Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 3e jaargang nrs. 8/9/10 - zomereditie 2001


 

Van de hoofdredactie: Een zomer-editie voor jullie

In het april-nummer had ik het al aangekondigd: dit is voorlopig de laatste editie voordat Monique en ik met vakantie gaan. We hebben geprobeerd om in dit (dubbel)nummer van De Draaikolk wat extra ,,leesvoer" te brengen, maar méér dan dat kunnen we voorlopig ook niet doen. Wel hebben we een nieuwe rubriek: Samen actief.
Ik deed daarvoor in de vorige editie een oproep en kreeg spontaan verschillende enthousiaste aanmeldingen. De conclusie is duidelijk: blijkbaar is daar een grote behoefte aan. Samen met een lotgenoot, man of vrouw, actief zijn. Fietsen, wandelen, uitgaan, noem maar op. Een goede manier om het isolement van de eenzaamheid, waar veel lotgenoten van ons (nog) mee worstelen, te doorbreken. Het biedt ook een goede gelegenheid om gevoelens en ervaringen uit te wisselen. Nu niet alleen via e-mailcontact, maar tijdens een wandeling of fietstocht, of tijdens een gezellig etentje of op een zomers terrasje, waar dan ook. Praten met iemand die je begrijpt, die hetzelfde heeft meegemaakt, kan erg bevrijdend werken. Je hoeft je gevoelens nu eens niet te verbergen achter nietszeggende antwoorden. Fijn toch? Als je óók mee wilt doen: geef je dan zo snel mogelijk op, dan zal ik proberen jouw gegevens nog in de rubriek te zetten voordat we richting zuiden gaan. Kijk wel even goed naar de spelregels en de juiste regio-indeling.

Bedankt trouwens voor al die warme reacties die ik kreeg naar aanleiding van mijn vorig hoofdredactioneel artikel. Het was hartverwarmend om te beseffen dat ik me niet zo druk hoef te maken over schuldgevoelens en zo. Jullie hebben me dat echt duidelijk gemaakt met persoonlijke mail. Het was goed te ervaren dat De Draaikolk aan de ene kant een vast onderdeel uitmaakt van lotgenoten, maar dat dezelfde lotgenoten mij, ons, net zo enthousiast uitzwaaien en ons een erg fijne vakantie toewensen.
Ik hoop dat jullie de zomer ook zullen ervaren als een goede tijd. Ondanks het verdriet, ondanks de momenten van eenzaamheid. Opnieuw zeg ik dan: laat het gebeuren, geef jezelf een kans. Laat de warmte van de zomerzon ook jouw hart verwarmen en ik hoop dat je dat samen met een lotgenoot zult kunnen doen. Dáárvoor hebben we onze nieuwe rubriek toch opgezet? En natuurlijk ontvang ik graag over een tijdje een mail van je met daarin jouw ervaringen met het samen actief zijn met lotgenoten. Hoe ging dat? Was het gemakkelijk of toch moeilijker dan je dacht? Vertel. Wellicht dat je daarmee andere lotgenoten over de drempel trekt.

Monique en ik wensen jullie een in alle opzichten fijne zomer toe. We zullen vast zo nu en dan even aan jullie denken. Zonder schuldgevoelens. Dankzij jullie. In september zijn we er weer met een nieuwe editie!

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (16): Lief zijn voor mezelf

In een boek over rouwverwerking lees ik dat het zaak is om, wanneer je treurt om het verlies van een dierbare, toch vooral goed voor jezelf te blijven zorgen. Rouwen is zwaar werk en kost gigantisch veel energie. Het is dan ook zeker geen overbodige luxe om goed naar je lichaam te luisteren. Dit advies neem ik direct ter harte. Nu ik mijn liefde niet meer aan hem kwijt kan, zit er niets anders op dan dit aan mezelf te geven. Ik besluit er serieus werk van te maken: vanaf nu is Monique prioriteit nummer één.

En opeens mag ik van alles van mijzelf. Ben ik bijvoorbeeld overdag moe, dan draaf ik niet door maar ga ik "even" rusten. Aangezien ik vooralsnog "arbeidsongeschikt" (en alleen) thuis ben, kan ik het mij gelukkig veroorloven om 's ochtends geen wekker te zetten. Het gevolg is wel dat ik vaak pas aan het einde van de ochtend wakker word. Maar ik heb mij laten geruststellen dat dit heus geen schande is. Blijkbaar heb ik die rust nodig om alles te kunnen verwerken en hier leg ik mij maar al te graag bij neer, letterlijk. Ook gebeurt het regelmatig dat ik wél bijtijds wakker word, naar mijn gevoel nog "even" blijf liggen om de wirwar van gedachten in mijn hoofd uit te laten razen, om vervolgens tot mijn schrik te ontdekken dat er uren verstreken zijn... Mijn gevoel voor tijd ben ik ergens kwijt geraakt.
En ook mijn huis wordt nu, voor mijn doen, aanzienlijk minder systematisch schoongehouden dan voorheen. Ik beperk mij tot het hoogst noodzakelijke om daarna vaak uitgeput in een ligstoel neer te ploffen. Soms met een boek, maar vaak opnieuw in slaap wegdoezelend.

Koopwoede

Maar, zodra ik weer wat energie vergaard heb, duik ik de stad in om zo uiting te geven aan de plotseling opgekomen koopwoede in mij. Niet dat ik nu alle controle kwijt ben, maar toch verwen ik mezelf meer dan voorheen. Ik ben wat afgevallen, dus heb ik een mooi excuus voor het kopen van nieuwe zomerkleding. Ook al besef ik maar al te goed dat ik mij voor hem niet meer mooi kan maken, op het moment van de aankoop zelf put ik er een beetje troost uit. Heb ik mij immers niet, al direct na zijn ongeluk, voorgenomen om mezelf niet te verwaarlozen?

Iets wat ik voorheen (ook) nooit deed was het kopen van gouden sieraden. Pas wanneer ik niets meer te wensen zou hebben, dan zou ik dat wellicht eens overwegen. Nu liep ik al een tijdje met de gedachte rond om iets speciaals met mijn trouwring te doen. Tot die keer dat een vriendin/lotgenote mij vraagt om met haar mee te gaan naar haar juwelier. Ze heeft voor zichzelf een horloge besteld, zoals haar overleden partner haar ooit had beloofd.
Door de juwelier, die Eric blijkt te hebben gekend, laat ik mij voorlichten over de mogelijkheden en ik besluit om er drie briljantjes in te laten zetten: één voor onze verloving, één voor ons huwelijk en één voor .... onze eeuwige verbondenheid? Helaas ontkom ik er niet aan dat de oude inscriptie deels opnieuw ingegraveerd moet worden, maar wanneer ik de ring weer aan mijn vinger kan schuiven ben ik als een kind zo blij met het eindresultaat. Totdat ik mijn vriendin een traantje zie wegpinken en ik mij weer pijnlijk realiseer wat de aanleiding hiervoor geweest is.
Samen gaan we er nog een paar keer langs voor het uitzoeken van een bijbehorende ketting en oorbellen. Ja, hij ziet ons wat graag langskomen, die twee kooplustige weduwen...

Heerlijk om aangeraakt te worden...

Om 's avonds wat afleiding te vinden ga ik samen met een vriendin wat aan beweging doen. Op zich heel bijzonder, want ik ben totaal niet sportief. We gaan slenderen; een soort "fitness voor luie mensen". Zonder mij al te veel te hoeven inspannen voel ik mijn spieren soepeler worden, ook al zijn het de bewegende banken die het meeste werk voor mij doen. Vaak dwalen mijn gedachten af en word ik geplaagd door hoofdpijn. Tóch blijf ik wekelijks komen, vooral omdat ik steeds weer uitkijk naar de nek- en rugmassage die ik aansluitend neem. Ook al zijn het slechts een paar vrouwenhanden: het voelt zo heerlijk aan om weer aangeraakt te worden. Het half uur gaat wat mij betreft telkens veel te snel voorbij. Bij thuiskomst duik ik meteen m'n bed in en val ik in een diepe slaap.

Het is dezelfde vriendin die een schoonheidssalon aan huis heeft. Tijdens haar opleiding heb ik een keer als "proefkonijn" gefungeerd, maar verdere behandelingen heb ik mij later niet willen permitteren. Maar de nieuwe Monique laat zich nu elke zes weken uitgebreid door haar verwennen en tegelijkertijd praten we weer even bij. Temeer omdat "oude" contacten wanneer je niet langer een stel bent maar al te snel kunnen verwateren, probeer ik op deze manier twee vliegen in één klap te slaan: zo houden we regelmatig contact en .... ben ik lief voor mezelf.

Monique Klaverweide - zomer 2001


Een roodborstje in de tuin…

Het was op één van die weinige warme dagen in april. We hadden er al langer tegen aangehikt: de tuin. Vorig voorjaar was die helemaal door mijn schoondochter gerenoveerd, maar ik was er die zomer nog niet aan toegekomen om er echt gebruik van te maken. Het was net alsof er nog een barrière was die ik maar niet kon doorbreken. De tuin was altijd van haar geweest. Zij had de bloemen en planten steeds met liefde verzorgd. Het was ooit een bloeiend paradijsje.

Mijn schoondochter had die bloeiende traditie voortgezet en ervoor gezorgd dat het hele jaar door in de tuin bloemen zouden bloeien. Met in één hoek, háár hoek, veel ruimte voor blauwe bloemen. De blauwe hoek noemde ik het. Omlijst met de lavendel die zo aan haar geliefde Provençe deed denken. Ook de plek waar ik misschien haar urn een plek zou willen geven. Het is er nog steeds niet van gekomen. Het hele jaar door werd het blauw van haar hoek verdrongen door het oprukkend rood van de Oost Indische Kers die geen enkele boodschap had aan de kleur blauw en dat dan ook heel duidelijk wilde laten zien. Mijn schoondochter had deze éénjarige uitbundig roodbloeiende bloem geplant om mij toch in de zomer in de bloemen te kunnen zetten. Zij is daar helemaal in geslaagd. Tot ver in de herfst was de tuin in een rode gloed gehuld. Mijn kleur, dat wel, maar toen de vorst bezit nam van de laatste bloeiende bloem was het gedaan en wat overbleef was een troosteloze wirwar van afgestorven plantenstengels. Ik heb daar de hele winter naar gekeken met een gevoel van: daar zal ik straks toch iets aan moeten doen. Oók aan het mos dat in het voorjaar erg uitbundig groen stond te wezen op de tegels in de tuin en op een gegeven moment zelfs aanstalten maakte te gaan bloeien…

Die ene warme dag begin april was dus een uitgelezen dag om al in mijn gedachten gedane beloften waar te maken. En dus vroeg ik mijn schoondochter of zij mij wilde helpen, want ik zie echt niet het verschil tussen onkruid en een plant of bloem. Voor mij is alles even groen.Voor het eerst na jaren was ik weer in de tuin bezig. Het voelde aan de ene kant vreemd vertrouwd aan, maar aan de andere kant miste ik ineens haar aanwezigheid, haar gemopper op al dat driftig groeiende onkruid of haar vertederende uitroep als ze iets leuks tussen al dat onkruid had ontdekt. Ik miste haar stem, haar warmte, haar aanwezigheid. Terwijl de tuin toch met veel warmte was gevuld. Warmte van Monique, van mijn zoon en schoondochter, van mijn uitbundige kleinkinderen.

En terwijl ik wat gedachteloos het mos van de stenen krabde, was het er ineens. Dat kleine roodborstje dat onverstoord rond hipte in de blauwe hoek. Het vogeltje keek toe, terwijl ik bezig was, pikte een wormpje uit de grond of een door al dat gedoe verstoord insect. Ik liet het mos voor wat het was en staarde gebiologeerd naar de vogel in de blauwe hoek. Haar hoek. Net zo parmantig als zij was. Onverstoord. Zou zij….?
De anderen vonden het heel leuk, dat kleine roodborstje. Ook wel opvallend dat het zo mak was. Alsof dit al jaren háár plekje was. En ik? Ik bleef heel lang kijken en voelde in gedachten haar aanwezigheid. Zo maar was ze er even. Misschien keek ze wel via de oogjes van het roodborstje goedkeurend naar wat wij in háár tuin aan het doen waren. En ineens was de barrière verdwenen en zag ik mijn tuin met andere ogen. En ik wist dat ik er, samen met Monique, deze zomer voor het eerst van zal kunnen genieten als de zon schijnt en de lavendel bloeit. En ik zal dan ongetwijfeld met een schuin oog naar de blauwe hoek kijken om te zien of het roodborstje er weer is. Ik weet haast wel zeker dat dát het geval zal zijn.

Bert Vos
april 2001


Gedichten van Bert Vos

Dingen die voorbij gaan

Een groene waas bedekt de bomen
Een magere voorjaarszon
kiert tussen natte wolken
Een vogeltje fluit aarzelend verlangend
naar haar maatje, verder op een tak

Ik kijk naar de planten in mijn tuin
en zie ze popelend staan
Nog even voordat,
jouw blauwe bloemen
weer uitbundig bloeien gaan

Alwéér staat het voorjaar klaar
om sprankelend uit te barsten
Knoppen staan op springen
terwijl de prunus en forsythia
al staan te pronken met
hun ijdele kleurenpracht

Een groene waas bedekt de bomen
Mijn ogen versluieren
door de tranen van ineens
uitbarstende melancholie
Het vogeltje op de tak
staakt verschrikt haar liefdeszang

Dan verdwijnt de zon achter de wolken,
gaat het zachtjes regenen
Ik denk aan al die dingen
die voorbij gaan
en toch weer terug komen
Net als de lente

april 2001

Herinneringen

Je denkt zo vaak aan wat
er toen gebeurde
en haalt het voor de geest

In vage lijnen of scherp
als een mes ontleed je
wat je toen zag, voelde en dacht

Vaak lukt dat niet en blijven
je gedachten als de mist
waarin je toen rondliep

En eigenlijk is dat goed
Want herinneringen
herhalen zich nooit
zoals je graag zou willen

april 2001


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan bijvoorbeeld de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!

Bert

Brief van de maand

In deze editie plaatsen we de brief van Hans van den Heuvel als brief van de maand. Want wat hij aankaart is voor heel veel lotgenoten zeer herkenbaar, denk ik. Hans vraagt zich af hoe je dat doet: ,,feest vieren, feestelijk zijn" zoals bijvoorbeeld bij verjaardagen van jezelf of die van je overleden partner, maar ook bij andere, voor anderen, ,,feestelijke" gelegenheden. We hebben er al eens iets over geschreven, maar hoe denken jullie er over? Iedereen ervaart dat op zijn of haar eigen wijze. Vertel er eens over. Reageer! -Bert-

Het ,,feest" van verjaardagen, trouwdagen en alle andere feestdagen: hoe kan ik in vredesnaam feestelijk zijn?

Beste Bert en Monique,

In oktober vorig jaar is mijn vrouw Maria onverwacht aan een hersenbloeding overleden. Ook al duurt het nog even, toch hou ik me steeds meer bezig met de vraag wat ik moet met een aantal "feestdagen" die gaan komen.
Dat begint in juni al met mijn verjaardag. Ergens heb ik het gevoel, dat er helemaal niets te vieren is. Dat ik een jaartje ouder geworden ben, is dat een reden om feest te vieren? Dat ik nog iets langer van het leven mag "genieten" dat zo radicaal op zijn kop is gezet door het onverwacht overlijden van mijn Maria? Een hele dag in je eentje zorgen voor bezoek? Jezelf de hele dag pijnigen met de gedachte hoe gezellig het vorig jaar wel niet was? Maar de kinderen willen deze dag wél vieren, want zij mochten en wilden op hun verjaardag ook echt jarig zijn van mij.
In september komt onze trouwdag, de dag dat we met een groot dansfeest zouden vieren dat we 25 jaar getrouwd waren. Misschien wel gemakkelijker, want er is echt niets te vieren. Maar de familie zal die dag niet ongemerkt voorbij willen laten gaan. Hoe stuur je dit?
Vijf dagen later de verjaardag van Maria. Ook niets meer te vieren. Misschien wel een dag om herinneringen aan haar op te halen? Moet je dat dan persé op die dag doen? Dat kan toch op elke dag? Moet je die dag dan zomaar voorbij laten gaan?
En dan in oktober de dagen dat ze in het ziekenhuis terechtkwam, dat ze overleed en dat ze begraven is. Allemaal dagen waarvan ik me afvraag wat moet ik er mee?

Langs deze weg vraag zou ik aan lotgenoten eens willen vragen wat hun ervaringen zijn. Wat kun je beter wel doen en wat beter niet? Of is dat heel persoonlijk?
Ik hoop dat je deze vragen ergens in de Draaikolk kunt plaatsen.

Bij voorbaat dank.

Hans van den Heuvel, e-mailadres: j.w.m.vd.heuvel@freeler.nl

Hallo Bert & Monique,

Het is voor veel mensen om mij heen AL een jaar geleden maar voor mij voelt dat nog niet zo en dan.... zijn er soms nog van die hele lange, donkere nachten. Pen en papier liggen altijd binnen handbereik en het geeft een stuk rust (acceptatie, verwerken van) als ik mijn gevoelens van mij afschrijf.

Een jaar

Aan Nina en Laura zie ik hoe snel de tijd is gegaan,
zij groeien, eten, spelen en lachen naar me
maar voor mij is het alsof de wereld heeft stilgestaan.

Lente, zomer, herfst en winter, zij gaan en zij komen
ik mag en kan er nog van genieten
maar jij blijft weg en bent er alleen nog in mijn dromen.

Ik ken je, je zou zeggen: Mop, je hebt het goed gedaan
maar ik, ik zou nog zo graag even met je praten
over hoe ik nu alléén verder moet gaan

Het deed toen en doet nu nog steeds ontzettend zeer
een jaar, een jaar, wat is nou een jaar
de tijd vliegt voorbij maar jou zie ik echt nóóit meer.


Bijna iedere dag zong Fred en speelde op zijn gitaar en ook die dingen kan ik zo vreselijk missen.

In de hoek staat nog steeds
jouw gitaar
hij wordt niet meer bespeeld
al meer dan een jaar
Ik zou het zo héél graag nog
één keer horen
ook je zingen en dan een van je
lievelings koren
jouw lied over de arend
en Zijn kracht
maar ik hoor niets, ook niet
als ik heel lang wacht
En in de hoek staat nog steeds
jouw gitaar
ze blijven voorgoed stil
ja ...iedere snaar


Geniet van jullie vakantie en van elkaar, kom veilig en gezond weer thuis want de Draaikolk moet blijven bestaan.
Maria, e-mailadres: lippeltf@bos.nl

Hallo Bert
Ik zou het leuk vinden als je dit gedicht zou willen plaatsen. Het gedicht heb ik van een vriendin gekregen en sprak me erg aan.

Soms geheel onverwacht is hij daar,
het moment
moment voor gedachten, van hoe het vroeger was
Moment van heimwee,zo onverwacht
een moment van pijn, omdat je terug wilt in de tijd
moment van bezinning,
moment van eenzaamheid
moment van gevoel , dat je in een doodlopende straat bent.
dat moment, dat gevoel,
noemt men nou verdriet
en daar moet je dwars doorheen.

(bron onbekend)

Groetjes, Annegré Bouma, e-mailadres: aaikema@home.nl


Hallo Bert en Moniqe
Dit kwam een paar weken geleden zomaar in me op, vlak nadat ik op de Draaikolk geweest ben.

Geen pen die het kan beschrijven,
Geen mond die het kan vertellen,
Geen woord die het verwoorden,
van het verdriet en het gemis van mijn ventje.

Ankie van Noordennen. vannoordennen47@zonnet.nl


Leeg, helemaal leeg...

In de afgelopen maanden heb ik het nogal druk gehad met het regelen van zaken die min of meer te maken hadden met het overlijden van Janny, met de afwikkeling van mijn arbeidzaam leven naar dat van een volbloed WAO'er én met mijn nieuwe begin met Monique. Allemaal zaken die een gigantische hoeveelheid energie van je kunnen vergen. Vooral als de bureaucratie onverbiddelijk toeslaat en je ongewild in het verleden moet duiken om een goed beeld te krijgen van heden en toekomst. Je wilt dat allemaal niet, maar het wordt je door de omstandigheden opgedrongen.

Toen ik daar zo mee bezig was had ik wel eens de neiging om de kont tegen de krib en het bijltje er bij neer te gooien. Zo van: ,,jullie bekijken het allemaal maar. Ik sluit de gordijnen en ben er even niet." Dat gevoel kennen jullie vast wel, want het hoort er allemaal bij. Zelfs drie jaar na het overlijden van mijn vrouw is dat nog niet echt anders geworden. Elke keer weer ontdek ik hoe labiel ik op sommige momenten kan zijn als de emoties mijn denken weer gaan overheersen en de ratio me volledig in de steek laat. En op andere momenten ben ik ineens volstrekt helder in mijn denken. Redeneer ik voor m'n doen logisch en koel. Ik denk dat het juist die onvoorspelbare golfbewegingen zijn die zoveel energie kosten.
In mijn geval komen er dan ook nog de voorbereidingen voor de vakantie bij, want ik wil, hoe dan ook, dat alles wat ik allemaal nog moet doen niet ten koste gaat van onze voorgenomen trektocht door Zuid Europa. Ook al slaat de twijfel regelmatig toe en vraag ik me af of ik er niet veel verstandiger aan doe om maar gewoon de stoelen in de tuin te zetten, een goed boek te pakken en elke verdere inspanning aan anderen overlaat. Onder het motto: ,,Bekijk het maar met z'n allen".

Gedachten op nul zetten

Maar dan gaat bij mij ineens de adrenaline stromen en word ik boos op mezelf. Omdat ik dat allemaal zo maar toelaat. Al die gevoelens, al die soms verwarrende emoties die je denken gaan beheersen waardoor je eigenlijk in een cirkeltje rond blijft draaien. ,,Kop op", hoor ik mezelf dan zeggen, ,,je rug recht, héél diep ademhalen, tanden op elkaar, niet zo kinderachtig doen, hup!" Ik heb dat nu verschillende keren tegen mezelf gezegd. Maar ik besef dan ook best, dat ik mezelf voor de gek zit te houden. Want wat ik voel en denk kun je niet zo maar wegpoetsen. Ik weet óók, dat ik eigenlijk veel aardiger voor mezelf moet zijn, de techniek van het onthaasten weer meer moet toepassen, gewoon mijn gedachten moet leegmaken en op ,,nul" zou moeten zetten. Pas op de plaats zou moeten maken. ,,Kalm aan dan breekt het lijntje niet".

Volledig leeg

Maar iets weten en ook toepassen, tja, dat zijn toch twee heel verschillende dingen. Ik weet daar alles van. Want mijn gedachten zijn nu redelijk leeg, maar dat komt omdat ik zelf eigenlijk volledig ,,leeg" ben. Alle energie is opgebruikt. Ik slaap weer gaten in de dag zoals ik dat kort na het overlijden van Janny ook zo met overgave deed na al die slapeloze nachten.
Even heb ik het gevoel dat ik terug ben bij ,,af" .

Buiten schijnt de zon uitbundig. Ik denk dat ik de tuinstoelen tóch maar buiten ga zetten. En een vakantieboek pak die al klaar lag voor straks. Even heel diep ademhalen en me koesteren in de warmte van die zomerse lentezon. Want ach, ik heb toch alle tijd van de wereld? Waarom vergeet ik dat toch elke keer weer? Misschien omdat ik óók weet dat het leven zo onvoorspelbaar kort kan zijn?

Bert Vos
1 mei 2001


Benno's laatste rustplaats: ,,Een oase in mijn leven''

Jaren geleden waren Benno en ik op vakantie op Cyprus. Mijn man kon weinig ondernemen maar wilde dat ik overal waar ik kwam foto's maakte en 's avonds tijdens het eten bekeken we de foto's en voelde hij dat hij ook alles had gezien en niets miste.
Ik voelde me vaak verdrietig omdat ik veel alleen zat en angst om hem had. Toen ontmoette ik Ellen. Ellen en haar man waren op Cyprus onze buren en ik kwam met hen in gesprek over leven en dood: mijn angst om Benno te verliezen en zij hadden net hun pasgeboren kindje verloren. Ze praatten erover met zo'n warmte, dat dit grote indruk op me maakte. Hun kindje hadden ze laten cremeren want zeiden ze: "mochten we ooit gaan verhuizen dan gaat Femke mee". Femke had een grafje gekregen en daarin stond haar urn.

Enkele jaren later vroeg Benno me, op een mooie zondagmiddag, wat te doen als een van ons zou overlijden: begraven of cremeren. Dankzij mijn gesprekken met Ellen en Wim had ik nagedacht over wat ik echt wilde en ik, die altijd voor begraven was, zei: ,,cremeren". Mijn man was verbaasd. Het maakte hem niet uit maar het paste niet bij mij volgens hem. Toen heb ik hem uitgelegd dat ik graag een crematie wilde maar ook een plek waar ik hem zou kunnen begraven. Hij was blij met mijn gedachten hierover.
Toen hij later overleed hoefde ik gelukkig geen keuze meer te maken. Hij is gecremeerd en na een maand moest ik beslissen wat te doen met de as van mijn liefste.

Een laatste brief

Samen met mijn kinderen hebben we een plekje uitgezocht in zijn geliefde Twente. Er werd een soort keldertje gemaakt van beton en, nadat de rand die het graf omkleedde geplaatst was, konden we Benno naar zijn rustplaats brengen. Het was heel mooi. Ik kreeg de bus met as in mijn armen en de kinderen namen bloemen mee. De bus kon ik in het keldertje zetten en ik gaf mijn lief een brief mee waarin al mijn gevoelens voor hem verwoord was. Mijn kinderen verzegelden het graf met een tegel waarop zijn naam staat.
Een dag later heb ik het graf opgevuld met witte stenen, een grote steen die Benno vroeger van een akker in Emmen had meegebracht en een Boeddhabeeld net zoals dat in onze tuin staat. Het is een oase in mijn leven. Ik steek een kaars op en brandt wat wierook en vind er rust.
Later, als mijn tijd gekomen is, dan wil ik ook graag gecremeerd worden en als mijn kinderen ons graf willen verzorgen is dat prima, maar hebben zij niet die behoefte, dan mogen ze Benno en mij samen verstrooien rond een hele mooie boom. Dan zijn we weer samen.

Gerdi Christenhusz, e-mailadres:
christenhusz-GJM@zonnet.nl


Boekbespreking:

"Loslaten met liefde: over het rouwproces
en
het verwerken van verdriet"

"Loslaten met liefde: over het rouwproces en het verwerken van verdriet" - Nancy O'Connor; Servire Uitgevers bv, Utrecht 1994, ISBN 90 6325 247 1, 214 blz.

,,Een leven zonder verdriet is ondenkbaar. Leven en lijden gaan hand in hand. Beide zijn verweven in het ingewikkelde web van het menselijk bestaan. Voortdurend worden wij met verandering geconfronteerd, en verandering gaat vaak samen met verlies. Verlies noodzaakt ons tot een nieuwe aanpassing aan veranderde overtuigingen, waarden, en omstandigheden, en maar al te vaak tevens aan een ander zelfbeeld. Tijdens ons treuren om hetgeen verloren ging, tijdens het rouwproces, distantiëren wij ons van onze oude manieren van denken en handelen en vormen zich de nieuwe manieren. Zo genezen wij na het geleden verlies."

Dit boek, geschreven door een vooraanstaand Amerikaans psychologe, gaat, zoals ook andere boeken over rouwverwerking dit doen, onder meer nader in op de diverse fasen van het rouwproces. Maar het zijn met name de laatste twee hoofdstukken "manier van verwerken" en "omgaan met verandering en verlies" die dit boek, wat mij betreft, positief onderscheidt van andere boeken op dit terrein. In deze hoofdstukken komt zij te spreken over de vier vormen van aanpassing aan veranderingen na overlijden van een dierbare:

Ontkenning van angst en pijn

De eerste vorm, de passieve opstelling, is gericht op behouden. Dit is een poging van de rouwende om de status quo te beschermen, in stand te houden, om angst en pijn te ontkennen en buiten te sluiten door te proberen - althans in figuurlijke zin - om in het heden te blijven vertoeven of zelfs naar het verleden terug te keren. Het verleden wordt zo sterk geïdealiseerd en gezien als een ideale toestand van harmonie en evenwicht, een veilig toevluchtsoord. Iemand die wil behouden trekt zich in zichzelf terug, sluit zich op in een ondoordringbaar emotioneel pantser dat zekerheid en bescherming moet bieden.

Afstand nemen

De tweede vorm is opstand, een meer actieve reactie. Het uit zich in het plotseling afstand nemen van vroegere waarden en overtuigingen in een poging om de pijn en het verdriet van het heden te verloochenen. In tegenstelling tot 'behouden' breekt opstand naar buiten, vaak met geweld en agressie: het verleden wordt verworpen, het heden ontkend, de toekomst vervloekt. Vaak zal de rouwende zich op zijn werk of studie gaan gooien, of zich met grenzeloze ijver aan een of ander doel wijden, waarbij hij iedere in hem opkomende gedachte of emotie die verband houdt met zijn verdriet of rouw gedecideerd afwijst. Hij rebelleert en vecht tegen alles, wat veilig en stabiel in zijn leven placht te zijn en ontdoet zich daardoor op een bedenkelijke manier van al zijn vroegere steunpunten. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat de persoon een zeer druk sociaal leven gaat leiden. Zelfs zo druk, dat het hem niet mogelijk is om echte, diepe relaties op te bouwen en hij geen tijd en energie meer heeft om erover na te denken, hoe hij zijn tijd eigenlijk zou willen of moeten doorbrengen. De vraag, wie hij nu werkelijk is, en waarheen zijn weg hem moet voeren, stelt hij zichzelf niet.

Dwangmatig handelen

Ontvluchten is de derde vorm. Om zich de pijn en het verdriet te besparen neemt hij zijn toevlucht tot bepaalde chemische middelen of tot een bepaald gedrag: vlucht in alcohol, drugs, overmatig slapen of excessief eten of andere dwangmatige handelwijzen. Gaat zich koesteren in allerlei ziekten en kwalen of stort zich in het uitgaansleven om zo de ogen te kunnen sluiten voor de onzekerheid van de toekomst en de smart van het verleden.

De vierde manier, echter, om een crisissituatie het hoofd te kunnen bieden is transcenderen, ontstijgen: een flexibele wijze van handelen, waarbij de rouwende zich aan de zich steeds wijzigende omstandigheden probeert aan te passen. Deze houding vergt een open instelling ten aanzien van verandering en verlies. Hij vertrouwt erop dat, hoe moeilijk de omstandigheden ook zullen zijn, hoe groot het verdriet is of hoe hoog de geestelijke spanning oploopt, hij zich er bovenop zal werken, dat hij zal overleven. In staat zal zijn om het leven te beoordelen op de kwaliteiten die het nu, op dit moment, op deze plaats en in deze situatie voor hem heeft. Kortom: het zich openstellen voor verandering.

Troost en levenskracht

Dit betekent dat je fouten mag maken; dat je je kunt vergissen; dat je niet volmaakt bent; dat je aandacht besteedt aan je gevoelens; dat je je verlangens en behoeften kent; dat je anderen durft vragen om dat, wat zij je kunnen geven; dat je jezelf zonodig kunt verdedigen; dat je onvoorwaardelijk kunt liefhebben; dat je kunt geven en nemen; dat je van je fouten kunt leren. 'Behouden', 'in opstand komen' en 'ontvluchten' leiden volgens de psychologe tot mismoedigheid en zwakte; 'transcenderen' daarentegen geeft troost en levenskracht. Wat er ook gebeurt, je eigen wezen zal intact blijven, omdat jij het bent, die belangrijk is. Wie of wat je ook verloren hebt, jij bent degene die moet genezen, die moet overleven, die de toekomst voor zich heeft.
Door het boek heen wordt een aantal suggesties aan de hand gedaan om te leren hoe je kunt transcenderen. Iedere verandering betekent dat de bestaande situatie in gevaar komt, dat de stabiliteit wordt aangetast. Haar advies luidt dan ook om het zo te regelen, voor zover dat mogelijk is, dat niet alle veranderingen (verhuizing, andere baan) tegelijk komen. Om te kunnen veranderen moet je namelijk op een bepaald moment over geduld, ervaring en tijd kunnen beschikken.

Een ander belangrijk aspect dat zij naar voren brengt is, dat het onderdrukken van emoties veel méér van ons vergt dan het uiten van die emoties. Weerhoud jezelf dus niet van huilen, schreeuwen of gillen, wanneer je gevoelens je te machtig worden. Steeds weer zullen die gekwetste gevoelens hun aanwezigheid kenbaar maken in de vorm van droefheid of woede. Beleef zo'n gemoedsgesteldheid. VOEL JE GEVOELENS! Realiseer je daarbij, dat het onverwerkte verdriet van vroeger geleden verliezen de huidige pijn aanzienlijk kan versterken.

Jezelf ontwikkelen

In dit boek wordt uitgedragen dat een rouwproces ('proces' betekent voortschrijden, vooruitgaan) de gelegenheid geeft om vooruitgang te boeken. Als je er tenminste niet voor kiest om niet vooruit, maar achteruit te gaan door het verlies te ontkennen, het niet te willen aanvaarden, er niet door te willen veranderen. En, omdat rouwen een proces is, zul je je erdoor kunnen ontwikkelen, zul je door de rouw op een hoger geestelijk niveau komen, als je je maar wilt ontspannen en je door het proces mee wilt laten voeren. Maar als je je verzet en je tegen het rouwproces teweer stelt zul je hier onherroepelijk na verloop van tijd lichamelijk of geestelijk (of misschien wel beide) de nadelige gevolgen van ondervinden.

Met dit boek heeft de schrijfster de hoop mee willen geven dat, hoe hevig de pijn, hoe schrijnend het gemis ook, er de mogelijkheid is tot kiezen. Maar heel weinig mensen gaan dood van verdriet. Dat gebeurt alleen maar met diegenen, die daar welbewust voor kiezen. Sterven aan een gebroken hart, een geliefde gestorvene in het graf volgen, dat doet alleen iemand, die daar zelf voor kiest. Ook jij, die nu misschien nog in zo'n pantser zit, kunt van de ene dag op de andere besluiten om het af te werpen; om alsnog te treuren; om toe te geven aan je verdriet. Om tegelijkertijd te beseffen dat je vooruit kunt gaan; een nieuwe, betere, sterkere persoonlijkheid kunt worden; dat je altijd opnieuw kunt beginnen.
Je moet het oude opgeven om plaats te maken voor het nieuwe, aldus Nancy O'Connor. Hoe eerder je daarmee begint, des te eerder zal de pijn voorbij zijn, en des te eerder zul je je nieuwe levensweg in kunnen slaan.

Waardevol

Naast het overlijden van de partner wordt er onder meer ook aandacht besteed aan het overlijden van ouders, kinderen, broers en zusters, vrienden en aan de eigen dood. Ook wordt stilgestaan bij zelfmoord en alle verwarrende (schuld)gevoelens die dit voor de nabestaanden met zich mee kunnen brengen.
Tenslotte wordt in de bijbehorende twee appendices enkele - herkenbare en waardevolle! - adviezen gegeven aan vrienden en verwanten van rouwenden en is een uitgebreide Nederlandse lijst bijgevoegd van adressen waar je eventueel terecht kunt voor het verkrijgen van hulp en advies. Zeker een boek waaruit ik persoonlijk veel hoop en kracht heb kunnen putten.

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren