Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 4e jaargang nr. 1 - oktober 2001


Van de hoofdredactie: Even bijpraten…?

De maand oktober is voor mij een bijzondere maand als het gaat om De Draaikolk. Op 1 oktober 1998 ging namelijk de eerste editie van ons internettijdschrift van start. Dat betekent dat we deze (herfst-)maand alweer aan de vierde jaargang beginnen en dat is, zo begrijp ik, voor internetbegrippen toch vrij lang. Veel sites hebben voor die tijd al het loodje gelegd bij gebrek aan tijd, geld of andere oorzaak. Nu valt het ook niet mee om elke maand maar weer voor een nieuwe editie te zorgen, maar in de loop der jaren heb ik gelukkig veel hulp gekregen in de vorm van bijdragen van lotgenoten. En in de afgelopen tijd is natuurlijk de redactie versterkt met Monique. Dat we in de zomermaanden over moesten gaan op enkele dubbelnummers was helaas onvermijdelijk en dat zal in de toekomst misschien nog wel eens vaker gebeuren als Monique en ik zo nu en dan op reis gaan.
Belangrijker is echter dat met de nodige regelmaat de belangrijkste rubrieken als de ,,Mailbox", ,,Ik denk aan jou", ,,Reacties" en ,,Samen Actief" worden ververst en geactualiseerd. En dat zal uiteraard gebeuren.

Drie jaargangen hebben we nu dus achter de rug. In die periode is er natuurlijk veel gebeurd. De site is uitgegroeid, kreeg steeds meer bezoekers en steeds meer lotgenoten durven de drempel te nemen en te reageren door hun verhaal te vertellen of zich aan te melden voor de Mailbox. Ook kreeg De Draaikolk op verschillende aanverwante sites links en de tientallen zoekmachines hebben geen moeite meer om De Draaikolk te vinden en in hun databases op te slaan. Wat dat betreft ben ik een tevreden mens. Maar het kan natuurlijk altijd beter.

Er is ook met een zekere regelmaat om gevraagd en vanaf het begin heb ik ook steeds in mijn achterhoofd gehad dat ik op een gegeven moment een Draaikolkbijeenkomst met lotgenoten zou willen organiseren. Maar ik zou dat pas willen doen als zou blijken dat De Draaikolk aan zou slaan.
Nu we drie jaar verder zijn en de site nog steeds bestaat (en nog steeds groeit), denk ik dat de tijd rijp is voor zo'n bijeenkomst. Daarom doen Monique en ik in dit eerste nummer van de vierde jaargang een oproep aan jullie om aan te geven of jullie belangstelling hebben voor zo'n informele Draaikolk-bijeenkomst. Om even bij te praten… Informeel, dus zonder een programma, omdat we de drempel zo laag mogelijk willen houden. Het is eigenlijk een soort stuif eens in-middag, ook al is het wel een besloten bijeenkomst. Dat laatste betekent dat je alleen toegang krijgt als je in de rubriek ,,Mailbox" staat vermeld, je je schriftelijk hebt aangemeld en de kosten van tevoren hebt betaald.

Monique en ik hopen dat er voldoende lotgenoten zullen zijn om in november of begin december een Draaikolkbijeenkomst te kunnen organiseren.

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (18): Onvoorwaardelijk

Na de recente, gruwelijke, terroristische aanslagen in Amerika is de roep om wraak en vergelding alom hoorbaar. Zoveel dierbare mensenlevens zijn op wrede wijze en zo nodeloos verloren gegaan. Maar, ook al worden de daders gepakt en gestraft, het leed is al toegebracht, onomkeerbaar...

Ook ik heb stil gestaan bij mijn gevoelens ten opzichte van de automobilist die betrokken was bij het motorongeluk van mijn man Eric. Terwijl een vóór hem stilstaande auto aarzelde of hij wel of niet zou afslaan, heeft de ongeduldig geworden automobilist plotsklaps, vanuit stilstand en zonder richting aan te geven, zijn stuur naar links gegooid en is hij begonnen in te halen, juist op het moment dat Eric hém reeds aan het inhalen was...

Nadat ik mij ervan had vergewist dat de automobilist niet dronken achter het stuur had gezeten, heb ik er voor mezelf het etiket: '"noodlottig ongeluk" opgeplakt en dit gegeven (vooralsnog?) naar een verre uithoek van mijn geest verbannen. Ook de verontwaardiging van familie en vrienden over het feit dat de automobilist nooit iets van zich heeft laten horen, leidde er bij mij niet toe dat er boosheid of woede in mij opkwam. Ja, ik verdedigde hem zelfs: "Het zal je toch maar gebeuren dat je in een moment van onoplettendheid een ongeluk veroorzaakt waarbij iemand het leven laat. Het feit dat je dit je hele leven lang met je mee moet dragen, schuld of niet, lijkt me al "straf" genoeg." En: "Hoe moeilijk moet het voor hem wel niet zijn om mij onder ogen te moeten komen".
"Een ongeluk zit in een klein hoekje", wil het spreekwoord. Alleen, nu is het niet een ander, maar ons overkomen... Hoe vaak heb ik mijzélf er niet op betrapt dat ik - in gedachten verzonken - in de auto vele kilometers "op de automatische piloot" heb afgelegd? En ook mij is het wel eens overkomen dat ik vlak voor een inhaalmanoeuvre, godzijdank nog nét op tijd, een auto uit de "dode hoek" (!) heb zien opdoemen. Een motor is nóg moeilijker te zien dan een auto. Kortom: ik wilde mij hier dan ook niet verder mee bezighouden. Het verlies van mijn man was immers onomkeerbaar? Er waren andere emoties die om voorrang streden.

Onthutsend

Nee, het was de (traagheid van de) daarop volgende juridische nasleep en het onthutsende, groeiende besef dat ik als achterblijvende echtgenote totaal geen rechten bleek te hebben dat mij erg aangreep. Verschillende instanties (politie, openbaar ministerie, advocatuur) maakten mij keer op keer impliciet duidelijk dat ik "geen partij" was in de daaropvolgende strafzaak. Het ging hier om "het algemeen belang"; de openbare orde die verstoord was. Zelfs toen mijn vordering tot schadevergoeding voor de schade aan de (total-loss) motor en de crematiekosten bij dezelfde strafzaak gevoegd mocht worden, betekende dat bijvoorbeeld niet dat mijn advocaat gedurende de rechtszaak, ter aanvulling op het flauwe betoog van de slecht voorbereide officier van justitie, iets ter verdediging van mijn man kon aanvoeren. Hij mocht pas iets zeggen wanneer de rechter hem daartoe de gelegenheid zou bieden.

Zo had ik, om de tegenpartij aansprakelijk te kunnen stellen, het proces-verbaal van de plaatselijke politie nodig. Het heeft vele telefoontjes en zes maanden geduurd voordat de politie het onderzoek had afgerond en het proces-verbaal naar het openbaar ministerie had gestuurd. Ik kon hier geen afschrift van krijgen. Dat moest ik via mijn advocaat bij de officier van justitie proberen op te vragen, maar hiertoe verplicht was men niet. Laatstgenoemde heeft er overigens ook nog eens acht maanden over gedaan om tot strafvervolging over te gaan. Een kopie van het proces-verbaal kreeg ik pas nadat ik de griffier ervan had moeten overtuigen dat ik de daarin vermelde persoonlijke gegevens van de tegenpartij niet zou misbruiken om aldaar "verhaal te gaan halen"...

Ook mijn belangstellende vraag welke officier van justitie deze zaak zou gaan behandelen, wekte allereerst achterdocht op. "Je zou de mensen eens de kost moeten geven die het voornemen hebben de officier van justitie te willen beïnvloeden...", aldus de griffier.
Aan mijn verzoek om bij het vaststellen van de eerste zittingsdag met mijn buitenlandse vakantie rekening te willen houden, kon geen gehoor worden gegeven. Ik moest er dan ook prompt vervroegd voor terugkeren. Verzetten was niet mogelijk, want de tegenpartij had de dagvaarding al ontvangen (hij had wél rechten!). Mijn verbijstering was dan ook groot toen de advocaat van de tegenpartij tijdens de zitting aanvoerde meer tijd nodig te hebben voor zijn verdediging. De 14 maanden die inmiddels waren verstreken, waren blijkbaar onvoldoende. De zitting werd dus verdaagd en helaas, ook mijn vordering werd aangehouden.

Alles voor niets...

En dit was nog maar de procedurele kant van de zaak. Emotioneel gezien lag het voor mij nóg gevoeliger. Ik was namelijk naar de rechtszitting gekomen, niet alleen in de verwachting dat mijn vordering in behandeling zou worden genomen, maar ook in de veronderstelling dat ik daar de automobilist voor de eerste keer zou zien. Wachtend, bij de ingang van de rechtszaal, hád ik het niet meer. Telkens als er een man onze richting uit kwam lopen, dacht ik dat het de automobilist was en brak het zweet mij uit. Hoe zou hij eruit zien? Zou hij aangedaan zijn en alsnog een woord van medeleven uitspreken? En, hoe zou ik daarop reageren? Zou ik daarna nog in staat zijn om de rechtszaal in te gaan? Totdat zijn advocaat verschijnt en vertelt dat hij de rechter zal verzoeken om de zitting te verdagen. In dat geval zal de zaak vandaag inhoudelijk niet behandeld worden, reden waarom de automobilist vandaag niet aanwezig is... Ik kon m'n oren niet geloven. Alle opgebouwde spanning was dus voor niets geweest. En toen, nota bene míjn eigen advocaat, dit probeerde te vergoeilijken door te zeggen, dat het voor de tegenpartij toch ook wel ontzettend moeilijk moet zijn om voor de rechter te verschijnen, was ik zo ontzet dat ik niet in staat was om ook maar iets uit te brengen, maar inwendig voelde ik mijn bloed koken. Is er dan niemand die met míjn gevoelens rekening houdt?, vroeg ik mij vertwijfeld af.

Onvoorwaardelijk...

Na anderhalf jaar volgde de uitspraak in de strafzaak. Maar, niet ten aanzien van míjn vordering, die wel al twee keer was aangehouden. Hiervoor verwees de strafrechter mij alsnog naar de civiele rechter. Opnieuw moest ik een zaak gaan aanspannen, met alle emotionele en financiële gevolgen van dien. Omdat de verzekeraar van de tegenpartij na de uitspraak alsnog eieren voor zijn geld koos en bereid was tot een schikking, heb ik hiervan afgezien.

Van meet af aan was mijn uitgangspunt dat geen enkele straf het verlies van Eric zou kunnen vergoeden of mij troost zou kunnen bieden. Maar, toen ik hoorde dat de automobilist was veroordeeld tot een klein aantal maanden gevangenisstraf en een half jaar ontzegging van de rijbevoegdheid en - nu komt het - dit alles in zijn geheel voorwaardelijk, was dit toch het laatste wat ik had verwacht. Is het leven van mijn man dan slechts een strafblad waard?

Nog regelmatig spookt dit door mijn hoofd: want waarom kreeg hij voorwaardelijk en wij onvoorwaardelijk...?

Monique Klaverweide - oktober 2001


Plaatsvervangende rouwverwerking

Jaren voordat Janny stierf was ze al bezig met rouwverwerking. Voor mij. Achteraf beschouwd zou je dat ,,plaatsvervangende rouwverwerking" kunnen noemen, want ik wilde er niets van weten, niets over lezen, niets over horen. Noem me een struisvogel met de kop diep in het levenszand, maar zo was het nu eenmaal. Janny las veel boeken over rouw en verdriet, over leven en dood en probeerde mij daarmee voor te bereiden op wat me ooit te wachten zou staan. Kopieerde delen uit boeken die haar bijzonder aanspraken en legde dat op mijn werkkamer. Woordenloos stuurde ze mij een duidelijke boodschap: ,,straks zal ik niet meer leven en moet jij verder. Hierin staat misschien iets wat je daarbij kan helpen".

Niet aan de dood denken...

Ik wilde daar absoluut niets van weten. Mijn uitgangspunt was eigenlijk heel simpel: ,,We leven nu nog samen. Jij leeft nog, ik leef nog. We moeten samen zoveel mogelijk genieten van dit moment, zolang het nog kan. Ik kan niet genieten als ik steeds aan de dood denk, aan jouw dood." Natuurlijk, ook zij dacht daar zo over en we deden samen heel veel dingen waar we voordien nooit zoveel tijd aan zouden hebben besteed. We gingen samen naar tentoonstellingen, bezochten musea. Onze vakanties waren intenser dan ooit, met een impact die ik nu nog steeds voel. Maar zij keek verder, voorbij haar leven dat op korte termijn eindig zou zijn.
,,Ik ben niet bang voor de dood,", vertelde ze me elke keer maar weer, "ik heb alleen verdriet om wat ik moet achterlaten. Om jou, de kinderen, de kleinkinderen en de kleinkinderen die misschien nog komen en die ik nooit zal kunnen zien. Ik heb verdriet om de pijn die jij straks zult voelen als ik er niet meer ben".
Op zo'n moment sprongen de tranen in mijn ogen en brak de geestelijke dam die ik blijkbaar onbewust had opgeworpen tegen dit soort aanvallen van verdriet. Ik wilde nog niet verdrietig zijn. Ik wilde alleen maar vrolijk zijn, samen met haar. Lachen om al die mooie dingen die we samen beleefden. Dingen die ons ineens zo veranderde leven zo kostbaar maakten. Want ook al probeerde ik het buiten te sluiten, het lukte me niet om het verdriet om haar te ontvluchten. Ik werd inwendig verscheurd door mijn verdriet. Maar ik wilde dat niet laten blijken. Ik wilde dapper zijn. Tot het allerlaatste moment. Zij wist dat best, want zij kende me al haar hele leven lang. Ik had geen geheimen voor haar en zij schreef dat later ook in haar afscheidsboeken die ze speciaal voor mij had gemaakt.

Gekopieerde fragmenten

En steeds maar weer vond ik door haar gekopieerde fragmenten op mijn werktafel uit boeken van bekende auteurs over rouw en rouwverwerking. Later, veel later zag ik die namen terug in mijn literatuurlijst van De Draaikolk. En dacht aan al die kopietjes die ik ergens nog had bewaard.
Fragmenten die ik natuurlijk wel had gelezen en waarvan de inhoud later in volle hevigheid en herkenbaarheid een stempel zou drukken op mijn eigen beleving van mijn rouw. Janny had alsnog haar doel bereikt: ze had me voorbereid op mijn verdriet en ik deed er iets mee. Sterker nog, ik wilde zelfs ineens méér doen dan dat. Ik wilde mijn verdriet delen met lotgenoten in de hoop dat zij hun verdriet met mij zouden willen delen. Want, zo wist ik inmiddels, het delen van verdriet helpt. Net als er over praten en schrijven.
En zo ontstond de internetsite De Draaikolk. Ik begon er in september 1998 aan, toen ikzelf inmiddels ook was getroffen door kanker. In oktober van dat jaar verscheen de eerste editie.

Ik denk nog wel eens aan de jaren dat Janny mij onvermoeibaar naar de bibliotheek stuurde om boeken te halen die zij wilde lezen. Over rouwverwerking. Over de dood. Over leven na de dood. Over alles wat haar beroerde over het leven, over haar leven. In een angstaanjagend tempo absorbeerde ze de in die boeken vergaarde kennis. Verslond ze en vertelde mij er over. Avonden lang. En ik luisterde. Ook al wilde ik liever mijn oren afsluiten en niet denken aan later. Zij zag natuurlijk de afwerende blik in mijn ogen, elke keer als ze de door haar gelezen onderwerpen aansneed, maar ze trok zich er niets van aan. En ik? Ik luisterde en leerde, terwijl mijn hart bittere tranen huilde van verdriet.

Bert Vos
augustus 2001


Ruggesteuntjes (1) Wijsheden, gedachten en uitspraken, kort en goed voor een steuntje in de rug, verzameld door Monique Klaverweide

(Uit: "Als het leven een spel is, dan zijn dit de regels" - Chérie Carter-Scott. 2001 - Forum - Amsterdam, ISBN 90 225 2934 7)


Gedichten van Bert Vos WTC

Traag stroomt de zware tijd voorbij
in verwarrende getijdestromen
Tijdloos zijn de gruwelijk scherp gesneden
beelden van ongekende dromen

Grauw en grijs in zwart gekleed
vliegt de dood en oogst het leven
terwijl de hoge torens grommend beven
als voorspel tot een onvoorstelbaar leed

Een zwarte wolk bedekt de zon met stof
terwijl de wereld huilt en rouwt

11 september 2001

Zo maar wat woorden

Geluk
Liefde
Warmte

Leven
Dood
Rouw

Kou
Eenzaamheid
Haat

Woede
Boosheid
Verdriet
Troost

Liefde
Leven
Warmte
Geven

september 2001

 

Dolende zielen

Duizenden dolende zielen
in het stof en grijze gruis
Duizenden rouwenden knielen
eenzaam in hun nu kille huis

Duizenden dolenden vluchten
voor de eindeloze haat
Duizenden dolenden zuchten
dakloos, in een modderige straat

En ik? In gedachten voel
ik mij een rouwende
En toch weet ik even niet
welke van de pijn
minder erg zal zijn

september 2001

Sluipend komt de herfst

De herfst komt sluipend deze keer
terwijl ik me koester in
de warme zomerzon
Ineens kleuren de blaadjes
gelend goud
ook al zou ik dat nu graag
willen stoppen als ik kon

Want ik ben verliefd geworden
op de heldere zomerzon
en op de bloeiende bloemen
in het grote park dat wereld heet

Zomer
Kleurenpracht
Warmte
Schaduw

De herfst komt sluipend deze keer
En is er al, terwijl ik
nog denk dat het nog maar
net een warme lente is
Waarom haat ik nou ineens de herfst,
met die gouden bomenkruinen?

Ik weet het niet, ik snap het niet
ik kan het niet begrijpen
Ach, struisvogel die ik ben
Ik zit 'm toch gewoon te knijpen?

Want:
ben ik niet gewoon
doodsbang voor de
komende kille winter?

september 2001


Ja, nee, ik weet het niet…

Mensen die rouwen zijn vrijwel permanente twijfelaars. Lees er alle deskundige boeken maar op na en het zal worden bevestigd. Het is waar. Wij twijfelen dat het een lust is. Je kunt het zo gek niet bedenken of we twijfelen er over. Neem de proef maar op de som en test jezelf. Je twijfelt waarschijnlijk nu ook en je vraagt je af of je wel verder moet lezen. Of je het allemaal wel wilt weten.
Het is voor mij nu bijna vier jaar geleden dat mijn vrouw overleed en ik weet heel goed hoe vaak ik daarna heb getwijfeld. Heel vaak dus. En als je nu denkt dat het in de loop der jaren wat minder is geworden, dan vergis je je. Het tegendeel is bijna het geval. Ik twijfel tegen de klippen op.
Ik twijfel aan mezelf, ik twijfel over wat ik met Kerst en Oud en Nieuw moet doen, ik twijfel over de vraag of ik nu wel of niet de tuin moet doen of beter kan wachten tot na de winter. Ik twijfel of we nog een keertje een weekeindje moeten gaan kamperen of dat de caravan beter in de winterstalling kan worden gezet. Ik twijfel en ik twijfel. Moe word je ervan. Doodmoe.

Kortgeleden hadden Monique en ik het over hoe wij samen ons leven nu verder in zouden moeten vullen. Moeten we nu eindelijk niet eens radicaal zijn en zeggen: we beginnen helemaal opnieuw, met een nieuw huis in nieuwe woonplaats? Ja, dat zou misschien wel verstandig zijn, maar ik heb wel zo'n 35 jaar in mijn huidige huis gewoond en… Op dat moment slaan de twijfels onverbiddelijk toe. Wat eerst zo verstandig leek is nu opeens minder aantrekkelijk. Vraag me niet waarom dat zo is, want als ik dáár een antwoord op moet geven, dan twijfel ik opnieuw. Is het omdat al mijn herinneringen in dit huis zitten en ik die herinneringen, dierbaar als ze zijn, wil vasthouden? Ze niet wil verliezen in een nieuw huis, in een nieuwe omgeving? Of ben ik gewoon bang te veranderen? Ben ik te oud geworden om te verstekken?
Is het niet zo dat mensen die hun partner hebben verloren juist per definitie helemaal opnieuw beginnen? Door een nieuwe baan, een nieuwe omgeving, een nieuw huis en nieuwe vrienden? Ik lees dat van lotgenoten en denk dan: ja, toch verstandig. Misschien. En ik twijfel dan weer in volle hevigheid.
En bedenk dat ik dáár misschien eens over moet gaan schrijven en aan mijn lotgenoten moet vragen hoe zij daar over denken, hoe zij dat ervaren.
Tja. En nu ik dit schrijf twijfel ik opnieuw.
Als jullie dit lezen heb ik mijn twijfels opzij kunnen zetten. Of me door Monique laten overtuigen Maar toch…ik twijfel nog wel een beetje of ik er goed aan doe zo uitgebreid over onze twijfels te schrijven….

Bert Vos


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan bijvoorbeeld de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!

Bert


Brief van de maand: Alleen op vakantie

Voor het eerst alleen op vakantie gaan. Daar heb je moed voor nodig, zo heb ik zelf ervaren. Toen Karin Passtoors mij in een mailtje vertelde dat ze dat van plan was te gaan doen, vroeg ik haar om haar ervaring op papier te zetten voor de Draaikolk, zodat lotgenoten die daar ook aan denken, hier misschien iets aan kunnen hebben, er troost en extra moed uit kunnen putten. Karin heeft dat gedaan en daar ben ik blij om. We plaatsen haar verhaal hierbij. Reacties van lotgenoten zien we graag tegemoet. -Bert-


Beste Bert en Monique,

Voor de vakantie heb ik gereageerd op een artikel van jullie over het nemen van beslissingen.Toen vertelde ik dat ik er voor gekozen heb om dit jaar helemaal alleen op vakantie te gaan, naar Frankrijk, met mijn nieuwe vouwwagen. Nu ben ik inmiddels weer thuis en wil mijn verhaal vertellen over deze vakantie. (Ik kreeg overigens heel fijne reacties van mensen die mij bewonderden dat ik deze stap durfde te zetten, bedankt hiervoor).

Vriendelijke groeten, Karin Passtoors, e-mailadres: kpasstoors@chello.nl

Na een pittige reis van bijna twaalf uur arriveerde ik op de camping die ik had uitgekozen.Een kleine camping met Nederlandse beheerders. Ik had ze van te voren op de hoogte gebracht van mijn situatie. De ontvangst was ronduit hartverwarmend. Armen om me heen en stemmen die zeiden "zo dit heb je alvast gedaan meid, goed hoor, nu eerst een glaasje wijn en dan helpen we je wel even om de boel op te zetten." Toen ik zei dat dat niet echt nodig was, dat ik dat alleen kon, werd dit weggewimpeld met een "onzin, we weten zelf hoe moe we zijn na zo'n reis". Kortom het begon meteen al goed.

De dagen daarna verliepen met de nodige ups en downs, maar gelukkig hadden de betere dagen de overhand. Ik had tijdens de voorafgaande contacten gezegd dat ik niet wist hoelang ik zou blijven (afhankelijk van mijn gemoedstoestand), maar het zijn uiteindelijk 17 dagen geworden.
De goede dagen hadden gelukkig de overhand.
Of het toeval is of niet weet ik niet, maar ik heb nog nooit in een vakantie zoveel mensen ontmoet die mensen kenden die ik ook weer kende, of mensen met dezelfde interesses, en zelfs iemand die (je zou denken dat het niet kon) twee keer weduwe was geworden (nu op vakantie met haar derde partner). Wat ik vooral heel goed vond om te ervaren, was dat ik in staat was ook alleen te genieten van tripjes naar steden etc. Natuurlijk blijft het zo dat in je eentje eten op een terrasje niet echt gezellig is, maar ik heb het wel gedaan. Niet zo uitgebreid als we dat met z'n tweeën gewend waren, maar toch met een gevoel van "zo,dat doe ik toch maar".

De omgeving moet er overigens wel even aan wennen. Maar daar probeer ik me niets van aan te trekken. Op de camping werd goed gereageerd op het feit dat ik alleen was. Contacten waren snel gemaakt en echt niet vanuit een gevoel van "ach ze is zo zielig, zullen we...." Een enkeling vroeg wel expliciet waarom ik alleen was, dat was soms wel moeilijk, of als mensen consequent hun vraag begonnen met "zo,hoelang staan jullie hier al?, of "wat hebben jullie gedaan vandaag?" Dan legde ik uit dat er geen sprake was van jullie,of (als ik daar geen zin in had) antwoordde ik met "ik heb..."
Al met al is het een ervaring geweest waar ik met een goed gevoel op terug kijk, en waar ik zeker weer een stuk sterker van ben geworden.
In jullie vakantieverhaal zaten overigens veel herkenbare dingen, ook ik was in een omgeving waar we nog nooit waren geweest. Dat was zeker de eerste dagen erg confronterend. In het begin had ik steeds het idee dat ik er op uit moest, mezelf bezig houden. Dat vergt veel energie, vooral omdat je ook nu alles alleen moet doen (verzinnen waar naar toe en rijden) Na een paar moeizame dagen met huilbuien kwam ik tot de conclusie dat het zo niet ging en vond ik gelukkig de rust om ook eens gewoon bij de tent te blijven met een boek. Langzaamaan ging het gevoel overheersen dat alles mocht maar niets hoefde. En ook hier geldt weer: als je emoties durft toe te laten, kom je uiteindelijk sterker uit de strijd.
Het is nog een uitgebreid verhaal geworden, terwijl ik lang niet alles heb verteld, maar ik hoop dat anderen er steun aan hebben.

Karin Passtoors, e-mailadres: kpasstoors@chello.nl


Geachte heer Vos,

Ik las op uw site de tekst over gedichten waarvan de herkomst niet bekend is. Een van die gedichten 'Mensen van voorbij' is naar mijn weten van Hanna Lam. Op uw site heeft u (helaas) slechts een deel van het gedicht opgenomen. Hierbij ontvangt u de integrale tekst.

Met vriendelijke groet, Banoyi Zuma

Beste Banoyi, ik heb het even nagezocht en zag in de oktober-editie van 2000 inderdaad een bijdrage van een lotgenoot in de vorm van (een deel) van dit mooie gedicht zonder bronvermelding. Bedankt voor de aanvulling en ik plaats het gedicht nu nog een keer in haar geheel.

Bert


De mensen van voorbij

De mensen van voorbij
wij noemen ze hier samen.
De mensen van voorbij
wij noemen ze bij name.
Zo vlinderen zij binnen
in woorden en in zinnen
en worden wij elkaar gewaar
zijn even bij elkaar.

De mensen van voorbij
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij
zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Bij God mogen zij wonen
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij!

Tekst: Hanna Lam


Werken kan (even?) niet meer, maar gaan we daar goed mee om?

Veel werkende lotgenoten kampen na het overlijden van hun partner met het probleem dat het werken moeizaam gaat of in veel gevallen zelfs (tijdelijk) onmogelijk. Natuurlijk: veel is ook afhankelijk van de vraag hoe je op het werk door chef en collega's wordt opgevangen. Hoe ver gaat hun begrip? Is dat slechts tijdelijk of weten ze dat jouw verdriet niet zo maar van de ene op de andere dag is verdwenen? Dat het soms wel jaren duurt voordat het gemis wat draaglijker is geworden? Maar dat je er best wel (even) over wilt praten in plaats van dat men het gewoon negeert? Weten ze dat?
Hoewel er de laatste jaren een groeiende aandacht is ontstaan voor het fenomeen ,,rouwen" en ,,verliesverwerking", arbo-diensten er beter op zijn ingespeeld dan vroeger, toch is het nog lang niet allemaal goed geregeld. Want tja, wat is het nou: is de medewerker ziek? Is rouwen een ziekte? Al snel verzuipt men dan in de drang tot etikettering, iets wat in de bureaucratie van onze samenleving schijnbaar het allerbelangrijkste doel lijkt om naar te streven.

Ingrijpende gevolgen

Rouwen kan zowel psychisch als fysiek heel ingrijpende gevolgen hebben voor je gezondheid. Gebrek aan eetlust en slapeloosheid als gevolg van je verdriet om het gemis van je andere helft, gecombineerd met een groeiende eenzaamheid, leveren binnen de kortst mogelijke tijd lichamelijke klachten op. Op je werk kom je al snel die problemen tegen: gebrek aan concentratievermogen, je trekt je te veel en te vaak terug in jezelf en mijdt als het even kan het contact met je collega's die er toch al niks van begrijpen.
In de collectieve arbeidsovereenkomsten wordt weinig of niets geregeld als het gaat om rouwverwerking. Je krijgt hooguit een paar dagen vrij om de uitvaart te regelen en ach, als je een paar weken ziek thuis blijft dan is dat ook nog te regelen, maar daarna moet er ,,gewoon" weer gewerkt worden.
Het eerste wat er dan gebeurt is de confrontatie met je collega's. Sommigen zullen op de uitvaartbijeenkomst zijn geweest, anderen niet. Een enkeling zal er nog even met je over praten en je een bemoedigend schouderklopje geven. Om dan weer aan het werk te gaan.
Als je echt geluk hebt tref je een collega die er ook na maanden nog met je over wil praten, je moed probeert in te spreken en je het gevoel geeft een vriend of vriendin te hebben.
Maar dat alles betekent niet, dat je ,,dus" weer snel voor de volle honderd procent aan het werk zult zijn. Alsof er eigenlijk niks is gebeurd.
En op dat punt laten veel arbo-diensten, ook veel bedrijfsartsen en keuringsinstanties het nog afweten, zo is de ervaring van veel lotgenoten. Uit onbegrip voor de situatie waarin de rouwende werkelijk verkeert. Er is veel te weinig deskundigheid, te weinig expertise zoals dat heet, om mensen in de rouw adequaat op te kunnen vangen. Ook de door die instanties toe te passen regels zijn daar niet echt op berekend. Het gevolg laat zich raden: men wordt veel te snel weer aan het werk gestuurd onder het motto: het heeft nu lang genoeg geduurd. En dat begint in feite al eerder, op het werk zelf, waar de chef begint te mopperen dat hij een onbezette werkplek heeft en dat hij niks heeft aan iemand die steeds ziek is of maar voor de helft of minder kan presteren. Collega's moeten het extra werk opknappen, waar ook niet iedereen gelukkig mee is en voor je het weet is de sfeer verziekt en kun je als rouwende maar beter thuisblijven. De gordijnen gaan dan dicht: je bent er even voor niemand…..

Vicieuze cirkel

Maar de bedrijfsarts beslist anders, de keuringsarts die je na een bepaalde ziekteperiode moet beoordelen of je in aanmerking komt voor een (al dan niet gehele WAO-) uitkering denkt er ook anders over dan je had gehoopt en het gevolg is dat je in een vicieuze cirkel terecht komt: werken, ziek zijn, werken, een beetje ziek zijn, een beetje werken, een beetje ziek zijn, toch maar weer aan het werk, gestresst en uiteindelijk afgebrand. Alle moedige reïntegratieprocessen ten spijt word je uiteindelijk na een schier eindeloos durende formele procedure toegevoegd aan de schare (in ieder geval voor lange tijd) ,,afgeschreven" WAO'ers.
Dat is even wennen. Het lijkt een schande dat je het hebt moeten laten afweten. Je voelt je een slappeling. Maar aan de andere kant valt de voortdurende druk om te moeten presteren als een zware deken van je af. En als je een beetje geluk hebt begint vanaf dat moment met hele kleine stapjes een genezingsproces. Niet dat je daarna zo maar weer aan het werk kunt, maar misschien gaat het dan wel een stukje beter met je. Zowel psychisch als fysiek.

Meeste ervaringen negatief

Wat veel lotgenoten me schrijven over hun ervaring met hun werk na het overlijden van hun partner, maakt me er niet vrolijker op en stemt me niet tot optimisme. De meeste ervaringen zijn ronduit negatief. Dat betekent niet dat de Arbo-diensten en keuringsinstanties het ,,dus" allemaal niet goed doen. Zo simpel is het niet. Ik denk alleen dat onze zorgzame samenleving juist op dit terrein nauwelijks adequate regelgeving kent om de instanties voldoende handvatten aan te reiken waarmee het probleem op de juiste manier kan worden benaderd: met geduld en begrip. Want dat is in feite waar het om draait en waaraan het in veel gevallen ontbreekt. En belangrijker: hoe leg je bijvoorbeeld niet alleen ,,geduld en begrip" als een behandelings-eis in regelgeving vast, maar moet je de behandelende instanties dan ook niet ,,leren" hoe ze daarmee om moeten gaan?

Rouwverlof...

Een tijd geleden dook ineens het begrip ,,rouwverlof" op. De stichting Sire was net een ideële campagne gestart met betrekking tot verliesverwerking onder het motto: ,,Verlies verwerken kan niemand alleen" en verschillende kranten en omroepen voelden zich ineens geroepen om daar ook eens wat aandacht aan te besteden. De dood en rouw was ineens even ,,in", om het wat cynisch uit te drukken. De noodzaak tot een al dan niet invoeren van ,,rouwverlof" leverde, geloof ik, één keer een discussie en wat krantenberichten op en daarna hebben we er nooit meer iets over gehoord, op een enkele oprisping na van wat lobbyisten. Technisch en financieel onhaalbaar, en bovendien weet niemand een goede definitie te verzinnen voor wat rouw nu eigenlijk is en wie wél en wie niet tot de groep rouwenden kan worden gerekend. En hoe dat dan moet worden vastgesteld. Alle goede bedoelingen ten spijt: we hebben behoefte aan een goede, onfeilbare ,,rouwmeter" om ons daarbij te helpen… De ,,etikettenindustrie" kwam weer op volle toeren, zogezegd.

Onontkoombare ontwikkeling

Veel werkende vrouwen die hun partner verliezen besluiten uiteindelijk, zeker als ze zich dat financieel kunnen veroorloven, bijvoorbeeld met een redelijk weduwenpensioen, om te stoppen met werken. Al hebben ze nog zo'n plezierige baan en ook al hebben hun collega's nog zoveel begrip, op een gegeven moment wordt het besluit genomen: stoppen.
Blijkbaar is dat voor velen onder ons een onontkoombare ontwikkeling. Sommigen gaan nog een stapje verder en verhuizen. Naar een andere streek, soms zelfs naar het andere uiteinde van het land, zo ver mogelijk bij al die pijnlijke, verdrietige herinneringen vandaan. Helemaal opnieuw beginnen.
Al die ,,fenomenen" zouden de uitvoerende instanties in ons land, de vakbonden en ook onze politici toch te denken moeten geven. Ze zouden daar eens serieus over na moeten denken. En door veel te praten met al die rouwenden over hun ervaringen én hun (veelal bescheiden) wensen, zou er mogelijk een nieuw beleid kunnen worden ontwikkeld waardoor werkenden die hun partner door de dood verliezen op een goede wijze worden opgevangen waardoor ze in staat worden gesteld om op een gezonde manier op termijn weer aan het werk te kunnen gaan. Dat dit ook een mentaliteitsomslag van ons allemaal vereist, behoeft geen betoog. We zullen met z'n allen moeten leren om te gaan met onze rouwende medemens. Thuis en op ons werk. En dat is, zo weet ik, geen gemakkelijke opgave. Maar we kunnen er toch in ieder geval eindelijk eens een écht begin mee maken?

Bert Vos


Boekbespreking:

"Om jou mijn lief, om jou", fragmentarisch ,,dagboek" van een rouwproces

"Om jou mijn lief, om jou"- Paul Sloots; Uitgeverij Lannoo, Warnsveld 2001, ISBN 90 209 4547 0, ca. 224 blz.

Op 18 september jl., precies een jaar na het overlijden van zijn vrouw Agnes aan darmkanker, verscheen dit (dag-)boek. Nog nauwelijks bekomen van dit vrij plotselinge verlies stort Paul (therapeut) zich op een aantal 'projecten' (zoals hij dit zelf noemt) ter nagedachtenis aan zijn vrouw, waaronder ook dit boek. Hij probeert in zijn boek het proces van ziek zijn en de eerste maanden na het overlijden op een rij te zetten. Het valt hem zwaar om het huishouden met drie kinderen draaiende te houden. Het verdriet en de wanhoop liggen dan ook voortdurend op de loer. Maar ook de vermoeidheid en lusteloosheid breken hem steeds weer op.
Binnen drie dagen (!) is het manuscript geschreven, en met de verdere uitwerking tot boek is hij in totaal 3,5 maand bezig. Dit lijkt mij een haast onmogelijke opgave voor iemand die nog maar zo kort geleden zijn vrouw is verloren. Hij heeft immers nog nauwelijks kunnen bevatten wat er is gebeurd? En deze 'verwarring' komt dat - uiteraard - in het boek tot uitdrukking. Het leest dan ook niet 'prettig'. Mogelijk door het nog zo prille verlies, is zijn gedachtengang niet altijd goed te volgen. Het is te fragmentarisch en hij heeft nog onvoldoende afstand kunnen nemen van zijn gevoelens om deze verder uit te kunnen werken. Hierdoor raken ze ondergesneeuwd door het geheel. Nadeel van de dagboekvorm in dit geval vind ik, dat ik té vaak heb moeten lezen hoe hij soms dagen, soms urenlang heeft moeten huilen. Dit kwam op den duur niet langer geloofwaardig op mij over.

Kan het bovenstaande nog worden toegeschreven aan het beginstadium van het rouwproces en alle verwarrende emoties die dit met zich meebrengt, ik vraag mij af of hetzelfde gezegd kan worden over het inleidende gedeelte, waarin hij vrij uitvoerig terugblikt op het begin van hun, voor beiden tweede, relatie. Hieruit blijkt dat deze bepaald niet vrij van conflicten is geweest. Natuurlijk zal niet iedere relatie hiervan gevrijwaard kunnen blijven. En natuurlijk moet je na het overlijden van je partner niet alleen de goede, maar ook de minder goede kanten willen herinneren. Maar naar mijn mening is de schrijver wat dit laatste betreft toch te ver gegaan. Zo worden enkele van zijn verwijtende brieven aan haar in dit boek voor iedereen ter lezing aangeboden. Brieven waarin hij haar een flinke veeg uit de pan geeft. Ik vond het gênant en ongepast dat ik dit als buitenstaander onder ogen kreeg. Bovendien is dit slechts zíjn kant van het verhaal. De visie van Agnes zullen wij nooit te weten komen... Als therapeut had hij toch beter moeten weten. Bovendien, wat voegt dit toe aan het boek?

Het lezen van, met name, dit gedeelte heeft bij mij zoveel irritatie opgeroepen, dat ik er zelf verbaasd over was. Ik heb mij er dan ook toe moeten zetten om het, zo onbevooroordeeld als nog mogelijk was, verder uit te lezen. Het feit dat hij zijn vrouw in de rest van het boek bijna lijkt te verafgoden, kon dit gevoel bij mij niet meer wegnemen. Ik kon dit namelijk niet met elkaar rijmen, tenzij het een haat-/liefdeverhouding is geweest…

"Dit is geen leerboek, er staat niet in beschreven óf en hoe wij kunnen rouwen", vermeldt het voorwoord van het boek onder meer. En dat klopt. Voor deze lotgenoot is dit zíjn manier geweest om zichzelf die eerste, verschrikkelijke maanden staande te kunnen houden. Ongetwijfeld zullen hij, zijn familie en verdere intimi er veel troost uit kunnen putten. Dáár hoort de inhoud van het boek dan ook 'thuis'. Voor verdere verspreiding zou ík het echter (nog?) niet geschikt hebben geacht, want het is té vroeg en té snel geschreven.
Niettegenstaande dat heb ik er veel respect voor hoe de schrijver, nog nauwelijks zijn gemis beseffend, ertoe in staat is gebleken om in een recordtempo zijn 'projecten' op te starten, waaronder ook de oprichting van de "Agnes Duyndam Stichting" (voor het verrichten van promotieactiviteiten voor de verzorging en opvoeding van moeilijk opvoedbare kinderen en pleegkinderen).
Mijn hart gaat echter naar hem uit: wat moet hij nú na al die energie en inzet in een diep gat vallen…

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren