorbij. Ik heb er daarom bewust voor
gekozen de as later op een eigen plekje te verstrooien.
Afgelopen zondag was het dus zover. Onze trouwdag was het. Samen
met mijn twee zoons, schoondochter en de zus van mijn man en haar
man hebben wij de as verstrooid. Ik heb er tegenop gezien als
een berg. De vrijdagavond ervoor had ik een heel erge huilbui
en viel daarna uitgeput in slaap. Allemaal spanning en verdriet.
Voor mijn schoonzus, die straatvrees heeft, was het een nog grotere
inspanning. Toch wilde zij heel erg graag erbij zijn, omdat ze
het verlies van haar "grote" broer zo moeilijk kan verwerken.
Wij hadden een mooie plek aan het water uitgezocht, waar Jan graag
kwam. Ik had een koelbox gevuld met broodjes en lekkers. Voor
ieder had ik een gele tulp gekocht en zes kaartjes om een groet,
wens, of boodschap op te schrijven. Mijn schoonzus had zes gele
rozen. Zonder dat ik het wist. Verder had zij ook lekkere dingen
klaargemaakt. Wij hebben ieder ons kaartje geschreven en aan de
bloemen vastgemaakt. Daarna hebben wij allemaal een gedeelte van
de as uit de koker in het water geschud. Toen onze bloemen. Op
de glibberige basaltblokken stonden wij daar hand in hand. Ik
moest vreselijk huilen, maar ze hielden mij stevig vast. Toen
kwam een schip voorbij en een grote golf spoelde alles weg. De
lucht was blauw, de zon scheen. Een zacht briesje. Een perfecte
dag, zei
mijn zoon. Toen zijn we naar boven geklommen en hebben een picknick
gehouden. Op een steen aan het water stond de fles wijn, die mijn
man van zijn beste vriend had gekregen. Deze vriend is pas geopereerd
en zo kon hij er symbolisch toch ook bij zijn. Zijn wijn was heerlijk.
Wij hebben geklonken op: onsterfelijke vriendschap.!
Wij hadden allemaal een fijn gevoel na deze dag. Moe van emoties
maar toch ook voldaan, omdat wij nog een keer onder elkaar op
onze eigen intieme manier afscheid konden nemen. Ik heb nu het
gevoel, dat ik een grote stap voorwaarts in mijn rouwproces heb
gezet. Het lijkt sentimenteel als in een film, maar het is toch
precies wat je nodig hebt. Delen met elkaar van verdriet en saamhorigheid.
Ik ben blij dat wij het zo gedaan hebben ... en alles zat mee.
Het verkeer (waar mijn schoonzus zo bang voor is) het weer (een
zonnetje om vrolijk van te worden) weinig wind (zodat de as de
goede kant op ging) een schip met een boeggolf (die het karwei
af maakte) de wijn, (om onze tranen weg te spoelen) het eten (om
aan te sterken.) Nu hebben wij ook een plek, waar we altijd nog
eens heen kunnen gaan als we dat willen. Alleen of samen.
Ik wilde deze ervaring met jullie delen, omdat ik denk dat anderen
hier ook iets aan kunnen hebben.
Misschien zijn er meer mensen, die hun ritueel willen delen. Die
van ons is niet bijzonder, veel mensen verstrooien de as over
water. Ik heb speciaal mijn trouwdag gekozen omdat ik dat een
mooi symbool vond. Ik heb ook mijn trouwring afgedaan. Dit is
een afsluiting van de afscheidsperiode. Nu voel ik al de hele
dag die lege vinger. Dat moet ook . De lege vinger is symbool
voor de leegte die mijn man achterlaat. Die zal ik voelen, totdat
ik eraan gewend ben geraakt.
Hartelijke groeten,
Elly Krijgsman, e-mailadres: jan@laip.nl
Allereerst wil ik kwijt dat ik
het zo fijn vind dat jullie, met en bij elkaar en nieuw geluk
hebben mogen vinden!
Al heel snel na het overlijden van mij man Jan, op 25 december
(Eerste kerstdag) 2001, kwam ik in één van die eindeloze
nachten jullie "Draaikolk" tegen. Die draaikolk waar
ik ook in zit!!!
Tijdens het lezen van al die brieven van lotgenoten kom je zoveel
herkenbaars tegen.
Ik weet wel dat niemand je echt kan helpen, maar toch voel je
je dan niet zó alleen.
Ik heb na een heftig periode van drie maanden, afscheid moeten
nemen van mijn man.
Hij mocht maar 55 jaar worden heeft in die drie maanden heel veel
moeten meemaken, maar er was tot de maandag voor z'n overlijden
nog alle hoop. Hoewel hij Non Hodgkin had, had hij een goed te
behandelen soort, na drie chemo kuren was dat al een heel stuk
verbeterd.
Maar hij had een gemene bacterie bij zich die complicaties veroorzaakte,
darmperforatie (stoma). miltperforatie, liters drab achter de
longen, dus een drain en dat in één week, daarna
nog hersenvliesontsteking enz.enz.enz. Uiteindelijk benauwd, zo
benauwd en ook nog ontstekingen IN de longen, toen was er niets
meer dat hielp. Z'n hart leek uit z'n borst te springen.
Hij heeft eerst vijf weken in 't ziekhuis gelegen, is toen nog
5 weken thuis geweest en toen weer acuut opgenomen. Alles, echt
alles hebben ze voor hem (ons) gedaan. Ik sliep naast hem, ben
niet bij hem weggeweest
Maar het heeft helaas niet mogen zijn.
Veertien was ik toen ik hem leerde kennen, we trouwden en hadden
een eigen bedrijf,waar we naast woonden, dag en nacht waren we
samen, zelfs onze hobby hadden we samen!! Twee kinderen,dochter
en zoon, die getrouwd zijn en naast en schuin achter, ons wonen.
Twee schitterend kleindochters, van onze dochter, waar hij zo
heel erg van genoot.
We vroegen ons vaak af; kan dit wel allemaal zo blijven duren,het
gaat zo fijn!
Nooit is hij opstandig geweest, zei altijd, waarom een ander wel
en wij niet??
en we hoeven nergens spijt van te hebben, het is alleen jammer
IK HEB HET ZO NAAR M'N ZIN!!
Maar hij mocht niet blijven.
Ik kan zo goed begrijpen wat Maus bedoeld!! Ook voor mijzelf zie ik weinig perspectief, ik hecht ook veel minder aan 't leven dan m'n "andere" helft deed! Voor de kinderen moet ik verder, onze oudste kleindochter ( 5 jaar) heeft het zo moeilijk Opa te moeten missen, dus nu moet oma ook die taken overnemen maar anders... Het heeft voor mij nog maar zo weinig jeu.
Bert en Monique, het is een beetje
een uitgebreide mail geworden, hoewel de helft natuurlijk nog
niet is gezegd. Dat is ook het fijne van een site als die van
jullie. Ik heb heel lang ermee gelopen wel of niet te mailen,
maar het is zo heerlijk anoniem achter de computer, niemand ziet
je tranen en je pijn, maar begrijpen doen zij die het ook meemaken
des te meer.
Daarom zijn kontakten met lotgenoten ook zo fijn en wil ik me
graag bij jullie aansluiten.
Zomaar gedachten en gevoelens van Ineke de Reus. E-mailadres: f.dereus@quicknet.nl
Hallo Monique en Bert
In december stierf mijn man Ben.
Het "lijstje" van gemis wordt steeds langer. De "buitenwereld"
praat steeds minder over Ben. Het geduld om naar mijn verhaal
te luisteren wordt steeds minder, uitzonderingen daargelaten.
Mijn draai vind ik maar slecht, gelukkig heb ik de mailtjes uit
jullie box. Lotgenoten die hetzelfde ervaren,mensen met wie je
een band krijgt!
Ik zou me nóg eenzamer voelen zonder hen. Gelukkig is er
óók een Humanitas, mensen die zich inspannen, die
je willen helpen om dit intens verdriet onder contrôle te
krijgen. Gelukkig zijn er dieren die je willen troosten, hun kopje
scheef houden of ze willen zeggen "Ik mis hem ook"
Er werd naast Ben een nieuw graf gedolven. Een schitterende bloemengroet maar véél verdriet. "Gelukkig" er zijn méér mensen zoals ik!
groetjes van wil vughs, vughsaa@bfjvughs.demon.nl
Beste redactie,
Voorzichtig durf ik nu naar te
buiten te komen met mijn verdriet.
De golf van aandacht is voorbij. Zelf weer stappen zetten, kiezen
en besluiten nemen. Het gaat weer. Veel schrijven. Gevoel in veel
varianten op papier gezet.
Hieronder een gedicht dat ik schreef op de dag na mijn verjaardag
op 5 januari j.l. Ze was toen 5 weken dood.
Henk van der Zanden. E-mailadres: vdzanden@wxs.nl
hoi mensen, jullie zullen wel
denken, daar heb je d'r weer, deze keer met
een gedicht wat ik maakte na de zoveelste "goedbedoelde troost"
groetjes van Wil Vughs, e-mailadres: vughsaa@bfjvughs.demon.nl
Hoi Bert & Monique!
Allereerst wil ik jullie feliciteren met jullie huwelijk! Ik hoop dat het een geweldige dag voor jullie zal gaan worden en heel veel geluk samen in de toekomst!
Onderstaand "gedichtje" wilde ik jullie niet onthouden. Voor mij (en waarschijnlijk voor heel veel anderen) is dit heel erg herkenbaar.
Ik kan niet zonder jou
Groetjes, Daniëlle Weststrate, e-mailadres: westd@skynet.be
Brief van de maand: De bureacratie van de onwil en verhuizen uit Enschede... omdat het niet anders kan?
Anita Ophoff verloor haar man
Wim tijdens de vuurwerkontploffing in Enschede. Ze heeft al eens
in een eerder stadium een (korte) brief hierover geschreven, maar
nu vertelt ze wat uitgebreider eindelijk haar verhaal. Want ze
gaat verhuizen. Ze verlaat de stad waar ze met haar Wim en de
kinderen zoveel gelukkige jaren doorbracht. Verhuizen. Die ene
stek achter je laten waar zoveel herinneringen aan jouw overleden
partner rond blijven dwalen. Waar je hem of haar bij wijze van
spreken elke dag tegenkomt. Anita schreef eindelijk haar verhaal
omdat, denk ik, in de Draaikolk door ons ook over verhuizen wordt
geschreven. Want zij staat niet alleen in haar gevoelens. Ook
al denk ik dat bij Anita door het verdriet van Enschede en de
bureaucratie van de onwil waarvan ook zij ongewild slachtoffer
werd, als een extra dimensie een niet onbelangrijke rol meespeelde
bij haar beslissing om te vertrekken. Omdat het niet anders kan?
Die vraag zal altijd op de achtergrond blijven hangen. Ik heb
er ook heel lang over nagedacht, gewikt en gewogen, voordat ook
ik (weliswaar nu samen met Monique) mijn besluit nam: ik ga verhuizen.
Het verhaal van Anita is -in welke vorm dan ook- ons verhaal.
Van jou en van mij. Wie daarom wil reageren kan dat per e-mail
doen: info@draaikolk.com
Bert
Hallo Bert & Monique,
Ik geloof niet dat ik al eens rechtstreeks naar jullie geschreven heb, ik verwacht ook niet gelijk een reactie van jullie of van anderen, misschien had ik het naar een ander 'onderdeel' van de Draaikolk moeten sturen, maar goed... ik wil 'gewoon' opschrijven wat me bezig houdt en misschien eens horen hoe de ervaringen van anderen zijn...
Op 13 mei 2000 is Wim overleden,
fietsend vanaf het honkbalveld naar huis kwam hij op 800 meter
langs de net op dat moment ontploffende vuurwerkfabriek. Hij werd
getroffen door een stuk beton zo groot als een voetbal op zijn
hart en overleed nog voordat hij op de grond terecht kwam. Twee
dagen hebben wij (ikzelf plus mijn dochter Suzanne van toen 15
jaar en mijn zoon Steven, die toen 13 was) lopen zoeken, samen
met familie en vrienden, zonder ook maar één steek
verder te komen. Hij was spoorloos en niemand wilde of mocht wat
vertellen.
Uiteindelijk kwamen na twee dagen de mensen van het RIT (nee,
ze kwamen niet, ze belden) dat hij toch echt dood was en of we
hem wilden komen identificeren op de luchtmachtbasis hier in Twente.
De verhalen van de eerste weken na 13 mei zal ik jullie besparen,
want de bureaucratie en de onwil (ik woon als enige NIET in het
rampgebied en Wim werkte ook NIET in het rampgebied... dus we
bestonden eigenlijk maar gewoon niet.... ) van de overheid is
bovenop je verdriet werkelijk niet te geloven!
Ik ken Wim vanaf mijn 15e en hij was 17, we woonden allebei in Zwolle en groeiden daar dus samen op. Toen Wim naar de kunstacademie ging in Enschede, ging ik vanzelfsprekend mee deze kant op en we bleven hier na zijn opleiding 'plakken'. Uiteindelijk hadden we samen een ontwerpbedrijf, gewoon lekker aan huis, achter in de tuin... we woonden en we werkten dus samen.
De eerste weken na 13 mei wilde
ik absoluut niet van huis weg, zelfs niet langer dan een paar
uur. Ik ging wel weer 's ochtends naar het werk, ook omdat de
kinderen dan weer naar school wilden, zij wilden niet dat ik thuis
was zonder hen... maar na het werk ging ik weer naar huis en dat
was het. Vrienden en familie waren steeds bij ons, maar ik wilde
niet naar hun huis.
Na een week of 7 was het Hemelvaart geloof ik.... mijn vader heeft
ons gehaald voor 4 dagen Zwolle. Ik vond het een verademing om
uit Enschede weg te zijn.... de hele stad ademde zo'n rare sfeer..
angst (nog steeds trouwens voel je het hier hoor). Ik weet nog
dat ik toen zei tegen mijn vader en moeder: pak mijn spullen in
Enschede maar in, zet het huis maar te koop en dan ga ik nooit
weer terug!!!!!
Ach, in mijn hart wist ik best dat dat geen goede beslissing was...
en ik ben ook blij dat ik dat niet heb gedaan hoor... ik voelde
wel dat je toch hier eerst alles over je heen moet laten komen
en dan rustig een beslissing nemen.
De beslissing
Die beslissing hebben we vorig jaar in Frankrijk genomen. Voor het eerst na ruim een jaar op vakantie zonder Wim, een afgelegen huis in de Provençe, na de eerste moeilijke week kwam de tweede week toch de rust over me en kon ik rustig over dingen nadenken en later ook bespreken met Suzanne en Steven. Het huis in Enschede verkopen was iets waar we alle drie het direct over eens waren... die lege studio achter in de tuin ... die inmiddels is veranderd in een tv-kamer voor de kinderen, heel gezellig met een bank en een slaapplaats en een tv... maar waar dus nooit iemand wil zitten, want het is en blijft nog steeds de studio van Wim....
Maar dan... waar gaan we heen, waar gaan we wonen? Al tijdens de vakantie voelden we alle drie dat het goed is hier weg te gaan. Na 25 jaar Enschede ben ik nog steeds geen Tukker en dat zal ik ook nooit worden en het rare is dat mijn kinderen, die hier allebei geboren zijn, ook geen echte Twentenaren zijn geworden ... mijn ouders wonen in Zwolle, mijn zusje en haar vriend, twee zussen van Wim met man en kinderen.... Wim is zelf in Zwolle op de begraafplaats waar we vroeger altijd wandelden... eigenlijk bedachten wij alle drie tegelijk dat we in Zwolle willen wonen, weg uit Enschede.... maar niet weg van Wim!
Het huis hier is inmiddels verkocht (aan de gemeente zelfs... die inmiddels heel erg meewerkt hoor... het huis staat kilometers van het rampgebied, maar het is wel verkocht onder dezelfde financieel aangename condities) en we hebben in Zwolle een nieuw huis gekocht... voor ons letterlijk nieuw, want het huis hier is uit 1927 en het huis daar nog maar 4 jaar oud! Vlak na de grote vakantie kunnen we er gaan wonen....
Het dubbele gevoel blijft...
Maar het dubbele gevoel blijft....
weggaan uit het huis waar onze kinderen zijn geboren, het huis
wat we zelf helemaal van boven tot beneden verbouwd hebben....
de tuin die ik zelf van een droevige moestuin tot een prachtige
tuin heb gemaakt... de studio waar Wim zo graag mocht werken met
de tuindeuren wagenwijd open...
en dan ergens gaan wonen in een huis waar Wim nooit gewoond heeft...
nieuwe mensen ontmoeten die hij nooit gekend heeft en die hem
nooit gekend hebben... op zoek naar een middelbare school met
Steven vorige week en dan op mijn oude school rondlopen met Steven
maar zonder Wim....
maar wel lekker dicht bij onze familie en vrienden (die ik hier in Enschede met moeite achter laat hoor..., maar die ik daar gelukkig ook nog heb) en bij Wim in de buurt...
Ik heb mijn baan hier opgezegd per 1 juni en ga lekker eens even niet werken tot we daar gesetteld zijn....
En dan dit huis leeghalen... poeh!!! Ik heb de studio dus al opgeruimd, al dat werk van Wim wat je tegen komt... dat ligt inmiddels allemaal al bij mijn ouders, maar ook stukjes papier met krabbeltjes van hem, een computer vol met werk van hem... bewaren? weggooien? En dan de werkbank.... wat moet ik met al die schroevendraaiers, beiteltjes, verfjes.... twee jaar niet gebruikt, maar weggooien? Nou nee!
Het goede gevoel overheerst hoor....
maar ik heb er toch ook zo'n machtig verdriet over!
Ik weet zeker dat het de goede beslissing is voor ons alle drie,
maar soms overheerst zo heel erg het gevoel dat het niet eerlijk
is, dat het allemaal anders had moeten zijn.... ik wil wel verhuizen
naar een lekker licht en groot huis, maar de manier waarop...
Wellicht heeft het verdrietige gevoel ook te maken met het feit dat je nu nog niet zo veel kunt doen, behalve een beetje opruimen... ik denk (hoop?) eigenlijk dat het anders wordt als we daadwerkelijk gaan verhuizen en er gaan wonen. Wachten duurt altijd lang... Vorige zomer hebben we al de beslissing genomen en deze zomer pas verhuizen, aan de andere kant denk ik ook dat het goed is dat we het niet hebben overhaast ...
Ik zou graag eens horen hoe anderen daar mee omgaan of hier over denken?
Daaaaaag, misschien tot schrijfs?
Anita Ophoff, e-mailadres: ophoff@home.nl
Boekbespreking: "Landschappen van verlangen" Afscheid van een grote liefde
"Landschappen van verlangen. Afscheid van een grote liefde." - Margot Keune; Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2002, ISBN 90 446 0096 6, 115 blz.
Dit boek is verschenen tijdens de onlangs gehouden boekenweek 2002 die in het teken stond van "De liefde". Het betreft het afscheid van de grote liefde van Margot Keune: mannequin, actrice (o.m. "Spetters" en "Een vlucht regenwulpen") en journaliste. Een paar jaar nadat zij zelf als gevolg van een herseninfarct in een rolstoel terecht kwam en opnieuw weer enigszins had leren praten, ontmoette zij cameraman Geert de Bruin met wie zij een relatie van ruim tien jaar zou krijgen.
Dan wordt op 42-jarige leeftijd bij Geert slokdarmkanker gekonstateerd.
Na een operatie kan zijn strottenhoofd niet meer worden gespaard.
Hij kan niet meer ruiken en moet bovendien leren praten via een
soort vibrator (Servox). Geert lijkt er zelf ogenschijnlijk vrij
laconiek mee om te gaan, maar bij Margot overheerst machteloosheid
en woede over deze nieuwe slag.
In het ziekenhuis ondergaat Geert dagelijks bestralingen om uitzaaiingen
te voorkomen. Maar dan krijgt hij pijn onder in zijn rug. Na aanvankelijk
de valse hoop te hebben gekregen dat er niets aan de hand is,
blijkt dat de kanker reeds is uitgezaaid naar zijn bekken....
Margot ervaart haar leven als een aaneenschakeling van handelingen,
pijn en vermoeidheid. Haar eigen beperkingen maken het allemaal
nóg gecompliceerder. Ze sjouwt de hele dag met fruithappen,
spuugbakjes, morfine en ibuprofen. Een verpleegster in een rolstoel...
Haar woede richt zich met name op de specialisten. Zij komt tot
de conclusie dat Geert's strottenhoofd achteraf niet verwijderd
had hoeven worden. Als de specialisten vóóraf maar
een MRI-scan hadden gemaakt, hadden de uitzaaiingen immers aan
het licht kunnen komen. Bovendien werden Geert's signalen door
de artsen niet serieus genomen.
Ze is furieus wanneer Geert verteld wordt (overigens op eigen
aandringen) dat hij nog maar een half jaar te leven heeft. "Hoe
kun je nou doorgaan met leven, met vechten voor je leven, als
de einduitslag je al is verteld?"
Een jaar na Geert's overlijden voelt Margot zich nog steeds verlamd
en leeg en komt ze tot niets anders dan janken en drinken. Ze
probeert rouwtherapie, maar komt daar al gauw van terug. De therapie
is gericht op het loslaten van Geert en zo ver is ze op dat moment
nog niet. Ze wil hem dichtbij zich hebben. Onder haar vel. Daar
hoort hij.
Wanneer haar zelfmedelijden de overhand lijkt te krijgen, is het
een katje dat ze van iemand krijgt die bij haar opnieuw gevoelens
van liefde doen opkomen. Het verbaast haar dat ze weer iets kan
voelen.
Geleidelijk keert haar levenslust weer terug. Ze neemt zich voor
om zich de rest van haar leven geen slachtoffer te blijven voelen,
want lijden is één, slachtoffer zijn is twee, maar
leven is ook een keuze.
Dit verhaal is niet zwaar noch melodramatisch en kent momenten
van humor en zelfspot. De korte zinnen en hoofdstukken maken het
prettig leesbaar. Doordat het verhaal niet chronologisch wordt
verteld, is het niet langdradig en kan dit boekje, zoals ik heb
gedaan, in één ruk worden uitgelezen.
Monique Vos
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren