Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de edities 4e jaargang nrs. 7/8 - april/mei 2002
Van de hoofdredactie: De draaikolk van ons leven
Toen ik zo'n vier jaar
geleden voor deze site de naam ,,De Draaikolk" koos, deed
ik dat waarschijnlijk intuïtief: het was op dat moment nu
eenmaal een enorme werveling van over elkaar heen buitelende gedachten
in mijn verdoofde geest. Nu, vier jaar later, besef ik tot mijn
verbazing, dat er eigenlijk nog niet zoveel is veranderd met die
draaikolk in mijn bovenkamer. Het blijft maar draaien en wervelen
en nog steeds buitelen allerlei gedachtespinsels in een onwaarschijnlijk
tempo over elkaar heen. Natuurlijk, de situatie is veranderd.
Ik ben niet langer meer alleen maar getrouwd, met mijn gezondheid
gaat het relatief gezien stukken beter ook al heb ik mijn baan
moeten opgeven en ook met mijn kinderen en kleinkinderen (inmiddels
zijn het er vier geworden) gaat het fantastisch.
Maar die draaikolk hè, die is er nog steeds.
Ik denk dat
dit komt omdat we op de één of andere manier het
gevoel hebben dat we onze tijd zo goed en zo snel mogelijk moeten
gebruiken. Omdat we wéten, dat het bij wijze van spreken
over een paar minuten afgelopen kan zijn. Dat is voor ons geen
abstracte gedachte, we hebben het immers zelf meegemaakt. Daarom
leven we ons leven zo intens. Geen tijd te verliezen. We doen
ook ontzettend veel dingen tegelijk.
En daarom is het nog steeds regelmatig zo'n puinhoop in mijn geest.
Maar als je weet dat we gaan verhuizen naar een geheel ander uiteinde van Nederland om dáár met z'n tweeën hélemaal opnieuw te beginnen en dat we daarom onze huizen (ook op ver uit elkaar liggende plaatsen) aan het verkopen zijn, voorbereidingen aan het treffen zijn ten aanzien van het in elkaar schuiven van elkaars inboedel en ondertussen eigenlijk ook nog wel een tijdje met vakantie willen, tja, dan zal het je ook niet verbazen, die draaikolk in mijn hoofd. Het liefst zou ik al die zaken willen regelen vanaf een vakantiestek ergens onder een warme zuidelijke zon. Zoals je dat wel eens ziet in films. Mobieltje aan je oor met een glas heerlijk helder nog wat binnen handbereik, met je benen bungelend in het 25 graden water van een sprankelend schoon zwembad. Maar helaas. Ik behoor tot de grote groep Nederlanders die het "moeten doen" met kamperen in een tent of met een sleurhut achter de auto en dat veelal op een camping, waarvan het zwembad alleen in het hoogseizoen van water is voorzien. Zoiets. Niks mee aan de hand hoor, maar als je wilt wat wij willen, zul je dus in levende lijve aanwezig moeten zijn om alles in goede banen te leiden. Niks geen ,,opdrachten geven" via een mobieltje. Kortom, ik wil er eigenlijk maar mee zeggen dat het eigenlijk een wonder is dat er toch nog een nieuwe editie van De Draaikolk verschijnt. Maar ja, als journalist vind ik de continuïteit van ons internettijdschrift ontzettend belangrijk en dat betekent gewoon: niet zeuren maar doen. Of zoals in die reclamespot op TV van die garnalenpelster: ,,niet lullen maar pellen".
En voordat ik het door die draaikolk in mijn hoofd zou vergeten: Monique en ik zijn geroerd door de talrijke e-mails die we van lotgenoten hebben gekregen ter gelegenheid van ons huwelijk. E-mails waarin ons het allerbeste van de wereld wordt gegund. Het heeft ons erg geroerd. Hartverwarmend was ook het feit dat enkele lotgenoten zelfs de moeite hadden genomen om op 14 februari aanwezig te zijn in het gemeentehuis van Leusden en de bloemen die wij van lotgenoten mochten ontvangen. Bedankt daarvoor!
En voor nu hebben we -ondanks die draaikolk in onze geest- weer een nieuwe Draaikolkeditie voor jullie met veel artikelen, gedichten en reacties. En je weet het: wil je jouw verhaal kwijt, schrijf ons gewoon!
Bert Vos, hoofdredacteur
Ruggesteuntjes
(5) Wijsheden, gedachten
en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld
door Monique Vos
Alles wat we
werkelijk accepteren ondergaat een verandering. -Katherine
Mansfield-
Neem het geleidelijke pad. -George Herbert-
Nog iets wezenlijks! Ik ben nog niet dood! Ik kan nog steeds een
stuk van mijn ziel naar boven halen en dat in kleur neerzetten,
voor eeuwig vastleggen. -Keri Hulme-
Wanneer we het erg moeilijk hebben en rusteloos zijn worden we
door genade getroffen... Soms breekt er op zo'n moment een golf
van licht door in onze duisternis en lijkt het alsof er een stem
zegt: 'Je bent aangenomen.' -Paus Johannes Tillich-
Op 26 april
1999 komt Eric Klaverweide, de man van Monique, op 44-jarige leeftijd
door een motorongeluk om het leven. Hoe zij dat eerste jaar daarna
heeft beleefd, is te lezen in de serie "Blaka Rosoe",
waarvan de laatste aflevering in de december-editie 2001 is verschenen
(te vinden in het archief).
In "Dubbel-leven" pakt Monique haar verhaal twee jaar
later weer op. Inmiddels heeft zij via "de Draaikolk"
haar tweede liefde ontmoet en zijn wij in februari 2002 getrouwd.
In deze tweede serie verhalen beschrijft zij - vanuit het nu en
deels door terug te blikken - hoe zij haar leven weer heeft opgepakt
en op welke wijze haar rouwproces hierin onverminderd een eigen
plek heeft behouden. Een verhaal over hoe geluk naast verdriet
kan bestaan. In de hoop dat het volgen van dit "dubbel-leven"
andere lotgenoten zal doen beseffen dat er na verlies nog een
toekomst mogelijk is. Dat je met een nieuwe partner/lotgenoot
- ondanks alle dubbele gevoelens - toch en misschien wel nóg
intenser van het leven kan gaan genieten. Een leven dat weliswaar
door het gemis nooit meer hetzelfde zal worden. Een leven dat
anders is, maar daarom zeker niet minder waardevol. (Bert Vos,
hoofdredacteur)
Dubbel-leven (2): Oost, west, thuis (niet langer) best?
Wanneer je aan den lijve hebt ondervonden hoe kort het leven kan zijn en hoe broos je relatie met je overleden partner feitelijk is (geweest), dan wordt je bij het vinden van hernieuwd geluk gretig en ongeduldig. Dan wil je uit het leven halen wat er nog in zit. Zoveel mogelijk van elkaar genieten, zolang het nog kan...
"Nou,
dat was het dan", was mijn eerste reactie toen de politie mij
drie jaar geleden kwam vertellen dat Eric was verongelukt. In
de moeilijke maanden die daarop volgden bleef ik hiermee zitten.
Steeds vaker vroeg ik mij af of dit nu het leven was dat voor
mij was weggelegd: op 38-jarige leeftijd de rest van mijn leven
alleen verder, zonder kinderen. Ik beschouw mijzelf weliswaar
als een zelfstandige vrouw en financieel kan ik mijzelf ook goed
bedruipen, maar wíl ik zo wel verder leven? Wat heeft het
leven mij te bieden zonder de vreugde van het samen delen met
de ander?
Maar ook ik had mijn twijfels. Kan ik ooit nog zo gelukkig worden
als ik met Eric ben geweest? Maar, bracht ik daar dan weer tegen
in, zou hij dan de enige man zijn geweest met wie ik gelukkig
zou kunnen zijn? Hoe meer ik daarover nadacht, des te meer ik
daaraan ging twijfelen.
Er zullen toch nog wel méér lieve mannen op deze
wereld zijn met wie ik gelukkig zou kunnen zijn. Niet op dezelfde
manier, dat kan ook niet want iedereen is immers uniek, maar toch
wel op een andere manier? Daarom hoeft dat dan toch niet minder
mooi te zijn?
Al gauw had
ik voor mezelf uitgemaakt dat dit alleen maar kans van slagen
had wanneer ik een lotgenoot zou ontmoeten. Iemand die ook zijn
partner had verloren en die er begrip voor zou hebben, dat Eric
altijd een speciaal plekje in mijn hart zou houden. Iemand die
niet ongeduldig of jaloers zou worden op momenten dat het gemis
ongetwijfeld weer even de kop op zou steken. In de hoop dat we
elkaar over en weer op die manier zouden kunnen troosten. Heeft
het wel zin om mijn tijd "uit te zitten" totdat het
rouwproces "voorbij" is, vroeg ik mij ook wel af. Maar
wat als er nou nooit écht een einde aan komt?
Hoe mijn leven er verder ook uit zou komen te zien, op een bepaald
moment nam ik mij voor om in ieder geval mijn hart voor die mogelijkheid
open te houden. Meer kon ik niet doen. "Verstandig"
als ik was nam ik mezelf voor, dat wanneer ik ooit zo'n iemand
zou ontmoeten, dat ik het dan vooral rustig aan zou doen. Alles
stapje voor stapje rustig opbouwen. Wellicht een Lat-relatie:
in het weekend gezellig samen uitgaan, af en toe op vakantie,
maar doordeweeks zou ik vooralsnog mijn, door de omstandigheden
afgedwongen, "verworven vrijheid" proberen te behouden.
Maar pakte dat even totaal anders uit!
De diepte in
Na anderhalve
maand dagelijks intensief over en weer met Bert te hebben gemaild
waren onze gevoelens pijlsnel de diepte in gegaan en volgde de
eerste -onwennige- ontmoeting. Als twee pubers stonden wij oog
in oog met elkaar; twee wildvreemden die tóch die warme
gevoelens voor elkaar hadden. Na van de eerste schrik te zijn
bekomen, volgde een periode van afstoten en opnieuw aantrekken.
Ondanks de twijfels opende ik telkens bij thuiskomst meteen mijn
mailbox om te zien of hij mij gemaild had. Zodra zijn naam dan
verscheen maakte mijn hart telkens een sprongetje. Ondanks onze
leeftijd waren we eigenlijk beiden nog "groentjes" op
het gebied van de liefde, want allebei waren we met onze eerste
en enige liefde getrouwd. Gelukkig herinnerden wij ons nog nét
op tijd dat onze gevoelens van twijfel en verwarring er gewoon
bij hoorden.
Aanvankelijk was het onze bedoeling om eens in de veertien dagen
een zaterdag met elkaar door te brengen. Dat hebben we precies
twee keer volgehouden. Al gauw werd het elke week een heel weekend
samen. En de weekenden werden steeds langer. Maar het keer op
keer afscheid moeten nemen deed pijn. Het berichtenverkeer ging
tussentijds onverminderd door. We hadden er bijna een dagtaak
aan en kluisterden onszelf zo aan huis. Waarom zouden we elkaar
dit blijven aandoen, vroegen wij ons af. Twee volwassen mensen
met een heel leven achter zich die opnieuw iemand gevonden hebben
met wie het op wonderbaarlijke wijze zo ontzettend goed klikt.
Aan wie zij hun liefde weer kwijt kunnen en met wie zij alles
weer kunnen delen!
Werd de ene avond nog voorzichtig telefonisch ter sprake gebracht
om na te gaan denken over "samenwonen in de toekomst",
binnen de kortste keren stond ik al met een tas voor zijn deur...
Ruim drie maanden en een week vakantie later woonden we samen.
Het heen en weer krijgen...
De weekenden brachten we vaak door in mijn huis; de overige dagen in Bert's huis. En zo pendelden we twee jaar lang heen en weer. We wilden niet direct alle schepen achter ons verbranden. Niet omdat we geen vertrouwen in onze relatie hadden, maar omdat we het emotioneel nog niet aankonden om onze huizen te verlaten. Niettemin was het wel zo dat ik mij in zijn huis veel prettiger (minder verdrietig) voelde dan in mijn eigen huis en omgekeerd gold hetzelfde voor Bert. In zijn omgeving werd ik niet geconfronteerd met verdrietige herinneringen: de sirenes van langsgaande ambulances, de plek van het ongeluk vlakbij huis, de supermarkt waar ik de levensmiddelen kocht die Eric lekker vond, het tegenkomen van het buurmeisje dat ongemerkt een tiener blijkt te zijn geworden, de meelevende buren in de lift... Het was steeds alsof ik in de tijd werd teruggeworpen. Rusteloos voelde ik mij dan, en nog steeds. Ik ben dan ook telkens opgelucht als het weekend voorbij is. Onderweg in de auto richting Bert's huis knap ik dan zienderogen op en Bert af...
Het heen en
weer reizen, het steeds opnieuw pakken van je boeltje, het bijhouden
van twee huishoudens, is ons uiteindelijk steeds meer gaan tegenstaan.
We verlangen naar rust en willen ons leven vereenvoudigen. Van
twee huizen naar één, van twee auto's naar één,
van twee gescheiden administraties naar één. Naarmate
onze relatie steeds inniger werd, nam de verantwoordelijkheid
voor elkaar ook toe. Sneller dan we voor mogelijk hadden gehouden,
zijn we toegegroeid naar een nieuwe verandering: het opgeven van
één van de huizen.
Om onszelf te ontzien besloten we eerst een tussenstap te maken.
Ik zou mijn (kleinere) huis gaan verkopen. Wanneer we zover waren
zouden we gaan uitkijken naar een nieuw huis van ons samen.
Ons huwelijk zorgde echter wat dat betreft voor enige vertraging...
En toen kwam daar het moment dat Bert het laatste zetje kreeg
dat hij nodig had om ook zíjn huis, waar hij ruim 32 jaar
in had gewoond, te gaan verlaten. De vertrouwde buren kondigden
aan te gaan verhuizen. Dezelfde buren die hem na het verlies van
zijn vrouw zo hadden bijgestaan. Hij voelde dit aan als een verlies
en besloot dat er nu niets meer was dat hem aan dit huis kon binden...
Droomhuis
Inmiddels hebben we ons droomhuis gevonden. Nog nét niet in het buitenland, maar het scheelt niet veel. Ver weg van de omgeving waar wij met onze overleden partners hebben geleefd. We nemen er letterlijk en figuurlijk afstand van en beginnen per 1 oktober opnieuw in een landelijke omgeving. In de hoop dat wij daar onze innerlijke rust zullen hervinden en dat wij daar "oud" mogen worden, samen met onze dierbare herinneringen...
Monique Vos, maart 2002
Brief van de maand:
Een nieuwe
relatie en daarom dan maar weg uit De Draaikolk?
Van
Hans Derksen ontvingen wij een brief, waarin hij ingaat op de
,,problematiek" van het hebben van een nieuwe relatie. Hij
is het bijvoorbeeld niet eens met mijn opmerking in de vorige
editie over lotgenoten die na het krijgen van een nieuwe relatie
hun gegevens uit de ,,Mailbox" en ,,Ik denk aan
jou" lieten halen. Ik vond opmerkingen als: ,,nu hebben
we de Draaikolk niet meer nodig" wat al te voorbarig. Blijkbaar
keek ik daar als hoofdredacteur van deze site én als een
opnieuw getrouwd man toch wat anders tegen aan. Natuurlijk verandert
je leven als er opnieuw iemand in je leven komt en wil je het
liefst helemaal opnieuw beginnen. Maar wat ik wilde betogen is,
dat hoe dan ook het verdriet niet zo maar verdwenen is. En dat
de Draaikolk ook daarom een belangrijke rol kan spelen in het
doorgeven van juist ook dié ervaringen. Hieronder de brief
van Hans. Wie wil reageren kan dat per e-mail doen: elvo@planet.nl
Bert
Hallo Monique en Bert,
Allereerst mijn hartelijke gelukwensen. In de Draaikolk las ik dat jullie in februari de grote beslissing hebben genomen. Ik neem aan dit de op de 1e februari was! Ik wens dat jullie nog heel veel gelukkige jaren voor de boeg hebben! Natuurlijk neem je de herinneringen mee in deze nieuwe fase. De partners blijven toch op de achtergrond aanwezig, al is het in de vorm van een foto.
Maar, en dat
is tevens een vraag van me, zijn jullie ook samen verhuisd naar
een nieuwe stek? Ik heb het idee, dat dat nodig is om los te komen
van de "praktische" herinneringen van het grote verlies.
Ik bedoel de dingen die je overleden vrouw/man dierbaar waren
en die min of meer gebruiksvoorwerpen zijnde, je toch herinneren
aan je man of vrouw.
Voel je je thuis in het huis van de "overleden" partner?
Wellicht heb je in het verleden hier weleens over geschreven,
ik lees de
draaikolk niet meer zo regelmatig omdat ik veel van huis ben.
Ik worstel hier wel mee, omdat ik sinds kort een groot deel van
de week bij
mijn vriendin woon en dat toch min of meer als logeren beleef.
Er is weinig
"eigens" in dat huis, je hebt het niet sàmen
ingericht.
Daarnaast heb ik nog steeds mijn huis in Rotterdam en dàt
voelt als het
mijne aan! Daar staat mijn pc, waarin ook nog dingetjes en programma's
vanmijn vrouw liggen opgeslagen. Dat gooi je toch zomaar niet
weg!!
Iets anders
nog, Bert.
Je schreef, dat mensen, die inmiddels een andere partner gevonden
hebben hun naam laten verwijderen uit je site. Ik proefde hieruit
dat je dit eigenlijk niet leuk vond. Ik heb jou ook verzocht om
mijn naam te schrappen. Weet jij hoeveel mensen, en in mijn geval
vrouwen, reageren op je e-mail adres als je eenmaal op de adressenlijst
staat? Jij bent de hoofdredacteur en beantwoordt waarschijnlijk
de brieven via jouw kanalen, maar de mensen benaderen je ook in
die functie. Ik heb weleens mail gehad van dames die onverbloemd
schreven dat ze niet op een correspondentievriend uit waren, maar
méér wilden. Hoe eenzaam moet je je dan voelen of
is dit de tand des tijds en recht voor z'n raap zeggen wat je
hebben wil?
Daarnaast zijn wij, mannen, in de minderheid op jouw adressenlijst
en wordt blijkbaar elke actie ondernomen om weer contact te krijgen.
Ik heb met een aantal mensen een leuk en goed contact gekregen
en dat stel ik op prijs, maar méér contacten wil
ik niet omdat je dan aan de één of
ander in herhaling ga vallen met je brieven - het wordt dan gewoon
teveel-.
Daarnaast vond mijn vriendin het minder leuk, dat ik dat allemaal
aanhield,
ik heb haar ook via dit medium en jouw Draaikolk ontmoet. Als
je
correspondeert, dan leg je toch iets van jezelf in die brieven,
het is niet
altijd over het mooie weer of de grote manifestatie in Amsterdam
van jongstleden zaterdag en dat stoorde (beangstigde?)haar enigszins.
Bert, de brief
is langer geworden dan ik van plan was, maar ik wilde toch
even reageren op jouw uitspraak en dan komt toch van het één
het ander.
Ik hoop dat jullie nog vele reisjes samen maken.
Zwerfkei - Hans
Derksen. E-mailadres: zwerfkei@zonnet.nl
Bedankt Hans voor je brief. En wat die nieuwe eigen stek betreft: elders in deze editie lees je er meer over. Want ook wij hebben daarin nu ervaringen opgedaan... (Bert en Monique)
Boekbespreking: "TROOST vragen, geven en ontvangen"
"TROOST
vragen, geven en ontvangen" - Riekje Boswijk-Hummel; Uitgeverij De Toorts, Haarlem 2001,
ISBN 90 6020 794 7, 237 blz.; Verspreiding voor België: Uitgeverij
EPO, Berchem/Antwerpen
Wat doe je als je verdrietig bent? Ga je naar iemand toe om je te laten troosten of durf je dat niet en verwerk je je verdriet liever in je eentje? En andersom: hoe ga je om met iemand die pijn heeft en verdrietig is? Probeer je zijn problemen op te lossen of durf je zijn verdriet aan te horen en hem te troosten? Wat ís troost eigenlijk? Wat gebeurt er met je als je je laat troosten? Dit zijn de vragen die in dit boek centraal staan.
Verschillende soorten troosters
Troosten betekent volgens deze psychotherapeute zoiets als: pijn verzachten. Maar hoe komt het dan toch dat niet elk "troostgesprek" de pijn doet verzachten, maar dat het maar al te vaak de pijn verergert? Volgens Boswinkel komt dit, zoals zij zelf heeft ervaren, omdat er verschillende soorten "troosters" zijn: helpende, meevoelende, luisterende, innerlijke, onzichtbare en goddelijke troosters.
Zo willen helpende troosters de problemen van de troostzoekende (in het boek voor het gemak kortaf "klager" genoemd) direct proberen op te lossen. Ze dragen een batterij methoden aan om die emoties zo snel mogelijk uit de weg te ruimen, waarmee ze in feite de emoties van de klager negeren. De klager voelt zich dan ook niet getroost. Hij zal zijn gekwetste emoties in het vervolg voor die persoon in kwestie verborgen houden, waardoor het schrijnende gevoel van eenzaamheid natuurlijk alleen maar toeneemt...
Een meevoelende
trooster bijvoorbeeld erkent niet alleen de emoties van de
klager, maar versterkt ze zelfs. De trooster gaat als het ware
samen met de klager in de put zitten!
De luisterende trooster daarentegen probeert de klager
niet op te beuren, komt niet met oplossingen aandragen, maar stelt
vragen, luistert en laat zelfs stiltes vallen. Na afloop voelt
de klager zich dan ook opgelucht en bevrijd van zijn emoties.
Anderen zijn in staat om zichzelf te troosten. In plaats van met een oordelende, kritische en afkeurende blik ('stel je niet aan') kijken ze naar zichzelf met milde, aanvaardende en begrijpende ogen. Ze staan open voor hun eigen emoties, zonder ze weg te duwen. Ze zijn in staat zichzelf en hun emoties te aanvaarden ('huil maar, je bent immers verdrietig'). Op deze manier maken ze een helende cirkel met zichzelf: hun emoties zijn de klager en de liefdevolle aandacht van hun hart is de innerlijke trooster in hen. Boswinkel wijst er wel op dat dit type klager/innerlijke trooster ervoor moet waken niet te vereenzamen. Door hun verdriet met niemand te (willen) delen, maakt men ook met niemand een werkelijk diepe verbinding. Het vermogen om jezelf te troosten betekent dus nog niet dat je het zonder relationele troost kunt stellen! Want troosten is een vorm van samenwerken: je kunt een klager niet troosten als hij zich niet láát troosten. Het is een kwestie van over en weer (kunnen) geven en (kunnen) ontvangen. In de praktijk blijkt dit vaak moeilijk te zijn. Zo kan het voorkomen dat een klager de verandering in zichzelf niet durft te ondergaan. Op het cruciale moment tijdens een troostgesprek, wanneer de aandacht op zijn emoties dreigt te worden gericht, gaat hij vergelijken en zichzelf ineens moed inspreken. De trooster zal zich na afloop onthutst en verward of zelfs afgewezen voelen. Hij toont medeleven en begrip voor de klager, die daar ogenschijnlijk om vraagt, maar daar kennelijk geen behoefte aan heeft, want zijn medeleven en begrip worden niet aangenomen... En de klager wordt niet getroost. Hij laat immers niet zien wat er met hem aan de hand is?
Innerlijke criticus
Vaak durven
klagers hun emoties niet te tonen en rechtvaardigen die angst
door te beweren dat eventuele troosters hen nooit zullen kunnen
navoelen omdat ze niet hetzelfde hebben meegemaakt... Maar troost
is iets anders dan navoelen. Het gaat erom dat de trooster de
emoties van de klager wil aanhoren en in liefde wil erkennen.
Het gaat erom dat de klager zijn emoties aan hem durft te tonen,
hoe groot of diep of afschrikwekkend die ook zijn. Lotgenotengroepen
functioneren volgens de auteur dan ook bij de gratie van het feit
dat mensen elkaar op grond van hun eendere problematiek gemakkelijk
denken te begrijpen. Deze groepen worden als veilig en troostrijk
ervaren omdat de leden van de groep niet bang zijn om te worden
afgewezen of veroordeeld ('Je hoeft hier niet alles uit te leggen.
We begrijpen elkaar met een half woord, omdat we allemaal hetzelfde
hebben meegemaakt').
Als de klager zich blijft schamen en zichzelf blijft afkeuren
om wat hij voelt, zal niemand hem ooit kunnen troosten, meent
Boswinkel. De innerlijke criticus barricadeert als het ware de
toegang tot het hart. Men gaat ervan uit dat er geen liefde, aandacht
en troost voor hen zijn, maar er is doorgaans veel meer troost
voorhanden dan ze ooit hadden gedacht. Dergelijke destructieve
(innerlijke) boodschappen verbieden je te voelen wat er te voelen
valt. Daardoor verhinderen ze je niet alleen om je te laten troosten,
maar ook om je emoties te verwerken.
Luisteren vanuit het hart
Samenvattend
kan worden gesteld dat de meest ideale trooster luistert vanuit
het hart. Terwijl je luistert doe je er even als persoon niets
toe. Je doet een stapje opzij. Helpende troosters zijn zo begaan
met de klager dat ze hem graag iets willen geven en daarbij realiseren
zij zich niet dat luisteren op zich iets is, dat ze de klager
heel veel geven als ze alleen maar luisteren. Doordat de klager
zijn emoties van zich af kan praten, doorvoelt hij deze en vervliegen
ze als het ware. Ze worden transparant en maken plaats voor andere,
dieperliggende emoties.
Voor een klager is het dan ook niet nodig exact de emoties van
de klager te kunnen begrijpen of te kunnen navoelen. Veel belangrijker
is zijn vermogen om die emoties liefdevol te kunnen aanvaarden.
Om iemand te kunnen troosten hoef je geen bepaalde 'techniek'
aan te leren of toe te passen. Het enige dat je te doen staat
is contact maken met je hart en vanuit dat hart kijken, voelen,
luisteren en reageren. Ook bij mensen die het niet gemakkelijk
vinden om precies uitdrukking te geven aan de gevoelens en de
impulsen van het hart, zal de intentie van hun hart door de soms
onbeholpen of zelfs knullige gebaren heen voelbaar zijn.
Hoewel dit boek in eerste instantie lijkt te zijn geschreven voor hulpverleners heb ik er als "klager" en tevens als "trooster" veel van opgestoken. Het is een moeilijke materie waar wij lotgenoten echter dagelijks mee te maken hebben. Dit is het tweede boek dat ik van Boswinkel heb gelezen en ik blijf bewondering houden voor haar inlevingsvermogen en voor de heldere wijze waarop zij gevoelens in woorden weet om te zetten.
Monique Vos
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren