Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 4e jaargang nr. 2 - november 2001


Hartverwarmend!

We hadden ontzettend tegen de dag opgezien. We stonden daar met knikkende knieën. Te wachten op de eerste deelnemers. Zoals jullie vast wel bloednerveus en met knikkende knieën binnenkwamen. Maar wat was het hartverwarmend, op die druilerige, grijze zaterdag 1 december in die sfeervolle herberg in Barneveld. Hartverwarmend waren de spontane reacties van de bijna 75 lotgenoten die deelnamen aan onze eerste Draaikolkbijeenkomst. Zoals ook de reacties die we na afloop per e-mail kregen toegestuurd.

Monique en ik hebben het als een ontzettend warme deken ervaren zoals jullie hebben gereageerd, meededen, mee hebben gepraat, kortom zoals jullie samen deze eerste ontmoeting voor ons én voor jullie zelf tot een heel bijzondere hebben gemaakt. Bedankt daarvoor!

Bedankt ook voor de kleine, maar welgemeende geschenkjes die sommige van jullie voor ons meebrachten. Dat had niet gehoeven, maar was wel fijn om te krijgen. Zoals die twee rode rozen uit het verre noorden… Ze staan samen in een slank vaasje en wij ervaren dat, elke keer als we er naar kijken, als een symbool van verbondenheid met jullie allemaal. Terwijl we nippen van de drankjes.

In de komende december-editie van de Draaikolk komen we uiteraard uitgebreid op deze bijeenkomst terug, maar we wilden dit toch graag eerst aan jullie kwijt.

Bert en Monique
Redactie De Draaikolk


Van de hoofdredactie: Drukke tijden

We hebben ons in de afgelopen weken natuurlijk nogal bezig moeten houden met de organisatie van de Draaikolkbijeenkomst en dat betekent min of meer, dat de aandacht voor de inhoud van deze nieuwe editie wat minder groot is geweest dan het had kunnen zijn. Vroeger zou ik me dat ernstig kwalijk hebben genomen en een aantal tandjes harder hebben gefietst, maar ik ontdek ineens dat ik een heel klein beetje verstandiger ben geworden.
Niets moet, alles mag. En heel toevallig kunnen we niet twee dingen tegelijk, er moeten dus keuzes worden gemaakt.
Is dat erg? Nee, dat valt eigenlijk wel mee. Want ook deze aflevering is desondanks naar mijn zeer bescheiden mening toch nog redelijk goed gevuld en dat zeg ik er haastig bij omdat ik in gedachten Monique al met haar hoofd zie schudden. Zo van: wat moppert die man nou weer?
Het zijn, zoals ik dus zei, drukke tijden. Geweldig is dat eigenlijk. Dat je het als WAO'er zelfs nog druk kunt hebben, ook al is het dan met bezigheden waarmee we vooral anderen een plezier (hopen te) doen.

Rouw en werk

In deze editie staan op de Reactiepagina verschillende uitgebreide bijdragen van lotgenoten naar aanleiding van mijn artikel vorige maand over rouw en werk, over WAO, Arbokeuringen en alles wat daar bij hoort. Dat is in ieder geval een onderwerp dat leeft onder onze lotgenoten. Hun ervaringen zijn gelukkig niet allemaal negatief. Bedankt voor jullie bijdragen, waar anderen misschien weer iets aan kunnen hebben. En wie tot nu toe heeft gezwegen, maar toch óók graag wil vertellen over zijn of haar ervaringen: gewoon doen!

Dromen en de spiegel van de ziel

Een ander onderwerp waar ik deze maand extra aandacht aan besteed is het onderwerp: dromen. Ik noemde het artikel ,,Het wonderlijke dromenwoud en de spiegel van de ziel". In dit artikel probeer ik te vertellen wat mij al dromend, maar ook overdag overkwam. Hoe mijn overleden vrouw Janny zich met enige regelmaat in mijn dromen én dagdromen mengt en er min of meer onderdeel van wordt. Ik schreef dat niet alleen voor mezelf, maar óók omdat ik denk dat er veel lotgenoten zijn die dezelfde soort ervaringen hebben, of andere vergelijkbare, zonder dat ze er over hebben gepraat. Dat niet durfden omdat ze misschien dachten voor gek te worden verklaard. Onzin natuurlijk, maar toch, je houdt dus je mond maar. Niet doen, vertel je verhaal maar aan mij, aan al jouw lotgenoten die dan misschien ineens tot de ontdekking komen dat hún ervaringen niet zo gek zijn als ze dachten. Vertel!

Een beetje gek

En wie echt denkt dat ie gek is, moet het verhaal ,,Een klein beetje gek" maar eens lezen. Dan valt het ineens vast wel mee met die gekte van jou. Want zijn we niet allemaal een beetje gek omdat we lang niet altijd alles keurig op een rijtje hebben? De afgelopen weken kreeg ik van tal van lotgenoten allerlei zenuwachtige mailtjes in verband met onze Draaikolkbijeenkomst. Sommigen van hen stuurden hun aanmeldingsformulier wel drie of vier keer (voor alle zekerheid), anderen dáchten alleen maar dat ze het hadden gedaan, totdat wij ze uit de droom moesten helpen. Allemaal gek dus? Ben je gek! Gewoon een beetje in de war zoals we dat allemaal met enige regelmaat zijn. Daar hebben we dus best begrip voor, ook al moet je het natuurlijk ook weer niet al té gek maken…

Wie na al die verhalen nog niet helemaal zeker van zichzelf is, kan altijd nog wat Ruggesteuntjes halen op de desbetreffende pagina, waar Monique weer allerlei wijsheden, citaten en andere uitspraken voor jullie heeft verzameld. En we hebben natuurlijk een (maar wel de op één na laatste) aflevering van ,,Blaka Rosoe", onze rubriek ,,Bijdragen van lotgenoten" met verschillende gedichten en ,,De brief van de maand". In de afgelopen maand hebben zich weer enkele tientallen lotgenoten gemeld voor De Mailbox en ook dát is allemaal na te lezen. Net als de boekbespreking van deze maand.

En wie nieuwsgierig is naar verder nieuws over onze eerste Draaikolkbijeenkomst (óók voor ons erg spannend), die clickt daar natuurlijk onmiddellijk naar toe!

We zien velen van jullie op 1 december a.s. Monique en ik verheugen ons er echt op! En voor al die andere lotgenoten die er deze keer niet bij zijn of kunnen zijn: we zullen jullie in onze volgende editie uitgebreid verslag doen.

Bert Vos
Hoofdredacteur


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (19): "Een speciaal project"

Sommige van mijn collega's hadden de gewoonte om foto's van thuis op kantoor neer te zetten: van partner en kinderen en, bij gebrek aan het laatste, ook wel van hond en/of kat. Ik heb mij daar altijd een beetje aan gestoord. Privé en zaak waren wat dat betreft bij mij altijd gescheiden. Maar ook thuis hadden wij nagenoeg geen foto's uitgestald. Met uitzondering van een foto in de studeerkamer; van mijn schoonouders die in het verre Suriname wonen.
Misschien komt dat omdat ik nogal cameraschuw ben en bovendien vind ik me zelf ook niet bijster fotogeniek. De enige keren dat ik hier een uitzondering voor wilde maken was tijdens onze vakanties. Ik was dan zelfs degene die er bij Eric op aandrong om, naast de foto's van de omgeving, ook wat kiekjes van hemzelf en een enkele van ons beiden te maken, zodat we die naar zijn ouders konden toesturen die wij, als gevolg van de abnormaal hoge vliegtarieven, slechts eens in de zoveel jaar konden weerzien.

Behoefte

Na Eric's motorongeluk ontstond bij mij tot mijn eigen verbazing onmiddellijk de behoefte om mij thuis te laten omringen door zijn beeltenis, om zo de leegte en kilte van zijn afwezigheid enigszins te doen opvullen. Koortsachtig ging ik in onze vakantiealbums op zoek naar geschikte foto's (zonder er overigens op dat moment nog écht naar te kunnen kijken...). Uiteindelijk had ik er zo'n stuk of tien die de toets der kritiek konden doorstaan: van verkeringstijd tot de laatste vakantie. Omdat ik er onmogelijk een keuze uit kon maken, hoefde ik er niet lang over na te denken: ik zou ze allemaal gebruiken.
Nu was het helaas zo dat hij op elke foto een zonnebril droeg. De enige close-up zónder zonnebril die ik tegenkwam was al 12 jaar oud. Het was een eenvoudige pasfoto, gemaakt in zo'n fotohokje op een metrostation. Het toonde een breedlachende man van 33 jaar, die in de jaren daarna uiterlijk nauwelijks ouder leek te zijn geworden. Deze besloot ik dan ook uit te laten vergroten en aan de naaste familieleden als aandenken te geven. Nu nog op zoek naar bijpassende fotolijstjes.

Geen nieuwe foto's meer

Ik vond ze in een cadeauwinkel; diverse verzilverde, in verschillende formaten: kleine voor de foto's van ons beiden en grote voor de portretfoto. Het viel mij heel zwaar om dit uit te zoeken. Bij vlagen flitste het door mijn hoofd dat dit nog het enige was wat ik van hem had. Dat ik hem nooit meer in levende lijve zou zien. Dat we nooit meer samen op vakantie zouden kunnen gaan. Dat er geen nieuwe foto's meer bij zouden komen...
Ik herinner mij dat ik een keer de winkel ben uitgestapt, vóór de etalage een hap frisse lucht heb genomen en mezelf heb afgevraagd of ik dit nu wel of niet moest doorzetten. Het ging immers tegen mijn natuur in om foto's neer te zetten?
En toen kwam het waardevolle advies van mijn bedrijfsarts weer bovendrijven: "Bij alles wat je van nu af aan zult doen, luister naar je gevoel!" En mijn gevoel fluisterde mij in dat ik hier nú behoefte aan had. Ja, ik zou het doen.
Opnieuw stapte ik de winkel binnen en met m'n armen vol liep ik op de kassa af. Bezorgd vroeg ik de verkoopster tot twee keer toe om de grote lijstjes vooral extra goed in te pakken, want deze moesten een vliegreis (naar Suriname) kunnen overleven. Ze was aardig en duidelijk verguld met deze bulkverkoop. Maar toen ik op het punt stond de winkel te verlaten, kon zij haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en met een vriendelijk onderzoekende blik opperde ze: "U bent zeker met een speciaal project bezig...?"

De fotoverzameling heeft een aantal maanden in de huiskamer op het dressoir gestaan. Bij vlagen kon ik er soms met intense dankbaarheid naar kijken, terugdromend naar betere tijden. En dan waren er perioden dat ik ze het liefst uit m'n gezichtsveld wilde wegbannen. Moe van alles.
Inmiddels hebben ze hun functie vervuld en heb ik de fase, van het hem op deze wijze willen vasthouden, achter mij gelaten. Op het moment dat zijn urn thuiskwam en deze een plekje op hetzelfde dressoir kreeg heb ik het aantal teruggebracht tot twee: zijn portret en een foto van ons beiden. Ik wil voorkomen dat mijn huis tot een mausoleum verword. En nu, 2,5 jaar later, vraag ik me wel eens af of ik het niet op één mooie foto zal houden. Maar wat ik ook doe, eigenlijk maakt het niets uit. Ik draag hem toch wel mee in m'n hart...

Monique Klaverweide - november 2001


,,Het wonderlijke dromenwoud" en ,,De spiegel van haar ziel"

Wij dromen onze dromen vaak zonder dat we echt weten waarom we ze dromen. Vaak zijn het onbestemde beeldenflarden, schimmige plaatjes uit een verward prentenboek, maar soms zijn de beelden helder en kleurrijk. Dat geldt voor mijn dromen en ik denk dat het voor velen van ons niet veel anders zal zijn.
De laatste tijd had ik sterk het gevoel dat mijn geest driftig bezig was met een soort tussenanalyse van mijn leven. Allerlei ooit beleefde beelden kwamen voorbij. Beelden van mensen en situaties die ik al lang was vergeten, droomde ik opnieuw in mijn dromen, ook al weet ik niet waarom dat gebeurde. Ik denk dat ik onbewust bezig ben met het afsluiten van een belangrijke periode in mijn leven. Dat afsluiten is misschien nodig, denk ik, om op een goede manier aan een nieuwe periode te kunnen beginnen.

Dagdromen

Wat mij na het overlijden van Janny, mijn vrouw, nu bijna vier jaar geleden, met een zekere regelmaat overdag overkwam en nog steeds overkomt, zou je heel misschien ook kunnen rangschikken onder de categorie ,,dagdromen", al zullen er óók mensen zijn die het daar absoluut niet mee eens zullen zijn en die mij zullen vertellen dat ik nog steeds een nauwe binding met m'n overleden vrouw heb. Zelf denk ik dat het laatste inderdaad het geval is, omdat ik het als zéér reëel beleef: gesprekken die ik in mijn gedachten met haar voer of het sterke gevoel opeens ,,gestuurd" te worden. Ik schreef daar al eens over in mijn verhaal ,,Ogen", toen me hetzelfde overkwam bij het bezoeken van een tentoonstelling van Max Ernst in Berlijn en ik steeds maar weer naar bepaalde schilderijen werd getrokken die tot Janny's favorieten behoorden. Ik raakte daardoor compleet van slag en ik was blij dat zoon Rob op dat moment bij me was en het begreep, anders zou ik mezelf misschien wel op z'n minst een beetje gek hebben verklaard. Dat hebben de ettelijke tientallen mensen in het restaurant vast wél gedaan toen ze die oude man boven zijn Kaffee mit Kuchen watervallen zagen huilen.
Maar dat was twee jaar geleden. De tijd slijt de herinneringen tot vervagende contouren, zou je denken. Niets is minder waar. Tijdens onze vakantie, nu alweer ettelijke maanden geleden, waren Monique en ik, ergens in een Spaanse stad, in een kloostermuseum waar verschillende eeuwenoude boeken lagen, zogenaamde incunabelen. Dat wist ik omdat Janny handboekbindster van beroep was en een uitgebreide vakopleiding van jaren had gevolgd. Ik heb dan ook ettelijke uren met haar in musea en kloosterbibliotheken doorgebracht waar zij die oude boeken bestudeerde met de glinsterende ogen van iemand die wonderbaarlijke ontdekkingen doet en daar steeds maar weer volop van geniet. Zelf bekeek ik de boeken met wat andere ogen: ontzag voor de ouderdom en misschien ook voor de inhoud, waarin vaak de kennis van eeuwen lag opgeslagen. Voor Janny gold dat ook wel, maar vooral het vakmanschap bracht haar meestal in verrukking. Ze kon er heel lang naar kijken en van genieten, terwijl ik dan vaak ettelijke boeken op haar ,,vóór lag".

Die middag in dat Spaanse kloostermuseum was zij er opnieuw bij. Ik keek aanvankelijk naar de oude boeken zoals ik ze altijd had bekeken. En wilde verder lopen. Maar ik kon het niet. Na een paar stappen ging ik terug, bukte me en bestudeerde de onderkant van de boeken, keek naar de bindwijze, naar de gebruikte materialen en zag de door een kennelijke vakman gerestaureerde beschadigingen van de band. Ik constateerde dat allemaal als een kenner. Rustig, systematisch.
Pas toen ik eindelijk verder wilde lopen, voelde ik dat ze mij slechts met moeite liet gaan. Die ervaring trof me opnieuw als een geestelijke mokerslag, ook al wist ik deze keer mijn tranen te bedwingen. Monique vertelde me later dat ze het allemaal onbewust zag gebeuren en pas na een tijdje besefte wát er gebeurde, toen ik me bukte om de boeken aan de onderkant te bekijken.

Meezingers ....

Janny kan soms heel onverwacht en soms heel sterk in mijn geest aanwezig zijn. Dat ontdekte ik bijvoorbeeld twee keer tijdens een popconcert dat ik samen met Monique bijwoonde. De eerste keer was dat tijdens een optreden van de Dubliners, een groep die ik altijd had bewonderd, maar van wie ik, gek genoeg, nog nooit een concert had bijgewoond. Je weet hoe dat gaat: steeds er over praten en het nooit echt doen omdat er altijd wel iets anders tussenkomt. Samen met Janny had ik veel naar hun LP's en CD's geluisterd, vooral als buiten de regen met bakken uit de lucht viel...
Samen met Monique luisterde ik nu opnieuw, maar nu live naar de ,,ouwe Ierse knarren" en geloof het of niet: bij de allereerste tonen voelde ik Janny's aanwezigheid en wist ik dat ze meeluisterde. Mijn gemoed schoot vol toen bepaalde nummers werden gezongen. Nummers die juist zij mooi had gevonden. Ik voelde en hoorde hoe ze in mijn gedachten meezong. Ach, zul je misschien zeggen, dat is toch logisch? De herinnering maakte je verdrietig. Maar zo simpel ligt het niet. Ik voel haar sterke aanwezigheid en kan me daar op zo'n moment ook absoluut niet tegen verweren, ook al zou ik dat willen.
Het tweede concert waarbij me hetzelfde overkwam betrof een soulconcert. Dat was eigenlijk meer Monique's muziek, ook al al zijn er in dit genre veel prachtige nummers waar ik met plezier naar luister. Maar dat ik uitgerekend tijdens dit concert opnieuw Janny's aanwezigheid zo sterk zou voelen had ik absoluut niet verwacht. En ook nu moest ik bij sommige nummers m'n uiterste best doen om niet in huilen uit te barsten. Ik besefte pas achteraf dat het nummers waren die zij mooi vond, het waren háár favorieten. Pas toen er andere nummers werden gespeeld kwam mijn geest tot rust. Dat waren mijn nummers, die ik meezong, samen met al die anderen in de zaal...

Een goed gesprek

Zoals Janny al vier jaar lang mij regelmatig laat weten dat zij er is, op welke manier dan ook, zo ,,praatte" ik regelmatig met haar. Ik zeg dat met opzet in de verleden tijd, want die ,,gesprekken" zijn de laatste tijd aanzienlijk minder geworden. Maar toch: als het echt nodig was kwam ze even in mijn geest en gaf me advies als ik weer eens twijfelde terwijl ik toch echt een keuze moest maken. Ik begrijp dat het ,,praten" met je overleden partner geen unieke gebeurtenis is. In boeken over rouwen lees je er tenminste regelmatig over. Monique vraagt me wel eens hoe dat nou werkt. Ik moet haar dan teleurstellen, want ik weet het niet. Ik kan haar zelfs niet echt goed uitleggen hoe het voelt, wat er op dat moment gebeurt. De ,,gesprekken" vonden altijd plaats op momenten dat ik dat echt nodig had omdat ik het even niet meer wist of verdrietig was. Nadat ik Monique leerde kennen werd die behoefte minder, dat is natuurlijk logisch en de gesprekken met Janny werden dan ook sporadischer. Maar ze hielden niet op. Ik heb wel eens gehad dat ik midden in een gesprek met Monique min of meer werd overvallen door een onderbreking in mijn gedachten. Op zo'n moment zwijg ik even, verward door de interruptie van mijn overleden vrouw, die me dan ongevraagd haar mening geeft over het onderwerp waar we het over hadden. Dat overkwam me bijvoorbeeld kort geleden, dat ik de ,,mededeling" van Janny kreeg dat ik me geen zorgen hoefde te maken over de uitslag van de contrôle met een leverscan in het academisch ziekenhuis, dat ik een week later moest hebben. Dat alles ,,goed" zou zijn. De uitslag bleek later inderdaad ,,goed" te zijn. Ben ik gek? En hoe weet ik dat het Janny is die haar mening geeft? Hoe weet ik dat ik het niet zelf ben die onbewust Janny's meningen ventileer? Ik weet het echt niet. Ik voel dat zij het is. En meer hoef ik eigenlijk niet te weten.

Een mooie droom

Nog niet zo lang geleden werd ik wakker na een mooie droom. Het was een mooie droom omdat ik me ineens prettig ontspannen voelde, in tegenstelling tot al die momenten na de meeste dromen die ik droom. Eigenlijk was het wel een bijzondere droom, want het ging over Janny, over Monique en over mij.
Jung en Freud zouden ongetwijfeld weer tal van sluitende verklaringen hebben gevonden voor mijn droom, maar ik had beide illustere grondleggers van de psycho-analyse niet echt nodig. Integendeel.

Mijn droom was kort. Ik zat achter op een motor die door Monique gereden werd. Naast mij in de zijspan zat een vrouw met een kaal koppie, waar ik steeds met m'n hand teder over aaide en ,,Hé kale" riep. Dat was het. Een korte rit, want dat was alles wat me bij was gebleven toen ik wakker werd. Maar een haarscherp beeld. Nog steeds.
Ik vertelde Monique over dat beeld en over de vrouw met het kale koppie. ,,Ach," zei ze toen met een tedere glimlach, ,,je aaide Janny". Met een schok besefte ik dat ik daar helemaal niet bij stil had gestaan, maar dat ze gelijk had. Omdat ik dat altijd op dezelfde manier deed als Janny weer een chemokuur had gehad en 's avonds pruikloos naast me in bed lag. ,,Hé lieve kale," zei ik dan gekscherend.
Het is wonderlijk hoe mijn geest de meest belangrijke elementen van mijn leven ogenschijnlijk probleemloos in elkaar past en tot een complex, maar compleet beeld vormt. De motor symboliseerde Eric, de op zijn motor verongelukte man van Monique. Monique die nu de motor reed en misschien wel de richting bepaalde met mij achterop en Janny, die meereed in de zijspan.
Maar wat was er nu zo prettig aan deze wonderlijke droom? Ik heb daar die hele dag over nagedacht en ik kon uiteindelijk maar één reden bedenken: omdat het een complete droom was. De puzzel van mijn leven, aanvankelijk in stukjes uiteen gevallen, was weer compleet. Vandaar dat scherpe beeld. Vandaar dat ik zo plezierig wakker werd.

Ik heb sindsdien het gevoel dat mijn leven is veranderd. Misschien niet beter of slechter, maar gewoon: anders. En ik weet niet of Janny in mijn leven blijft ,,rondspoken", me mee blijft sleuren langs schilderijen of me in fluisterende kloostergangen mee blijft trekken naar eeuwenoude boeken. Ik weet niet of ze samen met mij naar muziek blijft luisteren of me ongevraagd adviezen blijft geven in mijn droom of dagdroom. Zij blijft welkom, op elk moment van de dag of de nacht. Oók op die momenten dat ik besluit om allerlei dingen die ik bewaarde om het bewaren zelf, weg te doen. Als ik besluit om die dingen weg te doen die van haar waren, maar waarvan ze zelf altijd heeft gevonden dat ik ze niet had moeten bewaren. Op al die momenten zal ik aan haar denken en het zal me niks verbazen als ik dan toch weer ongevraagd een adviesje meekrijg. Wat dat betreft denk ik dat ik de spiegel van haar ziel voor de rest van mijn leven in me mee zal blijven dragen.

Bert Vos


Ruggesteuntjes (2) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Klaverweide

Uit: "Leven als bestemming. Synchroniciteit, intuitie en innerlijke wijsheid" - Carol Adrienne. 2001 - Forum - Amsterdam, ISBN 90 225 2931 2


Gedichten van Bert Vos

Verandering

Verlangen naar
geborgenheid
verzacht verdriet
in trage stromen

Aarzelend valt de
streling op z'n plek
en laat de liefde komen
in de geest die was gekwetst

Melancholie vervliegt
tot vage vormen
van verleden tijd

Maar ondanks alles blijft
de spiegel van haar ziel
in mijn hart geëtst

27 oktober 2001


Een beetje gek (?)

Het kan best zo maar gebeuren: een beetje gek zijn. Sterker nog: ik ben het. Eerst heb je dat zelf eigenlijk nog niet zo goed door bij gebrek aan voldoende zelfkennis, maar langzaam maar zeker ontdek je het: ik ben een beetje gek geworden. Hoe is dat zo gekomen, vraag je dan natuurlijk. Tja. Ik zou het echt niet weten. Het kan natuurlijk van alles zijn. Zoals gebrek aan eigenwaarde, te veel twijfels en een overmaat aan onzekerheid, depressieve verdrietaanvallen, chronische hallucinaties op de meest onverwachte momenten, een opgefokte vrolijkheid die zich maar niet wil ontladen in een tranenorgie, alles kan. Vraag het honderd therapeuten en je krijgt gegarandeerd honderd verschillende antwoorden. Terecht. Want de oorzaak van gekte is net zo onmogelijk te ontdekken als de gekte zelf. En over een behandelmethode zullen we het maar helemaal niet hebben. Dat is voor mij ook niet nodig, want ik ben immers maar een beetje gek. Tenminste dat denk ik zelf…

Ik ontdekte dat zelf nog niet zo lang geleden toen ik al een paar dagen vóór de naderende deadline me het leplazerus werkte aan verschillende artikelen voor deze Draaikolk-editie, tussendoor er de afbeeldingen bij zocht en Monique aanspoorde om toch maar wat harder te werken. Toen ik daarmee klaar dacht te zijn schoof Monique achter de PC om háár deadline te halen, maar dat deed ze een paar uur vóórdat we elders, in haar woonstee, een theatervoorstelling zouden bijwonen, zodat ik, terwijl ik onze weekendtassen aan het pakken was, gerede twijfels ontwikkelde met betrekking tot de vraag of we tussendoor wel aan eten toe zouden komen. En me tevens afvroeg waarom Monique daar nu niet aan dacht, omdat ze me normaal gesproken elke dag al ver vóór vijf uur meedeelt dat het voor mij de hoogste tijd is om in de keuken de armen uit de mouwen te steken. En het was inmiddels kwart over vier. Om vijf uur zei Monique met een lichte paniek in haar stem dat het toch wel wat laat was, wat ik niet zonder enig leedvermaak grif beaamde. Waarna we de tent sloten en vijf minuten later op de snelweg zaten. Drie kwartier later stelde ik voor om maar een patatje te nemen, want rusteloos en druk als we waren hadden we de twee avonden ervóór ook al buiten de deur gegeten. Maar Monique reed hoofdschuddend de parkeerplaats van een Chinees restaurant op, waarna ik een paar minuten later samen met haar achter een cassis en een pilsje zat en niet zonder enige twijfel en een lichte ontzetting de menukaart bekeek, waar mijn lievelingsgerecht ,, zo maar" uit was geschrapt.

Toen moest er al sprake zijn geweest van enige gekte, anders kan ik niet verklaren dat ik, die nooit een discussie aangaat met serverend personeel in restaurants omdat ik dat altijd verlies, tien minuten lang de mogelijkheid besprak om een sausje van het ene gerecht bij een ander gerecht te serveren met een serveerster die de Nederlandse taal nog net niet helemaal in de finesses beheerste. Waarna de serveerster met een ,, Ikke aan kok vragen" een tikkeltje wanhopig weg beende voor een ruggespraak met de kok en daarna triomfantelijk terug kwam met de mededeling: ,,Isse nie lekker, zegt kok".
En de gekte moet helemaal zijn toegeslagen toen ik, blijkbaar helemaal van slag, uiteindelijk het duurste gerecht van de kaart (zeetong tegen dagprijs) nam omdat ik tóch die saus wilde, terwijl ik vrijwel altijd tevreden ben met zo'n veelal zeer schappelijk geprijsd Chinees omeletje met kip en champignons. De serveerster had mij er toen inmiddels met een verongelijkte blik in haar mooie Chinese ogen van weten te overtuigen dat het zeetong- gerecht ,,slecht tien gulden duurder was" dan welke ik in tweede instantie eigenlijk wilde. Waar deed ik nu eigenlijk zo moeilijk over? Ik legde me neer bij de nederlaag.
Een kwartier later zit ik in gewijde stilte toe te kijken hoe de serveerster deskundig en met gepaste eerbied het kostbare vlees van de uit de kluiten gewassen zeetong van de graat ontdoet en op mijn bord legt. Het moet een eeuwigheid geleden zijn dat ik voor het laatst zeetong heb gegeten, bedacht ik niet zonder enige gêne. Om me daarna gehaast op de vis te storten, omdat door al dat gedoe veel kostbare tijd verloren was gegaan en we natuurlijk wél op tijd voor het theater wilden zijn. Dat Monique dit alles met een glimlachje had aangezien, was me wel opgevallen, maar dat ze me drie kwartier later in het theater toevertrouwde dat ze even dacht dat ik écht gek was geworden, bezorgde me toch een schok. ,,Een patatje met kip was toch ook wel lekker geweest?" hoor ik haar nog zeggen.

Tijdens de cabaretvoorstelling keken we, bijna stikkend van de lach, naar een sketch voor een dame en een heer, waarbij de dame trillend en schokkend over haar hele lijf ( ze is duidelijk spastisch) de heer binnenlaat voor wat een psychoanalytische therapiesessie blijkt te zijn. Het is alleen de rustige heer die de patiënt blijkt te zijn.

Een paar uur later zit ik alweer achter de computer om de nieuwe editie van De Draaikolk op het net te zetten, nadat Monique de laatste artikelen heeft afgemaakt. Dat mislukte ettelijke keren, waarna de site resoluut plat werd gelegd. Ver na middernacht lukte het me eindelijk om de Draaikolk aan het draaien te krijgen. Ik slaakte een diepe zucht, terwijl de zeetong zich een beetje rebellerend in die speciale saus in mijn maag roerde. Het kon mij niet meer deren.

Toen ik dodelijk vermoeid eindelijk mijn hoofd op het kussen legde en probeerde te slapen, waren mijn gedachten één grote draaikolk. En toen wist ik het zeker: ik ben echt een beetje gek geworden. Hoe kun je anders verklaren dat zo'n evenwichtig man als ik, die vroeger eigenlijk zelden of nooit uit eten ging, het theater op z'n minst in tien jaar niet van binnen had gezien, zeetong altijd een zwaar overschatte en zeker een véél te dure vis heeft gevonden en al nooit discussies met serverend personeel aangaat, nu ineens al die dingen wél doet? Monique opperde voorzichtig de mogelijkheid, dat die impulsiviteit mogelijk bij het rouwproces hoort. Of dat het misschien kwam omdat ik me nu met haar door het leven begeef. Maar dat laatste heb ik verontwaardigd van de hand gewezen. Is ze nou helemaal gek geworden?

Bert Vos
oktober 2001


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan bijvoorbeeld de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!

Bert


Brief van de maand: Het gevecht

Beste Bert en Monique,

Ik heb hier erg lang over nagedacht, of ik dit gedicht van mij wel in kon sturen, maar toch maar gedaan. Een kleine toelichting is misschien wel goed. Ongeveer een half jaar voor mijn man ziek werd, heeft hij een ander ontmoet. Hier had ik het erg moeilijk mee, maar wilde hem niet zomaar opgeven. Dit gedicht heb ik geschreven toen John zo'n twee maanden ziek was:


Vechten

Ik heb moeten vechten, tegen een ander
Ik heb moeten vechten, om jou te houden.
En net toen ik dacht dat ik er bijna was......... kwam dit!

Nu moet ik vechten, tegen een ziekte
Nu moet ik vechten, om jou te houden.
Ik vecht al zo lang, ik ben soms zo moe!

Ik vecht al zo lang, en hoe lang zal ik nog moeten
Waarom moest dit in ons leven komen?
Hoe lang zal het duren, voordat het verdwijnt?

Ik moet nu vechten, dacht dat het andere moeilijk was
Ik moet nu vechten, maar dit is zo ongelijk.
Ik vecht al zo lang, ik ben soms zo bang!

Nu vechten we samen, tegen die ziekte
Nu vechten we samen, om het leven te behouden.
Wij zullen het winnen, wij zijn weer samen.

Vechten doen we samen, en samen zijn we sterk!

Helaas is het anders gelopen. Een jaar later heb ik het gedicht afgemaakt:

Maar na een jaar vechten,
wisten we beiden,
de strijd is verloren, de dood niet meer te vermijden.

Nu hoef ik niet meer te vechten,
ik ben nu alleen,
Nu kan ik niet meer vechten,
mijn doel, mijn maatje ging heen.

Toch blijf ik van je houden
en vecht voor een toekomst,
met onze vijf jongens,
de oudste twintig, de jongste zes

Ik heb je lief!
En ook al ben je niet meer hier,
Je zult altijd zijn, waar ik ben.

Als jullie het de moeite waard vinden, mag je het plaatsen. En wie weet zien we elkaar op de Draaikolk-bijeenkomst? Met vr. groeten,
Gerdi Jekel , e-mailadres: j.jekel@chello.nl

Beste Gerdi, bedankt voor deze bijzonder bijdrage. In een persoonlijke mail heb ik je al verteld hoe ik jouw moed bewonder. We schudden je graag persoonlijk de hand op 1 december a.s. -Bert-

Kosmos

Nu adem jij
de kosmos in
en kosmos ademt jou.
Grenzeloos,
geen beperkingen meer,
het lieve leven achter je
gelaten, ben jij vrede gaan
begroeten die alleen
aan overzijde kan bestaan.
Als al het liefs en goeds van jou,
nog maar de schaduw was
van wat is waar jij nu bent,
hoe ongebroken heel aan dood
voorbij zal daar leven zijn
voor jou.

Droom

De lieve doden zitten in een tijdloze
kamer met de deuren dicht. Er gaan
dagen voorbij dat ik niet aan hen denk.

Ze raken bedolven onder lagen
en lagen van leven. Vannacht kwam ik
je tegen op een grasveld, riep ik

Waar was je, waar was je? Als water
wilde ik mij leggen langs je lichaam,
Het was vrede, niets kon mij deren.

Het verlangen wordt in de droom
opgerold. IK dek je toe met de deken
van een nieuwe dag als ik opsta.

(van Anna Enquist, ingezonden door Adry Sanders, e-mailadres: adry.sanders@wxs.nl)


Boekbespreking: "Vingerafdruk van verdriet", Woorden van bemoediging

"Vingerafdruk van verdriet". Woorden van bemoediging - Manu Keirse; Uitgeverij Lannoo, Tielt 1999, ISBN 90 209 3605 0, 94 blz.

"Verdriet is als een vingerafdruk: voor iedereen herkenbaar
en toch zijn geen twee vingerafdrukken gelijk."

Dit boekje gaat niet over sterven, maar over leven. Over het emotionele leven van iemand die het verlies van een geliefde 'overleeft'. De schrijver benadrukt terecht dat het verlies van een dierbaar persoon een onvermijdelijk gebeuren is dat om de hoek in ieders leven staat. Alleen, de een treft het op jonge en de ander op oudere leeftijd.
Maar, voordat je als rouwende tot dit inzicht kunt komen, moet je eerst door een complex van verwarrende, en tot dan toe vaak niet eerder ervaren, gevoelens heen. In dit boekje komen deze gevoelens en hoe ermee om te gaan in begrijpelijke taal aan bod. Het biedt inzicht, zowel aan de rouwende als aan degenen die troost willen bieden.

Het is belangrijk om voor ogen te houden dat rouwen geen statisch gebeuren is, maar een proces met een begin, een midden maar ook een einde (ook al kun je dit laatste op talrijke momenten vaak niet geloven). Het feit dát deze gevoelens, hoe verwarrend en tegenstrijdig ook, er zijn is overigens volkomen normaal. Het is geen teken dat je gek wordt, maar juist een teken dat je leeft en in staat bent te reageren op levenservaringen.
Om het tot een goed einde te brengen, is het noodzakelijk om door het verdriet heen te gaan. Om hetgeen je van binnen voelt, zoveel mogelijk (in woorden of in tranen) te uiten en vooral niet op te kroppen. Want, als het verdriet onvoldoende wordt verwerkt of te lang wordt verdrongen, zal dit zich gaan uiten in lichamelijke klachten. Zowat elk lichamelijk symptoom kan hierbij een uitdrukking zijn van het opgekropte verdriet. Je kunt in het rouwproces nu eenmaal geen bochten afsnijden.

Sta jezelf toe te voelen wat je voelt. Ook op die momenten dat je zelfvertrouwen volkomen ondermijnt dreigt te worden door het totaal onverwachts overvallen worden door gevoelens van intense pijn en verdriet. Stapje voor stapje zullen er steeds vaker dagen komen waarop je je wat beter zult voelen. Maar wanneer dit dan weer wordt afgewisseld met zo'n dag waarop de pijn van het verdriet in alle hevigheid weer toe slaat, hou dan voor ogen dat met deze pijn ook de genezing komt. Enkel met door de pijn en het verdriet heen te gaan is het dat je - uiteindelijk - opnieuw zin in het leven kunt vinden.

Twee citaten wil ik jullie tenslotte niet onthouden:

"Pijn wordt draaglijk als men in staat is te vertrouwen dat dit niet blijft duren voor altijd, niet als men zich voorhoudt dat de pijn er niet is"

"Wend je gezicht naar de zon toe dan valt de schaduw achter je"

Deze uitgave is op een aparte manier geïllustreerd; de zorgvuldig gekozen woorden afgewisseld met een aantal gedichten van lotgenoten. Zo bescheiden als deze auteur blijkbaar is, wordt overigens nergens gewag gemaakt van zijn achtergrond. Via internet kwam ik erachter dat Manu Keirse als hoofddocent deeltijds verbonden is aan de Faculteit der Geneeskunde (van Leuven?) en tevens kabinetschef is van de federale minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. Voordien was hij Algemeen Directeur van het Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart te Leuven, waar de opbrengst van dit boekje in z'n geheel naartoe gaat. Zijn voornaamste studiedomeinen zijn patiëntenbegeleiding, rouwbegeleiding en palliatieve zorg.
Een mooi boekje: klein van omvang, groot van inhoud.

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren