Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 3e jaargang nr. 7 - april 2001
Van de hoofdredactie: Wisselvallig met opklaringen
Mijn gemoed was de afgelopen
maand net als het weer. Wisselvallig met zo nu en dan opklaringen.
Met kleine vleugjes lente plotseling vermengd met venijnige winterkou.
Die wisselvalligheid laat zich natuurlijk gemakkelijk verklaren,
zoals altijd. In de afgelopen maand kreeg ik bijvoorbeeld definitief
te horen dat ik de rest van mijn leven als volbloed WAO'er zal
moeten doorbrengen. Het werken ging niet meer, zoals ik al eens
schreef en dan zit je al gauw via je bedrijfsarts in de molen
van de uitkeringsinstanties. Dat was dus even fors slikken na
ruim 35 jaar te hebben gewerkt. Schuldgevoelens zijn niet op z'n
plaats, zo werd me van alle kanten verzekerd, maar toch, ik had
ze wel. Zou alles anders zijn gelopen als ik mijn vrouw niet zou
hebben verloren en ik daarna niet ziek zou zijn geworden? Vast
wel. En dan denk ik toch met enige gevoelens van onbehagen aan
het feit dat ik er niet in geslaagd ben om overeind te blijven.
Knockdown.
Schuldgevoelens.
Ik krijg regelmatig reacties van lotgenoten die met hetzelfde
blijken te worstelen. Schuldgevoelens omdat ze er maar niet in
slagen om het ,,normale leven" weer op te pakken. Vooral
als ze werken en het al dan niet regelmatig af moeten laten weten
door een forse dip. Lotgenoten die daarom maar stoppen met werken
en proberen in de eenzaamheid van hun huis tot rust te komen.
Of iets anders gaan doen. Veelal is dat ,,iets anders" dan
vrijwilligerswerk dat met rouwverwerking te maken heeft. Je voelt
je toch al snel ervaringsdeskundige en je wilt jouw ervaringen
dan graag delen met lotgenoten. Je doet het voor die lotgenoten,
maar vooral ook voor jezelf. En, bedenk ik dan, is dát
niet juist de reden dat ik met de Draaikolk ben begonnen?
Met mijn schuldgevoelens gaat het nu wat beter nu ik weet dat
ik mijn energie aan andere dingen kan wijden. Zoals aan zaken
die ik na het overlijden van mijn vrouw Janny veel belangrijker
ben gaan vinden. Lief zijn voor mezelf bijvoorbeeld. Mezelf de
rust en de tijd gunnen om te genieten van al die dingen die het
leven nog zo aangenaam kunnen maken als je er maar voor open wilt
en kunt staan.
Dat betekent bijvoorbeeld dat Monique en ik straks een lange trektocht door Zuid-Europa gaan maken. In mei en juni en misschien nog wel langer als het ons bevalt. Wij verheugen ons daar op, maar tevens komen dan weer de schuldgevoelens. Schuldgevoelens ten opzichte van jullie, mijn lotgenoten, die wij dus ,,zo maar" enkele maanden ,,in de steek laten". Enkele maanden lang geen nieuwe edities van De Draaikolk, terwijl ik weet dat veel lotgenoten daar elke maand naar uitzien. Het liefst hadden we De Draaikolk vanuit het buitenland toch maandelijks willen uitbrengen, maar de techniek laat ons wat dat betreft nog steeds min of meer in de steek. Het spijt me echt. Maar dan denk ik meteen: ik moet lief zijn voor mezelf. Maar desondanks zal ik, zullen wij, proberen om ook tijdens de vakantie alvast te werken aan een nieuwe editie in de zomer. En ik hoop dat jullie ons, ondanks onze afwezigheid, toch steeds mailtjes blijven sturen. Zodra er een internetcafé op ons pad komt zal ik ze uit mijn mailbox proberen te plukken en in ieder geval dan alvast kunnen lezen en het nodige voorwerk kunnen doen. Ook al kan ik de ,,Mailbox" en ,,Ik denk aan jou" dan niet tussentijds bijwerken. Het zij zo. Mocht je jouw gegevens daarom nog willen laten opnemen in deze rubrieken, doe dat dan bij voorkeur nog deze maand! Maar jullie kunnen verder natuurlijk ook allemaal helpen. Door bijdragen naar mij te mailen misschien over onderwerpen die jou beroeren. Voor de volgende zomeraflevering, hopelijk ergens in juli. Ik zou dat erg op prijs stellen. Op die manier komen we samen goed de zomer door En verder blijft het Draaikolk-archief natuurlijk volledig tot jullie beschikking en is er ook nog het Draaikolk-Gastenboek waarin iedereen zijn of haar verhaal altijd -dag en nacht- kwijt kan.
Eind deze maand verschijnt er naar alle waarschijnlijkheid dus nog één of misschien komen er nog twee edities van de Draaikolk voordat Monique en ik vertrekken naar de warme zuiderzon. Ik heb me voorgenomen om eventuele schuldgevoelens niét in mijn rugzak mee te nemen maar gewoon thuis te laten. Of me dat lukt?
Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (15): Alleen op stap
De doordeweekse dagen zijn voor mij beter door te komen dan het weekeinde. Ik woon in het centrum en als de winkels open zijn is het buiten dan ook een en al bedrijvigheid. De weekenden daarentegen staan in het teken van het gezin en dat besef ik nu eens te meer. Als ik uit het raam kijk zie ik aan de overkant, op het parkeerterrein voor het winkelcentrum, doorlopend auto's af- en aanrijden. Gezinnen lopen heen en weer met hun volgeladen boodschappenkarretjes. Ze doen hun inkopen en hebben een fijn weekend voor de boeg, stel ik mij zo voor. Echtparen gaan hand in hand of innig gearmd gewoon een dagje gezellig winkelen. "Normale" bezigheden die mij nu ineens niet meer normaal maar kostbaar voorkomen. Sommigen zullen het wellicht als een vervelende noodzaak beschouwen, niet beseffend hoe bevoorrecht ze eigenlijk wel zijn, totdat het noodlot toeslaat En de zondagen, wanneer het buiten stil is en gezinnen tijd met elkaar doorbrengen, geven mij een eenzaam gevoel en telkens ben ik opgelucht wanneer het weer maandag is en er weer leven is als ik naar buiten kijk.
Hapje eten
Van
verschillende kennissen krijg ik een uitnodiging om langs te komen
en een hapje mee te eten. Heel onwennig zit ik daar, nu alleen.
Aan tafel voel ik mij het vijfde wiel aan de wagen. Ik word omringd
door een compleet en ongeschonden gezin. Voor hen is de wereld
niet stil komen te staan. Ze praten over hun dagelijkse bezigheden
en over hun vakantieplannen. Zaken waar ik nu niet meer over kan
meepraten. Het verleden en het heden zijn nog te pijnlijk om over
te praten en een toekomst zie ik nog niet. Ik voel mij toeschouwer
van een wereld waar ik zelf geen deel meer van uitmaak. Mijn leven
is voorbij. En na zo'n avond vol pijnlijke confrontaties met alles
wat was, rij ik weer alleen terug naar dat lege huis. Afscheid
nemen valt mij telkens zwaar, ook al doe ik mijn best om dit niet
te laten merken. Ik red het nog net tot aan het einde van de straat,
maar zodra ik uit het zicht ben stromen de tranen over mijn wangen.
Alle ingehouden emoties komen naar buiten en zijn niet meer te
stuiten.
Naarmate de maanden vorderen groeit het besef dat ik er nu écht alleen voor sta. Deze situatie waarin ik mij nu bevind is niet tijdelijk maar "voor altijd". Wil ik nog iets van mijn leven zonder hem zien te maken, dan zal ik zelf initiatieven moeten nemen. Voor het eerst ga ik alleen naar de bioscoop. Ik kies met opzet voor de vroege avondvoorstelling op een koopavond, zodat het na afloop buiten nog licht en levendig zal zijn op straat. Wanneer ik eenmaal mijn plaats heb ingenomen valt het eigenlijk wel mee. Ik zie weliswaar overal stelletjes en groepjes zitten, maar zodra het licht dooft voel ik mij veilig, onopgemerkt.
Vuurproef
Na deze eerste geslaagde "vuurproef" besluit ik in een opwelling een flink aantal theaterkaartjes te kopen voor het nieuwe seizoen. Vlakbij ons huis is sinds kort een theater. Twee stappen en ik ben thuis. Door deze kaarten op voorhand te kopen wil ik mijzelf er toe dwingen om in het weekeinde het huis uit te gaan. Om dat grote zwarte gat waar ik tegenaan zit te hikken een beetje in te kleuren. Voor een aantal voorstellingen koop ik twee kaartjes met de bedoeling om iemand mee uit te nodigen. Maar na dit een paar keer te hebben gedaan, begin ik mij bezwaard te voelen. Ik wil anderen op deze manier niet steeds bij hun gezin weghouden, alleen om mij gezelschap te kunnen houden.
Bij de eerste
de beste voorstelling waar ik vervolgens alleen naar toe ga, schuift
er rechts van mij een oud vrouwtje aan. Terwijl ze nog moet gaan
zitten, kijkt ze mij vriendelijk verbaasd aan en roept uit:
"Oh, u bent alleen!" En na slechts te hebben geantwoord
met een bevestigend knikje voegt ze er nog aan toe: "Nou,
dan kunt u in ieder geval ook geen ruzie krijgen".
Aan de andere kant komt een piepjong stelletje te zitten; innig
verliefd. Gedurende de gehele voorstelling zijn ze elkaar aan
het strelen. Ik kan mijn ogen er moeilijk vanaf houden. Wat zal
het leven voor hen in petto hebben, vraag ik mij af
Het is een voorstelling van Tineke Schouten. Een paar rijen achter
mij blijkt een vriendin te zitten, ook zij heeft haar man recent
verloren. Opgelucht zwaaien we naar elkaar en telkens als er een
grap verteld wordt, kijk ik naar haar om en lachen we elkaar toe.
En zo delen we samen dit moment. En ik kom tot de verdrietige
conclusie dat je eigenlijk alleen kunt genieten als je dit samen
kunt doen. Tijdens de pauzes ben ik nu ineens dankbaar voor de
lange rij wachtenden bij de koffiebar. Ik ga nu graag op in de
menigte. Niemand die kan zien dat ik alleen ben
Dansen is plezier voor twee
Wanneer mijn vriendin en haar gezin op Salsa-dansles gaan, vragen zij mij om mee te gaan. Hoewel ik grote twijfels heb, laat ik mij overhalen om het in ieder geval te proberen. Omdat ik mij bij hen vertrouwd voel, maar ook om de eenzame zondagen wat beter door te kunnen komen.
De dansleraar is een collega met wie mijn man ruim twintig jaar heeft samengewerkt. Ook hij is geboren in Suriname. In sommige opzichten doet hij mij nu sterk aan mijn man denken. Dit gegeven gecombineerd met de vrolijke klanken van de mij zo vertrouwde Caribische muziek en de aanwezigheid van andere Surinamers maken veel herinneringen bij mij los. Herinneringen aan onze verkeringstijd toen wij regelmatig dansten. Dit alles maakt dat het gemis ineens heel dichtbij komt. En hoewel de danspasjes op zich mij redelijk goed afgaan, voel ik mij er intens verdrietig bij. De dansparen worden aangemoedigd om de danspartner vooral in de ogen te kijken en te blijven lachen. Dansen is immers plezier voor twee? Maar ook al is het de man van mijn vriendin die met mij danst, ik kan hem niet in de ogen kijken. Hij zou mijn pijn immers kunnen zien...
De zoon van de dansleraar die zijn vader assisteert, en die blijkbaar niet op de hoogte is van mijn situatie, blijft mij aansporen om toch vooral maar te lachen. Maar dat is echt te veel gevraagd. Hij moest eens weten hoeveel moeite het mij kost om alleen maar hier aanwezig te zijn . Na iedere les zie ik er meer en meer tegenop om er mee door te gaan. Na de vijfde keer geef ik het maar op en besluit te stoppen. Als ik mij er alleen maar verdrietiger door ga voelen, waarom zou ik mezelf dan blijven pijnigen? Maar ik heb het ieder geval geprobeerd. Toch?
Monique Klaverweide - april 2001
Kort verhaal: Online
Zij was 75 jaar en alleen. Haar man was plotseling gestorven, nu een paar maanden geleden. De schok was groot. Te groot om eigenlijk te beseffen dat het voorgoed voorbij was. Ze hadden het zo fijn gehad met z'n tweetjes, en nu? Nu was ze ineens op zichzelf terug geworpen. Na vijftig jaar gelukkig getrouwd te zijn was het ineens voorbij. Voorbij waren de dagelijkse rituelen van het samen koffie drinken in de morgen bij het lezen van de krant. Voorbij waren de fijne gesprekken over alles wat ze nog wilden doen. Geen wandelingen meer door het bos. Niet meer samen kijken naar een mooie film op televisie of samen luisteren naar een nieuw gekochte CD. Niet meer samen een reis maken. Niet meer samen kunnen genieten van de kinderen en de kleinkinderen. Niet meer glimlachend toekijken als hij met zijn gulle lach het jongste kleinkind oppakte en in zijn brede armen nam. Alles zou ze missen. Maar vooral hem. Zijn zorg voor haar, zijn onverminderde liefde. Zijn levenslust.
Ze voelde zich
plotseling heel erg eenzaam. Ze verlangde naar gezelschap. Zo
maar iemand om mee te praten. Iemand om mee te wandelen. Natuurlijk,
de kinderen kwamen regelmatig op bezoek en dan was het heel even
feest in huis. Dan kon ze wel huilen en lachen tegelijk. Dan voelde
ze zich de koningin te rijk. De kinderen waren lief voor haar
en vroegen vaak bezorgd of het wel ging. Of ze het redde, zo alleen.
Dan knikte ze manmoedig haar hoofd en zei glimlachend dat het
best ging, dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. Zij hadden
immers hun eigen leven. Zij wilde flink zijn. Anderen niet met
haar verdriet belasten. En dus bleef ze glimlachen.
Maar als ze dan weer waren vertrokken, de kinderkreetjes waren
verstomd en zij het speelgoed opruimde, overviel haar de leegte
van het huis en huilde ze hete tranen.
*
Steeds vaker
bleef ze peinzend bij de computer staan waar haar man de laatste
paar jaar van zijn leven zo enthousiast mee bezig was geweest.
Hij had cursussen gevolgd en had leuke contacten opgebouwd via
internet met mensen die net als hij alles verzamelde over bomen.
Over de dikste, hoogste en oudste bomen ter wereld. Ze hadden
samen ettelijke reizen ondernomen over de hele wereld om daar
foto's van te maken en gegevens te verzamelen. Heerlijk was dat.
Ze moest weer glimlachen bij de herinnering daaraan. En ze voelde
meteen een golf van verdriet door het gemis. Het was voorbij.
Haar eigen sterke boom was geveld.
Internet. Ze had er veel over gehoord omdat haar man daar zo enthousiast
over vertelde en ze had vaak naast hem gezeten als hij mailde
met andere boomliefhebbers. Maar ze snapte de techniek niet zo
en ook al was ze van plan geweest om ook -net als hij- een cursus
te gaan volgen, het was er nooit van gekomen. En nu? Had het nog
wel zin?
Op een dag nam ze een besluit en schreef zich in voor de cursus. Internet voor senioren. Ze voelde zich nog jong van geest en ze had een beetje een hekel aan het woord senioren, hoewel ,,bejaarden" nog erger klonk. Het was fijn geweest. Samen met anderen van haar leeftijd iets nieuws leren. Gezelschap. De cursisten hadden overwegend uit mannen bestaan, maar dat vond ze juist wel fijn. Ook al waren ze bijna allemaal getrouwd, ze had toch genoten van hun aanwezigheid.
*
Een beetje bibberend
had ze de computer opgestart, die eerste keer. Ze had verbinding
gezocht en gekregen en staarde naar het beeldscherm. Wat nu? Wat
wilde ze? Contact met gelijkgestemde zielen. Met mensen, die net
als zij, alleen waren en zich eenzaam voelden. Maar hoe vond je
die?
Niet lang daarna had ze de zoekmachines ontdekt en was haar tweede
leven begonnen. Tot diep in de nacht zwierf ze over het net, surfde
van site naar site. Bleef soms hangen bij een pagina met interessante
informatie, bezocht de sites over bomen die haar man onder zijn
,,favorieten" had opgeslagen en voelde zich langzaam maar
zeker thuis in de wondere wereld van internet. En vond tenslotte
de sites over rouwverwerking. En vond lotgenoten.
Opnieuw ging er een wereld voor haar open.
Enthousiast zocht ze contact en voor ze het wist zat ze dagen
achtereen te mailen met volslagen onbekenden die ook hun partner
hadden verloren. Wisselde ervaringen uit, vertelde over haar leven,
haar emoties en haar eenzaamheid. Er viel menige traan op het
toetsenbord, maar het voelde desondanks geweldig aan! Zij was
online en niet langer alleen.
*
Vandaag was
ze zenuwachtig opgestaan. Ze had nauwelijks geslapen. Want vandaag
zou hij komen. Die ene man die ze op internet had ontmoet. Ze
hadden ergens in de stad afgesproken. Heel romantisch zouden ze
allebei een rode roos in hun hand houden. Dan zouden ze samen
een kop koffie drinken en misschien, heel misschien zouden ze
later op de dag samen ergens gaan eten. Ze voelde zich ineens
net een puber voor de eerste afspraak. Onbeholpen en bloednerveus.
Maar ze voelde zich ineens ook weer vrouw, nu meer dan een jaar
na haar man was overleden.
Aanvankelijk had ze zich een beetje schuldig gevoeld, maar zijn
stem in haar hart vertelde haar dat ze niet zo gek moest doen.
Dat hij wist dat zij hem nooit zou vergeten. En zo was het.
Later die dag stonden twee mensen elk met een rode roos in hun hand tegenover elkaar. Doodstil en met een rood hoofd. Ze keken elkaar aan en glimlachten toen. ,,Daar zijn we dan", zei zij en gaf hem een hand. ,,Ja,"zei hij, ,,daar zijn we dan". Hij keek haar aan en grijnsde ineens breed. ,,Ik heb geen flauw idee wat ik nu moet doen, jij?" Ze schudde haar hoofd. ,,Laten we maar een kop koffie gaan drinken, dat was toch de bedoeling?" Ze bestelden koffie en namen voorzichtig een slokje terwijl ze elkaar onderzoekend aankeken. Om toen tegelijk in een lach uit te barsten. Hij verslikte zich bijna en kreeg een hoestbui. Zij veegde de koffie van haar mond. ,,Ik ben dus Annie," zei ze met een lach. ,,En ik ben dus Kees", zei hij, ,,leuk om je nu in levende lijve te zien".
Ze vertelden
elkaar daarna honderd duizend dingen. Over alles wat ze elkaar
al hadden geschreven en nog veel meer. En voelden zich opeens
niet eenzaam meer. De koffie was al uren geleden koud geworden.
En ze merkten niet dat het café inmiddels bijna verlaten
was en de obers ongeduldig wachtten om te kunnen sluiten.
Tussen de twee pratende mensen op het tafeltje lagen twee rode
rozen met de kelken naar elkaar.
Bert Vos
maart 2001
Gedichten van Bert Vos
Een nieuwe relatie: geluk en daarna verdriet
Beste Bert
Een maand af zo geleden heb ik een mail gestuurd naar een lotgenoot.
We hebben over en weer gemaild en toe heb ik hem een keer gebeld.
We hebben uren aan de telefoon gezeten. De volgende dag weer hetzelfde
en toen hij me vertelde dat hij naar zijn zoon ging die vlak bij
mij woont, heb ik gezegd dat hij dan maar langs moest komen, wan
dat praat makkelijker. Dat heeft hij gedaan. We hebben de hele
avond en een halve nacht met elkaar gepraat. Het klikte gelijk
tussen ons. We voelen ons nu net pubers, en het voelt aan beiden
kanten heel goed. Maar nu is er een probleem. Het is namelijk
nog maar kort geleden dat zijn vrouw overleed. Hij begrijpt niet
wat er met hem allemaal gebeurt: aan de ene kant heel veel verdriet
en aan de andere kant voelt het zo fijn. Zijn (volwassen) kinderen
hebben het er behoorlijk moeilijk mee. Nu heb ik voorgesteld voorlopig
een paar passen terug te doen,maar dat wil hij niet. We huilen
heel veel, praten heel veel en lachen heel veel, we hebben ook
gezegd dat als we verder gaan, we met z'n vieren zijn en dat voelt
echt zo. Ik heb haar erbij geaccepteerd en andersom hij mijn overleden
man.
Het is voor ons erg moeilijk hier een weg in te vinden. Ook ik
heb nog veel verdriet en heb het gevoel het nu pas echt kwijt
te kunnen. Wat moeten we nu ? Mogen we elkaar troosten zo veel
en zo vaak dat mogelijk is?
Ik begrijp erg goed wat haar is overkomen. Ik heb het immers zelf ook meegemaakt. Bij Monique en mij leverde dat gelukkig geen enkel probleem op, maar dat het ook anders kan gaan, blijkt uit deze twee brieven. Ik vind het eigenlijk wat wrang dat naast het verdriet dat je hebt en houdt er zoveel nieuw verdriet bij komt omdat de familie om je heen een nieuwe relatie niet of heel moeilijk accepteert. Het niet begrijpt dat dit ,,zo maar" kan gebeuren. Maar ik ben daarnaast óók van mening dat we natuurlijk allemaal volwassen mensen zijn die in eerste instantie zélf over ons leven kunnen en mogen beslissen, ongeacht wat anderen ervan denken. Het eigen geluk dient voorop te staan. Dat het niettemin moeilijk is om daarom afstand van je kinderen, je familie te nemen, dát is logisch en begrijpelijk. Het maakt het allemaal zo onnodig extra moeilijk en verdrietig. Wie soortgelijke ervaringen heeft, mag mij daarover vertellen. Misschien kunnen zij hier troost uit putten. Monique en ik wensen jou in ieder geval heel veel sterkte en vooral ook begrip toe.
Bert
Gedicht
Hallo Bert
Voor de Draaikolk
stuur ik je bijgaand gedichtje. Vriendelijk groet,
Lida de Waal e-mailadres: acdewaal@hetnet.nl
Wat is dood als je niet hebt kunnen zien dat jij je ogen sloot
Waarom kom ik niet over jou sterven heen, het is zo, zo gemeen
Waar ben je heen, heb je geleden, heb je gestreden?Waarom mochten wij niet samen zijn in jouw laatste stukje pijn
Veel liefde kreeg ik van jou, hoewel ik zou sterven voor jou
en mij graag anders wouSteun me alsjeblieft in dit leven, zodat ik altijd naar het beste zal streven,
Zodat ik dit leven een beetje kleur kan geven.
Help me te leren dit zwarte gat licht te geven
Ik vraag je nog even bij me te zijn, in deze laatste stukjes pijn.
Lotgenote Adrie van Soldt stuurde dit gedicht in waar ze heel veel baat bij heeft. De essentie daarvan probeert ze dagelijks toe te passen.
Als je denkt Als je denkt ,,ik ben verslagen"
is de nederlaag een feit
Als je denkt: "ik zal niet versagen"
win je op den duur de strijd
Als je denkt: ,,ik kan het niet halen"
is de tegenslag op til
want het overslaan der schalen
hangt voornamelijk af van Wil.Moedelozen gaan ten onder
door hun twijfel, door hun vrees
Vechters winnen, door een wonder,
telkens weer de zwaarste race.
Denk: ,,ik kan het" en dan gaat het.
iedereen vindt bij wilskracht baat
En in zaken wint de daad het
van het nutteloos gepraat.Als je jammert ,,ik ben zwakker
dan mijn grootste concurrent"
blijf je levenslang de stakker
die je ongetwijfeld bent.
Niet de Goliaths en de rijken
tellen in dit kamp voor zes,
Maar de fermen die niet wijken
hebben vroeg of laat succes.
Bron onbekend, ingezonden door Adrie van Soldt, e-mailadres: adrie.van.soldt@12move.nl
De troostmuziek van Pater Moeskroen
Vorige maand maakten we een concert mee van Pater Moeskroen. We hadden nauwelijks van deze bijzondere band gehoord. Nederlandstalig Iers, dat was eigenlijk het enige wat we wisten. Nou dat hebben we geweten! Voor het eerst nadat Janny overleed heb ik met volle teugen genoten en gelachen, een avond lang. Samen met Monique die eigenlijk, in tegenstelling tot mij, nooit zo erg van Ierse muziek had gehouden. ,,Diddelidee!" was de titel van deze wervelende muzikale show die in alle opzichten van het podium de zaal in spatte.
En het bijzondere ervan was eigenlijk dat de meeste teksten in tegenstelling tot de muziek vaak allerminst vrolijk waren. Juist die schitterende tegenstelling maakt de muziek van Pater Moeskroen en dan vooral ook de nieuwste CD ,,Heimwee" (die we uiteraard meteen aanschaften) tot een prachtig stuk troostmuziek. Zo hebben wij dat ervaren en zo ervaren we dat nog steeds. De melodieën blijven in je hoofd ronddraaien als een vrolijke draaikolk en de teksten dansen opgewekt mee. Neem nou bijvoorbeeld ,,Heilige grond". Een trieste tekst over wat ooit was, maar met een lekker feestelijke melodie die lang blijft hangen:
En dan dat refrein:
Eén van de mooiste nummers die rechtstreeks te maken zou kunnen hebben met het verlies van je partner is ,,Zet de tijd stil". Dat hadden we allemaal willen doen vóórdat het onvoorstelbare gebeurde en wij alleen achterbleven:
Kortom: één avond Pater Moeskroen leverde ons een behoorlijke hoeveelheid troostmuziek op. Muziek om samen luidkeels mee te zingen. Muziek om bij te lachen en te drinken. Het is dat Ierland ons voorlopig nog wat te nat overkomt, maar ééns zullen we er aan geloven en steken we over naar dat eiland vol eigenzinnige zangers en drinkers die in staat zijn om de prachtigste ballades vol weemoed, eenzaamheid en verdriet af te wisselen met die onnavolgbaar vrolijke drinkliedjes waarin net zo goed een droeve ondertoon zelden ontbreekt. Ik ben een fan van de Dubliners, heb zo'n beetje alle CD's van ze. Maar Pater Moeskroen kan bij mij, bij ons, geen kwaad meer doen! En nu ik dit geschreven heb ga ik een pilsje pakken in café Vergetelheid en zet die wonderlijke CD weer eens op: ,,Heimwee". Het lukt dan elke keer maar weer om me uit een kleine of grote dip te halen. Dat is nou wat je noemt: echte troostmuziek!
Bert
(website: www.patermoeskroen.nl )
Boekbespreking:
Rouwverwerking en rouwbegeleiding; Sterven - rouwen - troosten
"Rouwverwerking en rouwbegeleiding; Sterven - rouwen - troosten" - Renée Zeylmans; Uitgeverij Christofoor, Zeist 2000, ISBN 90 6238 679 2, 300 blz.
Dit boek is geschreven door een lotgenote die haar man zeer plotseling op 30 april 1974 verloor door en hartinfarct en vervolgens achterbleef met drie jonge kinderen. Destijds heeft zij de innerlijke belofte gedaan haar ervaringen eens aan anderen ten goede te laten komen, een gevoel dat vele lotgenoten zullen herkennen. Haar inmiddels jarenlange praktijk als psycho-sociaal therapeute, met als specialisatie "rouw- en stervensbegeleiding", ligt dan ook aan de totstandkoming van dit boek ten grondslag.
Het boek is opgebouwd uit drie delen. In het eerste deel (Sterven, rouwen, troosten) wordt onder meer ingegaan op vragen, zoals: Wat is rouw? De grote eenzaamheid en de wanhoop. De identiteitscrisis waar je doorheen moet. De totale desintegratie. Maar ook: het zoeken naar datgene wat wezenlijk van belang is, en het daarmee wegvallen van veel waar je vroeger aan hing. Een beetje sterven, maar ook het beleven van momenten waarin je boven jezelf uitstijgt en die je een zekere rijkdom geven. Een blijvend geschenk.
Verder komen
ook de diverse herkenbare aspecten van rouw aan bod:
De angst door het wegvallen van je zekerheden, van je levensovertuigingen,
van je houvast en dat samenhangt met het gevoel van gescheiden,
afgesnoerd zijn, met een gevoel van onzekerheid.
De onrust van binnen die je opjaagt, waardoor je constant
bezig bent en die, zeker tijdens het eerste jaar, moeilijk te
beheersen is.
Het concentratieverlies dat optreedt omdat er, naast het
verwerken, geen tijd en energie overblijft voor "bijzaken".
De verstoring van het dag- en nachtritme: de dagen en nachten
die in elkaar over neigen te lopen. Van belang is dan om tóch
te proberen een vaste tijd aan te houden om op te staan en naar
bed te gaan.
Het gebrek aan eetlust dat vaak optreedt omdat je onbewust
tegenzin hebt tot verder leven. Een normaal gevoel in een rouwproces,
maar waaraan je je niet moet overgeven. Een gevoel dat later weer
kan omslaan in juist een behoefte om te snoepen bijvoorbeeld,
omdat je iets wilt opvullen wat je mist.
Het koud hebben. Een koude die van binnenuit komt. De aanschaf
van een elektrische deken voor in bed, het nemen van een warm
bad en het dragen van warme, omhullende kleding kunnen wat verlichting
geven.
Ook is er de fase van de "koopziekte" die bijna
iedereen doorloopt, omdat je jezelf wilt vernieuwen, omhullen,
je wilt compensatie.
De behoefte om je interieur te veranderen. Hier is moed
voor nodig omdat het tóch weer een beetje afscheid nemen
is van je partner.
De druk van het hebben van een baan naast je zware rouwarbeid,
een dubbele baan eigenlijk, die voor de meeste rouwenden niet
te verdragen is. Hoe de werkomgeving hiermee omgaat, is hierop
uiteraard van grote invloed.
De drang om te willen verhuizen omdat de herinneringen
niet langer verdragen kunnen worden. Verhuizen binnen ca. drie
jaar na overlijden van een dierbare wordt door de therapeute afgeraden,
tenzij dit om financiële of andere omstandigheden noodzakelijk
is. Want juist het ontbreken van herinneringen, van een vertrouwde
woonomgeving kan ondraaglijk blijken te zijn. Je kunt je gedesoriënteerd
en eenzaam gaan voelen. En omdat je nog niet de kracht hebt om
nieuwe contacten aan te gaan, kan de eenzaamheid toenemen.
Het op reis gaan kan ook nadelen hebben. Als je door niemand
wordt opgevangen kun je voortdurend geconfronteerd worden met
het alleen zijn, met hoe je het vroeger samen beleefd zou hebben.
En in onbekend gezelschap kun je je zelfs verlaten en niet begrepen
voelen, vooral wanneer de behoefte ontstaat om je terug te trekken.
Ook wordt in
dit deel ingegaan op gevoelens van boosheid, schuld, verwarring,
depressiviteit, vreugde en verdriet waarmee vrijwel iedere rouwende
geconfronteerd wordt. De auteur benadrukt dat het wegpraten van
deze gevoelens niet helpt, want voor de rouwende zijn ze immers
de realiteit? Belangrijk is het om deze uit te kunnen spreken
tegen iemand die je serieus neemt en die niet meteen oordeelt.
Uitspreken werkt namelijk bevrijdend. Steeds weer opnieuw mogen
herhalen is dan ook verwerken. Troosten is het ontroostbare beamen.
Aan diegenen die tot steun willen zijn, wordt dan ook geadviseerd
om de rouwende vooral te laten uitspreken en niet te onderbreken.
Verder mag men niet verwachten dat de rouwende hen uitnodigt of
om hulp vraagt. Een rouwende heeft namelijk alle energie nodig
voor zichzelf en het eventuele gezin. Hij of zij is aan het "overleven".
Het tweede deel van het boek (Iedere rouw is anders) is gewijd aan de diverse vormen van rouw: het verlies van een (ongeboren) kind/broer/zus/ouders/levenspartner. Als gevolg van een ongeluk of plotselinge dood, door zelfdoding, vermissing of geweld. Ook wordt aandacht besteed aan de rouwbeleving van kinderen en verstandelijk gehandicapten. Dit alles aan de hand van ervaringen van direct betrokkenen. Eindigend met een aangrijpend verhaal van een lotgenote over haar ervaringen met het verschil in rouwbeleving tussen de Afrikaanse en de westerse cultuur. Een verhaal dat tot nadenken stemt.
Het laatste deel (Wederzijds contact) gaat over de verbondenheid die we met de gestorvene hebben. Hoe dit inwerkt op ons dagelijks leven en hoe dit ons kan verrijken. Zo komen begrippen ter sprake als: tijd, vergeten en herinneren, engelen: helpers en beschermers, lot of toeval?, voorgevoel, geluk, dromen. Tevens geeft de schrijfster haar zienswijze op de weg die de gestorvene, de rouwende, maar ook de begeleider in het hele proces gaat. Tenslotte wordt nog stil gestaan bij rituelen en hun betekenis en wordt een aantal spreuken, meditaties, activiteiten en middelen voor de fysieke ondersteuning aangedragen.
Een veelomvattend boek dat bijna als een naslagwerk kan dienen. Ondanks de lijvigheid van het boek is het door de onderverdeling in korte hoofdstukken én door het begrijpelijke (niet-wetenschappelijke) taalgebruik een prettig leesbaar boek. Doordat je het gemakkelijk kunt oppakken en weer neerleggen is het naar mijn mening ook geschikt voor lotgenoten die zich nog niet zo goed kunnen concentreren.
Monique Klaverweide
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren