Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 4e jaargang nrs. 3/4, edities december 2001/januari 2002


Van de hoofdredactie: De laatste loodjes van het jaar

Het is altijd voor veel lotgenoten een ware crime: de donkere dagen van december. Hoe komen we er doorheen, hoe ,,overleven" we de somberte van de eenzaamheid? Ik weet het, het is niet gemakkelijk. Het is voor velen van ons zelfs hondsmoeilijk omdat het zo ontzettend veel herinneringen oproept. Verdrietige herinneringen, maar ook fijne, uit betere tijden.

Voor de redactie van de Draaikolk is het al niet anders. Ook wij hebben moeite met de korte dagen en lange nachten. Met de grijsheid die je soms overvalt. Je verzet je er natuurlijk tegen. Er zijn lotgenoten die zelfs zo ,,flink" zijn om een Kerstboom te kopen én op te tuigen. Sommigen doen dat voor de kinderen of de kleinkinderen, anderen helemaal voor zichzelf uit een soort behoefte dát vast te houden wat er ooit was: de gezelligheid rond de Kerstboom, samen met je partner.

Monique en ik hebben besloten om dit jaar de Kerstboom te laten waar ie is: Opgevouwen in de doos, ergens in de berging. We vieren dit jaar géén Kerst. Althans niet thuis, niet in eigen land. We hebben een reis geboekt naar een relatief warm land en blijven daar óók met oud en nieuw. We waren dat vorig jaar al van plan, maar toen mislukte dat. Nu niet. Nu is alles op tijd geregeld.
Nu kunnen we een echt begin maken met een nieuwe, gezamenlijke herinnering aan Kerst en Oud en Nieuw. Waar we later wellicht met plezier aan terug zullen kunnen denken. In plaats dat onze gedachten opnieuw wegdwalen naar al die jaren dat we met onze overleden partners de laatste weken van het jaar feestelijk en onbezorgd vol maakten.

Daarom zal er op 1 januari 2002 (nog) niet een nieuwe editie van de Draaikolk verschijnen. Ik weet het, ik breek daarmee met een goede traditie en dat is op zich natuurlijk een beetje jammer. Maar bedenk maar dat wat in het vat zit niet verzuurt en dat Monique en ik straks volledig uitgerust (…) aan het nieuwe jaar én de nieuwe editie van de Draaikolk zullen beginnen.

Voorlopig wensen we jullie ondanks alles een goede Kerst met heel veel liefde om je heen en een fijn begin van het nieuwe jaar. En je hebt het vast al gezien: ons motto voor 2002 is ,,Luister naar je gevoel!". Eigenlijk is dat wat mij betreft de essentie van elke dag van mijn leven. Het heeft mij tot nu toe heel veel warmte opgeleverd...

We ,,spreken" elkaar weer in februari 2002. Tot dan!

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (20 en slot):  Keerpunt

E
r zijn bepaalde zaken waar ik vóór het overlijden van Eric op 26 april 1999 totaal geen behoefte aan had, maar dat daarna vervolgens wél ontstond. Zo vond ik een digitale, draadloze telefoon voor thuis bijvoorbeeld een overbodige luxe. Ik was sowieso altijd al een beetje "telefoonschuw" en beperkte mij dan ook tot korte gesprekken. Maar toen ik alleen kwam te staan, en ik over de eerste shock heen was, kwam het geregeld voor dat ik 's avonds urenlang aan het telefoneren was. Vaak had ik dan mijn eigen stem al een tijdlang niet gehoord en ik wilde maar al te graag alles van mij afpraten, maar alleen met een beperkt aantal mensen dat goed kon luisteren en mij niet overstelpte met ongevraagde adviezen waar ik niets mee kon. En wat is er dan makkelijker dan om dit comfortabel languit op de bank te kunnen doen. Bovendien vond ik het opeens een geruststellende gedachte om de telefoon ook 's nachts bij de hand te hebben.

Aan het fenomeen van de mobiele telefoontjes kon ik mij mateloos ergeren. Ik had geen hoge pet op van al die mensen die hiermee interessant liepen te doen en zichzelf blijkbaar onmisbaar achtten. Maar stel nou, dat ik 's avonds ergens panne zou krijgen met mijn auto? Het was mij eerder overkomen, maar toen was hij er nog... Met dit schrikbeeld voor ogen aarzelde ik nu niet langer en kocht ik dus toch een mobieltje. Zonder dit overigens in wijde kring bekend te maken, want ik wilde niet constant bereikbaar zijn. Slechts wanneer ík daar behoefte aan had, had ik nu de veilige zekerheid dat ik de wereld kon bereiken.
Datzelfde gold eigenlijk ook voor het hebben van een PC thuis. Op mijn werk had ik al een PC. Toen Eric er nog was, hadden wij geen behoefte om 's avonds ook nog eens thuis achter zo'n apparaat te zitten. En van het internet moesten wij sowieso al niets hebben. Daar kon je wel eens verslaafd aan raken…

Bouwpakket

Maar toen alles anders was geworden en mijn leven 180 graden was omgedraaid, werd het steeds moeilijker om de avonden alleen door te komen. Bovendien zat ik thuis in de "ziektewet". En de administratieve rompslomp na zijn overlijden leidde er al snel toe dat ik noodgedwongen letterlijk een overvolle agenda kreeg. Ik had het zo druk als een klein baasje. Er moesten veel brieven verstuurd worden en ineens leek mij zo'n PC toch wel handig. Maar wat ook in mijn achterhoofd een belangrijke rol speelde: wie weet kon ik via het internet in contact komen met andere lotgenoten.
Binnen een mum van tijd had ik de nieuwste PC met een mooi plat beeldscherm besteld, want hij moest in de huiskamer komen en dus niet al te pompeus zijn. Ik zag mij niet in de kleine zijkamer zitten. Op deze manier had ik alles bij de hand en verder was er niemand die zich daaraan hoefde te storen.
Ik kocht er meteen een PC-tafel bij, maar helaas bleek het wel een bouwpakket te zijn. Ik moest het dus zélf in elkaar zetten en dat was bepaald geen prettig vooruitzicht. Wachtend in de rij voor de afhaalbalie realiseerde ik mij plotseling: hoe moet ik dit zware pakket in m'n eentje de auto in tillen? Maar, op zo'n moment biedt het feit dat ik van het "zwakke" geslacht ben, tóch wel weer voordelen. De baliemedewerker was gelukkig bereid om mij hier mee te helpen. Toen ik hem na het inladen vervolgens een beetje vertwijfeld vroeg hoe ik dit gevaarte straks weer alleen uit de auto zou kunnen krijgen, adviseerde hij mij om het pakket dan maar in de auto open te maken en de onderdelen stuk voor stuk te versjouwen. Badend in het zweet, en dankbaar dat niemand mij in het donker kon zien stuntelen, heb ik dit zo gedaan, maar het huilen stond mij nader dan het lachen...

De volgende dag moest ik er aan geloven. De PC zou binnen drie dagen worden thuisbezorgd en dan moest de tafel uiteraard gemonteerd zijn. De gebruiksaanwijzing die erbij zat (1 A4-tje) was om wanhopig van te worden. Ik werd horrendol van alle moertjes en schroefjes. Het enige wat duidelijk getekend was, waren een schroevendraaier en een hamer. En daarvoor moest ik dus in "zijn" gereedschapskist duiken om tot de ontdekking te komen dat zelfs zo'n eenvoudige handeling pijn doet...
Twee dagen ben ik bezig geweest met schroeven en hameren. Een paar keer heb ik er het bijltje bij neer willen gooien. Waarom was hij er nu niet om mij te helpen?! Maar ik had geen keus en wilde het zélf doen. Het zou immers beslist niet de laatste keer zijn dat ik iets in elkaar zou moeten zetten. Eens moest het, ook wat dit betreft, voor mij de eerste keer zijn. Na een ingelaste rustpauze raapte ik al mijn moed weer bij elkaar om vervolgens met frisse tegenzin verder te gaan. En ja hoor, met een beetje gesjoemel lukte het me de tafel in elkaar te zetten. Dat ik de schuifplank voor het toetsenbord (tot op de dag van vandaag!) verkeerd heb gemonteerd laat ik maar voor wat het is: een kniesoor die dáár op let. Vroeger was ik zo'n kniesoor, nu maar even niet meer.
Wanneer de PC een paar dagen later arriveert, begint de volgende klus. Ik moet alle kabels naar de juiste plek zien te dirigeren en, wonder boven wonder, lukt mij dit met behulp van de nu vrij duidelijke instructie. Zo kan het dus ook! De aansluitingen van telefoon, modem en fax bezorgen mij nog de meeste hoofdbrekens, maar ook dat werkt met wat telefonische assistentie uiteindelijk. Tenslotte nog de e-mail installeren en klaar is Monique. Uitgeput, maar apetrots op zichzelf.

De Draaikolk

Verwachtingsvol ga ik het net op en er gaat een hele nieuwe wereld voor mij open. Maar ik kan niet de rust opbrengen om eerst de (vele!) handleidingen te bestuderen. Ik wil zo snel mogelijk op zoek naar lotgenoten. Maar hoe? Van het bestaan van zoekmachines ben ik nog niet op de hoogte. Ik typ maar wat raak: dood.nl; begrafenis.nl; crematie.nl; verlies.nl; verdriet.nl; pijn.nl; overlijden.nl. Dit alles levert mij niet direct iets bruikbaars op. Totdat ik rouw.nl probeer en ik tot mijn vreugde op "De Draaikolk" stuit...

Met gemengde gevoelens bekijk ik de "Mailbox" en het "Gastenboek". Zoveel verdriet! Ik dacht dat ik met mijn 38 jaar een vrij jonge weduwe was, maar ik lees dat er nóg jongere mensen, onder nóg ergere omstandigheden hun partner hebben verloren. Het lezen van alle verhalen maakt mij verdrietig. Het brengt emoties in mij los die tot dan toe slechts onderhuids aan het sluimeren waren. Het lijkt alsof er een sluis wordt opengezet. De ontlading doet mij goed. Ineens voel ik mij een stukje minder eenzaam. Het doet pijn maar tegelijkertijd troost het mij ook.
Nog voordat ik de gehele editie heb bekeken stuur ik mijn gegevens door voor plaatsing in de "Mailbox" en "Ik denk aan jou" en ik maak mijn tekst voor in het "Gastenboek". Als ik het later terugzie op het scherm en besef dat dit voor iedereen te lezen is, is dat toch wel even slikken.

Vrij snel krijg ik een uitgebreide reactie terug van de hoofdredacteur. Bert schrijft mij onder meer dat hij uit het feit dat hij 35 jaar gelukkig getrouwd is geweest geen troost kan putten. Dat dit juist extra pijn doet omdat het nu voorbij is... Zijn woorden brengen bij mij een fikse (tot dan toe zeldzame) huilbui teweeg. Datzelfde heb ik namelijk ook geantwoord toen een collega mij adviseerde om toch maar vooral die fijne herinneringen te koesteren.
In de weken erna mail ik intensief over en weer met een aantal lotgenoten. Bekaf word ik ervan, maar ik ga er koortsachtig mee door. Ik slaag er niet in om mij tot korte stukjes te beperken. Nee, bladzijde na bladzijde schrijf ik vol. Als een spons zuig ik zoveel mogelijk verhalen in mij op en sommige ervan raken een tere snaar bij mij.
Ik mail Bert over mijn twijfels om ook iets te schrijven voor de "Draaikolk". Ik ben immers geen journalist, zoals hij. Zoiets heb ik nog nooit gedaan. Bovendien, als ik eraan begin, zal ik het dan ook vol kunnen houden? Maar hij stimuleert mij om dit vooral wél te doen, want dat is altijd zijn bedoeling geweest, om anderen ook aan te zetten tot schrijven. Toch vind ik het griezelig om mijn persoonlijke verhaal met mijn naam eronder op het web te plaatsen. Hij wijst mij erop dat hij dit ook zo doet. Dat dit alleen maar kan werken als ik mij, net als hij, open en kwetsbaar durf op te stellen. Alleen zo zullen anderen zich in mijn ervaring kunnen herkennen. Dat is immers de opzet: herkenning en erkenning van gevoelens van lotgenoten onderling.

"Blaka Rosoe"

Ik waag het erop en zo kwam "Blaka Rosoe" tot leven. Op het moment dat ik er voor ging zitten, was ik niet meer te houden. Urenlang was ik er, soms tot diep in de nacht, mee bezig. De eerste afleveringen heb ik in twee weken tijd achter elkaar geschreven. Zo kon de hoofdredacteur even vooruit. De overige afleveringen volgden veel later, soms met tussenpozen van maanden. Hierdoor gebeurde het dat ik dus in feite met terugwerkende kracht over mijn gevoelens heb geschreven, terwijl ik inmiddels weer een stuk verder was in mijn verwerking.
Het van mij afschrijven van mijn gevoelens heeft me enorm geholpen. Niet gehinderd door mijn tranen kon ik al schrijvende een beetje orde aanbrengen in de chaos in mijn hoofd. Tóch moest ik mij voor aanvang van elke nieuwe aflevering er steeds weer toe zetten om eraan te beginnen, om vervolgens niet meer te kunnen stoppen. Het geeft me een goed gevoel dat ik het heb gedaan. Ondanks dat ik het mijzelf niet altijd heb willen aandoen om mijn verhaal op het moment van plaatsing op de "Draaikolk" weer terug te lezen, gaf en geeft het feit dát het verhaal van Eric en mij is vastgelegd mij een goed gevoel.

En zo is er met deze laatste aflevering een einde gekomen aan "Blaka Rosoe", waarin ik, in grote lijnen, voornamelijk mijn gevoelens gedurende het eerste jaar na Eric's overlijden heb beschreven. Natuurlijk is hiermee geen einde gekomen aan mijn rouwverwerking. Gevoelens van gemis en melancholie zijn nog dagelijks aanwezig. Maar niet langer op de voorgrond. Het draait constant "stand-by", en soms zijn ze opeens weer "actief".
Mijn leven is onomkeerbaar veranderd, in negatieve maar ook in positieve zin. Ik ben er vooralsnog sterker door geworden, maar ik heb er wel een ontzaggelijk hoge prijs voor moeten betalen....Het onbezorgde, voor zover ik dat ooit écht heb gehad, is er voorgoed af. Ik heb niet de illusie dat ik ooit met volle overtuiging zal kunnen zeggen dat "het" voorbij is. Maar dat hoeft ook niet. Daarvoor zijn die jaren met hem mij te dierbaar geweest.

Keerpunt

De aanschaf van die PC en de ontdekking van "De Draaikolk" is in menig opzicht een keerpunt in mijn leven geworden. Hierover zal ik proberen te blijven schrijven. Voor mezelf, maar ook voor de lotgenoten die nog maar aan het begin van die lange weg staan. Om hen een klein steuntje in de rug te geven. Om hen te laten zien dat het langzaam "beter" zal gaan.
Ik zal dit doen onder een nieuwe titel:
"Dubbel-leven". Want "Blaka Rosoe" verdient een eigen afronding, een eigen plek. Net zoals Eric ook voorgoed een eigen plek in mijn hart zal blijven houden.

december 2001
Monique Klaverweide


Tia Maria, kort verhaal door Bert Vos

,,We zouden eigenlijk beter met elkaar moeten communiceren. We moeten véél meer praten", zei de man tegen de vrouw die tegenover hem aan het tafeltje rusteloos in de koud geworden koffie roerde. Voor haar lag een grote, ietwat vergeelde zwartwitfoto waar ze strak haar ogen op gericht hield.
Zenuwachtig, omdat ze niet reageerde, drukte hij zijn sigaret uit en stak een nieuwe aan, inhaleerde diep en blies een rookwolk in de richting van de vrouw die begon te hoesten en afwerend met haar handen zwaaide. Met een ietwat trieste, gelaten blik keek ze hem aan.
"Communiceren?", vroeg ze toen, met een wat trage stem alsof ze heel ver weg was met haar gedachten, "communiceren? Méér praten? Wat bedoel je dáár nou mee? We praten toch? Soms."
De man blies zonder er bij na te denken een nieuwe wolk sigarettenrook in haar richting. En haalde toen zijn schouders op in een wat hulpeloos gebaar.
"Nou, je weet wel". Het klonk een beetje alsof hij er ook niet echt zelf in geloofde. "Wij zouden bijvoorbeeld kunnen praten over ons, over jou, over mij", zei hij, zachtjes nu, alsof hij bang was dat iemand anders het zou kunnen verstaan. "Wij zouden kunnen praten over onze gevoelens. Hoe wij ons voelen. Jij en ik."
Zij keek hem zwijgend aan. In haar ogen lag een onderzoekende blik.
"Voelen?", zei ze toen. "Wat bedoel je met voelen? Voel jij dan iets? Voelen wij samen iets?"

Op dat moment kwam de serveerster langs en vroeg of ze nog iets wilden gebruiken. ,,Ja", zei zij, "geef mij maar een likeurtje". ,,Hmmm", bromde hij, ,,slap vrouwengedoe. Zet er maar een jenever neer, een jonge". De serveerster knikt. "En wat mag het voor een likeurtje zijn"?, vroeg zij aan de vrouw die de koud geworden koffie nu van haar afschoof en naar de foto voor haar keek.
,,Doe maar een Tia Maria", mompelde ze nauwelijks hoorbaar. Even later zaten ze zwijgend tegenover elkaar met een glas in de hand.
De man begon opeens te lachen alsof iemand hem in gedachten een mooie mop vertelde. "Je maakt er deze keer een dolle boel van met dat gekke likeurtje van je. Die neem je anders toch nooit?". Zijn stem klonk geforceerd vrolijk. En toen, bezorgd: ,,Is er wat?"
Zij haalde haar schouders op en keek een beetje dromerig uit het raam.
"Tia Maria…"
Er klonk een melancholieke ondertoon in haar stem.
,,Dat is lang geleden dat ik dat voor het laatst gedronken heb".
"Hoe lang?", vroeg hij opeens zacht.
Het bleef minutenlang stil aan het tafeltje aan het raam. Uit de speakers aan de muur klonken onbestemde, klagend knarsende geluiden. Het leek een bluesnummer van eeuwen geleden. De geluidsinstallatie was duidelijk aan vervanging toe.
,,Weet je, ik heb het met hem gedronken", zei ze. ,,Toen. Die laatste keer, vlak voordat het gebeurde".
Hij wendde abrupt zijn blik af, dronk in één teug zijn glas leeg, keek naar de bar en wenkte de serveerster. ,,Schenk er nog maar een jonge bij", zei hij, ,,en zet er ook maar een biertje naast."
Hij verviel in een somber stilzwijgen, terwijl zij voorzichtig aan haar Tia Maria nipte haast alsof ze het glas een kus gaf.
"Waarom zeg je nu niks?", vroeg ze. ,,Jij wilde toch graag communiceren, eh.. praten over gevoelens?" Hij zuchtte diep en drukte ietwat geïrriteerd zijn sigaret uit in de zwaar bevlekte asbak waarin zichtbaar al erg veel peukjes waren uitgedrukt.
"Tia Maria, ach ja..., Tia Maria."
De stilte tussen hen bleef als een onbestemde vraag hangen.

Met een klap zette de man het glas pils op tafel. "Wij hadden het over communiceren", zei hij, en zijn stem klonk wat harder dan hij eigenlijk had gewild. Hij zag in haar ogen dat zij ervan schrok.
"We praten toch?", zei zij, en het klonk als een verontschuldiging. "We praten toch met z'n tweetjes? Is dat dan geen communiceren?"
Hij schudde zijn hoofd.
"Het enige wat wij vandaag tot nog toe gedaan hebben is praten over Tia Maria", klonk het wat nors. ,,Vorig jaar was dat toch anders, weet je nog? Je was ook vrolijker. Je bent nu steeds in gedachten verzonken." Hij keek haar aan terwijl zijn hand over het tafeltje naar de hare gleed. Hun vingers beroerden elkaar. Heel even maar. Toen trok zij haar hand terug. ,,Wat voelde je toen je voor de laatste keer Tia Maria dronk?".
Er gleed een traan over haar wang.
"Ik voelde eigenlijk niets", zei ze, "helemaal niets. Ik heb daarna nog een hele fles leeggedronken en ik voelde helemaal niets."
"Ach ja", zei hij peinzend, "Ik heb dat ook wel eens meegemaakt. Dat heb je soms, kun je niks aan doen". En dan, abrupt: ,,Kom, ik denk dat ik maar eens ga."

Ze kwam enigszins tot leven. Alsof zij ontwaakte uit een soort roes. "Je bent er net!" protesteerde ze, ,,We waren zo gezellig aan het praten. Toe, blijf nog even."
"Hmmm", bromde hij en het leek alsof hij een rol in een toneelstuk speelde. "Wat je maar gezellig noemt. Je hebt het over die fles die je leegdronk. Noem je dat gezellig? Wat dacht je wat ik deed, de laatste keer dat ik jonge jenever dronk?"
Zij keek hem zwijgend aan, minutenlang. Toen zei ze zacht: "Ik denk dat je de fles toen óók hebt leeggedronken."
"Zo is het", knikte hij, "en laten we het daar maar op houden. Genoeg gecommuniceerd. Ik ga naar huis. Volgend jaar praten we verder. Jij bent deze keer aan de beurt om te betalen."
Zij knikte berustend. "Ga maar", zei ze, "Zoals je zegt: ik ben aan de beurt om te betalen. Doe je voorzichtig? Jij bent de enige vriend die ik nog heb."
Hij keek ineens naar haar met een liefdevolle blik. ,,Ik weet het," mompelde hij, ,,en jij bent ook mijn enige vriendin. Ik zou jou niet graag willen verliezen". Zijn sterke handen grepen toen met een ineens afkappend gebaar de wielen van zijn rolstoel en hij reed zichzelf naar de deur. De knarsende speakers produceerden, naast het wat piepend schuiven van de wielen over het donkere parket, het enige geluid in het café.
Zij knikte met een glimlach naar hem voordat de deur achter hem dichtviel en het straatgeruis verstomde. Ze keek hem na door het raam terwijl hij langzaam de straat uitreed. Eén keer keek hij achterom en toen, zij schrok ervan, zwaaide hij opeens naar haar. En dat, besefte ze, had hij in al die jaren nog nooit eerder gedaan. Ze voelde zich ineens over haar hele lichaam warm worden terwijl ze aarzelend verlegen terug zwaaide.

,,Aardige man," zei de serveerster toen ze het tafeltje afruimde, ,,heeft het vast niet gemakkelijk.
,,Ja, een erg aardige man", zei de vrouw en dronk haar glas zonder te nippen leeg. ,,En hij heeft het inderdaad niet gemakkelijk. Geef mij nog maar een Tia Maria". Ze aarzelde even. "Maak er maar een dubbele van".

De man in de rolstoel was inmiddels een onbestemde vlek geworden in het vervagende straatbeeld. Ze dacht niet zonder vertedering aan hem. Haar vriend. Ooit was hij de chauffeur van haar man. Tot die ene dag van het ongeluk, nu exact vijf jaar geleden. Niet zijn schuld, maar toch…
Ze wendde haar blik af en keek lang naar de foto die al die tijd op het tafeltje voor haar had gelegen. Zoals elk jaar als zij en haar vriend in dit café aan dit tafeltje op steeds dezelfde datum bij elkaar kwamen. Maar dit keer was anders. Dit was het eerste ,,lustrum".
De foto liet haar zien zoals ze toen was. Onbezorgd. Samen met haar verongelukte man, lang geleden, zittend aan een tafeltje in een café. Hetzelfde café als waar ze nu zat. Hetzelfde tafeltje. En tussen hen in op de tafel stond een lege fles Tia Maria.

,,Volgend jaar zal het anders zijn", fluisterde ze. ,,Volgend jaar. Lang genoeg gewacht". Ze pakte de foto van tafel en begon te scheuren. Langzaam, strookje na strookje, verscheurde ze haar verdriet en ook, zo voelde ze, een klein beetje van haar verleden en ze dacht aan de toekomst die voor haar lag. Met haar vriend, dacht ze glimlachend. Ze wist ineens zeker dat hij dáár volgend jaar klaar voor zou zijn. En alleen die gedachte al vervulde haar met hoop.

Ze pakte het dubbele glas Tia Maria en dronk het in één teug leeg.

december 2001


Onze impressie van jullie eerste Draaikolkontmoeting:

De dag dat binnen ,,de zon scheen" terwijl het buiten grijze flarden regende

Het lijkt vreemd, maar zo heb ik het, zo hebben wij het, ervaren: terwijl het buiten in grijze, sombere flarden regende en miezerde, scheen binnen een warme zon waarin ik me gedurende enkele uren heb gekoesterd alsof ik aan een goudgeel strand lag in een exotisch oord. Wat voelde dat ontzettend goed aan: jullie spontane reacties, de ongedwongen, haast vanzelfsprekende manier waarop jullie de uitdaging van de eerste Draaikolkbijeenkomst hebben opgepakt. Hoe jullie binnen de kortst mogelijke tijd zeer geanimeerd met elkaar in gesprek waren. Alsof jullie elkaar al jaren kenden. En toch… Toch was het voor de meeste van jullie de eerste keer. Waren jullie voor elkaar eigenlijk niet veel meer dan namen van lotgenoten achter e-mailadressen.

Lotgenoten. We waren allemaal lotgenoten van elkaar. Allemaal met dezelfde, maar ook weer unieke eigen ervaring van het verdrietige verlies van je partner. En samen hebben we er over gepraat. Urenlang. Hebben we ervaringen uitgewisseld. Hebben we de moed opgebracht om onze ziel bloot te leggen toen gespreksleidster Ingrid Elfferich jullie op haar zo eigen, bijzondere wijze uitdaagde dat te doen. Ik heb dat allemaal met verbazing, met bewondering en met dankbaarheid ondergaan.

,Petje af voor ons

,,Petje af voor ons!" schreef een lotgenote me na afloop en vatte daarmee eigenlijk heel goed samen wat we met z'n allen hebben gedaan. Ook ik heb jullie in gedachten een geweldig compliment gegeven. Dat hebben jullie allemaal dubbel en dwars verdiend! Uit heel Nederland kwamen jullie. Sommigen moesten er uren voor reizen. Maar jullie kwamen.
En wat een sfeer, wat een warmte, wat een spontaniteit ontstond toen zo maar binnen zeer korte tijd! Dat was echt geweldig en heel mooi om te zien. Ik heb daar stilletjes van staan genieten.
Pas heel veel later drong het tot me door dat deze bijeenkomst alleen maar kon ontstaan omdat ik, bijna vier jaar geleden, mijn vrouw Janny verloor en daarna met de Draaikolk startte. Toen anderen me dat vertelden, pas toen besefte ik hoe bijzonder dit eigenlijk was. Deze ontmoeting van bijna 75 grotendeels wildvreemden voor elkaar die het er voor over hadden om naar Barneveld af te reizen om samen te kunnen praten over wat ons allemaal beroert: het verdriet over ons verlies.

Een lach en een traan

Maar natuurlijk was het óók gezellig. Werd er óók veel gelachen naast de tranen, naast de emoties die er natuurlijk ook waren. We zeggen het zo vaak, dat onze gevoelens zo dubbel zijn, vooral als we ons lekker voelen, kunnen lachen, terwijl we de dag ervoor nog hele watervallen hebben gehuild. Dát dubbele gevoel was zaterdag 1 december ook bij jullie vast wel aanwezig. Zeker toen we net aan de afronding van een zwaar onderwerp bezig waren en buiten, in het licht van de Sinterklaas-feestverlichting een Zwarte Pieten-kapel plus Sint met veel feestgedruis aan kwam lopen om, pal naast ,,onze" herberg, een compleet concert te geven. Symbolisch voor het feit dat het leven buiten gewoon doorgaat. Niet met een grote boog om ons heen liep omdat we hier ,,toevallig" samen praatten over ons verdriet, ons verlies.
En die Zwarte Pieten bleven maar muziek maken, terwijl ze hoopvol naar de herbergdeur keken. Ik wist óók wáárom ze dat deden: het is in deze streek vaak gebruikelijk dat ze een rondje krijgen aangeboden van de desbetreffende caféhouder. Maar de muzikale Zwarte Pieten hadden pech, deze keer. Want de herberg was vol. Helemaal vol. Met ons.

Gekke afsluiting...

Het was een wat gekke afsluiting van de discussies, van een aan de ene kant misschien moeilijke en ook zware, maar aan de andere kant hopelijk ook wel een klein beetje ontspannende middag. Een middag die door lotgenote en goede vriendin van ons, Adrie van Soldt, hartverwarmend op de inmiddels van haar bekende wijze werd afgesloten met een dankwoord namens jullie allemaal én een aankondiging. En wij, Monique en ik, hebben van verschillende deelnemers aan de bijeenkomst het dringend verzoek gekregen om dat laatste óók op de site te zetten. We hebben daar toch wel enige aarzeling bij. Maar oké, vooruit dan maar:

Op 14 februari 2002 gaan Monique en ik trouwen in het gemeentehuis van Leusden. Nadat we bijna twee jaar ons leven samen hebben gedeeld hebben we besloten om onze liefde voor elkaar te bezegelen met een huwelijk. En Adrie vertelde trots één van onze getuigen te zijn. Het is, voor zover we weten, het eerste Draaikolkhuwelijk, maar wie weet…

De eerste Draaikolkbijeenkomst werd afgesloten met een heel gezellig, sfeervol lopend buffet waaraan bijna veertig lotgenoten deelnamen. Het was een ontspannende afsluiting van een dag vol wisselende emoties. Een dag die zeker voor herhaling vatbaar is, zo werd ons na afloop duidelijk gemaakt. Maar we lazen in sommige ogen van jullie ook een zekere angst: ze gaan nu wel trouwen, maar blijven ze de Draaikolk wel doen?
Wees gerust. We zullen jullie niet in de steek laten. Want ook al gaan we trouwen, we blijven lotgenoten. Naast ons geluk blijft het verdriet om wat we hebben verloren. Bij elke stap die wij zetten komen de herinneringen aan onze overleden partners weer naar boven. Ook dát zullen we samen moeten verwerken. We zullen de Draaikolk blijven koesteren als een kostbaar kleinood. Als een, naar we hopen, steeds terugkerend rustpunt in de dagelijkse draaikolk van emoties.

Bert (en natuurlijk ook namens Monique)


Welkomstwoord Draaikolkbijeenkomst

Als begin van de eerste Draaikolk- bijeenkomst op zaterdag 1 december 2001 in Barneveld, hield ik, met bibberende knieën een openingstoespraak waarin ik nog even inging op het ontstaan van de Draaikolk en wat er allemaal uit voortkwam. Voor hen die er deze keer niet bij konden zijn plaats ik de tekst van deze toespraak integraal op deze pagina. -Bert-


Beste lotgenoten, vrienden en vriendinnen

Toen Monique en ik eindelijk, na héél lang twijfelen, besloten om een Draaikolkbijeenkomst te organiseren, beseften we eigenlijk niet goed wat we ons op de hals haalden. Het was lotgenoot Bert Kuipers die ons min of meer waarschuwde voor de enorme klus die het wellicht zou blijken te zijn. Hij heeft gelijk gekregen. Gelukkig, zou ik er aan toe willen voegen, want het betekent dat we met deze bijeenkomst aan een duidelijke behoefte voldoen.
En dat is, wat ik eigenlijk altijd heb gewild met De Draaikolk: jullie, mijn lotgenoten én mezelf iets geven wat er nog niet was. Een eigen webplek waarin je jezelf zou kunnen herkennen.

En nu dus deze bijeenkomst.

Twijfelende angsthazen

Enkele jaren geleden, toen de Draaikolk nog maar nauwelijks draaide, dacht ik er al over en schreef dat naar enkele lotgenoten van het eerste uur, zoals Marij Reeuwijk, Agnes Ostendorff en Ankie Ellen. Ook zij vonden het toen ook al een strak plan, ook al was niemand van ons in beweging te krijgen om het ook daadwerkelijk uit te voeren. Twijfelende angsthazen die we zijn!

Dat het er desondanks toch van is gekomen, is niet in de laatste plaats aan Monique te danken, die, toen zij in mijn leven kwam, heel enthousiast samen met mij aan de Draaikolk verder werkte en die bijeenkomst wel wilde organiseren. Gewoon een kwestie van zaaltje huren, prijs vaststellen, datum prikken en mailing versturen. Een kind kan de was doen.
Maar mensen die rouwen zijn, jullie weten dat als geen ander, formidabele twijfelaars en wij zijn dat natuurlijk ook. Bovendien heb ik de aardige gewoonte om heel vaak direct héél veel beren op de weg te zien en het kostte Monique dan ook nogal wat tijd en overredingskracht voordat die spookberen waren opgeruimd.
En wij aan het werk gingen.

Mijn stamkroeg...

Maar nu is het dan zover en zitten we hier zo maar in Barneveld in deze eeuwenoude herberg. We vonden dit een fijne, gezellige plek. Geen kille conferentiezaal. Het is Monique's favoriete restaurant geworden als we in Barneveld zijn. Dankzij mede door haar zitten we dus hier met z'n allen. Maar er speelt misschien wel een ander argument mee: het was óók ooit mijn stamkroeg toen het nog meer café dan restaurant was. Hier heb ik heel wat vrijdagmiddagen met mijn journalistieke collega's doorgebracht, nog wat napratend over al die mooie kranten die we die week weer hadden gemaakt. Dat is inmiddels echt een beeld uit een vorig leven. Toen alles nog was zoals het moest zijn. En ik, vaak veel te laat, mijn vrouw Janny moest bellen om te vertellen dat het ,,even wat later zou worden".
Ik hoef nu niet meer te bellen ook al wordt het misschien wat later. Nu is alles anders geworden.

Maar dat wil niet zeggen dat het dus slechter is geworden. Het is anders.
En dankzij het feit dat ik Monique leerde kennen, heb ik méér dan ooit na Janny's dood weer een reden om mijn leven toch verder te willen leven, om de gordijnen van mijn huis open te schuiven en het zonlicht weer binnen te laten.

Nieuw hoofdstuk in je leven

Vandaag zitten hier meerdere lotgenoten die (gelukkig) hetzelfde is overkomen en ik wens hen heel veel geluk toe. Zoals ik hoop dat jullie allemaal ooit, wanneer dan ook, weer aan een nieuw hoofdstuk in jullie leven kunnen beginnen, samen met iemand die je lief is om dat leven te delen.
Ik zie nu verschillende hoofden schudden en hoor in gedachten allerlei tegensputterende opmerkingen. Ik weet het, want ik dacht en zei hetzelfde: ik hield zielsveel van mijn vrouw en zij was onvervangbaar. Dat is ook niet veranderd.
Haar plaats in mijn hart is nog steeds onveranderd. Maar er is wél ruimte gekomen voor iemand anders.

En juist dát kon ik me toen niet voorstellen. En toch gebeurde het. Zo maar. Misschien wel omdat ik het gewoon liét gebeuren. En het gekke is dat er helemaal geen sprake is van ,,schuldgevoelens". En dat hoeft ook niet. Want ik weet zeker dat onze partners ons in ons verdere leven het beste zouden hebben gegund. En dat misschien, van waar dan ook, nog steeds doen en ons proberen de goede kant op te sturen. Ik vind dat elke keer weer een mooie, troostvolle gedachte om te denken.

Maar we willen ons vandaag helemaal niet bezig houden met schuldgevoelens. We hoeven trouwens helemaal niet te praten over allerlei ,,zware" onderwerpen als we dat niet willen. Want jullie samen bepalen waar we over praten. We hebben daarover jullie per e-mail benaderd, zoals jullie weten en ook dat heeft ons geholpen om een klein beetje structuur in deze eerste Draaikolkbijeenkomst te brengen. Structuur waar sommigen onder jullie min of meer om hebben gevraagd.

Maar eerst is er nu ruimte om elkaar wat beter te leren kennen. Neem daar gerust de tijd voor. Blijf niet aan je tafeltje zitten, loop gewoon wat rond. Dat doen wij ook.
En daarna ruimen we tijd in voor allerlei door jullie aangedragen vragen en onderwerpen. Praten we over zaken die jullie belangrijk vonden en vinden.

We hebben Ingrid Elfferich bereid gevonden om ons daarbij te helpen. Ingrid heeft veel ervaring met het leiden en begeleiden van rouwgroepen. Zij wéét waar wij mee bezig zijn, wat ons beroert. Ik kan daar bovendien nog aan toevoegen dat haar partner Henk weduwnaar is en dus een lotgenoot.

Geen ,,huwelijksmarkt"

Voorlopig genoeg gepraat. Neem de tijd, maak kennis met elkaar, praat met elkaar over alles wat jullie bindt en hier bij elkaar heeft gebracht. En dames, het was jullie waarschijnlijk al opgevallen: het aantal mannen is ver beneden de statistische benedengrens. Helaas durven misschien nog te weinig mannelijke lotgenoten over die drempel te stappen. Misschien is dat omdat wellicht meteen wordt gedacht aan een soort ,,huwelijksmarkt". Nou, dat is het dus zeker niet, ook al betekent het niet dat er daarom geen hechtere contacten kunnen ontstaan dan die tussen mailbox en mailbox.
Wat dat betreft moet iedereen zijn of haar eigen hart volgen en in alles wat je doet, ook nu, onze Draaikolk-lijfspreuk in gedachten houden: ,,Laat het gebeuren!" Wat dan ook. Jullie hebben een goede start gemaakt door de drempel naar deze bijeenkomst te nemen. Zoals Tiny Smit dat deed door hier te komen op de sterfdag van haar man. Dat noem ik dubbele moed.

Bedankt in ieder geval voor dát vertrouwen. Monique en ik wensen jullie een hele fijne middag en voor hen die zich daarvoor opgaven: een fijne avond.

Bert Vos
1 december 2001


Ruggesteuntjes (3) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Klaverweide


Gedichten van Bert Vos

Gemis

Dennebomen
Glinsterende ballen
Kristallen engelen
Digitale kaarsen

Uiterlijk vertoon
verbergt het gemis
van wat ooit was:

de warmte van
een onmisbaar mens
daar kan toch geen
kerstboom tegen op?

Ik staar naar de
kerstballen en voel
me vreugdeloos

Ik kijk naar de hemel
in de nacht en zie
haar ster tussen
al die miljarden sterren
en weet: net als zij
ben ik niet alleen

Ik weet eigenlijk niet
of dat echt een troost is
maar is er nog meer dan dat?

december 2001

*

Men zegt…

Men zegt dat ik
niet meer kan werken
omdat ik rouw

Men zegt dat ik
voor de maatschappij
voorgoed verloren ben

Men zegt óók, dat ik
niet zo moet zeuren
en vooruit moet zien

Ik doe wat ze zeggen
en zie: het is eigenlijk
best goed met mij

Wat zeuren die mensen
dan toch?

december 2001

*

Ik voel

Ik voel hoe het geluk
door mijn leven stroomt
als warm water uit een heldere bron

Ik voel hoe mijn energie
de poriën van
mijn denken vult

Ik voel hoe de toekomst
voor me ligt als
een eindeloos geschenk

Ik voel, ik voel, ik voel!

En leef mijn leven,
was me koesterend
in het warme water
van de heldere bron
die jij bent

december 2001


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Brief van de maand: ,,Spoor ik eigenlijk wel?"

Nell van Bruggen stuurde een uitgebreide reactie op ons artikel en naar aanleiding van jullie reacties over werken na het overlijden van je partner. Het verhaal van Nell is heel bijzonder, vinden wij. Zij vraagt zich af of ,,ze wel spoort, of ze misschien abnormaal is". Nell is geen moment gestopt met werken nadat haar man overleed en ze heeft de indruk gekregen uit alle verhalen in De Draaikolk, dat ze daardoor ,,anders" is dan andere lotgenoten. Ze denkt dat ze in al die tijd (bijna 7 jaar) haar rouw niet heeft verwerkt, dat ook niet nodig heeft gehad. Is dat een jarenlange vlucht geweest? Lees het bijzondere verhaal van Nell en wie dezelfde ervaring heeft wordt verzocht om te reageren met jouw verhaal. (Bert)

Beste redactie,

Vanavond door een artikel in Libelle, er pas achter gekomen dat jullie website bestaat terwijl ik al sinds 1995 weduwe ben.
Een aantal artikelen gelezen over reacties op het werk na een overlijden, of men nog in staat is te werken, men geen rouwverlof kent binnen een CAO, er weinig geregeld is, etc. etc.
Dat ik daar nou beter van werd? Ik begin te geloven dat ik volledig abnormaal ben. Om bij het begin te beginnen: mijn man hoorde in september 1993 dat hij darm- en leverkanker had. Twee weken later een zeer zware buikoperatie waarbij een flink stuk darm verwijderd werd. In de onderzoeken voorafgaand aan de operatie kwam vast te staan dat hij ook uitzaaiingen in de lever had. De molen ging draaien en draaide als een dolleman steeds harder. Verwijzing naar het Radboudziekenhuis in Nijmegen, chemokuur op chemokuur etc. etc. In die tijd werkte ik parttime 32 uur per week verdeeld over 4 dagen. Ik heb periodes alleen maar heen-en-weer gerend tussen ziekenhuis, werk en huis. Door de implantatie van een apparaatje, kon mijn man thuis zijn chemokuren ondergaan. Ik leed er verschrikkelijk onder dat ik dan niet bij hem kon zijn en moest werken, aan de andere kant leverde het ook wat afleiding. Daarbij was mijn man niet aangenaam om mee te leven in deze tijd, hij was erg moeilijk. Nooit deed ik het goed. Probeerde ik hem op te beuren, dan begreep ik hem niet. Alleen naar een dokter of ziekenhuis durfde hij niet, dus ging ik altijd mee, soms dagelijks. In tijden dat hij opgenomen was, werkte ik 5 dagen van 5 uur per dag en nam werk mee om thuis te doen, zodat ik toch bijna altijd aan 32 uur of meer per week kwam. Ik moet er wel bij zeggen dat men op het werk hierover niet moeilijk deed, 25 uur was voor hen meer dan genoeg.

Toen het eind 1994, begin 1995, heel snel bergafwaarts ging met zijn gezondheid en ik dagelijks wel 6 of meer uur bij hem zat in het ziekenhuis, zelfs 's nachts gebeld werd dat hij naar mij vroeg en ik maar weer in de auto richting Radboud croste, zelfs toen heb ik nog doorgewerkt. Toen mijn man echter niets anders meer wilde dan naar huis komen (om te sterven), heb ik op mijn werk gezegd: "Jullie bekijken maar wat jullie regelen, vanaf a.s. maandag als mijn man thuis komt, kom ik niet meer werken en neem ik de gehele verzorging op mij". Of jullie me doorbetalen of niet, het zal me een zorg zijn. Ook mijn kinderen onderbraken hun studie en kwamen naar huis om hun vader te verzorgen. Alhoewel de artsen het niet verwachtten, stierf mijn man al de vrijdagavond daarop. Ikzelf had het idee dat hij de dag van thuiskomst of kort daarna zou sterven.

Nadat alles wat er op zo'n moment gebeuren moet geregeld was, ben ik na 14 dagen weer volledig aan de slag gegaan. Ik heb toen wel gezegd "hier ben ik, ik probeer te werken maar ik weet niet of dat lukt, maar hele dagen thuis zitten daar wordt ik gek van, beschouw het dus maar als therapie". Ik kreeg te horen dat mij de 3 weken totale afwezigheid werden "geschonken", ik had al die tijd al genoeg van mijn inzet voor de zaak laten blijken.
En geloof het of niet, ik functioneerde als voorheen en al gauw was men vergeten wat mij net overkomen was. Men leek zelfs te denken dat ik dag en nacht beschikbaar was en kreeg veel meer werk toegeschoven omdat er in die tijd binnen de organisatie nogal wat problemen waren. Na enige weken heb ik "aan de bel getrokken" bij mijn baas. Die vroeg begrip voor de situatie van dat moment aan mij en vertelde dat veel mensen het moeilijk hadden en "even" niet functioneerden zoals het hoorde. Ik kon met mijn "hoge output" dat er toch wel even bij doen? Die anderen hadden het toch moeilijk? Ik heb toen (heel cynisch) gezegd "natuurlijk, ik begrijp het, ik ben blij dat er met mij niets aan de hand is, alleen heb IK tussen neus en lippen door "even" mijn man begraven, maar dat er nou iets met mij aan de hand is, nee dat kan ik niet zeggen!" Nou, die mededeling kwam hard aan, men zat direct weer met beide benen op de grond. Uiteindelijk hebben zij ook hun verontschuldigingen aangeboden, het was zo niet bedoeld.

Tot op de dag van heden werk ik, ik ben zelfs in 1997 fulltime gaan werken omdat ik door de invoeringen van de ANW fors gekort ging worden op mijn weduwenpensioen. Ik had nog twee uitwonende, studerende kinderen en dat kostte handen vol met geld. Mijn kinderen hebben de opleiding die zij toen deden (onder druk van mij) afgemaakt, maar konden niet aan hun vervolgopleiding beginnen vanwege de financiën. Mijn dochter is toen maar gaan werken en heeft de universitaire vervolgstudie in de avonduren opgepakt. Dat valt niet mee, met als gevolg dat mijn dochter nu, ruim 6 jaar later, deze studie nog steeds niet afgerond heeft. Mijn zoon had nog 1 jaar studiefinanciering en heeft het gepresteerd om in 26 maanden de gehele universitaire studie af te ronden. Hij heeft daarvoor een lening af moeten sluiten voor 14 maanden. Ik kon echt in mijn eentje al dat geld niet opbrengen.

Al met al hebben de nu bijna 7 jaar na mijn mans overlijden in het teken gestaan van werken, werken en nog eens werken. Als ik dan lees dat anderen die een overlijden hebben meegemaakt, eerst een tijd thuis zijn, dan aangepast c.q. gedeeltelijk werken, begin ik me af te vragen of ik wel helemaal normaal ben. Rouw verwerken? Wat is dat, hoe doe je dat? Alles gaat namelijk door en stap je niet snel in, lig je er zelf uit. Natuurlijk heb ik alles al anderhalf jaar van tevoren aan zien komen, de artsen deden daar ook niet geheimzinnig over. Maar of het daar aan ligt? Als ik zo lees zijn vele overledenen gestorven aan kanker en dat gaat zelden van de ene dag op de andere, dus kan het daaraan niet liggen.
Daarnaast heb ik me vanaf het eerste moment van de wetswijziging van AWW naar ANW verzet hiertegen, actie gevoerd, processen gevoerd etc. etc. en zit in een procedure voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. We hebben een Stichting opgericht waarvan ik bestuurslid ben, we hebben 3 jaar lang een kwartaalblad uitgebracht m.b.t. deze wetswijziging en de problemen die dit veroorzaakte. Veel mensen zijn door ons reeds geholpen en ik steek daar veel tijd in. Mijn sporadische vrije tijd wordt hierdoor bijna geheel opgeslokt. Alles verloopt hier volgens planning. Wel heb ik een paar vaste tijdstippen ingebouwd die "voor mij" zijn, zoals een keer uit eten, een avond sporten per week, naar het theater (gemiddeld 1x per maand) en maak ik jaarlijks -buiten 2 of 3 "tussendoor"-vakanties- een grote reis per cruiseschip. Wat mijn werk betreft heb ik ook niet stilgezeten en ben in de afgelopen jaren "aardig opgeklommen" en heb zelfs ondanks mijn huidige leeftijd (53 jaar) per 1 september jl. een nieuwe functie aanvaard. Eerdaags begin ik weer aan een nieuwe cursus. En dat allemaal in de jaren nà het overlijden van mijn man.

Mijn kinderen zijn na hun studie zelfstandig blijven wonen, ik kwam uit een gezinssituatie met man en 2 kinderen, in de tijd van 2 jaar geheel alleen te staan, 46 jaar oud. Ligt het aan mijn leeftijd, mijn tomeloze energie, het feit dat ik wellicht meer rouw verwerkt heb vóór het overlijden dan erna? Zeg het maar, ik zou wel eens willen weten of er anderen zijn die ook direct "weer ingestapt" en doorgegaan zijn. Ik schrijf dit niet om mezelf "op de borst te slaan", door het lezen van de reacties vraag ik me af of ik wel "helemaal spoor", alhoewel ik moet zeggen dat als dat wat ik nu schets, mij van tevoren verteld was, ik het beslist niet zou hebben geloofd.

Nell van Bruggen (w/v. Van Gelderen) e-mailadres: Gelderen.N.van@raketnet.nl




Graag wil ik jullie een gedicht mailen wat we uit hadden gezocht als
slotgedachte voor de begrafenis van mijn vriend Willem. Toen ik dit gedicht voor de eerste keer las, tijdens het uitzoeken van de teksten voor de mis, kreeg ik het helemaal koud en meteen kwamen de tranen....ik wist het zeker; dit gedicht mocht voor mij zeker niet ontbreken tijdens de begrafenis.

Namen

Streep zijn naam niet door
Al is hij tot stof vergaan
Streep zijn naam niet door
Alsof hij nooit heeft bestaan.

't liefste dat ik heb bezeten
't toekomstbeeld van mijn bestaan
Vraag me niet dat te vergeten
En gewoon weer door te gaan.

Want ik wil weer verder leven
Maar ik weet niet hoe dat moet
'k hoor bij hen die achterbleven
Overleven vraagt veel moed.

Streep zijn naam niet door
Noem zijn naam en laat me weten
Dat ook jij niet zult vergeten
Zo alleen kan ik verder gaan.

Ik hoop dat jullie dit gedicht willen plaatsen want ik denk dat dit veel lotgenoten zal aanspreken. Groeten, Esther van Delft, e-mailadres: evd120874@hotmail.com

We hebben dit gedicht geplaatst, ook al is er geen bronvermelding. De eerste regels zijn heel bekend, maar ik denk dat maar weinigen het gedicht in haar geheel onder ogen hebben gehad. Bij deze dus. Wie weet wie de dichter of dichteres is? -Bert-


Beste Bert,
De komende eindejaarfeesten zullen wellicht voor heel wat 'lotgenoten' een moeilijke tijd worden. Ook voor mezelf. Hierover schreef ik een tekst. Misschien is die ook bruikbaar voor 'De Draaikolk'. Mocht je vinden dat dit zo is, dan mag je de tekst zeker gebruiken. Misschien kan ik op deze manier ook een kleine bijdrage leveren aan jouw zinvol initiatief. Proficiat ermee. Het geeft me heel veel steun.
Veel goede moed
Lieve, e-mailadres: lieve.balcaen@rug.ac.be

Beste Lieve, bedankt voor jouw bijdrage. Heel mooi! - Bert-

Kerstmis…

Dromen van vrede, licht in een donkere nacht.
Dennebomen, kleurrijke pakjes en sfeervol verlichte straten. Zo is het altijd al geweest en ook dit jaar is het niet anders.
Alleen… waar is de gezelligheid gebleven? Waarom voel ik nu niet die warmte in mijn hart, en dat intense gevoel van geluk?
Waarom heb ik het zo moeilijk om mensen van harte een 'Zalig Kerstfeest' toe te wensen?

Nieuwjaar…

Wensen en dromen over alles wat mooi en goed is.
Gezondheid, geluk, liefde en vrede.
Alleen… wie weet of ooit één van die wensen in vervulling zal gaan? Het zijn slechts woorden in de wind, alles zo broos en breekbaar.
Waarom kan ik dit jaar niemand zomaar gewoon een 'Gelukkig Nieuwjaar' wensen?

Ach, ik zal op deze dagen wellicht lachen, en maar weinigen zullen zich afvragen hoe ik me echt voel.
Geen mens die zal weten hoe koud ik ben vanbinnen en hoeveel liter tranen ik al heb ingeslikt.
Geen mens die zal begrijpen waarom het voor mij dit jaar geen echt 'Zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar' is.

Of misschien toch…
Want hier en daar is er een lichtje in mijn donkere bestaan. Een bezorgd familielid, een toffe vriend(in) of een goede collega die me een schouderklopje geeft en me heel zachtjes toefluistert: 'Gaat het een beetje? … Op mij kan je rekenen!'
Misschien zal ik deze mensen toch 'Prettige Feestdagen' wensen, want dankzij hen kan ik verder leven en durf ik soms zelfs voorzichtig dromen van een beetje nieuw geluk in de toekomst…

Lieve Balcaen


Boekbespreking: "Ieder verlies kent zijn eigen verdriet"
Warm geschreven boekje dat veel stof tot nadenken biedt

"Ieder verlies kent zijn eigen verdriet" - Mary Biezeman-Roest; Uitgeverij De Toorts, Haarlem 1989, ISBN 90 6020 605 3, 101 blz.(Voor België: Uitgeverij EPO, Berchem-Antwerpen)

Bij het verlies van een dierbare komt vaak (deels) onverwerkt verdriet uit het verleden opnieuw naar boven. Dit vermengt zich dan met het 'nieuwe' verlies en vaak weet je dan niet meer waar je pijn en verdriet nú vandaan komen. Dat maakt je ook kwaad: waar komen die tranen, schijnbaar zonder enige reden toch vandaan? vraag je jezelf dan af. Alles grijpt in elkaar: je diepste verlangen en je diepste verdriet lijken één te worden en je komt terecht in een soort heimwee, maar vooral kom je terecht bij jezelf: 'Wie ben ik?'. En zo kom je uit bij de zin van je bestaan. Je beseft wat die ander voor je heeft betekend en hoe hij deel uitmaakt van jouw wereld. Het beeld van je leven en belevingswereld wordt er scherper door en je gaat je opnieuw afvragen wie en hoe je nu eigenlijk zélf bent.

Je verliest een deel van jezelf

Met de dood van een geliefde verlies je als het ware een deel van jezelf. De verwarring die dit met zich meebrengt, kan hevige gevoelens bij je oproepen: van liefde, maar ook van woede en zelfs van haat. Je kunt je in de steek gelaten voelen door die ander die dood ging. Je krijgt dan al gauw de neiging om de 'goede' gevoelens nog wél onder ogen te willen zien, maar de 'slechte' verdring je liever. Toch is het goed om ook bij déze gevoelens stil te staan, om ze vervolgens weer los te laten en verder te gaan.
De verschillende 'fasen' waarin je na het verlies van een dierbare terecht kunt komen, zoals de ontkenning, de woede, onderhandelen, de depressie en tenslotte de aanvaarding, komen ook in dít boekje aan bod. Wat deze fasen precies inhouden en of het altijd zo en in díe volgorde gaat, wordt op een treffende, herkenbare wijze uitgelegd.

Vluchtneigingen

Door het verlies van een dierbare kun je 'vluchtneigingen' gaan vertonen. Je wilt wég van de pijn, de angst, de schuldgevoelens. Sommigen storten zich bijvoorbeeld helemaal in hun werk. En je omgeving zal dit vaak in je prijzen; in hun ogen doe je het immers fantastisch... Maar juist door het verlies te ontkennen, maak je dat verlies tot het belangrijkste in je leven. Soms houd je 'verlies' vast omdat je verdriet het enige is dat je nog hebt en omdat je dan niet verder hoeft...
Het is goed om dan een stapje terug te doen en de tijd te nemen om jouw verdriet te verwerken. Om erachter te komen wie jij nu bent zonder die ander. Of je nu een partner, een ouder, of een broer of zus hebt verloren.

Neem de tijd voor jezelf

Ieder verlies kent zijn eigen verdriet en moet worden verwerkt - en dat verwerken kost energie en tijd.

En die tijd moet je volgens de schrijfster ook nemen. Die tijd mág je nemen. Tijd voor jezelf. Om tot jezelf te komen met het besef dat alles eindig is en dat je nooit tevoren zult kunnen weten hoe je leven verloopt.

Door de verliezen die je hebt geleden in je leven, word je je ook bewust van de eindigheid van het leven. Maar juist dit besef geeft je leven zijn diepte en de verbintenissen die je aangaat ervaar je intenser naarmate je sterker beseft dat niets blijvend is.

Maar het gemis blijft, niet ieder moment, niet iedere dag, steeds minder hevig, maar tóch. Er is een plaats leeg en dat blijft zo. Onvervangbaar blijft die ene, een uniek mens, één uit duizenden voor jou en dat verandert niet.

Praten over ons verlies

Vaak hebben we moeite om te praten over ons verlies. Zeker als er verkeerd op wordt gereageerd ervaar je dit soms als een afwijzing en dat voelt aan als een dubbel verlies. Daar kun en mag je echter de ander(en) de schuld niet van geven, meent de auteur. Bijna altijd is er sprake van onmacht, en niet van schuld, bij jou en bij anderen die óók niet weten wat ze met jou, zichzelf en de eisen van de directe omgeving en de maatschappij aan moeten.

Je kunt vertellen en delen en hopen dat er iemand is die zich zo in je 'in'-leeft, dat hij beseft wat het voor jou betekent. Juist dát verlies. Dat verlies dat groot of klein kan lijken voor een ander die er van buiten tegenaan kijkt en die niet voelt wat jij voelt. Dat verlies dat altijd groot is. Voor jóu.

Door het verlies van een deel van jezelf moet je het stuk dat je verloren hebt 'her'scheppen. Gedurende het verwerken van wat verloren leek, verinnerlijk je wat eerst buiten je was. Nooit was wat je verloren hebt zo dichtbij als juist nu. Je ziet beelden, hoort geluiden en ruikt geuren die je aan hem of haar doen herinneren. Je bent dan niet gek aan het worden, maar op deze manier probeer je wat je mist dichterbij te halen, zodat je het stukje voor stukje kunt verwerken en zodat je opnieuw eigen maakt wat verloren leek.
En zo ontwikkel je je steeds verder. Ieder verwerkt verlies maakt dat je méér wordt in plaats van minder. Want juist in het dal en door het gemis leer je jezelf en de ander kennen...

Iedere confrontatie met de dood en ook met alle andere vormen van verlies maakt je leven intenser. Je beseft dan de betrekkelijkheid van heel veel dingen en de waarde van andere, soms schijnbaar onbelangrijke zaken. Alles staat op zijn kop, verschuift, en wat je overhoudt ben jezelf.

En zelfs het einde van de rouw is een verlies. Opeens is het er niet meer, het verdriet is over. Nieuw leven, en een nieuwe liefde dient zich mogelijk aan. Waarop je misschien nooit had gehoopt, waarop je nooit had dúrven hopen is tóch gekomen...

Een prachtig, warm geschreven boekje dat veel stof tot nadenken biedt. Mary Biezeman-Roest heeft ervaring als maatschappelijk werkende in een ziekenhuis.

Monique


Motto 2002: Luister naar je gevoel

Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren