Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 4e jaargang nr. 1 - oktober 2001
Van de hoofdredactie: Even bijpraten ?
De maand oktober is voor
mij een bijzondere maand als het gaat om De Draaikolk. Op 1 oktober
1998 ging namelijk de eerste editie van ons internettijdschrift
van start. Dat betekent dat we deze (herfst-)maand alweer aan
de vierde jaargang beginnen en dat is, zo begrijp ik, voor internetbegrippen
toch vrij lang. Veel sites hebben voor die tijd al het loodje
gelegd bij gebrek aan tijd, geld of andere oorzaak. Nu valt het
ook niet mee om elke maand maar weer voor een nieuwe editie te
zorgen, maar in de loop der jaren heb ik gelukkig veel hulp gekregen
in de vorm van bijdragen van lotgenoten. En in de afgelopen tijd
is natuurlijk de redactie versterkt met Monique. Dat we in de
zomermaanden over moesten gaan op enkele dubbelnummers was helaas
onvermijdelijk en dat zal in de toekomst misschien nog wel eens
vaker gebeuren als Monique en ik zo nu en dan op reis gaan.
Belangrijker is echter dat met de nodige regelmaat de belangrijkste
rubrieken als de ,,Mailbox", ,,Ik denk aan jou", ,,Reacties"
en ,,Samen Actief" worden ververst en geactualiseerd. En
dat zal uiteraard gebeuren.
Drie jaargangen hebben we nu dus achter de rug. In die periode is er natuurlijk veel gebeurd. De site is uitgegroeid, kreeg steeds meer bezoekers en steeds meer lotgenoten durven de drempel te nemen en te reageren door hun verhaal te vertellen of zich aan te melden voor de Mailbox. Ook kreeg De Draaikolk op verschillende aanverwante sites links en de tientallen zoekmachines hebben geen moeite meer om De Draaikolk te vinden en in hun databases op te slaan. Wat dat betreft ben ik een tevreden mens. Maar het kan natuurlijk altijd beter.
Er is ook met
een zekere regelmaat om gevraagd en vanaf het begin heb ik ook
steeds in mijn achterhoofd gehad dat ik op een gegeven moment
een Draaikolkbijeenkomst met lotgenoten zou willen organiseren.
Maar ik zou dat pas willen doen als zou blijken dat De Draaikolk
aan zou slaan.
Nu we drie jaar verder zijn en de site nog steeds bestaat (en
nog steeds groeit), denk ik dat de tijd rijp is voor zo'n bijeenkomst.
Daarom doen Monique en ik in dit eerste nummer van de vierde jaargang
een oproep aan jullie om aan te geven of jullie belangstelling
hebben voor zo'n informele Draaikolk-bijeenkomst. Om even bij
te praten
Informeel, dus zonder een programma, omdat we
de drempel zo laag mogelijk willen houden. Het is eigenlijk een
soort stuif eens in-middag, ook al is het wel een besloten bijeenkomst.
Dat laatste betekent dat je alleen toegang krijgt als je in de
rubriek ,,Mailbox" staat vermeld, je je schriftelijk hebt
aangemeld en de kosten van tevoren hebt betaald.
Monique en ik hopen dat er voldoende lotgenoten zullen zijn om in november of begin december een Draaikolkbijeenkomst te kunnen organiseren.
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (18): Onvoorwaardelijk
Na de recente, gruwelijke, terroristische aanslagen in Amerika is de roep om wraak en vergelding alom hoorbaar. Zoveel dierbare mensenlevens zijn op wrede wijze en zo nodeloos verloren gegaan. Maar, ook al worden de daders gepakt en gestraft, het leed is al toegebracht, onomkeerbaar...
Ook ik heb stil gestaan bij mijn gevoelens ten opzichte van de automobilist die betrokken was bij het motorongeluk van mijn man Eric. Terwijl een vóór hem stilstaande auto aarzelde of hij wel of niet zou afslaan, heeft de ongeduldig geworden automobilist plotsklaps, vanuit stilstand en zonder richting aan te geven, zijn stuur naar links gegooid en is hij begonnen in te halen, juist op het moment dat Eric hém reeds aan het inhalen was...
Nadat ik mij
ervan had vergewist dat de automobilist niet dronken achter het
stuur had gezeten, heb ik er voor mezelf het etiket: '"noodlottig
ongeluk" opgeplakt en dit gegeven (vooralsnog?) naar een
verre uithoek van mijn geest verbannen. Ook de verontwaardiging
van familie en vrienden over het feit dat de automobilist nooit
iets van zich heeft laten horen, leidde er bij mij niet toe dat
er boosheid of woede in mij opkwam. Ja, ik verdedigde hem zelfs:
"Het zal je toch maar gebeuren dat je in een moment van
onoplettendheid een ongeluk veroorzaakt waarbij iemand het leven
laat. Het feit dat je dit je hele leven lang met je mee moet dragen,
schuld of niet, lijkt me al "straf" genoeg." En:
"Hoe moeilijk moet het voor hem wel niet zijn om mij onder
ogen te moeten komen".
"Een ongeluk zit in een klein hoekje", wil het spreekwoord.
Alleen, nu is het niet een ander, maar ons overkomen... Hoe vaak
heb ik mijzélf er niet op betrapt dat ik - in gedachten
verzonken - in de auto vele kilometers "op de automatische
piloot" heb afgelegd? En ook mij is het wel eens overkomen
dat ik vlak voor een inhaalmanoeuvre, godzijdank nog nét
op tijd, een auto uit de "dode hoek" (!) heb zien opdoemen.
Een motor is nóg moeilijker te zien dan een auto. Kortom:
ik wilde mij hier dan ook niet verder mee bezighouden. Het verlies
van mijn man was immers onomkeerbaar? Er waren andere emoties
die om voorrang streden.
Onthutsend
Nee, het was de (traagheid van de) daarop volgende juridische nasleep en het onthutsende, groeiende besef dat ik als achterblijvende echtgenote totaal geen rechten bleek te hebben dat mij erg aangreep. Verschillende instanties (politie, openbaar ministerie, advocatuur) maakten mij keer op keer impliciet duidelijk dat ik "geen partij" was in de daaropvolgende strafzaak. Het ging hier om "het algemeen belang"; de openbare orde die verstoord was. Zelfs toen mijn vordering tot schadevergoeding voor de schade aan de (total-loss) motor en de crematiekosten bij dezelfde strafzaak gevoegd mocht worden, betekende dat bijvoorbeeld niet dat mijn advocaat gedurende de rechtszaak, ter aanvulling op het flauwe betoog van de slecht voorbereide officier van justitie, iets ter verdediging van mijn man kon aanvoeren. Hij mocht pas iets zeggen wanneer de rechter hem daartoe de gelegenheid zou bieden.
Zo had ik, om de tegenpartij aansprakelijk te kunnen stellen, het proces-verbaal van de plaatselijke politie nodig. Het heeft vele telefoontjes en zes maanden geduurd voordat de politie het onderzoek had afgerond en het proces-verbaal naar het openbaar ministerie had gestuurd. Ik kon hier geen afschrift van krijgen. Dat moest ik via mijn advocaat bij de officier van justitie proberen op te vragen, maar hiertoe verplicht was men niet. Laatstgenoemde heeft er overigens ook nog eens acht maanden over gedaan om tot strafvervolging over te gaan. Een kopie van het proces-verbaal kreeg ik pas nadat ik de griffier ervan had moeten overtuigen dat ik de daarin vermelde persoonlijke gegevens van de tegenpartij niet zou misbruiken om aldaar "verhaal te gaan halen"...
Ook mijn belangstellende
vraag welke officier van justitie deze zaak zou gaan behandelen,
wekte allereerst achterdocht op. "Je zou de mensen eens
de kost moeten geven die het voornemen hebben de officier van
justitie te willen beïnvloeden...", aldus de griffier.
Aan mijn verzoek om bij het vaststellen van de eerste zittingsdag
met mijn buitenlandse vakantie rekening te willen houden, kon
geen gehoor worden gegeven. Ik moest er dan ook prompt vervroegd
voor terugkeren. Verzetten was niet mogelijk, want de tegenpartij
had de dagvaarding al ontvangen (hij had wél rechten!).
Mijn verbijstering was dan ook groot toen de advocaat van de tegenpartij
tijdens de zitting aanvoerde meer tijd nodig te hebben voor zijn
verdediging. De 14 maanden die inmiddels waren verstreken, waren
blijkbaar onvoldoende. De zitting werd dus verdaagd en helaas,
ook mijn vordering werd aangehouden.
Alles voor niets...
En dit was nog maar de procedurele kant van de zaak. Emotioneel gezien lag het voor mij nóg gevoeliger. Ik was namelijk naar de rechtszitting gekomen, niet alleen in de verwachting dat mijn vordering in behandeling zou worden genomen, maar ook in de veronderstelling dat ik daar de automobilist voor de eerste keer zou zien. Wachtend, bij de ingang van de rechtszaal, hád ik het niet meer. Telkens als er een man onze richting uit kwam lopen, dacht ik dat het de automobilist was en brak het zweet mij uit. Hoe zou hij eruit zien? Zou hij aangedaan zijn en alsnog een woord van medeleven uitspreken? En, hoe zou ik daarop reageren? Zou ik daarna nog in staat zijn om de rechtszaal in te gaan? Totdat zijn advocaat verschijnt en vertelt dat hij de rechter zal verzoeken om de zitting te verdagen. In dat geval zal de zaak vandaag inhoudelijk niet behandeld worden, reden waarom de automobilist vandaag niet aanwezig is... Ik kon m'n oren niet geloven. Alle opgebouwde spanning was dus voor niets geweest. En toen, nota bene míjn eigen advocaat, dit probeerde te vergoeilijken door te zeggen, dat het voor de tegenpartij toch ook wel ontzettend moeilijk moet zijn om voor de rechter te verschijnen, was ik zo ontzet dat ik niet in staat was om ook maar iets uit te brengen, maar inwendig voelde ik mijn bloed koken. Is er dan niemand die met míjn gevoelens rekening houdt?, vroeg ik mij vertwijfeld af.
Onvoorwaardelijk...
Na anderhalf jaar volgde de uitspraak in de strafzaak. Maar, niet ten aanzien van míjn vordering, die wel al twee keer was aangehouden. Hiervoor verwees de strafrechter mij alsnog naar de civiele rechter. Opnieuw moest ik een zaak gaan aanspannen, met alle emotionele en financiële gevolgen van dien. Omdat de verzekeraar van de tegenpartij na de uitspraak alsnog eieren voor zijn geld koos en bereid was tot een schikking, heb ik hiervan afgezien.
Van meet af aan was mijn uitgangspunt dat geen enkele straf het verlies van Eric zou kunnen vergoeden of mij troost zou kunnen bieden. Maar, toen ik hoorde dat de automobilist was veroordeeld tot een klein aantal maanden gevangenisstraf en een half jaar ontzegging van de rijbevoegdheid en - nu komt het - dit alles in zijn geheel voorwaardelijk, was dit toch het laatste wat ik had verwacht. Is het leven van mijn man dan slechts een strafblad waard?
Nog regelmatig
spookt dit door mijn hoofd: want waarom kreeg hij voorwaardelijk
en wij onvoorwaardelijk...?
Monique Klaverweide - oktober 2001
Plaatsvervangende rouwverwerking
Jaren voordat Janny stierf was ze al bezig met rouwverwerking. Voor mij. Achteraf beschouwd zou je dat ,,plaatsvervangende rouwverwerking" kunnen noemen, want ik wilde er niets van weten, niets over lezen, niets over horen. Noem me een struisvogel met de kop diep in het levenszand, maar zo was het nu eenmaal. Janny las veel boeken over rouw en verdriet, over leven en dood en probeerde mij daarmee voor te bereiden op wat me ooit te wachten zou staan. Kopieerde delen uit boeken die haar bijzonder aanspraken en legde dat op mijn werkkamer. Woordenloos stuurde ze mij een duidelijke boodschap: ,,straks zal ik niet meer leven en moet jij verder. Hierin staat misschien iets wat je daarbij kan helpen".
Niet aan de dood denken...
Ik wilde daar
absoluut niets van weten. Mijn uitgangspunt was eigenlijk heel
simpel: ,,We leven nu nog samen. Jij leeft nog, ik leef nog. We
moeten samen zoveel mogelijk genieten van dit moment, zolang het
nog kan. Ik kan niet genieten als ik steeds aan de dood denk,
aan jouw dood." Natuurlijk, ook zij dacht daar zo over en
we deden samen heel veel dingen waar we voordien nooit zoveel
tijd aan zouden hebben besteed. We gingen samen naar tentoonstellingen,
bezochten musea. Onze vakanties waren intenser dan ooit, met een
impact die ik nu nog steeds voel. Maar zij keek verder, voorbij
haar leven dat op korte termijn eindig zou zijn.
,,Ik ben niet bang voor de dood,", vertelde ze me elke keer
maar weer, "ik heb alleen verdriet om wat ik moet achterlaten.
Om jou, de kinderen, de kleinkinderen en de kleinkinderen die
misschien nog komen en die ik nooit zal kunnen zien. Ik heb verdriet
om de pijn die jij straks zult voelen als ik er niet meer ben".
Op zo'n moment sprongen de tranen in mijn ogen en brak de geestelijke
dam die ik blijkbaar onbewust had opgeworpen tegen dit soort aanvallen
van verdriet. Ik wilde nog niet verdrietig zijn. Ik wilde alleen
maar vrolijk zijn, samen met haar. Lachen om al die mooie dingen
die we samen beleefden. Dingen die ons ineens zo veranderde leven
zo kostbaar maakten. Want ook al probeerde ik het buiten te sluiten,
het lukte me niet om het verdriet om haar te ontvluchten. Ik werd
inwendig verscheurd door mijn verdriet. Maar ik wilde dat niet
laten blijken. Ik wilde dapper zijn. Tot het allerlaatste moment.
Zij wist dat best, want zij kende me al haar hele leven lang.
Ik had geen geheimen voor haar en zij schreef dat later ook in
haar afscheidsboeken die ze speciaal voor mij had gemaakt.
Gekopieerde fragmenten
En steeds maar
weer vond ik door haar gekopieerde fragmenten op mijn werktafel
uit boeken van bekende auteurs over rouw en rouwverwerking. Later,
veel later zag ik die namen terug in mijn literatuurlijst van
De Draaikolk. En dacht aan al die kopietjes die ik ergens nog
had bewaard.
Fragmenten die ik natuurlijk wel had gelezen en waarvan de inhoud
later in volle hevigheid en herkenbaarheid een stempel zou drukken
op mijn eigen beleving van mijn rouw. Janny had alsnog haar doel
bereikt: ze had me voorbereid op mijn verdriet en ik deed er iets
mee. Sterker nog, ik wilde zelfs ineens méér doen
dan dat. Ik wilde mijn verdriet delen met lotgenoten in de hoop
dat zij hun verdriet met mij zouden willen delen. Want, zo wist
ik inmiddels, het delen van verdriet helpt. Net als er over praten
en schrijven.
En zo ontstond de internetsite De Draaikolk. Ik begon er in september
1998 aan, toen ikzelf inmiddels ook was getroffen door kanker.
In oktober van dat jaar verscheen de eerste editie.
Ik denk nog wel eens aan de jaren dat Janny mij onvermoeibaar naar de bibliotheek stuurde om boeken te halen die zij wilde lezen. Over rouwverwerking. Over de dood. Over leven na de dood. Over alles wat haar beroerde over het leven, over haar leven. In een angstaanjagend tempo absorbeerde ze de in die boeken vergaarde kennis. Verslond ze en vertelde mij er over. Avonden lang. En ik luisterde. Ook al wilde ik liever mijn oren afsluiten en niet denken aan later. Zij zag natuurlijk de afwerende blik in mijn ogen, elke keer als ze de door haar gelezen onderwerpen aansneed, maar ze trok zich er niets van aan. En ik? Ik luisterde en leerde, terwijl mijn hart bittere tranen huilde van verdriet.
Bert Vos
augustus 2001
Ruggesteuntjes (1) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Klaverweide
(Uit: "Als het leven een spel is, dan zijn dit de regels" - Chérie Carter-Scott. 2001 - Forum - Amsterdam, ISBN 90 225 2934 7)
Gedichten van Bert Vos WTC
Ja, nee, ik weet het niet
Mensen die rouwen zijn
vrijwel permanente twijfelaars. Lees er alle deskundige boeken
maar op na en het zal worden bevestigd. Het is waar. Wij twijfelen
dat het een lust is. Je kunt het zo gek niet bedenken of we twijfelen
er over. Neem de proef maar op de som en test jezelf. Je twijfelt
waarschijnlijk nu ook en je vraagt je af of je wel verder moet
lezen. Of je het allemaal wel wilt weten.
Het is voor mij nu bijna vier jaar geleden dat mijn vrouw overleed
en ik weet heel goed hoe vaak ik daarna heb getwijfeld. Heel vaak
dus. En als je nu denkt dat het in de loop der jaren wat minder
is geworden, dan vergis je je. Het tegendeel is bijna het geval.
Ik twijfel tegen de klippen op.
Ik twijfel aan mezelf, ik twijfel over wat ik met Kerst en Oud
en Nieuw moet doen, ik twijfel over de vraag of ik nu wel of niet
de tuin moet doen of beter kan wachten tot na de winter. Ik twijfel
of we nog een keertje een weekeindje moeten gaan kamperen of dat
de caravan beter in de winterstalling kan worden gezet. Ik twijfel
en ik twijfel. Moe word je ervan. Doodmoe.
Kortgeleden
hadden Monique en ik het over hoe wij samen ons leven nu verder
in zouden moeten vullen. Moeten we nu eindelijk niet eens radicaal
zijn en zeggen: we beginnen helemaal opnieuw, met een nieuw huis
in nieuwe woonplaats? Ja, dat zou misschien wel verstandig zijn,
maar ik heb wel zo'n 35 jaar in mijn huidige huis gewoond en
Op dat moment slaan de twijfels onverbiddelijk toe. Wat eerst
zo verstandig leek is nu opeens minder aantrekkelijk. Vraag me
niet waarom dat zo is, want als ik dáár een antwoord
op moet geven, dan twijfel ik opnieuw. Is het omdat al mijn herinneringen
in dit huis zitten en ik die herinneringen, dierbaar als ze zijn,
wil vasthouden? Ze niet wil verliezen in een nieuw huis, in een
nieuwe omgeving? Of ben ik gewoon bang te veranderen? Ben ik te
oud geworden om te verstekken?
Is het niet zo dat mensen die hun partner hebben verloren juist
per definitie helemaal opnieuw beginnen? Door een nieuwe baan,
een nieuwe omgeving, een nieuw huis en nieuwe vrienden? Ik lees
dat van lotgenoten en denk dan: ja, toch verstandig. Misschien.
En ik twijfel dan weer in volle hevigheid.
En bedenk dat ik dáár misschien eens over moet gaan
schrijven en aan mijn lotgenoten moet vragen hoe zij daar over
denken, hoe zij dat ervaren.
Tja. En nu ik dit schrijf twijfel ik opnieuw.
Als jullie dit lezen heb ik mijn twijfels opzij kunnen zetten.
Of me door Monique laten overtuigen Maar toch
ik twijfel
nog wel een beetje of ik er goed aan doe zo uitgebreid over onze
twijfels te schrijven
.
Bert Vos
Ingezonden bijdragen door lotgenoten
Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan bijvoorbeeld de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!
Bert
Brief van de maand: Alleen op vakantie
Voor het
eerst alleen op vakantie gaan. Daar heb je moed voor nodig, zo
heb ik zelf ervaren. Toen Karin Passtoors mij in een mailtje vertelde
dat ze dat van plan was te gaan doen, vroeg ik haar om haar ervaring
op papier te zetten voor de Draaikolk, zodat lotgenoten die daar
ook aan denken, hier misschien iets aan kunnen hebben, er troost
en extra moed uit kunnen putten. Karin heeft dat gedaan en daar
ben ik blij om. We plaatsen haar verhaal hierbij. Reacties van
lotgenoten zien we graag tegemoet. -Bert-
Beste Bert en Monique,
Voor de vakantie heb ik gereageerd op een artikel van jullie over het nemen van beslissingen.Toen vertelde ik dat ik er voor gekozen heb om dit jaar helemaal alleen op vakantie te gaan, naar Frankrijk, met mijn nieuwe vouwwagen. Nu ben ik inmiddels weer thuis en wil mijn verhaal vertellen over deze vakantie. (Ik kreeg overigens heel fijne reacties van mensen die mij bewonderden dat ik deze stap durfde te zetten, bedankt hiervoor).
Vriendelijke groeten, Karin Passtoors, e-mailadres: kpasstoors@chello.nl
Na een pittige reis van bijna twaalf uur arriveerde ik op de camping die ik had uitgekozen.Een kleine camping met Nederlandse beheerders. Ik had ze van te voren op de hoogte gebracht van mijn situatie. De ontvangst was ronduit hartverwarmend. Armen om me heen en stemmen die zeiden "zo dit heb je alvast gedaan meid, goed hoor, nu eerst een glaasje wijn en dan helpen we je wel even om de boel op te zetten." Toen ik zei dat dat niet echt nodig was, dat ik dat alleen kon, werd dit weggewimpeld met een "onzin, we weten zelf hoe moe we zijn na zo'n reis". Kortom het begon meteen al goed.
De dagen daarna
verliepen met de nodige ups en downs, maar gelukkig hadden de
betere dagen de overhand. Ik had tijdens de voorafgaande contacten
gezegd dat ik niet wist hoelang ik zou blijven (afhankelijk van
mijn gemoedstoestand), maar het zijn uiteindelijk 17 dagen geworden.
De goede dagen hadden gelukkig de overhand.
Of het toeval is of niet weet ik niet, maar ik heb nog nooit in
een vakantie zoveel mensen ontmoet die mensen kenden die ik ook
weer kende, of mensen met dezelfde interesses, en zelfs iemand
die (je zou denken dat het niet kon) twee keer weduwe was geworden
(nu op vakantie met haar derde partner). Wat ik vooral heel goed
vond om te ervaren, was dat ik in staat was ook alleen te genieten
van tripjes naar steden etc. Natuurlijk blijft het zo dat in je
eentje eten op een terrasje niet echt gezellig is, maar ik heb
het wel gedaan. Niet zo uitgebreid als we dat met z'n tweeën
gewend waren, maar toch met een gevoel van "zo,dat doe ik
toch maar".
De omgeving
moet er overigens wel even aan wennen. Maar daar probeer ik me
niets van aan te trekken. Op de camping werd goed gereageerd op
het feit dat ik alleen was. Contacten waren snel gemaakt en echt
niet vanuit een gevoel van "ach ze is zo zielig, zullen we...."
Een enkeling vroeg wel expliciet waarom ik alleen was, dat was
soms wel moeilijk, of als mensen consequent hun vraag begonnen
met "zo,hoelang staan jullie hier al?, of "wat hebben
jullie gedaan vandaag?" Dan legde ik uit dat er geen sprake
was van jullie,of (als ik daar geen zin in had) antwoordde ik
met "ik heb..."
Al met al is het een ervaring geweest waar ik met een goed gevoel
op terug kijk, en waar ik zeker weer een stuk sterker van ben
geworden.
In jullie vakantieverhaal zaten overigens veel herkenbare dingen,
ook ik was in een omgeving waar we nog nooit waren geweest. Dat
was zeker de eerste dagen erg confronterend. In het begin had
ik steeds het idee dat ik er op uit moest, mezelf bezig houden.
Dat vergt veel energie, vooral omdat je ook nu alles alleen moet
doen (verzinnen waar naar toe en rijden) Na een paar moeizame
dagen met huilbuien kwam ik tot de conclusie dat het zo niet ging
en vond ik gelukkig de rust om ook eens gewoon bij de tent te
blijven met een boek. Langzaamaan ging het gevoel overheersen
dat alles mocht maar niets hoefde. En ook hier geldt weer: als
je emoties durft toe te laten, kom je uiteindelijk sterker uit
de strijd.
Het is nog een uitgebreid verhaal geworden, terwijl ik lang niet
alles heb verteld, maar ik hoop dat anderen er steun aan hebben.
Karin Passtoors, e-mailadres: kpasstoors@chello.nl
Geachte heer Vos,
Ik las op uw site de tekst over gedichten waarvan de herkomst niet bekend is. Een van die gedichten 'Mensen van voorbij' is naar mijn weten van Hanna Lam. Op uw site heeft u (helaas) slechts een deel van het gedicht opgenomen. Hierbij ontvangt u de integrale tekst.
Met vriendelijke groet, Banoyi Zuma
Beste Banoyi, ik heb het even nagezocht en zag in de oktober-editie van 2000 inderdaad een bijdrage van een lotgenoot in de vorm van (een deel) van dit mooie gedicht zonder bronvermelding. Bedankt voor de aanvulling en ik plaats het gedicht nu nog een keer in haar geheel.
Bert
Tekst: Hanna
Lam
Werken kan (even?) niet meer, maar gaan we daar goed mee om?
Veel werkende lotgenoten
kampen na het overlijden van hun partner met het probleem dat
het werken moeizaam gaat of in veel gevallen zelfs (tijdelijk)
onmogelijk. Natuurlijk: veel is ook afhankelijk van de vraag hoe
je op het werk door chef en collega's wordt opgevangen. Hoe ver
gaat hun begrip? Is dat slechts tijdelijk of weten ze dat jouw
verdriet niet zo maar van de ene op de andere dag is verdwenen?
Dat het soms wel jaren duurt voordat het gemis wat draaglijker
is geworden? Maar dat je er best wel (even) over wilt praten in
plaats van dat men het gewoon negeert? Weten ze dat?
Hoewel er de laatste jaren een groeiende aandacht is ontstaan
voor het fenomeen ,,rouwen" en ,,verliesverwerking",
arbo-diensten er beter op zijn ingespeeld dan vroeger, toch is
het nog lang niet allemaal goed geregeld. Want tja, wat is het
nou: is de medewerker ziek? Is rouwen een ziekte? Al snel verzuipt
men dan in de drang tot etikettering, iets wat in de bureaucratie
van onze samenleving schijnbaar het allerbelangrijkste doel lijkt
om naar te streven.
Ingrijpende gevolgen
Rouwen kan zowel
psychisch als fysiek heel ingrijpende gevolgen hebben voor je
gezondheid. Gebrek aan eetlust en slapeloosheid als gevolg van
je verdriet om het gemis van je andere helft, gecombineerd met
een groeiende eenzaamheid, leveren binnen de kortst mogelijke
tijd lichamelijke klachten op. Op je werk kom je al snel die problemen
tegen: gebrek aan concentratievermogen, je trekt je te veel en
te vaak terug in jezelf en mijdt als het even kan het contact
met je collega's die er toch al niks van begrijpen.
In de collectieve arbeidsovereenkomsten wordt weinig of niets
geregeld als het gaat om rouwverwerking. Je krijgt hooguit een
paar dagen vrij om de uitvaart te regelen en ach, als je een paar
weken ziek thuis blijft dan is dat ook nog te regelen, maar daarna
moet er ,,gewoon" weer gewerkt worden.
Het eerste wat er dan gebeurt is de confrontatie met je collega's.
Sommigen zullen op de uitvaartbijeenkomst zijn geweest, anderen
niet. Een enkeling zal er nog even met je over praten en je een
bemoedigend schouderklopje geven. Om dan weer aan het werk te
gaan.
Als je echt geluk hebt tref je een collega die er ook na maanden
nog met je over wil praten, je moed probeert in te spreken en
je het gevoel geeft een vriend of vriendin te hebben.
Maar dat alles betekent niet, dat je ,,dus" weer snel voor
de volle honderd procent aan het werk zult zijn. Alsof er eigenlijk
niks is gebeurd.
En op dat punt laten veel arbo-diensten, ook veel bedrijfsartsen
en keuringsinstanties het nog afweten, zo is de ervaring van veel
lotgenoten. Uit onbegrip voor de situatie waarin de rouwende werkelijk
verkeert. Er is veel te weinig deskundigheid, te weinig expertise
zoals dat heet, om mensen in de rouw adequaat op te kunnen vangen.
Ook de door die instanties toe te passen regels zijn daar niet
echt op berekend. Het gevolg laat zich raden: men wordt veel te
snel weer aan het werk gestuurd onder het motto: het heeft nu
lang genoeg geduurd. En dat begint in feite al eerder, op het
werk zelf, waar de chef begint te mopperen dat hij een onbezette
werkplek heeft en dat hij niks heeft aan iemand die steeds ziek
is of maar voor de helft of minder kan presteren. Collega's moeten
het extra werk opknappen, waar ook niet iedereen gelukkig mee
is en voor je het weet is de sfeer verziekt en kun je als rouwende
maar beter thuisblijven. De gordijnen gaan dan dicht: je bent
er even voor niemand
..
Vicieuze
cirkel
Maar de bedrijfsarts beslist anders, de keuringsarts die je na
een bepaalde ziekteperiode moet beoordelen of je in aanmerking
komt voor een (al dan niet gehele WAO-) uitkering denkt er ook
anders over dan je had gehoopt en het gevolg is dat je in een
vicieuze cirkel terecht komt: werken, ziek zijn, werken, een beetje
ziek zijn, een beetje werken, een beetje ziek zijn, toch maar
weer aan het werk, gestresst en uiteindelijk afgebrand. Alle moedige
reïntegratieprocessen ten spijt word je uiteindelijk na een
schier eindeloos durende formele procedure toegevoegd aan de schare
(in ieder geval voor lange tijd) ,,afgeschreven" WAO'ers.
Dat is even wennen. Het lijkt een schande dat je het hebt moeten
laten afweten. Je voelt je een slappeling. Maar aan de andere
kant valt de voortdurende druk om te moeten presteren als een
zware deken van je af. En als je een beetje geluk hebt begint
vanaf dat moment met hele kleine stapjes een genezingsproces.
Niet dat je daarna zo maar weer aan het werk kunt, maar misschien
gaat het dan wel een stukje beter met je. Zowel psychisch als
fysiek.
Meeste ervaringen negatief
Wat veel lotgenoten me schrijven over hun ervaring met hun werk na het overlijden van hun partner, maakt me er niet vrolijker op en stemt me niet tot optimisme. De meeste ervaringen zijn ronduit negatief. Dat betekent niet dat de Arbo-diensten en keuringsinstanties het ,,dus" allemaal niet goed doen. Zo simpel is het niet. Ik denk alleen dat onze zorgzame samenleving juist op dit terrein nauwelijks adequate regelgeving kent om de instanties voldoende handvatten aan te reiken waarmee het probleem op de juiste manier kan worden benaderd: met geduld en begrip. Want dat is in feite waar het om draait en waaraan het in veel gevallen ontbreekt. En belangrijker: hoe leg je bijvoorbeeld niet alleen ,,geduld en begrip" als een behandelings-eis in regelgeving vast, maar moet je de behandelende instanties dan ook niet ,,leren" hoe ze daarmee om moeten gaan?
Rouwverlof...
Een tijd geleden dook ineens het begrip ,,rouwverlof" op. De stichting Sire was net een ideële campagne gestart met betrekking tot verliesverwerking onder het motto: ,,Verlies verwerken kan niemand alleen" en verschillende kranten en omroepen voelden zich ineens geroepen om daar ook eens wat aandacht aan te besteden. De dood en rouw was ineens even ,,in", om het wat cynisch uit te drukken. De noodzaak tot een al dan niet invoeren van ,,rouwverlof" leverde, geloof ik, één keer een discussie en wat krantenberichten op en daarna hebben we er nooit meer iets over gehoord, op een enkele oprisping na van wat lobbyisten. Technisch en financieel onhaalbaar, en bovendien weet niemand een goede definitie te verzinnen voor wat rouw nu eigenlijk is en wie wél en wie niet tot de groep rouwenden kan worden gerekend. En hoe dat dan moet worden vastgesteld. Alle goede bedoelingen ten spijt: we hebben behoefte aan een goede, onfeilbare ,,rouwmeter" om ons daarbij te helpen De ,,etikettenindustrie" kwam weer op volle toeren, zogezegd.
Onontkoombare ontwikkeling
Veel werkende
vrouwen die hun partner verliezen besluiten uiteindelijk, zeker
als ze zich dat financieel kunnen veroorloven, bijvoorbeeld met
een redelijk weduwenpensioen, om te stoppen met werken. Al hebben
ze nog zo'n plezierige baan en ook al hebben hun collega's nog
zoveel begrip, op een gegeven moment wordt het besluit genomen:
stoppen.
Blijkbaar is dat voor velen onder ons een onontkoombare ontwikkeling.
Sommigen gaan nog een stapje verder en verhuizen. Naar een andere
streek, soms zelfs naar het andere uiteinde van het land, zo ver
mogelijk bij al die pijnlijke, verdrietige herinneringen vandaan.
Helemaal opnieuw beginnen.
Al die ,,fenomenen" zouden de uitvoerende instanties in ons
land, de vakbonden en ook onze politici toch te denken moeten
geven. Ze zouden daar eens serieus over na moeten denken. En door
veel te praten met al die rouwenden over hun ervaringen én
hun (veelal bescheiden) wensen, zou er mogelijk een nieuw beleid
kunnen worden ontwikkeld waardoor werkenden die hun partner door
de dood verliezen op een goede wijze worden opgevangen waardoor
ze in staat worden gesteld om op een gezonde manier op termijn
weer aan het werk te kunnen gaan. Dat dit ook een mentaliteitsomslag
van ons allemaal vereist, behoeft geen betoog. We zullen met z'n
allen moeten leren om te gaan met onze rouwende medemens. Thuis
en op ons werk. En dat is, zo weet ik, geen gemakkelijke opgave.
Maar we kunnen er toch in ieder geval eindelijk eens een écht
begin mee maken?
Bert Vos
Boekbespreking:
"Om jou mijn lief, om jou", fragmentarisch ,,dagboek" van een rouwproces
"Om jou mijn lief, om jou"- Paul Sloots; Uitgeverij Lannoo, Warnsveld 2001, ISBN 90 209 4547 0, ca. 224 blz.
Op 18 september jl.,
precies een jaar na het overlijden van zijn vrouw Agnes aan darmkanker,
verscheen dit (dag-)boek. Nog nauwelijks bekomen van dit vrij
plotselinge verlies stort Paul (therapeut) zich op een aantal
'projecten' (zoals hij dit zelf noemt) ter nagedachtenis aan zijn
vrouw, waaronder ook dit boek. Hij probeert in zijn boek het proces
van ziek zijn en de eerste maanden na het overlijden op een rij
te zetten. Het valt hem zwaar om het huishouden met drie kinderen
draaiende te houden. Het verdriet en de wanhoop liggen dan ook
voortdurend op de loer. Maar ook de vermoeidheid en lusteloosheid
breken hem steeds weer op.
Binnen drie dagen (!) is het manuscript geschreven, en met de
verdere uitwerking tot boek is hij in totaal 3,5 maand bezig.
Dit lijkt mij een haast onmogelijke opgave voor iemand die nog
maar zo kort geleden zijn vrouw is verloren. Hij heeft immers
nog nauwelijks kunnen bevatten wat er is gebeurd? En deze 'verwarring'
komt dat - uiteraard - in het boek tot uitdrukking. Het leest
dan ook niet 'prettig'. Mogelijk door het nog zo prille verlies,
is zijn gedachtengang niet altijd goed te volgen. Het is te fragmentarisch
en hij heeft nog onvoldoende afstand kunnen nemen van zijn gevoelens
om deze verder uit te kunnen werken. Hierdoor raken ze ondergesneeuwd
door het geheel. Nadeel van de dagboekvorm in dit geval vind ik,
dat ik té vaak heb moeten lezen hoe hij soms dagen, soms
urenlang heeft moeten huilen. Dit kwam op den duur niet langer
geloofwaardig op mij over.
Kan het bovenstaande nog worden toegeschreven aan het beginstadium van het rouwproces en alle verwarrende emoties die dit met zich meebrengt, ik vraag mij af of hetzelfde gezegd kan worden over het inleidende gedeelte, waarin hij vrij uitvoerig terugblikt op het begin van hun, voor beiden tweede, relatie. Hieruit blijkt dat deze bepaald niet vrij van conflicten is geweest. Natuurlijk zal niet iedere relatie hiervan gevrijwaard kunnen blijven. En natuurlijk moet je na het overlijden van je partner niet alleen de goede, maar ook de minder goede kanten willen herinneren. Maar naar mijn mening is de schrijver wat dit laatste betreft toch te ver gegaan. Zo worden enkele van zijn verwijtende brieven aan haar in dit boek voor iedereen ter lezing aangeboden. Brieven waarin hij haar een flinke veeg uit de pan geeft. Ik vond het gênant en ongepast dat ik dit als buitenstaander onder ogen kreeg. Bovendien is dit slechts zíjn kant van het verhaal. De visie van Agnes zullen wij nooit te weten komen... Als therapeut had hij toch beter moeten weten. Bovendien, wat voegt dit toe aan het boek?
Het lezen van, met name, dit gedeelte heeft bij mij zoveel irritatie opgeroepen, dat ik er zelf verbaasd over was. Ik heb mij er dan ook toe moeten zetten om het, zo onbevooroordeeld als nog mogelijk was, verder uit te lezen. Het feit dat hij zijn vrouw in de rest van het boek bijna lijkt te verafgoden, kon dit gevoel bij mij niet meer wegnemen. Ik kon dit namelijk niet met elkaar rijmen, tenzij het een haat-/liefdeverhouding is geweest
"Dit is
geen leerboek, er staat niet in beschreven óf en hoe wij
kunnen rouwen", vermeldt het voorwoord van het boek onder
meer. En dat klopt. Voor deze lotgenoot is dit zíjn manier
geweest om zichzelf die eerste, verschrikkelijke maanden staande
te kunnen houden. Ongetwijfeld zullen hij, zijn familie en verdere
intimi er veel troost uit kunnen putten. Dáár hoort
de inhoud van het boek dan ook 'thuis'. Voor verdere verspreiding
zou ík het echter (nog?) niet geschikt hebben geacht, want
het is té vroeg en té snel geschreven.
Niettegenstaande dat heb ik er veel respect voor hoe de schrijver,
nog nauwelijks zijn gemis beseffend, ertoe in staat is gebleken
om in een recordtempo zijn 'projecten' op te starten, waaronder
ook de oprichting van de "Agnes Duyndam Stichting" (voor
het verrichten van promotieactiviteiten voor de verzorging en
opvoeding van moeilijk opvoedbare kinderen en pleegkinderen).
Mijn hart gaat echter naar hem uit: wat moet hij nú na
al die energie en inzet in een diep gat vallen
Monique Klaverweide
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren