Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 3e jaargang nrs. 11/12 - augustus/september 2001
Van de hoofdredactie: Zonnige(?) overpeinzingen...
Nog niet zo lang geleden zijn we terug gekomen van een lange vakantie. Het was zeer zonnig, met soms meer dan 40 graden op de thermometer, maar desondanks hebben Monique en ik toch menig sombere wolk in onze geest gevoeld. Gek is dat eigenlijk. Je begint aan zo'n vakantie met het gevoel de hele wereld aan te kunnen en je blijkt dan al moeite te hebben met zo'n klein stukje ervan... Maar aan de andere kant zijn we er beiden toch weer een klein beetje sterker uit tevoorschijn gekomen. Tijdens zo'n vakantie neem je - zo is steeds onze ervaring - onbewust je overleden partners mee. Ook dit jaar was dat al niet anders, integendeel. Enkele van die ervaringen heb ik elders in deze nieuwe editie beschreven. Omdat het ervaringen zijn die misschien herkenbaar zijn voor lotgenoten, zoals het terug gaan naar die ene bijzondere vakantieplek.
Toen we vertrokken hadden we nogal optimistische plannen om tussentijds contact te blijven houden met onze lotgenoten via internet en webmail. Ik had daarvoor zo'n beetje alle adressen van internetcafé's in Frankrijk, Spanje en Portugal van het web geplukt. Stapels papier leverde dat op. In de praktijk loopt dat altijd anders. Die ene keer dat we ergens een internetcafé aantroffen, ik geloof in Valencia, was er geen computer vrij en waren we eigenlijk ook te moe om er energie in te steken. Natuurlijk, we hebben tijdens onze vakantie het nodige huiswerk voor de nieuwe editie kunnen doen, maar de verwachting dat we alles klaar zouden hebben als we terug kwamen op de thuisbasis, was wel erg optimistisch. Het ,,vieren" van vakantie, met de bedoeling om nou eens echt te genieten en te ontspannen, gaat nou eenmaal niet altijd zo goed samen met het schrijven over het rouwproces, bleek ons.
Hebben we ons
dus echt kunnen ontspannen? Ja en nee. We hebben er wel ons best
voor gedaan, steeds maar weer. Maar telkens bleef toch het verdriet
op de achtergrond. Het feit dat onze partners niet meer konden
genieten van wat wij nu samen meemaakten. We bleven steeds met
z'n vieren.
Maar we hebben best wel een fijne vakantie gehad hoor, daar niet
van. Juist omdat we de tijd hadden konden we de ,,minder goede
dagen" beter inpassen. Ik kan me voorstellen dat je, als
je bijvoorbeeld ,,maar" drie of vier weken vakantie hebt,
veel zuiniger om moet gaan met dat soort verdrietige periodes.
Dat je daar dan weer gestresst door raakt omdat je de helft van
de vakantie niet hebt kunnen ,,genieten". Je dan schuldig
voelt ten opzichte van je omgeving, van je eventuele reisgenoten.
Aan de andere kant hebben we onszelf ook wel aardig overschat.
Van alles wat we hadden gepland en hadden willen doen, hebben
we nog niet helft kunnen realiseren. En zelfs dan bleek dat we
de zaken (tegen mijn gewoonte in) niet goed of helemaal niet hadden
voorbereid en bij tal van daardoor ontstane verrassingen impulsieve
beslissingen namen waar we later dan toch weer spijt van hadden.
Hebben we daar van geleerd? Ik denk het niet. Ik denk dat het
gewoon bij het rouwproces hoort, ook na jaren. Ik heb me daar
nu zo langzamerhand (zij het met enige moeite) bij neergelegd.
Ook bij het feit dat we toch veel minder energie ter beschikking
bleken te hebben dan we dachten.
En dan komen
we thuis en open ik mijn mailbox. Dat was toch wel even schrikken.
Lotgenoten hadden mij, ondanks de vakantie en de warme dagen,
in totaal een kleine honderd mails gestuurd met reacties, verhalen,
gedichten en opgaven voor Mailbox- en andere pagina's
Ik
was meteen weer bij de les en in de afgelopen dagen hebben Monique
en ik (tussen het uitruimen van de caravan, het uitdunnen van
de verwilderde tuin en het doen van de vakantiewas door) hard
gewerkt om de nieuwe Draaikolk-editie klaar te maken. Ik kan me
voorstellen dat tal van lotgenoten in de afgelopen maanden hebben
gewacht op een antwoord of een nieuwe editie. Bij deze dus. En
mocht er onverhoopt misschien iets fout zijn gegaan, geef het
dan even door. Bij zo'n grote hoeveelheid gegevens wil het nog
wel eens mis gaan, denk ik. We hebben ons best gedaan om persoonlijke
mails zo snel mogelijk te beantwoorden, we hebben correcties in
Mailbox- en andere pagina's aangebracht etc.
Bedankt voor jullie geduld, bedankt voor de grote hoeveelheid
reacties en al die goede wensen, bedankt voor jullie bijdragen.
Blijf vooral schrijven! Alleen op die manier kunnen we samen steeds
weer nieuwe edities van De Draaikolk maken. Van en voor jullie.
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
Geactualiseerde pagina: op 11 september 2001
Van de hoofdredactie: Rouw in de VS
De afgelopen weken heb
ik, samen met Monique, met verbijstering en tranen in de ogen
gekeken naar de gruwelijke gebeurtenissen in de Verenigde Staten.
In één dag is een stad, een natie, in rouw gedompeld.
Honderden, duizenden en misschien wel tienduizend doden. Een psycholoog
had berekend dat als er inderdaad 10.000 doden te betreuren zouden
zijn er misschien wel een kleine 200.000 mensen zouden zijn die
om het traumatische verlies van hun geliefden zouden treuren.
Tweehonderd duizend rouwenden.
Gruwelijk, verbijsterend.
Een gruweldaad van mensen met een ongekende haat en minachting voor het leven. Ik heb er nauwelijks woorden voor. Het enige wat overblijft is om in gedachten bij de rouwenden te zijn. Bij de vele, vele lotgenoten. En met heel ons hart hopen dat zij voldoende gesteund zullen worden om hun verlies te kunnen dragen.
Bert Vos, Hoofdredacteur
De Draaikolk
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (17) - Twee stappen vooruit, één achteruit
De begrafenisondernemer
heeft mij een boekje gegeven "Gids na een overlijden"
van de Landelijke Stichting Rouwverwerking (LSR). Hierin worden
allerlei nuttige adviezen gegeven over alles wat een nabestaande
na het overlijden van diens partner geacht wordt even te regelen...
En dat is veel, onbarmhartig veel. En alles moet op vrij korte
termijn gebeuren terwijl je nog nauwelijks kunt bevatten wat er
is gebeurt. Zonder dat je met hem kunt overleggen...
Bij het overhandigen van het boekje vertelde hij mij dat ik als
eerste een "verklaring van erfrecht" bij de notaris
zal moeten aanvragen om desgevraagd te kunnen aantonen dat mijn
man is overleden en dat ik zijn enige erfgename ben. Ook heb ik
het nodig om over onze banktegoeden te kunnen blijven beschikken,
om rekeningen te kunnen opzeggen en incasso-opdrachten te kunnen
intrekken, om belastingteruggaaf te kunnen innen. Ik ervaar het
als zeer pijnlijk, ja harteloos, dat de bewijslast juist bij mij
moet liggen. Laten zíj het tegenbewijs maar leveren dat
hij nog steeds leeft!
Naast de zakelijke beslommeringen wordt er in het boekje ook kort ingegaan op de lichamelijke en geestelijke klachten die bij nabestaanden kunnen optreden. Het stelt me gerust wanneer ik lees dat de druk die ik voel op m'n borst en de hartkloppingen die aanhouden (tijdelijk) onderdeel kunnen uitmaken van een rouwproces en dus niet iets is om mij zorgen over te maken. Uit een ingesloten literatuurlijst kan ik opmaken dat er tamelijk veel literatuur bestaat over rouwverwerking. Misschien kunnen die boeken mij vertellen wat ik aan moet vangen met al die tegenstrijdige emoties waar ik door overspoeld word. Hoe ik die chaos in m'n hoofd moet ordenen en die pijn in m'n hart kan kwijtraken? Hoe ik nu verder moet zonder hem...?
Concentratieproblemen
Mijn liefste
bezigheid is altijd lezen en studeren geweest. Maar nu heb ik
moeite om mij te concentreren. De kranten hopen zich ongelezen
op. En het journaal, dat ik nog wél probeer te blijven
volgen (mede om de stilte in huis af en toe te kunnen doorbreken)
beangstigt mij steeds meer. Moord en doodslag is alles wat ik
zie. Wat een verspilling van kostbare mensenlevens! Het is niet
langer ver van m'n bed, maar raakt me dieper dan voorheen met
als gevolg dat ook de TV nog maar zelden aanstaat.
Om antwoord te kunnen krijgen op mijn vragen, besluit ik om nu
maar eens van mijzelf een studieobject te maken en ik koop de
eerste boeken over rouwverwerking. Het is alsof mij een spiegel
wordt voorgehouden. Het lezen van de verhalen van lotgenoten brengt
mij in contact met mijn eigen - door de shock - verdoofde gevoelens.
De pijn is hevig, maar na de ontlading voel ik mij enigszins getroost,
want ik sta blijkbaar niet alleen in mijn verdriet! Bij het lezen
van het eerste boek kan ik zelfs lachen, om die ene weduwe die
zich de dag van de crematie herinnert alsof zij daar als gastvrouw
aanwezig was op een receptie. Zo beheerst (want nog verdoofd)
en dankbaar voor de vele blijken van medeleven schudde zij de
vele handen. Voor mij was dit zo herkenbaar dat ik mezelf nog
alleen zie zitten op de bank: schaterlachend van herkenning.
Al lezende word
mij duidelijk dat rouwverwerking geen statisch/stilstaand gebeuren
is, maar een proces dat uit verschillende "fasen"/"stadia"
of liever: "taken" bestaat. Dat het "normaal"
is dat ik eerst door een scala van verwarrende gevoelens heen
moet alvorens mijn hart weer enigszins te kunnen helen. Zo kunnen
er optreden: shock, verdoving, ontkenning, verdriet, angst, opstandigheid,
woede, schuld- en wraakgevoelens, maar uiteindelijk leidend tot:
acceptatie, loslaten en voor sommigen zelfs: kracht en groei...
Tot mijn opluchting lees ik dat deze wirwar van gevoelens in willekeurige
volgorde kunnen optreden. Ik maakte mij er namelijk zorgen over
dat mijn eerste reactie angst en geen verdriet was. Dat zou pas
maanden later komen... Ook is het heel normaal dat je kunt terugvallen
in een fase die je reeds met veel pijn en moeite dacht te hebben
doorworsteld. Twee stappen vooruit, één achteruit
dus.
Dat overkwam mij deze week nog, na ruim twee jaar. Ineens werd ik weer geplaagd door beelden uit het prille begin: de agenten die voor mijn deur stonden om mij te vertellen dat mijn man op de motor was verongelukt en de shock die dat teweegbracht en mij maandenlang zou verdoven; mijn schoonmoeder die naast de kist van haar oudste zoon ineenkrimpt van smart en ik die dat, schijnbaar onbewogen, vol verbazing aanschouw; en de dag van de crematie... Het lijkt allemaal weer van voren af aan te beginnen. Het maakt me verdrietig, en vaak blijft dat gevoel de dag overheersen, en het is zo energieverslindend, maar ik maak mij er geen zorgen om want door de kennis die ik opgedaan heb, weet ik dat rouwverwerking een moeizaam en langdurig proces is. Het is toch ook niet niks wat ik heb meegemaakt?, hou ik mezelf dan maar voor.
Stilstaan bij de pijn
Het belangrijkste - en tevens moeilijkste - advies dat ik probeer op te volgen is: het stilstaan bij de pijn wanneer het zich aandient. Ik word dan kribbig, nóg rustelozer dan ik sindsdien ben en vaak begin ik ineens verwoed het huis schoon te maken. Dan wordt het weer tijd om de opgekropte gevoelens te ontladen door eens flink uit te huilen. Het is dan zaak om het even rustig aan te doen en niet te blijven doorrennen. Maar het blijft moeilijk om dit tijdig bij mezelf te herkennen. Achteraf is het altijd zonneklaar, maar ja, dat is achteraf...
Het mij verdiepen in rouwverwerking heeft mij echt geholpen, en dat doet het nog steeds. Naarmate ik een boek vaker herlees, en ik inmiddels verder ben in een volgende fase van mijn verwerking, herken ik daarin weer andere zaken die ik bij eerdere lezing niet herkende. En dat is dan gelijk een hoopvol teken dat ik - met vallen en opstaan - tóch vooruitgang boek. Naarmate ik meer lees voel ik mij sterker worden en besef ik dat ik mijn verlies nooit zal vergeten maar wel zal overleven, net zoals zovelen vóór en na mij...
Monique Klaverweide - augustus-september 2001
Woordenloze ontmoetingen
Monique en ik hadden, zoals we al eerder schreven, dit jaar het plan om een paar maanden lang door Frankrijk en Spanje te gaan trekken. We hadden immers de tijd aan ons zelf. Tijd om tot rust te komen na de enerverende periode waarin mijn WAO-status definitief werd en ik kon gaan nadenken over die voor mij geheel nieuwe fase in mijn leven. Samen wilden we tijdens deze vakantie proberen te ontdekken wat we wilden, hoe we ons leven verder in zouden willen en kunnen gaan inrichten. Voor het eerst konden we daarvoor de tijd nemen zonder dat aan het eind van de vakantie het onvermijdelijke werk weer op ons zou wachten. Want ook Monique heeft besloten om vooralsnog te stoppen met werken, aan de ene kant omdat het niet meer wil lukken en de motivatie is verdwenen, aan de andere kant om zoveel mogelijk samen te kunnen genieten van wat het leven nog voor ons in petto heeft.
Het leek allemaal
zo gemakkelijk en ongecompliceerd. Maar terwijl we steeds verder
naar het zuiden trokken en het voor ons nog vrijwel onbekende
Spanje verkenden, bleek ons al snel dat het niet zo simpel was
als we ons thuis hadden voorgesteld. Natuurlijk, in Spanje hadden
we geen van beiden veel herinneringen liggen aan ons ,,vorige"
leven. De voetstappen van Eric en Janny waren hier niet of nauwelijks
gezet. Verdrietige herinneringen zouden spaarzaam zijn. Dachten
we. Maar de werkelijkheid is altijd anders dan de beelden die
we in onze gedachten plaatsen als ideaal. Spanje was natuurlijk
niet als het mij zo vertrouwde Frankrijk. Ik moest opnieuw leren
om te gaan met de onzekerheid van wat het land ons zou gaan bieden.
Met de verrassingen van het onbekende. In Frankrijk wist ik vrijwel
zonder nadenken mijn weg te vinden. Spanje was nieuw. Spanje was
voor ons beiden als het onontdekte Afrika van Livingstone vol
onbekende struikelblokken, ,,krokodillen" en andere ,,gevaren".
Niet bepaald een omgeving ,,om tot rust te komen", ontdekten
we al snel, ook al bood het land ons veel mooie steden en onbekende
landschappen. Mijn Spaans leek op een vreemde mengeling van Frans,
Engels en Nederlands in een eigen bedacht Spaans accentje. In
de meeste gevallen praatte ik alsof ik nog in Frankrijk was. Monique
ging het wat dat betreft wat beter af, maar desondanks hadden
we allebei het sterke gevoel dat we vreemdeling waren in een vreemd
land. Alsof we er (nog) geen deel van uitmaakten. Buitenstaanders
bleven, met ons hart elders. Wie, zoals wij, hebben ervaren dat
mensen die rouwen altijd maar weer op onverwachte momenten worden
geleefd door twijfels en onzekerheid, weten waar ik het over heb.
Te weinig zelfvertrouwen en te weinig vertrouwde aanknopingspunten
om je aan vast te klampen. Kortom: onze kampeertocht had meer
weg van een geestelijke survival dan van een ontspannende vakantie.
Dat werd nog eens onderstreept door een paar onverwachte ontmoetingen,
die ons opnieuw confronteerden met het verdriet dat we natuurlijk
toch overal met ons meetorsten.
Heftige confrontatie
De eerste ontmoeting was een heftige confrontatie met ons beider verleden. Je zou het gestuurd toeval kunnen noemen, maar die ontmoeting heeft ons beide sterk geroerd. Het gebeurde in de buurt van Madrid op de gemeentecamping van Aranjuez, een ietwat rommelige camping aan de Taag, zonder afgebakende plaatsen en met vrij veel vaste Spaanse stacaravans die vooral in het weekeinde werden bezet. Tijdens zo'n weekeinde arriveerde een Nederlandse caravan op het veld waar wij in een ruime veertig gradenzon zaten te branden onder de vage schaduw van een hoge pijnboom. Voor onze ogen voltrok zich een beschamend, maar ook heel ontroerend tafereel. De chauffeur van de Nederlandse caravan was een wat oudere kleurling. De vrouw was blank en was invalide. Monique en ik keken beiden als door een donderslag getroffen naar die twee. Zij dacht aan haar Eric, van Surinaamse origine, en ik aan Janny, die in de laatste jaren van haar leven zich ook steeds vaker met behulp van een stok moest voortbewegen en zich soms van een rolstoel moest bedienen. Ik keek naar de man die zijn vrouw met zo ontzettend veel zorg omringde dat het me pijn deed. Met tranen in mijn ogen dacht ik terug aan de tijd dat ik zelf zo bezig was om het Janny zo goed mogelijk naar de zin te maken. Ik wist wat die man voelde.
Er was nog een
plek met redelijke schaduw, vlak aan de waterkant van de Taag,
maar daar werd het echtpaar door hun Spaanse ,,buurvrouw"
duidelijk gemaakt dat ze daar niet mochten staan. Dat was namelijk
,,hun" vissersplaats. De man sprak redelijk Spaans en ging
niet op haar protest in. Onverstoorbaar ging hij verder met het
installeren van de caravan nadat hij zijn vrouw in de rolstoel
in de schaduw had gezet. Even later kwam de opgewonden Spaanse
terug met een bewaker van de camping en al snel werd duidelijk
dat de Nederlander aan het kortste eind zou trekken. Hij kreeg
een plaats aangewezen tussen twee andere Spaanse caravans in.
Tegenover onze plaats.
Op dat moment mobiliseerden de Spanjaarden aan beide zijden van
de aangewezen plaats zich, verzamelden tafels en stoelen en binnen
een paar minuten was de aan de Nederlander aangewezen plaats grotendeels
bezet door driftig barbequende Spanjaarden, soms met schichtige
blik naar de Nederlandse kleurling kijkend. Monique en ik keken
met tranen in de ogen naar dit pure staaltje discriminatie en
provocatie. Monique was naar de man, een Antilliaan, toegegaan
om hem te zeggen dat hij wel naast ons kon staan, maar dat wees
hij resoluut glimlachend van de hand. Onverstoorbaar koppelde
hij even later de caravan weer achter de auto en reed die in de
zinderende hitte naar de aangewezen nieuwe plek. Naast de barbequende
Spanjaarden, die net deden alsof ze hier niets van merkten. Woordenloos
installeerde hij de caravan op een kwart van de ruimte die hem
was toegewezen, de Spanjaarden negerend alsof ze lucht waren.
Even later zaten hij en zijn vrouw voor hun caravan, vlak langs
de kant van de weg in de volle zon en hij glimlachte naar haar
toen ze hem met een bezorgde blik had aangekeken.
Breekpunt
Dat moment op die volle camping in Aranjuez is nog steeds in onze gedachten gegrift. Zelden hebben we zoveel respect voor iemand gevoeld als voor deze trotse, grijzende kleurling die alleen maar oog had voor zijn invalide vrouw en zich niet liet intimideren door Spanjaarden die blijkbaar nog in een door hen nog niet afgesloten verleden leefden. Dat moment was voor ons tevens een breekpunt, waardoor onze nauwelijks ontloken liefde voor het Spaanse land en zijn volk in een klap teniet werd gedaan. Zeker toen een paar uur later de Spaanse tafeltjes en stoeltjes werden opgeborgen en de dappere Spanjaarden met hun gezin terugkeerden naar huis, een lege plek achterlatend achter de caravan van de Antiliaan.
*
De volgende dag vertrokken wij. Zwervend door het Spaanse binnenland van La Mancha kwamen we tenslotte terecht op de stadscamping van Burgos. Afgebakende plaatsen tussen veel bomen. Een wereld van verschil met Aranjaez. Bevolkt door een internationaal gezelschap was de sfeer van deze camping geheel anders dan de vorige. We zochten een plaats uit naast een kleinere caravan, eentje zoals ik jarenlang heb gehad en waarmee ik toen, in 1998, voor het eerst alleen op vakantie was gegaan. Het was geen opzet. Het gebeurde gewoon. De caravan was bewoond door een man alleen. Van mijn leeftijd. En opeens had ik het gevoel dat ik naar mezelf zat te kijken en alles opnieuw beleefde. De man bleef op afstand, trok zich regelmatig terug in zijn caravan en deed geen enkele moeite om contact te maken. En ik? Ik durfde niets te zeggen. Omdat ik het gevoel had dat die man in al zijn eenzaamheid geen contact wilde en hij dat door zijn lichaamstaal ook duidelijk te kennen gaf. Het misschien, net als ik toen, niet aan zou kunnen. Wij, Monique en ik, hadden allebei het gevoel dat daar een lotgenoot zat. Met alle beschikbare gordijnen dicht, zowel geestelijk als letterlijk.
Drie dagen later waren we terug in Frankrijk en we hadden heel even het gevoel terug te zijn in de bewoonde wereld, zoals Livingstone na zijn Afrikaanse ontdekkingstocht terugkeerde in zijn vertrouwde Engeland. Maar met twee woordenloze ontmoetingen rijker die we niet meer zullen vergeten.
Bert, juli 2001
Gedichten van Bert Vos
De dans van de flamingo's
Twee jaar voor het overlijden
van Janny, mijn vrouw, was ik met haar op vakantie in Zuid Frankrijk.
Eigenlijk niks bijzonders, want daar zwierven we vrijwel elk jaar
rond. Het was onze meest geliefde streek. Maar deze keer, wisten
we allebei, zou het de laatste keer zijn dat we dit samen zouden
kunnen doen. Noem het voorgevoel, ook al duidde er op dat moment
nog betrekkelijk weinig op dat haar ziekte haar al op zo'n korte
termijn definitief zou kunnen vellen. Ik had er niet lang over
na hoeven denken toen we onze reisplannen voorbereidden: ik zou
haar voor de laatste keer naar de Camarque brengen, haar lievelingsplek
in de Provençe. Ik zou haar terugbrengen naar haar geliefde
flamingo's, waar ze steeds maar weer met eenvoudige verrukking
van kon genieten tijdens onze lange wandelingen door het deltamoeras
van de Rhône. Ze maakte dan honderden foto's. Niet alleen
van de roodgevleugelde vogels die in de talrijke étang's
hun dagelijkse kost statig voortlopend met hun kop in het water
pikkend bij elkaar zochten. Maar van alles wat haar specifieke
aandacht trok: soms kleine details in het landschap of die soms
ineens opdoemende schittering van kleurencombinaties in het befaamde
door kunstenaars zo geroemde Provençaalse licht. Ik heb
honderden foto's van haar in mijn archief, gemaakt tijdens onze
wandelingen die voor haar bepaald niet gemakkelijk meer waren,
maar die ze deed alsof ze de Mont Blanc beklom: zich verwonderend
over de schoonheid om haar heen. Genietend van wat ze zag.
Ik heb dat altijd heel bijzonder gevonden. Naast me liep mijn
vrouw die wist dat ze nog maar kort te leven had, maar uit niets
bleek dat ze zich het plezier van de wandelingen door die gedachte
liet beheersen, integendeel. Dat laatste jaar in de Camarque is
tot in alle details in mijn geheugen gegrift. Hoe we in het licht
van de late middagzon de flamingo's fotografeerden en filmden.
Zij met een camera uitgerust met een speciaal voor dit doel gekochte
joekel van een telelens, enthousiaste kreten slakend als het haar
eindelijk was gelukt om er eentje goed in beeld te krijgen. En
dan de avondvlucht van de flamingo's op weg naar hun slaapplaatsen,
ergens in de Etang de Vaccarès. Tientallen mislukte foto's,
maar dan de triomf van een geslaagde opname. Haar ogen die schitterden
van plezier omdat het haar toch was gelukt. Het plezier van de
spanning. Haarscherpe beelden die nooit meer zullen verdwijnen.
Ik vergeet nooit
meer die ene wandeling langs het strand van Les Saintes Maries
de la Mer. Een kilometers lange wandeling. Het strand was in het
voorseizoen nog vrijwel verlaten op een enkele eenzame meeuw na.
Op het zand lagen talrijke aangespoelde stukken hout in allerlei
vormen. Ik had er de eerste keer achteloos tegen aangeschopt,
maar dat mocht ik van Janny niet meer doen. Ze wilde die stukken
hout fotograferen. Zoals ze daar achteloos in het zand door de
zee waren neergelegd. Ze zag er allerlei vormen in. Van dieren
vooral. Met eindeloos geduld werden al die stukken hout, door
het zout van de zee gebleekte boomstammen, van alle kanten bekeken.
Op haar hurken, op haar knieën. Totdat ze de juiste hoek
had gevonden en haar ,,dier" vastlegde. Slangen, kreeften,
geiten, varkens, katten, ik weet niet allemaal meer wat voor dieren
in haar fantasie via het hout op het strand vorm kregen, maar
haar beeld, knielend op het strand, vergeet ik nooit meer. Het
moet haar erg veel pijn hebben gekost omdat de kanker haar botten
had aangetast en ze eigenlijk nog nauwelijks in staat werd geacht
dit soort capriolen straffeloos uit te halen. Maar ze deed het.
Met een vrolijk gezicht, genietend van dit speciale moment.
Ik koester die foto's met een heel speciaal gevoel van intense
genegenheid en liefde.
Ruim twee jaar later stierf Janny. Die tocht naar de Camarque was inderdaad haar (onze) laatste kampeervakantie geworden. Ons voorgevoel was uitgekomen. Tijdens onze vele gesprekken die we samen hadden over haar dood en mijn leven daarna, hebben we ook gepraat over haar asbestemming. Ik zei toen meteen dat ik haar as wilde verstrooien in de Camarque. Dat zouden haar flamingo's vast niet erg vinden, zei ik nog in een poging een grapje te maken. Zij betwijfelde sterk of ik dáártoe in staat zou zijn. Natuurlijk wel! zei ik vol overtuiging, het is toch jouw lievelingsplek?
Terug naar die ene plek
In het jaar
van haar dood heb ik in m'n eentje kamperend door Frankrijk gezworven.
Ook kampeerde ik in de Provençe nadat ik soms huilend langs
tal van bekende plaatsen was gereden. Plaatsen waaraan ik zulke
intense herinneringen had. Maar ik heb er ook verschillende met
opzet opnieuw bezocht. Om te ontdekken dat ik dat wel aankon.
Vorig jaar heb ik met Monique vijf weken door Zuid-Frankrijk gezworven
met in elke plaats wel een herinnering aan haar met wie ik 35
jaar mijn leven heb gedeeld. Ik kon het aan. Natuurlijk, soms
overviel me de herinnering en kwamen de tranen, maar dat was maar
even. Maar sinds de dood van Janny was ik altijd met een grote
boog om de Camarque heengereden. De urn met haar as bleef nog
ongestrooid staan. Vorig jaar waren we weer in de buurt, reden
langs Arles, maar sloegen niet af naar de zee en de Rhônedelta.
De herinneringen aan die laatste vakantie met haar in de Camarque
waren blijkbaar te intens om dát aan te kunnen.
Dit jaar had ik in gedachten besloten dat ik de Camarque niet langer zou vermijden, ook al kostte het me moeite om tot dat besluit te komen. Ik hoefde niet echt, maar als we toch in de buurt zouden zijn... Monique gaf de doorslag. Alleen door het te doen weet je of je het aankunt, was haar opvatting. Ik bleef maar twijfelen. Waren de herinneringen die ik aan de Camarque had wel dezelfde als wat ik daar straks uiteindelijk zou vinden? En als alles zou zijn veranderd, wat dan? Op de camping vóór ons doel de Camarque, kreeg ik één van de meest intense huilbuien sinds Janny's dood. Alle herinneringen van de Camarque golfden over me heen, beeld voor beeld. Zo intens had ik nog nooit mijn herinneringen met Janny beleefd. Het verdriet kwam diep vanuit mijn tenen. Toen kwam de intense rust. En wist ik dat ik kon gaan.
Gestuurd toeval
Soms lijkt het wel of we te maken hebben met gestuurd toeval. Ik reed de dag daarna, niet zonder enige knikkende knieen, de camping van Les Saintes Maries de la Mer op. Zonder aarzelen reed ik naar de plek waar Janny en ik de laatste keer met onze caravan hadden gestaan. De plek was vrij. Monique keek wel wat bezorgd en vroeg me of ik daar echt wilde staan, maar dat wilde ik. Het gaf me een gevoel van vertrouwdheid. Ook al hadden we geen uitzicht op flamingo's omdat de droogte had toegeslagen en de kleine étang vlak bij onze plek was uitgedroogd. Die avond maakten we de wandeling naar de plek waar Janny en ik zo intens hadden genoten van de flamingo's. Er was niets veranderd. Ik keek ernaar, tientallen minuten lang. Zwijgend. De beelden absorberend. En ze vermengden zich met de beelden van vijf jaar geleden, vloeiden in elkaar over. Uitbundig lachend heb ik Monique bij de hand genomen en hebben we langs de flamingo's gewandeld. We hebben foto's en video-opnamen gemaakt.
Alsof de tijd had stilgestaan
Het was héél
even alsof de tijd had stilgestaan. Of opnieuw begon.
Uren later, terug bij de caravan, kwam de onvermijdelijke terugslag.
De huilbui was nog intenser dan de dag daarvoor en het was alsof
er geen einde aan kwam. Gelukkig stonden we alleen op het veld,
maar de bewaker die op z'n patrouille langs kwam, kwam bezorgd
naderbij om te vragen of hij kon helpen. Het kon me niks schelen
of de hele camping me hoorde toen ik mijn verdriet uitschreeuwde
met intense pijn. Terwijl alle beelden van toen door mijn geest
over elkaar heen buitelden en opnieuw hun plaats kregen.
Enkele dagen later verlaten we Frankrijk en trekken Spanje in. Missschien, hoop ik, krijgt mijn geest, zeker wat deze plek betreft, langzaam maar zeker enige rust. En eigenlijk zou dat ook wel logisch zijn. Want in Spanje staan nauwelijks haar voetstappen. Ik kan daardoor misschien eindelijk, samen met Monique, opnieuw beginnen, denk ik...
Bert Vos, juli 2001
Ingezonden bijdragen door lotgenoten
Brief van de maand: Hoe vieren we onze ,,feestdagen"? (2)
In de vorige editie plaatsten we een brief van Hans van den Heuvel als brief van de maand, waarin hij zich afvraagt hoe je dat doet: ,,feest vieren, feestelijk zijn" zoals bijvoorbeeld bij verjaardagen van jezelf of die van je overleden partner, maar ook bij andere, voor anderen, ,,feestelijke" gelegenheden. Naar aanleiding hiervan ontvingen we twee reacties. De zeer uitgebreide, maar ook herkenbare en indringende, brief van Bert Kuipers (bedankt Bert voor het inlossen van jouw belofte!) plaatsen we als brief van de maand, gevolgd door een reactie van Ankie van Noordennen. Verder ontvingen we nog enkele gedichten, die we ook op deze pagina plaatsen.
Bert
,,Rituelen troosten, juist in de herhaling"
Beste Hans en Bert,
Met deze mail
wil ik reageren op het artikel van Hans in de laatste Draaikolk.
Drie jaar geleden, deze tijd van het jaar, bleek mijn vrouw onverwachts
ernstig ziek. Plotsklaps openbaarde zich een kwaadaardig gezwel.
Het zat er kennelijk al lang, want het was zo groot dat het niet
meer behandelbaar was. Ook omdat het op zo'n lelijke vitale plek
(twaalfvingerige darm met uitzaaïngen in lever en alvleesklier)
in haar lichaam zat. Niets meer aan te doen vanaf het moment van
de diagnose. Niet met bestraling, niet met chemo en niet met operatief
verwijderen. We moesten ons van de ene op de andere dag instellen
op een eindigheid van haar leven met drie weken en heel misschien
nog drie maanden. En dat met drie kinderen van toen 8, 10 en 13
jaar. Uiteindelijk werden het toch nog zes maanden. Juist door
de rust die Nel over zich wist te krijgen, sprokkelden we er nog
wat tijd bij. Belangrijke tijd om afscheid van elkaar te nemen.
Ik prijs mezelf gelukkig dat ik haar vanaf die diagnosedag thuis
heb kunnen verzorgen. En dat het onvermijdelijke zo duidelijk
was, dat het geen zin had om er onduidelijk over te doen of onze
tijd te 'verdoen' aan uiteindelijk nutteloze medische hoogstandjes.
Dat we er ons met ons gezin echt op in konden stellen dat we afscheid
moesten nemen. Dat gaf uiteindelijk heel veel rust om inderdaad
afscheid te kunnen nemen en ook na te denken over de tijd na haar
dood. Hoe we haar begraven wilden. Wat voor een soort dienst en
met wie erbij. Als we het al gewild hadden - en dat paste niet
in onze stijl van opvoeden - had het vanaf het begin geen zin
onze kinderen niet de volle waarheid te vertellen. Hoe hard dat
ook was. Die periode vergeet ik nooit meer. Die zit zo op je netvlies
gebrand. In mijn gevoel misschien nog meer dan de periode rond
haar uiteindelijke overlijden op 10 januari 1999.
Zelf richting
bepalen
Een rotdatum, in meer opzichten. Net na de feestdagen en ook net
na de verjaardagen van de twee oudste kinderen. Voortaan altijd
eerst die zware decembermaand met de opgefokte gezelligheid in
winkels en andere plekken. En dan de jaarwisseling. Het nieuwe
jaar met goede voornemens is net begonnen voor iedereen, als wij
nog twee weken de ene moeilijke dag na de andere krijgen. Iedereen
is geneigd vooruit te kijken, terwijl wij druk met onze herinneringen
zijn. En ook hoe vier je die bepaalde dagen dan? Precies de vragen
Hans, die jij ook stelt.
Vooral het eerste jaar neem je een aantal beslissingen daarover,
die toch heel bepalend zijn voor de latere jaren. Voor je gevoel
moet je nu de richting bepalen, ook voor je kinderen en voor je
familie en vrienden. Je verwacht ook iets van de anderen rond
die dagen, maar je merkt ook dat die ander vaak juist afwachtend
is om aan te kunnen sluiten bij wat voor jou en je gezin fijn
zou zijn. Het gaf mij dus ook heel duidelijk het gevoel dat ik
de juiste toon moest zetten. Dat opnieuw alles van mij afhing.
Dat ik niet "ingestort" de dingen over me heen kon laten
komen. Nee, net als in de tijd dat Nel zo ziek was: ik was de
sterke man en vader die doorging. Uiteindelijk kom je jezelf daar
natuurlijk ook in tegen. Maar dat is weer een ander verhaal. Op
een bepaalde manier hielp het mij ook wel om actief te zijn en
om rituelen te bedenken die zo bij ons hoorden. Ik wil je er een
paar vertellen. Wie weet herken je er iets in. Of rakelt het iets
bij jou of wat je een associatie geeft om het op jouw manier anders
te doen. Want daarvan ben ik overtuigd. Blijf dicht bij jezelf
en houd niet teveel rekening met anderen. Volg je eigen gevoel
erover en probeer vormen te vinden die je blijvend kunt gebruiken.
Rituelen troosten. Juist in de herhaling, de herkenning van hetzelfde
een jaar later doen en dan te merken dat je er anders in staat;
dat "heelt". Dat voelt, althans bij mij en bij onze
kinderen, goed.
Op de automatische
piloot
Drie weken na Nel's overlijden diende zich het 'eerste feest'
aan: de verjaardag van onze jongste dochter. Gek, ik kan me nu
nog nauwelijks herinneren hoe en waarom ik die gevierd heb. Het
huis was vol. Er was taart en er hingen slingers, want als je
negen wordt is een verjaardag nog heel belangrijk. Dus wilde ik
wel dat hij gevierd werd, inclusief tractatie op school. Het voelt
achteraf als een soort roes. "Op de automatische piloot"
een verjaardag op je reflexen regelen, alsof er niks aan de hand
is."Het leven gaat immers gewoon door...". Maar er was
die dag één overheersend gevoel: "wat leeg
boven; ze is er niet meer". Ik ben zelfs een paar keer naar
boven gelopen om daar zeker van te zijn..." En ondertussen
vindt iedereen het heel knap van je dat je het doet. Wat zij niet
weten is dat ik, zolang ik maar 'in beweging ben', een belangrijk
deel van mijn verdriet 'onder water' kan houden, want oh wee als
je stil zit. Dan merk je pas hoe je innerlijk het gevoel hebt
nooit meer tot echte rust in jezelf te kunnen komen. Ik merk nu
dat het voor mij inmiddels soms ook heel goed werkt juist niks
'feestelijks' te organiseren en mezelf toe te staan te durven
erkennen dat het me aan de fut daarvoor ontbreekt.
Zes-weken
periode
Vanuit mijn kindertijd kende ik de "zes weken-periode".
Zes weken na het overlijden van iemand, werden er weer andere
kleren aangetrokken. Kwam er weer leven in huis. Werd die eerste
periode afgerond. Zo hebben wij dat toen ook gedaan. Achteraf
is dat voor ons een heel beslissend moment ook geweest. We hebben
die dag bloemen op Nel's graf neergezet. We zijn voor het eerst
weer met z'n viertjes uit eten geweest. Daar ook symbolisch die
periode afgesloten en ik ben de dag erna weer gaan werken. Op
een bepaalde manier werd er een streep getrokken en dat gaf ook
de kinderen lucht om zichzelf weer toe te staan plezierige dingen
te doen. Uitnodigingen voor partijtjes weer te accepteren. Weer
te lachen en pret te maken, zonder je schuldig te hoeven voelen.
Dat was eind februari, precies ook op het eind van de crocusvakantie.
Naar een
stad ergens in Europa
Maar ja, toen 14 maart. De verjaardag van Nel. Ze zou 45 geworden
zijn. De eerste zonder haar... Ik zag het absoluut niet zitten
een dag thuis te zijn; familie en vrienden te ontvangen. Haal
je dan toch gebak in huis? In een kring zitten en over haar praten?
De hele dag zelf druk met thee en koffie en iedereen bedienen.
Ik moest er niet aan denken. En dan te bedenken dat Nel zelf nooit
zo op verjaardagen gesteld was. De verjaardagen van de kinderen
vierden we altijd uitgebreid, maar die van ons meestal niet. En
nu dan wel? Nee dus.
Nel en ik hielden erg van reizen. Ze was o.a. lerares Engels geweest.
De kinderen waren nu op een leeftijd dat je allerlei dingen met
ze kon ondernemen. Zo ontstond mijn plan. Op Nel's verjaardag
zijn wij voortaan in een stad ergens in Europa. De dagen eromheen
spijbelen we van school. Wij gaan voortaan met z'n vieren - ook
al komen er partners bij, deze reisdagen blijven ons leven lang
van ons vijfjes - op Nel's verjaardag op stap. Het eerste jaar
deden we London en inmiddels hebben we ook Parijs en Barcelona
gehad. De eerste keer had ik in het geheim het vertrek geregeld.
Inmiddels stemmen we over de nieuwe bestemming. En verheug ik
me op het jaar waarin ik het zelf niet meer hoef te organiseren.
Nel is ontzettend aanwezig die dagen. Voor ons gevoel "vliegt
ze vooruit". Elke keer vinden we de rust om gezellige dingen
te doen en te genieten en tegelijk ook om soms nachtenlang met
elkaar op één kamer over haar te praten. Over hoe
ze die dagen bij ons is en hoe we haar missen. Over wat er veranderd
is sinds vorige keer. Om elkaars verdriet weer te durven aanhoren,
want je stapt ook een paar dagen bewust weg uit de mallemolen
waar je met elkaar langzamerhand ook weer in mee gaat draaien.
En toen kwam die eerste periode waarin haar ziekte zich openbaarde
voor het eerste jaar terug. Bijna op de minuut wist ik me nog
te herinneren hoe de dingen het jaar ervoor verlopen waren. Daar
stil bij staan. Een dagboek over te schrijven. Veel naar Nel's
graf te gaan. Het met de kinderen benoemen van de herinnering.
Dat heeft ons toen geholpen. Op een bepaalde manier 'vier' je
dan ook de ellende.
Wat ons op dat soort dagen trouwens ook erg helpt, nog steeds,
is een kaars voor haar aan te steken. Ik heb geen katholieke achtergrond,
maar merk dat het aansteken van kaarsen als ritueel bij ons een
enorme functie heeft. Dat wordt in ons geval nog versterkt doordat
we een gigantische voorraad hebben met een persoonlijke groet
erbij. Op de rouwkaart hadden we iedereen gevraagd een kaars met
een groet mee te nemen. Die lezen we pas als we de kaars aansteken.
Juist op dagen die voor jezelf belangrijk zijn en die anderen
niet kennen (de dag 'waarop het aan ging' of waarop we elkaar
ringen gaven, etc.) ervaar ik het aansteken van een kaars als
troostend en warmte gevend.
Eigen verjaardag
moeilijk
Begin augustus ben ik jarig. Ik heb er die eerste keer voor gekozen
niet thuis te zijn en ergens in Nederland, in het tweede huis
van een goede vriendin, een beperkt aantal mensen uit te nodigen
en mee uit eten te gaan. Die dag blijf ik trouwens moeilijk vinden.
Deze week voor de derde keer zonder Nel. Je wilt niet je eigen
feest organiseren en het maakt je zo pijnlijk duidelijk dat je
voortaan alleen bent. Dat je inderdaad voor jezelf moet zorgen.
Natuurlijk de kinderen zijn er en ze doen lieve dingen. Maar net
zo goed als je er soms naar snakt dat de ander nu eens de vuilnisbak
aan de straat zet of je een glas sap komt brengen als je met griep
in bed ligt (want die momenten zijn er niet meer, dat je partner
ongevraagd precies dat doet waar je even aan toe bent), net zo
goed zou je willen dat zíj jou eens in de watten legt op
deze dag. Je hebt immers zo'n zware periode gehad. Je hebt het
verdiend dat zíj het even overneemt. Maar overnemen gebeurt
nooit meer, word je je pijnlijk bewust op dat soort dagen. Als
jij het niet organiseert, gebeurt het niet meer. Nee, nu doe ik
mijn kinderen onrecht. Zij verwennen mij echt zo'n dag. Maar toch
blijft het
tot nog toe één van mijn moeilijkste dagen in het
jaar.
,,Dansfeest"
En dan je trouwdag. Weinigen kennen die eigenlijk precies. Zeker
als de familie ook niet zo groot meer is. Ik sta er kort bij stil
met de kinderen. Een gebakje 's avonds bij de koffie. En komend
jaar zouden we 25 jaar getrouwd zijn. In mijn hoofd vaag het plan
om een grote vakantiereis met de kinderen te maken. Opnieuw: dat
zou ik met haar ook gedaan hebben, maar alles hangt wel weer van
mij af en het leven is het hele jaar al zo hectisch qua werk en
huishouden bij elkaar. Jij spreekt over een dansfeest, Hans. Dat
idee hadden wij samen ook. "Dan geven we een groot dansfeest".
Soms denk ik, dat ik misschien dan tóch wel wil op die
datum. Maar ik stop dat voorlopig toch nog maar weg...
De Kerstdagen. Het eerste jaar vierden we het thuis. Niet willen
ontvluchten. Maar wel heel erg met z'n vieren. Geen behoefte aan
anderen om ons heen. Al die 'gezelligheid' en 'familiesfeer' voelt
zo moeilijk. Het tweede jaar zijn we wel weggegaan. Geprobeerd
te doen alsof het geen feestdagen zijn. Dat lukte gelukkig goed.
Nieuwjaar voelt niet als een nieuwe start. We moeten eerst door
die moeilijke dagen van haar sterven en begrafenis heen. Pas dan
onstaat er weer lucht. Ik kan me nu nog steeds niet voorstellen
dat dit voor ons ooit anders zal worden.
En hoe 'vier' je dat de eerste keer? Haar overlijden en de dagen
erna. Dat vond ik dus echt een probleem. Ik wilde niet thuis zijn
met de verjaardag van onze oudsten, kort ervoor. Op Nel's sterfdag
wilden we het liefst bij elkaar zijn. Zonder anderen erbij. De
kinderen gingen niet naar school. We zijn opnieuw een paar dagen
naar het huis van een vriendin gegaan en waren we op haar sterfdag
in de natuur. En bij haar graf legden we een mooi bloemstuk neer.
We hebben heel veel gepraat deze dagen. Heel veel teruggedacht.
Je merkt dan hoe je allemaal je eigen herinnering hebt aan hoe
het vorig jaar gegaan is en dat het goed is dat met elkaar te
delen. Op de dag van de begrafenis hadden we een beperkt aantal
vrienden uitgenodigd om met ons naar het kerkhof te gaan, een
bloem neer te leggen en kaarsen aan te steken en na afloop bij
ons thuis een Engelse high tea te nuttigen, precies zoals we dat
het jaar daarvoor ook gedaan hadden. Dat voelde heel goed. Dit
jaar, voor de tweede keer, hadden we het gevoel dat het voor anderen
niet zo zinvol meer was naar het kerkhof te komen. Je merkt steeds
meer dat die plek voor anderen geen goede plek is, terwijl wij
er graag komen en er ook rust vinden. Daarom dit jaar het signaal
afgegeven dat wie wilde komen, welkom was bij ons thuis. En genieten
van die lieve groeten die je dan tóch op het graf vindt.
En dan is
de cirkel rond...
En dan is de cirkel rond. De eerste jaarcyclus sluit je af. Ik
merkte dat de tweede cyclus inderdaad anders was. Zoals velen
je zeggen, als ze een poging doen je te troosten. Anders wil echter
niet altijd zeggen dat het gemakkelijker wordt. Integendeel. Je
merkt dat de tijd wel vervaagt. De eerste maanden wist ik elke
tiende van de maand dat dit toen haar sterfdag was, maar er komt
een moment dat je ineens merkt dat het al de elfde of de twaalfde
is. Die dingen worden minder belangrijk. Maar juist de onverwachte
dingen kunnen mij soms meer dan ooit van slag brengen. Een geur
die je aan een moment met haar herinnert, of bepaalde muziek.
Of de dagen die voor ons beiden een speciale betekenis hadden,
maar die je nu in je eentje moet 'vieren'. Of de dagen die anderen
vieren, waarbij jij beseft dat zoiets niet meer voor jou is weggelegd.
Natuurlijk gun je de ander zijn zilveren huwelijksfeest en kan
ik als gast genieten van hun geluk. Maar soms voelt het ook als
heel hard. Ik heb trouwens meer dan vroeger wel moeite met mensen
om me heen die niets 'vieren'. Die in elk geval ogenschijnlijk
niet stil staan bij bijzondere data. Juist vanwege de feesten
die Nel en ik samen gegeven hebben, ervaar ik nu hoe belangrijk
die waren. Juist het met anderen delen in bijzondere gebeurtenissen
vormen een belangrijke herinnering aan haar. Bieden me nu aanknopingspunten
hoe ik het nu nog steeds, ook in haar geest, kan vieren.
Hans, ik hoop jou, door mijn 'worsteling' met die bijzondere dagen
weer te geven, wat associaties te hebben gegeven om in jouw leven
op de goede manier uitingen te vinden voor zulke dagen. Ik wens
je veel sterkte, zeker die komende oktobermaand. Voel je vrij
contact met me op te nemen, als je dat zou willen.
Bert, heel veel succes met de Draaikolk!
Bert Kuipers, e-mailadres: hp.kuipers@wanadoo.nl
Hallo Hans,
Ik heb jouw
oproep gelezen in De Draaikolk over "feestelijke dagen".
Ik denk dat het inderdaad voor iedereen anders is.
Na het overlijden van mijn ventje heb ik het geprobeerd "gewoon"
verder te gaan. Dat mislukte meerdere malen, ook verjaardagen
van de familie van beide kanten. Op een gegeven moment heb ik
er aan toegegeven en ben er mee gestopt. Wél stuurde ik
iedereen met de verjaardag een kaartje, dan weten ze in ieder
geval dat ik er wel mee bezig was.
Ook ben ik bij kinderen wel even geweest; die kijken er toch naar
uit.
Mijn eigen verjaardag vier ik nog niet, daar heb ik geen behoefte
aan. Wel weet ik dat die dag niet goed voor me is om alleen te
gaan zitten, dus ga ik wel naar iemand toe en geef voor de rest
door dat ik niet thuis ben. Met andere "feestdagen"
onderneem ik ook wel iets: geen hele dag weg, maar ook geen hele
dag thuis. Ik kan mijn verdriet niet echt "delen" met
familie of vrienden. En dat ligt niet aan de anderen, maar ik
heb dat in me. Dus zo'n dag mag ik van mezelf ook even alleen
zijn met mijn verdriet. Wij hadden geen kinderen, dus in dat opzicht
is het voor mij ook anders.
Heel veel sterkte voor iedereen.
Ankie van Noordennen, e-mailadres: vannoordennen47@zonnet.nl
Een gedicht wat nog steeds grote indruk op mij maakt, en wat ik ook heb gebruikt in rouwadvertentie's, is het volgende;
Those we
love don't go away,
They walk beside us every day,
Unseen, unheard,
But always there,
Still loved, still missed,
Still very dear.
met vriendelijke groeten, Ap van Hees; e-mailadres: a.v.hees@planet.nl
Over dingen die nooit zijn gezegd
Op het moment dat jouw partner voorgoed afscheid van je neemt gebeuren er ontzettend veel dingen tegelijk in je geest. Dat besef je nauwelijks, want je verkeert in een soort shocktoestand, je beseft nauwelijks dat er een eind is gekomen aan tientallen jaren gelukkig samenzijn. Maar tegelijkertijd ontdekte ik dat veel herinneringen uit mijn leven die met de dood te maken hadden, in de loop van de tijd erna ineens weer terug kwamen.
De eerste herinnering
aan de dood en mijn confrontatie ermee, had niets met mensen om
me heen te maken. Ik herinner me, gek genoeg, nog steeds heel
scherp wat er toen is gebeurd, ook al was ik toen misschien elf,
twaalf jaar oud. Ik ben geboren in een mooie bosachtige streek
in Drente en ik zwierf na schooltijd graag in mijn eentje door
de bossen. Urenlang. Een beetje dromend over de natuur, over mezelf,
over wat en wie ik was en ooit wilde zijn.
Op een dag in mei ontdekte ik een vogelnestje met vijf kleine
eitjes. Het nest was niet hoog in de struiken gebouwd en ik kon
het met een beetje moeite met mijn handen aanraken en er in kijken
als ik de takken wat naar me toe trok. Nadat ik het nest had ontdekt
kwam ik regelmatig terug om te kijken of de eieren al waren uitgekomen.
Op een dag was het zover en zag ik vijf kleine, naakte lichaampjes
vrijwel onbeschermd in ,,mijn" nest liggen. Ik vond dat een
wonder. Ik heb er lang naar gekeken en elke keer als ik terug
kwam waren de jonge vogeltjes gegroeid, kregen al wat dons en
schreeuwden piepend om eten, terwijl hun vader en moeder onrustig
boven mijn hoofd heen en weer vlogen. Op een dag beging ik een
cruciale fout: ik raakte ze aan. Streelde ze. Haalde er zelfs
eentje uit het nest om het van dichtbij te bekijken. Dat had ik
dus niet moeten doen. Toen ik de volgende keer, dagen later, terug
kwam was het nest verlaten en lagen er vijf kleine lijkjes. De
open, dode oogjes keken me verwijtend aan. Dat was de eerste keer
dat ik pijn voelde om de dood die ik zelf waarschijnlijk had veroorzaakt
door ze alleen maar aan te raken en te omgeven met mijn mensengeur.
Maar huilen kon ik niet. Ik heb er nooit over gepraat, beschaamd
als ik was door wat ik had gedaan. Maar vergeten heb ik het nooit.
Na het overlijden
van mijn vrouw Janny kwamen al die (en andere) herinneringen in
verscherpte beelden terug. De herinnering aan het op een gruwelijke
manier stikkend zien sterven van mijn jongere broer op vijftienjarige
leeftijd na een ongeluk waarvan ik getuige was. En later de dood
van mijn lievelingsgrootvader van vaders kant waarnaar ik was
vernoemd, mijn grootouders van moeders kant en later, veel te
jong, van mijn ouders. Zelfs de herinneringen aan de dood van
mijn schoonvader kwamen ineens terug.
Psychotherapeuten zullen daar best een verklaring voor hebben:
onverwerkt verdriet zullen ze dat misschien noemen. Voor een groot
deel is dat waarschijnlijk ook zo. Zeker wat betreft mijn jongere
broer en mijn ouders.
Huilen kon ik niet
Toen mijn broer verongelukte heb ik niet kunnen huilen. Geen traan. Ik heb dagenlang rondgelopen zonder ook maar een woord te zeggen. Ik kon niet huilen. Ook al had ik heel veel verdriet om wat er was gebeurd. Voelde de pijn om wie ik verloren had. Tijdens zijn emotionele begrafenis heb ik evenmin gehuild, noch gesproken. Zwijgend ,,onderging" ik alles alsof het eigenlijk niks met mij te maken had. Alsof het een vreemde betrof. Ik heb dat altijd gek gevonden omdat ik erg aan hem was gehecht en me altijd een beetje als zijn beschermer beschouwde, als zijn oudere broer. Misschien maakte ik mezelf daarom ook onbewust verwijten omdat ik hem toen niet heb tegen gehouden. Hij stierf zoals hij leefde: wild, onstuimig, impulsief. Met zijn gloednieuwe fiets had hij tegen het verbod van zijn vader in gecrost over zandheuvels die vlak bij huis waren opgeworpen voor werkzaamheden aan de straat en was met zijn borst op een betonnen paal terecht gekomen. De paal brak zijn ribben die zijn longen doorboorden. Ik heb hem weg zien fietsen, heb hem met veel bravoure de zandheuvels zien nemen en niks gedaan. Hij zou misschien toch niet naar me hebben geluisterd als ik er wat van zou hebben gezegd, maar toch
De dood van mijn ouders, vijf jaar na
elkaar, kon ik me eigenlijk lange tijd nauwelijks voor de geest
halen. Wat er toen gebeurde bestond voor mij slechts in schimmige,
wat onbestemde fragmenten. Op twee momenten na. Toen ik aan het
sterfbed van mijn moeder zat en ik wanhopig, met haar handen in
de mijne, gesmeekt heb om alsjeblieft niet dood te gaan. Ze lag
toen al in coma. De kanker had haar lichaam vrijwel al geheel
verwoest. Maar tegen beter weten in wilde ik toen de dood tegenhouden
door haar handen urenlang vast te houden en tegen haar te praten.
Maar ook toen heb ik niet gehuild. Kon niet huilen. Ik denk nog
vaak aan het moment dat mijn moeder haar kinderen en kleinkinderen
in het ziekenhuis bijeen had geroepen vlak voor de operatie waaraan
ze uiteindelijk zou sterven. Wat ik toen blijkbaar niet begreep,
begrijp ik nu: ze wist dat ze ging sterven en nam afscheid van
iedereen die haar lief waren. Moedig, dapper en met opgeheven
hoofd had ze voor iedereen een troostend woord. Als ik die beelden
nu weer scherp voor me zie dan vraag ik me elke keer weer af hoe
ik toen zo dom heb kunnen zijn om niet te begrijpen dat ze toen
afscheid van ons nam. Mijn geest had zich daar blijkbaar volledig
voor afgesloten.
Het tweede moment was de morgen nadat ik aan haar bed had gezeten.
We waren rechtstreeks van huis naar het ziekenhuis gereden en
toen ik de deur van mijn moeders kamer opendeed trof ik een leeg
bed. Men had ons vergeten te waarschuwen dat mijn moeder was overleden
Ik heb dat heel erg gevonden, traumatisch bijna: die aanblik van
dat lege bed.
Toen mijn vader zo'n vijf jaar eerder stierf aan een epilepsieaanval, een ziekte die hij had overgehouden aan een ernstig motorongeluk, tientallen jaren eerder , hebben we geen afscheid van hem kunnen nemen. Hij lag al in het ziekenhuis toen we ijlings van vakantie terug waren gekomen, maar om de één of andere onverklaarbare reden mochten we toen niet bij hem zijn en hebben die nacht samen bij mijn moeder doorgebracht. In die nacht stierf hij. Ik heb het erg gevonden dat ik niet eventjes zijn hand in de mijne kon voelen en hem niet meer kon vertellen dat hij zich geen zorgen over ons hoefde te maken. Dat wij nog jong waren en het wel zouden redden. Het heeft me pijn gedaan dat ik hem niet meer heb kunnen vertellen dat ik ontzettend veel van hem had geleerd en dat ik onze, vaak scherpe, discussies over het leven, over wat we geloofden, echt zou missen. Ook al waren we het vaak oneens met elkaar. We genoten van de discussie. De onverwachte dood van mijn vader zonder dat ik afscheid heb kunnen nemen, deed pijn. Maar gehuild heb ik niet. Ook toen niet.
Ik, die altijd
emotioneel reageerde op alles wat er om me heen gebeurde, heb
nooit kunnen huilen om de dood van hen die me zo lief waren. Totdat
mijn eigen vrouw werd getroffen door borstkanker. Toen was het
alsof er een enorme, tot dat moment onzichtbare dam doorbrak en
al het opgekropte verdriet van al die jaren de vrije loop kreeg.
En vanaf dat moment heb ik steeds echt kunnen huilen om wat ik
allemaal verloren had. Vanuit mijn tenen, met elke vezel van mijn
lichaam voelde ik opeens het verdriet om al het verlies in mijn
leven. Het was eindelijk teveel geworden.
Wazige beelden worden scherp
Nu, bijna vier
jaar nadat Janny in mijn armen overleed, komen al die herinneringen
aan de dood in verhevigde vorm terug. Ineens worden al die voordien
wazige beelden scherp. Wat ik in al die jaren blijkbaar in het
verste hoekje van mijn geest had weggestopt, komt nu tevoorschijn.
Onverbiddelijk. Heftig soms. En mijn geest huilt dan alsnog de
bittere tranen die ik toen zo pijnlijk heb gemist. De tranen maken
soms deel uit van mijn dromen, terwijl de steeds scherper wordende
beelden van de dood elkaar afwisselen, de ene keer kalm en sereen,
een andere keer heftig en intens.
Als ik dan wakker word lig ik vaak heel lang doodstil met open
ogen naar het plafond te staren en denk aan al die verdrietige
momenten die mijn leven hebben beheerst zonder dat ik er toen
blijkbaar goed mee om heb kunnen gaan. Meer dan een halve eeuw
lang.
Regelmatig overvalt me nu een enorm gevoel van intens verdriet.
Zo maar. Zonder direct aanwijsbare oorzaak. Ik verwijt mezelf
dan wel eens dat ik blijkbaar teveel last heb van zelfmedelijden.
Maar na elke huilbui voel ik me toch een klein stukje beter. Ik
denk dat ik - zolang ik nog heb te leven - nog vaak zal huilen.
Want ik weet als geen ander dat ik wat dat betreft nog veel heb
in te halen.
Bert, augustus 2001
Boekbespreking:"Chantal"
herkenbaar en ontroerend verhaal van man die plotseling zijn partner verliest
"Chantal" - Hans Moll; Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2000, ISBN 90 388 49311, 144 blz.
De schrijver vertelt in dit boek zijn verhaal over de laatste weken van zijn levenspartner sinds twintig jaar. Chantal is een levenslustige vrouw van tweeënveertig jaar wanneer bij haar vrij plotseling een 'agressieve en snel groeiende tumor' in haar hoofd wordt geconstateerd (glioblastoom). Volgens de prognose van de neuroloog heeft zij hooguit nog enkele maanden te leven...
Tijdens het verblijf in het ziekenhuis, na een spoedoperatie, wil Hans zijn vriendin zo veel mogelijk zélf blijven verzorgen, hetgeen het ziekenhuispersoneel hem niet altijd in dank afneemt. En ondanks de afspraak dat híj Chantal op een geschikt moment zélf wil vertellen dat zij stervende is, is het uiteindelijk de assistente van de chirurg die aan zijn wens voorbijgaat en Chantal - geheel onvoorbereid - de jobstijding brengt... De neurochirurg probeert dit later te vergoelijken door te stellen dat de ervaring heeft geleerd 'dat mensen het juist prettig vinden wanneer de dokter dit doet'...
Vloedgolf van emoties
Na haar overlijden, aan een massale longembolie, begint voor Hans de lange weg van het verwerken. Ook hij wordt overspoeld door een vloedgolf van emoties. Door gevoelens van angst ('Hoe zal Chantal er opgebaard bijliggen?); van dankbaarheid (de grote belangstelling bij het afscheid); van verdoofdheid (zes weken na haar dood leek het alsof een dik dekbed over zijn gevoel lag); van idioterie ('heb ik haar niet levend/in coma laten begraven?'); van twijfel ('heb ik er wél of géén goed aan gedaan om in te stemmen met de spoedoperatie?'); van schuld ('heb ik haar leven niet, voor mijn eigen zielenrust, met twee weken lijden verlengd?'); van verdriet (de herinneringen die niet langer samen opgehaald kunnen worden); van het willen vasthouden (het dragen van haar favoriete kleding en sieraden); van woede (over de gemaakte fouten in het ziekenhuis); van verbijstering (het secretariaat Neurochirurgie dat vraagt waar mevrouw Hoven of Hoeven is gebleven...); van teleurstelling (het bijwonen van een kerkdienst, waarin zij en anderen tóch niet worden herdacht 'in verband met Pasen en om de eenheid van de liturgie te bewaren...'); maar ook van loslaten (het langzaam toenemend besef dat Chantal's persoonlijke spullen uiteindelijk zullen slijten dan wel onherstelbaar beschadigd zullen raken).
Terug op zijn
werk merkt Hans al snel dat het de vrouwelijke collega's zijn
van wie hij de meeste steun krijgt. Zij zijn degenen die altijd
doorvragen, terwijl de mannen het vaak bij een schouderklop laten
en niet écht willen weten hoe hij zich voelt. Gaandeweg
ervaart hij dat hij van huilen bekaf wordt, maar dat die vermoeienis
ook een bevredigende kant heeft, want: 'na gedane arbeid is het
goed rusten...'.
Naarmate de tijd verstrijkt zijn er die pijnlijke momenten op
het werk, waarop hij opschrikt uit zijn bezigheden en zich afvraagt
wat er ook alweer was gebeurd... Maar ook zijn er momenten waarop
hij Chantal's aanwezigheid duidelijk voelt, ergens onzichtbaar
boven zijn rechterschouder...
Maar de leegte, die hij bij thuiskomst steeds weer aantreft, nekt
hem telkens weer. Vooral tussen zes en acht uur 's avonds: de
tijd tussen boodschappen doen en de afwas. De tijd gedurende welke
Chantal en hij gewoonlijk de belevenissen van de dag doornamen...
Zijn verdriet
uit zich in het veelvuldig afgaan van de uitverkoop en in afvallen...
Door zijn eetlust aan banden te leggen, houdt hij zich zelf voor
meester te zijn over tenminste één soort pijn, want
'verdriet knaagt, net als honger...'. De kwijtgeraakte kilo's
beschouwt hij als 'gelukskilo's'. Als die er opnieuw zouden bijkomen,
zou dat dan betekenen dat hij ook zijn verdriet zou kwijtraken...?
Lange tijd wordt hij gekweld door alle onuitwisbare details omtrent
haar dood die zich als een film alsmaar lijken te herhalen. Maar
aan de andere kant ontdekt hij soms ook gaten in zijn geheugen
ten aanzien van hun gezamenlijk leven. Door het raadplegen van
haar oude agenda's probeert hij deze gaten weer op te vullen.
Uiteindelijk vindt hij enige afleiding en rust in wandelen, wat hij veelvuldig met Chantal over de hele wereld had gedaan. Hierbij merkt hij al gauw dat hij niet langer doortastend is. In plaats van zich goed voor te bereiden, laat hij zich nu geheel leiden door de ingeving van het moment...
Via dit boekje heeft deze lotgenoot (en redacteur van NRC Handelsblad) zijn gevoelens over het verlies van zijn geliefde van zich af willen schrijven en zo tevens willen vasthouden. Ondanks dat het zijn opzet was om dit op een sobere en feitelijke manier te doen is hij er, naar mijn mening, tóch in geslaagd om zijn liefde en zijn gemis er heel herkenbaar en daardoor ontroerend in tot uitdrukking te brengen.
Monique Klaverweide
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren