Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 3e jaargang nr. 6 - maart 2001


Van de hoofdredactie: Het licht van de naderende lente

De tijd glipt ons door de vingers als de zandkorrels op het strand. Zijn we nauwelijks bekomen van de zwaarte van de decemberdagen, is het zo maar weer maart. En met maart begint voor ons een heldere tijd met steeds meer licht. Het leven is, ik heb dat al eens vaker gezegd, als de natuur. Zoals wij de donkere dagen van onze levenswinter ervaren als een zware deken, zo komt er daarna de lente. Ook in ons leven komt -net als in de levenscyclus van de natuur- die lente, ook al denken we nu misschien dat die er voor ons niet inzit. En met de lente komt het licht weer terug, altijd.

Ik zie verschillende lotgenoten nu wat mismoedig naar deze zinnen staren. Lente? Licht? Het leven is voor hen nog een draaikolk van verdriet, een donkere poel van eenzaamheid misschien. Niks lente, niks licht, hoor ik die lotgenoten denken. Waar heeft die man het eigenlijk over? Begrijpt hij dan niet dat ik verdriet heb? Dat mijn leven mijn leven niet meer is? Dat ik mijn partner gruwelijk mis en…
Natuurlijk begrijp ik dat. Nog maar een paar weken geleden heb ik de derde sterfdag van mijn vrouw weer in alle hevigheid mogen ervaren en ik ken het verdriet van eenzaamheid, ook mijn geest is nog vaak een draaikolk van tegenstrijdige gevoelens die ongecontroleerd over elkaar heen buitelen en mij verwarren. Maar toch: nu de dagen weer langer worden en de bomen en bloemen aarzelend hun mooi voor de winterkou verpakte knoppen klaar maken voor een uitbundig kleurige lentedans, nu heb ik toch ineens weer dat gevoel van opluchting. Het gevoel dat je eigenlijk niet omschrijven kunt, maar mijn leven wél ineens minder zwaar maakt. Gek is dat.

Lente. De eerste krokusjes steken hun kopjes alweer boven het wintergroen uit. Elk jaar schrijf ik hier steevast over en noem ze dapper. Net als de bloeiende wilgenkatjes die zelfs het regelmatige, soms zware sneeuwdek van februari vrolijk van zich af hebben geschud alsof het een welkom lentebuitje was.
Als ik dat zie dan moet ik aan al mijn lotgenoten denken die net zo dapper de zware ,,winter"deken van verdriet van zich af proberen te schudden en net zo dapper proberen van de komende lente en zomer te genieten, ook al zal dat ,,genieten" niet altijd van harte gaan. Zij hebben hoe dan ook de ,,winter" van hun leven als het ware al wéér een klein beetje overleefd.
Ze kijken heel misschien met toch (al is het maar een klein beetje) meer hoop naar de toekomst. Ik hoop dat van harte.
Zoals ik met genoegen naar de natuur om me heen kijk en zie hoe de winter wordt verdreven. Het licht van de naderende lente is het licht van hoop. Voor ons allemaal.

Bert Vos
Hoofdredacteur De Draaikolk


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (14) - "Gewijzigde verkeerssituatie"

Na de ochtend te hebben doorgebracht bij mijn vriendin thuis, zijn wij nu onderweg naar mijn woonplaats. Op mijn verzoek is zij achter het stuur van mijn auto gaan zitten. Het lijkt mij beter dat zij nu rijdt, want ik denk niet dat het verantwoord is om nu zelf te rijden. Ik zou mij niet goed kunnen concentreren, want ik vrees mijn reisdoel. Dit is het moment dat ik al tien maanden heb uitgesteld. Ik heb net zolang gewacht totdat ik voelde dat ik het aan zou durven. En nóg hou ik tot het laatste moment een slag om mijn arm: "Als ik voel dat het niet gaat, ga ik niet verder hoor", heb ik mijn vriendin op het hart gedrukt.
En zelfs bij het naderen van de plaats van bestemming blijf ik de stille hoop houden dat dit moment opnieuw zal worden uitgesteld. Dat er iets tussen zal komen. Ze rijdt namelijk de bewuste afslag voorbij en ik concludeer daaruit enigszins opgelucht dat we eerst nog even langs mijn huis gaan om een kopje koffie te drinken. Maar toch niet, ze rijdt eraan voorbij. Ik voel acuut een hoofdpijn opkomen en het zweet breekt me uit. We naderen de bewuste bocht waar we rechtsaf moeten slaan en het lijkt alsof mijn keel wordt dichtgeknepen.

De plek

Dan zijn we er. Op de plek waar hij die noodlottige avond in april 1999 op zijn motor door een auto is geraakt, de macht over het stuur verloor, met zijn hoofd tegen een lantarenpaal terecht kwam, zijn nek brak en op slag overleed. Deze plek, nog geen vijf minuten rijden van ons huis vandaan, heb ik al die maanden angstvallig gemeden. Aan het andere einde van deze lange laan is de praktijk van mijn huisarts. Om hem te bereiken heb ik dan ook telkens een omweg gemaakt en ik durfde daarbij de laan verder niet in te kijken, want daar ergens moest het zijn gebeurd. De eerste maanden hield ik mijn blik strak voor de auto naar beneden gericht, pas later durfde ik iets verder voor mij uit te kijken, niet zeker wetend waar het nu precies gebeurd was. En soms bekroop mij het angstige gevoel dat ik de bewuste plek misschien allang diverse keren gepasseerd was, zonder dit te weten…

Nee, het heeft lang geduurd voordat ik het aandurfde om hier naartoe te komen. Vlak na zijn overlijden vroeg mijn zwager (de broer van mijn man die in Suriname woont) mij om op de bewuste plek een plantje te planten. Door dit te doen zou de ziel van mijn man rust kunnen vinden. Maar dat kon ik niet. Ik gruwelde al bij de gedachte om naar die plek toe te gaan. Op dat moment waren de sporen van het ongeluk immers nog steeds te zien en die aanblik wilde ik mijzelf besparen. Maar helaas kon ik er tóch niet aan ontkomen dat (onnadenkende) kennissen mij toch ongevraagd op de hoogte brachten van de details: de omgeknakte lantarenpaal, de kapotte stoepranden…. Die harde materialen die met zijn lichaam in aanraking waren gekomen…

Op het moment dat we de bewuste laan inrijden verdwijnt de angst ineens. Ik voel mij enigszins opgelucht want er is (uiteraard) niets te zien. Een beetje verdwaasd stap ik de auto uit en neem ik de omgeving, alsof ik een buitenstaander ben, in mij op. (Inmiddels weet ik uit ervaring dat ik nooit op het moment zelf reageer, maar dat een reactie meestal later volgt.).
Mijn vriendin wijst mij de plek aan waar het moet zijn gebeurd. Het klopt ongeveer met wat ik zelf in gedachten had. Ze wijst me de bewuste lantarenpaal aan. Later blijkt dat de motor deze paal weliswaar geraakt heeft, maar dat hij een eind verderop pas met zijn hoofd tegen een andere lantarenpaal is aangekomen. Toen ik dat hoorde was ik blij dat ik geen roos heb meegenomen om op de plek neer te leggen. Dan had ik het immers op de verkeerde plek neergelegd…
Ik kijk naar de huizen en de bedrijven die de plek omringen. Hoeveel mensen zullen er getuige van zijn geweest? Denken ze er nog wel eens aan terug? Zijn er omwonenden die mij op dit moment hier zien staan? Kunnen zij vermoeden dat ik de vrouw ben van die motorrijder die toen is verongelukt? Weten zij wel hoe mijn leven toen op slag veranderd werd?

,,Gewijzigde verkeerssituatie"

Rondom de lantarenpaal is een strook met gras, grenzend aan een singel. Als die paal er niet had gestaan, was hij ongedeerd gebleven en op het zachte gras terechtgekomen. Was hij nog steeds bij me geweest. Had ik nog steeds een toekomst gehad. En in mijn ogen staan er nu veel te veel van die lantarenpalen. Overdreven! En ik voel boosheid in mij opkomen en heel even overweeg ik om hierover een boze brief te schrijven aan de gemeente. Maar wat heeft het nog voor zin? Het is al gebeurd…
Nee, van het ongeluk zelf is (uiteraard) gelukkig niets meer te zien. Toch zie ik bij nader inzien wel wat veranderingen. Behalve dat de lantarenpaal en de stoepranden zijn vernieuwd is ook het zebrapad verhoogd en zijn hierboven extra borden aangebracht en mijn adem stokt even als ik een nieuw bord zie: "gewijzigde verkeerssituatie". Dat moet een gevolg zijn van het ongeluk.

Sinds die dag maak ik geen omweg meer, maar rij ik met opzet, indien nodig, langs deze plek. Soms rij ik eraan voorbij zonder dat ik het in de gaten lijk te hebben… Maar, ik weet het, ik ben een beetje een struisvogel…
Ten aanzien van het ongeluk op zich was het bezoeken van de onheilsplek de laatste hoge drempel die ik nog moest nemen en die ik het langst heb uitgesteld. Terugkijkend, met de kennis die ik inmiddels heb, weet ik dat ik op die plek heb stilgestaan bij mijn gevoelens, mijn angst. En door bij mijn gevoelens stil te staan is de angst voor deze plek nu inderdaad verdwenen. De angst was erger dan de realiteit… Sterker nog, na een paar dagen realiseerde ik mij opeens dat mijn hartkloppingen 's nachts nagenoeg waren verdwenen! Al die maanden was ik ermee naar bed gegaan en was ik ermee opgestaan. En nu was het ineens weg!
Een belangrijke stap in mijn verwerkingsproces, realiseer ik mij, maar ik ervaar het heel wonderlijk ook een beetje als een gemis, want die hartkloppingen waren een beetje een vertrouwd deel van mij geworden. Mijn hart klopte voor hem en nu is het een van de vele dingen waar ik ook afscheid van heb moeten nemen…

Monique Klaverweide - maart 2001


Kort verhaal:  Een teken van het licht

Al vaker was hij van plan geweest de UV-TL-buis te vervangen, maar steeds was het bij die goede bedoeling gebleven. De lamp had ooit een aardige verzameling mineralen verlicht, die hij samen met zijn vrouw in de loop van tientallen jaren tijdens vakanties bij elkaar had gezocht in oude, verlaten mijnen of zo maar hoog in de bergen in drooggevallen rivierbeddingen en andere plekken waar mooie kristallen te vinden waren. Enkele bijzondere exemplaren lichtten in aparte kleuren op als ze werden belicht met een UV-lamp. In geel, maar vooral ook in zacht blauw flonkerden dan de kristallen.
Blauw was haar kleur. In een speciale vitrine had de verzameling jarenlang in het UV-licht gestraald als een aquarium met stenen vissen. Totdat de lamp uitging. Hij wist niet meer precies wanneer dat gebeurde, maar het was vlak na haar overlijden, nu drie jaar geleden.
Eigenlijk vond hij het wel een beetje passend dat het licht uitging. Alsof er een mooie periode werd afgesloten. Hij liet het eerst maar zo, maar in de loop van de tijd vond hij toch dat hij het licht mistte als hij 's avonds in een halve schemering wat mijmerde in zijn stoel.
Maar zoals met zoveel dingen het geval was: hij kwam er maar niet toe om een nieuwe TL-buis te kopen.

De jaren gingen voorbij. Jaren van eenzaamheid met zo maar ineens een nieuw begin. Hij ontmoette een lieve vrouw en opeens had hij gevoel dat z'n leven opnieuw begon.
Opeens was het lege huis weer gevuld met warmte, met leven, met liefde. Hij genoot met volle teugen, ook al kwam het verdriet om zijn overleden vrouw regelmatig in heftige vlagen terug. Net als in de dagen vóór haar derde sterfdag. Intenser dan de jaren ervoor beleefde hij het verdriet dat hem zo maar plotseling overviel, schijnbaar zonder enige aanleiding. Hij vond troost en warmte in de armen van zijn vriendin die hem begreep omdat ze hetzelfde had meegemaakt en nog steeds meemaakte.
De sterfdag zelf verliep daarna vrijwel geruisloos, zonder tranen. 's Avonds zat hij met z'n vriendin in de kamer na een fijne dag die ze samen hadden doorgebracht. Ze hadden een glas gedronken op zijn overleden vrouw tijdens het etentje na afloop. Hij was moe, maar voldaan. Het verdriet had plaats gemaakt voor hoop en geluk. Hij keek naar de vitrine en bedacht ineens dat hij nu toch maar eens eindelijk een nieuwe lamp moest kopen. Het had nu lang genoeg geduurd.

En op dat moment ging de UV-lamp aan en een zacht blauw straalde over de mineralen. De ,,stenen vissen" zwommen weer… Hij keek er naar, verstijfd door wat er voor zijn ogen gebeurde. Want hij wist zeker dat de lamp stuk was en…
Toen kwam, veel later, alsnog de waterval van tranen waar maar geen einde aan wilde komen.
Hij keek naar het blauwe licht en voelde ineens haar aanwezigheid. Hij voelde het als een teken van haar. Om hem te laten weten dat ze aan hem dacht, zoals hij aan haar. De zwaarte van de dagen viel van hem af en hij glimlachte.

De volgende avond, toen hij het licht van de vitrinekast aandeed bleef de UV-lamp zwart. Hij knikte. Je hebt gelijk, zei hij hardop, ik zal morgen een nieuwe bestellen…

Bert Vos
31 januari 2001


Gedichten van Bert Vos Opnieuw Opnieuw je ogen sluiten opnieuw het plotseling verdriet opnieuw de kaarten schrijven: zij is niet meer, mijn lief Opnieuw de lange weg opnieuw het afscheid opnieuw de tranen opnieuw de verdrietig aarzelende lach Opnieuw de blauwe kaarsen opnieuw die toespraak opnieuw háár muziek Opnieuw de koffie met een stukje cake Opnieuw het schudden van al die handen Opnieuw die woorden: die mij opnieuw zoveel sterkte wensen Opnieuw in gedachten de terugkeer naar het lege huis Elk jaar opnieuw: jouw afscheid februari 2001

Lentelied

Langzaam ontvouwt zich
het jonge groen
tussen kale takken
Een vroeg terug gekeerde vogel
fluit zijn eerste lied

Aarzelend steekt de krokus
z'n kopje boven het nog dorre gras
Stuifmeel van wilgenkatjes
zweeft door de zachte voorjaarslucht
paaseitjes in de supermarkt

Ik wandel door het park
en fluit heel zacht
de melodie van de lente
die zich langzaam vormt
in mijn ontwakende geest

In de luwte van het bos
voel ik de warmte
van een groter wordende zon
Nog even en we zijn,
voor even,
de winter voorbij

Langzaam ontvouwt zich
het jonge groen
tussen kale takken
En ik? Ik fluit als die te
vroeg terug gekeerde vogel
mijn eerste lentelied

februari 2001


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!

Bert


Brief van de maand: De herkenbare fase ,,boosheid" van Tini Scheide

Beste Bert,

De site bezoek ik regelmatig en put er troost uit en ook weer niet. Ik ben nu veertien maanden na het overlijden van mijn echtgenoot. Na een jaar denkt je familie en vrienden: het gaat beter, we kunnen los laten en doen dat ook, het moet nu toch maar eens over zijn.

Je moet verder, natuurlijk moet je verder maar hoe, niet zonder de steun van je omgeving. Dat jouw toekomstbeeld helemaal weg is, dat beseffen ze niet. Als ze de verjaardag van je overleden man vergeten of er liever niet over praten, dan doet dat pijn. De maand februari is voor mij een maand vol mooie maar ook heel pijnlijke herinneringen.Ten eerste de verjaardag van mijn man maar ook dat we dan altijd op wintersport waren. Als mensen daar nu een loze opmerking over maken, dan doet dat extra pijn. Ik weet niet of ze dat beseffen, of ze er zich sowieso van bewust zijn dat alles heel broos is en ze je met heel veel dingen vreselijk kunnen bezeren, bijvoorbeeld door tegen je te zeggen: ,,Je moet eens langs komen", en dan verzamel je eindelijk de moed om dat te doen, dan komt het haar net niet uit (dat kan) maar er wordt ook geen afspraak gemaakt voor een andere keer. Of je maakt met een familielid een afspraak en als je dan nog net even van tevoren belt, dan komt het ook niet uit dan moet het maar de volgende keer. Kinderen heb ik niet en het handjevol vrienden en familie laat het langzamerhand afweten en vinden waarschijnlijk dat ik het wel red en goed doe omdat ik er niet over praat. Ik weet als je dat doet, dan laten ze je al eerder los, op een enkeling na. Er over praten is voor de buitenstaander heel bedreigend. Dus wat ik voel en beleef, dat beleef ik alleen en praat er niet over ( dat gaat me natuurlijk opbreken) niemand ziet me als ik alleen thuis ben, wat er voor een wanhoop, verdriet is. Misschien nog wel meer als in het prille begin, want dan zijn er zoveel andere zaken die de aandacht vragen en dan houdt nog iedereen contact met je, de telefoon gaat dan geregeld, die is nu verstomd. Ik dacht dat ik de fase "boosheid" over sloeg omdat veel mensen mij belden (een bezoek kon er vaak niet af) maar ik had geen klagen vond ik, daar was ik al tevreden mee. Nu blijkt dat ik wel degelijk heel boos ben op mijn omgeving en zo erg dat ik ook een beetje afstand van hen ga nemen, wat op zich ook weer pijn doet omdat ik die contacten, personen niet kwijt wil, want ze maken al zoveel jaar deel uit van (ons) mijn leven, maar het is niet anders.
Werken doe ik niet meer, omdat ik voor een regeling koos toen mijn man ziek was. Een aantal mensen van mijn werk, dat zijn de enige waarmee ik af en toe een goed gesprek heb over mijn verdriet, weliswaar door de telefoon, maar dat maakt niet uit. Deze bellen echt uit belangstelling en niet omdat het een beetje van ze verwacht wordt en deze telefoontjes zijn voor mij dan ook heel belangrijk.
Alleen zelf durf ik ze niet te bellen omdat ik dan weer bang ben dat het ongelegen komt.
Professionele hulp heb ik uiteindelijk gezocht, maar ook dat komt niet van de grond, ook die willen het liefst dat je je mond houdt en willen je alleen maar vol stoppen met medicijnen, terwijl het enige medicijn volgens mij praten is, maar dan wel tegen iemand die echt belangstellend is en niet tegen een "hulpverlener" die de ongelukkige opmerking maakt, "dan ben ik er niet, want ik ga namelijk wel skieën" terwijl hij weet wat dat voor mij betekent.
Ik zal niet opschrijven wat ik toen dacht, maar het "Hoofdstuk Hulpverlener" heeft voor mij hiermee afgedaan.
Het is niet een echt vrolijk stukje geworden maar ik denk dat toch heel veel lotgenoten het zullen herkennen. Jammer genoeg! Moet je nou eerst zelf dit meegemaakt hebben om begrip te hebben voor je medemens? Dat is dan een harde les!
Na deze overdenking en lang aarzelen wil ik me toch ook opgeven voor de mailbox.
Ik wens je nog heel veel succes met deze site en fantastisch dat deze er is.
Vriendelijke groet,

Tini, e-mailadres: t.scheide@ps.nl

Beste Tini,
Jouw brief zal voor heel veel lotgenoten helaas inderdaad heel herkenbaar zijn. Het is een algemeen probleem van lotgenoten. Het is blijkbaar ontzettend moeilijk voor mensen om goed met het verdriet van anderen uit je nabije omgeving om te kunnen gaan. Het is blijkbaar erg bedreigend. Nu is het natuurlijk ook moeilijk om je als ,,buitenstaander"goed te kunnen verplaatsen in het verdriet, de eenzaamheid en wanhoop van mensen die hun dierbare verloren hebben, maar vaak resulteert dat "niet kunnen verplaatsen" in een volstrekte ontkenning en gaat men het liefst aan je voorbij. Zelf heb ik dat uiteraard ook ,,mogen" ervaren dat vrienden, die ik hoog achtte, het plotseling af lieten weten en niet meer ,,thuis" gaven als je eens belde. Dat doet veel pijn. In mijn fase van de boosheid heb ik sommige van deze mensen uit mijn adresboek gehaald. Weg ermee. Dat gaf een stukje rust: zij kennen mij niet meer, oké, ik ken hen dus ook niet meer.
Het gevolg is natuurlijk wel dat je de consequenties daarvan ook moet nemen. Het wordt nóg stiller om je heen. Aan de andere kant heb ik ook geprobeerd om met verschillende vrienden en familieleden die zich zo ontwijkend opstelden, te praten. Hen te vertellen hoeveel pijn ze me deden met hun ontkenning van mijn verdriet. En in sommige gevallen hielp dat echt en werd de relatie hersteld. Mijn lijfspreuk werkte in dit geval: ,,Wie een brug bouwt naar de ander kan altijd heen en weer terug". Ook dat zou je eens kunnen proberen, Tine.
Wie veel herkent in bovenstaande en op zijn of haar eigen wijze een ,,oplossing" heeft gevonden om uit het gedwongen isolement te raken, helpt lotgenoten waarschijnlijk door die ervaringen aan mij door te geven, zodat ik ze in de volgende editie kan publiceren. Doen!

Wat jouw ervaring met hulpverleners betreft: dáár heb ik geen goed woord voor over. Zoveel harteloosheid! Helaas zijn lang niet alle hulpverleners in staat om gewoon te luisteren. Ze beseffen niet dat juist een luisterend oor en echt gemeende warme belangstelling de enige therapie is die rouwenden echt kan helpen. Gelukkig zijn er ook goede hulpverleners, die wél op de juiste manier hulp weten te bieden. Het is de kunst om juist die mensen te vinden. Misschien dat deelnemen aan rouwverwerkingsgroepen voor jou de oplossing kan zijn. Informeer er eens naar via je huisarts of de plaatselijke kruisvereniging. Verschillende instanties houden zich daar intensief en op de goede manier mee bezig, zoals bijvoorbeeld Humanitas. Informatie kan ook de landelijke Stichting voor Rouwverwerking (LSR) geven over de mogelijkheden. Surf daar eens naar toe. Ik wens je verder veel sterkte met het verwerken van jouw verdriet. Door je op te geven voor de Mailbox of zelf contact te leggen kun je wellicht met lotgenoten gaan ,,praten" over alles wat je ervaart in je rouwproces. Ook dat kan je erg helpen.

Bert


De kunst van het huilen en het verdriet om het niet te kunnen

Gisteren heb ik de hele wereld weer bij elkaar gehuild. Het overkwam me zo maar weer eens, als een donderslag bij heldere hemel. Juist omdat ik dacht dat ik weer lekker in mijn vel zat komt zo iets keihard aan. Als een soort geestelijke kaakslag die heel lang nagloeit van de pijn.
Mensen die rouwen weten vast wel waar ik het over heb. Omdat het geen unieke belevenis van mij persoonlijk is, maar een fenomeen waar zo ongeveer al mijn lotgenoten wel eens mee worden geconfronteerd. Langdurige huilbuien waar schijnbaar geen eind aan wil komen, in intense golven van pijn en verdriet. Deskundigen zullen daar vast wel een passende verklaring voor hebben, ook al schiet je daar natuurlijk geen barst mee op als het je overkomt.

En het overkwam mij dus weer. De somberheid overviel me al net zo plotseling als de daarop volgende huilbui. Somberheid, verdriet en dan ineens een golf van woede, agressie. Boosheid om wat me is overkomen. Woede om de soms ondraaglijke oneerlijkheid van het bestaan. En dat allemaal terwijl ik echt niet zoveel te klagen heb. Mijn leven is, in vergelijking met drie jaar geleden toen ik ineens ,,alleen op de wereld achterbleef", een stuk positiever. Ik heb weer iemand om mijn leven mee te delen, ook mijn verdriet. Ik kan weer, samen met haar, genieten van al die fijne en mooie momenten die er ook weer veel zijn. En ondanks dat komen de huilbuien over me heen denderen alsof er in al die jaren niks is veranderd.
Natuurlijk, het lucht enorm op, dat wel. Zo'n ontlading is als een felle donderbui die al enige tijd dreigend drukkend er aan zat te komen en nu in alle hevigheid agressief de bliksem in laat slaan. En toch, toch blijf ik elke keer weer verbijsterd achter en vraag me vertwijfeld af waarom het maar steeds doorgaat. Waarom er schijnbaar geen eind aan komt, integendeel. Ik krijg geen antwoord, ook al zeggen deskundigen dat het er gewoon bij hoort en dat het nog wel erger kan worden naarmate de tijd voortschrijdt. Geen fijn vooruitzicht eigenlijk.
Maar dan moet ik ineens denken aan zoveel lotgenoten die niet kunnen huilen. Die steeds maar weer met droge ogen hun verdriet proberen te verwerken. Zonder ontlading van opgekropte gevoelens die een uitweg zoeken. Ik kan me daar eigenlijk niet zo goed een echte voorstelling van maken, omdat ik dat gevoel niet ken. Niet zelf er mee te maken heb. Maar ook al is zo'n heftige huilbui op het moment zelf niet echt fijn om mee te maken, het is oneindig veel beter dan niet te kunnen huilen, denk ik, weet ik.

En dus moet ik eigenlijk dankbaar zijn dat ik de kunst van het huilen tot in de puntjes beheers. Ik moet blij zijn dat ik mijn in de loop der dagen opgekropte emoties een uitlaatklep kan bieden. Dat ik mijn boosheid weg kan laten vloeien zoals je een stuw openzet als de wateroverlast wat al te groot wordt. Ook al voel ik me niet dankbaar ondanks de opluchting na elke huilbui. Want moet ik dan dankbaar zijn om mijn onherstelbaar verlies?
Nee, maar… Ach, ik ken de antwoorden niet. Ik ken alleen mijn gevoelens van plotselinge wanhoop. Van verdriet om wat ik nog steeds intens mis. Mijn geliefde troost me op die momenten met er te zijn. Dicht bij me, in overweldigende warmte waarin ik me dan koester totdat de stuw van emoties weer dichtgedraaid kan worden en de donderbui overgetrokken is. Dáár ben ik dankbaar voor. Dat ik het allemaal -net als zij- niet meer alleen hoef te verwerken. En als ik daar aan denk, dan weet ik dat veel van mijn lotgenoten het véél zwaarder hebben dan ik. Met de kunst van het huilen in eenzaamheid. Of om het niet te kunnen. Ik weet ook nog goed hoe dát voelt en op zo'n moment verdwijnt mijn boosheid, lost mijn agressie op. Want ik hoef het niet alleen te dragen. Niet meer.

Bert Vos - februari 2001


Samen kiezen en beslissen...

Elke dag van ons leven bestaat uit het kiezen en het nemen van beslissingen. De afgelopen jaren moest ik dat opeens alleen doen en dat was behoorlijk slikken. Want de keuzes maakten we tot dan samen, samen beslisten we. Samen zochten we onze vakantiebestemmingen uit, kozen het cadeautje voor het jarige kleinkind of kochten samen onze kleren. Nooit alleen.
Samen werden we boos op de bureaucraten die ons het leven zo zuur maakten en samen schreven we dan een boze brief. Samen vulden we elk jaar met frisse tegenzin ons belastingbiljet in. We hebben tenslotte in haar laatste jaren samen avonden lang tot diep in de nacht gepraat over leven en dood. En toen ging ze alléén dood. Sloot haar ogen en ook al waren we op dát moment samen: zij ging nu alleen. Geen keuze, geen beslissing.

Grote onzekerheid

En ik bleef achter met de grootste onzekerheid van mijn leven: hoe kan ik nu in vredesnaam kiezen? Hoe kan ik nu beslissingen nemen, nu zij er niet meer is?
Ik heb er heel lang over gedaan om daar aan te wennen. Dat ik niet eventjes kon overleggen. Ik probeerde dan ook altijd, als ik bijvoorbeeld kleren moest kopen, om één van mijn schoondochters mee te vragen. Om mee te kunnen overleggen. Om niet alleen te hoeven kiezen.
Het afgelopen jaar veranderde dat opeens. Kwam Monique in mijn leven en jawel: ik kon weer overleggen. We konden weer samen kiezen en samen beslissen. En dat deden en doen we dan ook met overgave. Een wonderbaarlijke ervaring na zoveel eenzame beslissingen.

Maar toch. Ook al denk je in je naïviteit dat het leed van de eenzame beslissingen voorbij is, niets is eigenlijk minder waar. Eigenlijk is het er alleen maar moeilijker op geworden als het gaat om belangrijke zaken. Vooral als je daarmee een ,,streep" wil zetten onder wat was en opnieuw wilt beginnen. Ik ondervond dat de afgelopen maanden toen we besloten om in de komende zomermaanden optimaal te genieten door samen veel te gaan reizen. Omdat we van plan zijn al kamperend een lange trektocht door Europa te gaan maken, bedacht ik dat de caravan, die mijn vrouw en mij al meer dan tien jaar trouwe dienst had bewezen, eigenlijk aan vervanging toe was. Op het moment dat die gedachte gaat leven, beginnen ook de honderd duizenden herinneringen een eigen rol te spelen in je geest. Want die caravan vertegenwoordigde de meer dan tien jaar dat ik samen met mijn vrouw daarmee kamperend door Europa trok. Tien jaar aan dierbare herinneringen met die caravan. En wat te denken van alle extra voorzieningen die mijn vrouw in al die jaren in die caravan had aangebracht? De nauwkeurig aangebrachte extra legplanken en de handgemaakte zonweringen. Bovendien was ik de afgelopen jaren zeer aan de caravan gehecht geraakt. Waarschijnlijk juist daardoor.

Honderd duizend herinneringen

En dan opeens die gedachte om dat trouwe beestje te gaan vervangen. O ja, het was natuurlijk best leuk en ook goed om iets nieuws uit te gaan zoeken, om samen te kiezen voor iets, waar we samen mee verder wilden. Waar we samen van zouden kunnen genieten. Wat we samen hadden uitgezocht, iets zonder herinneringen aan wat ooit was.
Maar steeds maar weer waren er die honderd duizend herinneringen die als snelle flitsen door mijn geest snelden bij elke stap die we namen op weg naar vervanging. Dat is slopend. Op zo'n moment besef je, dat je leven is opgebouwd uit miljoenen herinneringen, die zo maar onverwacht tevoorschijn komen als je zo'n herinnering even met je geest aanraakt. Monique en ik zullen er ongetwijfeld nog veel vaker mee te maken krijgen als we nieuwe beslissingen nemen. Elke keer weer staan onze partners op afstand toe te kijken en voelen wij hun aanwezigheid. Dat is niet erg, dat is goed. Maar gemakkelijk?
Toen ik mijn handtekening zette onder het aankoopcontract voor de nieuwe caravan moest ik hevig slikken. En dacht in een flits aan ruim tien jaar geleden, toen ik dat ook had gedaan, samen met haar. En ik voelde hoe ze ,,toekeek" en ik hoorde haar in gedachten een tikkeltje cynisch mompelen: ,,Dat is weer een dure handtekening, Bert!" Ik heb toen heel even geglimlacht.

Het blijft hondsmoeilijk

Gisteren hebben we samen de oude caravan leeggeruimd en schoon gemaakt. Ik zag de lege kasten en banken en voelde me opeens verdrietig. Het was opnieuw als een afscheid zoals ik ze al eerder had meegemaakt. Maar ik weet ook dat dit nodig was om verder te kunnen. Zoals je elke keer beslissingen moet nemen of keuzes moet maken, die onlosmakelijk verbonden zijn aan jouw verleden met je overleden partner. Of je dat nu opnieuw samen kunt doen of niet, het blijft hondsmoeilijk. Ik vraag me wel eens af of het ooit zal veranderen. Ik vrees dat het -als dat al gebeurt - nog heel lang zal duren. Totdat er opeens een beslissing wordt genomen die geen pijnlijk dierbare herinneringen meer oproept. Dat zal zeker tijd kosten, héél veel tijd.

Bert Vos
Februari 2001


Boekbespreking:

Veel verloren, maar toch gewonnen - Slotboom, Teuny 
aangrijpend verhaal over leven na een verkeersongeluk

Uitgeverij Kosmos, Utrecht/Antwerpen 1992, ISBN 90 215 1864 3, 96 blz.

Op een zonnige vrijdagnamiddag, het is 3 oktober 1980, stapt Teuny achter het stuur van haar auto om samen met haar man Henk en hun twee zonen Hans (4) en Henry (6) de wekelijkse inkopen te gaan doen. In de verte horen ze het geluid van een motor naderen. Plotseling doemt de motor voor hun auto op en een frontale botsing volgt… Als enige komt Teuny er zonder lichamelijke verwondingen vanaf. Haar man Henk overlijdt echter ter plekke en ook Hans overleeft het ongeluk uiteindelijk niet. Haar oudste zoon Henry komt zwaar gewond in coma in het ziekenhuis terecht.

Ruim tien jaar na deze noodlottige confrontatie met "Tante Lotje", zoals de schrijfster dit noemt, besluit zij haar verhaal alsnog op papier te zetten. Als een vorm van therapie voor zichzelf. Om eindelijk na al die jaren te trachten de balans op te maken voor haarzelf, om te proberen een evenwicht te vinden met haarzelf. Maar ook om met haar verhaal anderen te helpen, want zoals zij zelf meermaals heeft verzucht:
"Was er maar een voorbeeld, was er maar iemand geweest die me kon laten zien dat het wel beter werd. Die me uit ervaring had kunnen vertellen dat het ooit weer leefbaar kan worden. Het zou voor mij een heleboel dingen gemakkelijker hebben gemaakt. Als ik toen geweten had, dat iemand op deze wereld een soortgelijk gevecht gewonnen had, zou ik niet zo onzeker zijn geweest over mezelf. Dan zou dat een zekere steun geweest zijn tijdens mijn geworstel. Het zou een opstapje zijn geweest, een drempel die ik zelf niet had hoeven overschrijden omdat iemand anders dat al voor mij had gedaan."

Uitvoerig staat Teuny stil bij haar gevoelens vlak na het ongeluk: de paniek, de angst en, ondanks dat, het besef dat ze bij zinnen moet zien te blijven om hulp te gaan halen voor haar gezin. De totale ontreddering over het verlies van haar dierbaren, die haar onaangekondigd, van het een op andere moment, werden ontnomen.
Na 2,5 maand ontwaakt Henry uit zijn coma. Tegen de verwachting in komt hij hier niet uit als een plantje maar langzaam krijgt hij in de loop der tijd zijn spraak en geheugen weer terug. En het is dankzij haar vasthoudendheid dat hij niet intern maar vanuit zijn vertrouwde omgeving kan revalideren waardoor zij elkaar tot steun kunnen zijn. Overdag zet zij zich voor de volle honderd procent in voor haar zoon terwijl 's nachts vaak de tranen komen en zij door het huis loopt te zoeken naar wat niet meer is…
En de dromen beginnen te komen. Dromen waarin zij haar man Henk ziet met op zijn schouders hun zoon Hans. Dromen die haar een zekere rust geven, waardoor er langzaam een zekere afstand tussen hen groeit, een afstand die ze nodig heeft om verder te kunnen leven.

Om niet krankzinnig te worden verhaalt zij hoe ze voor zichzelf lijntjes heeft getrokken waarbinnen haar emoties moeten blijven als het emotioneel gevaarlijk wordt. Ze begint de mensen in haar directe omgeving te selecteren. De mensen die domme en onredelijke opmerkingen maken houdt ze op een afstand. Met de mensen die haar helpen te accepteren zoals ze is, of tenminste in staat is te zijn in deze omstandigheden, probeert ze redelijk om te gaan, al valt ook dat soms niet mee. Vooral niet op momenten dat ze barstensvol agressie zit en vreselijk boos is.
In een poging om wat regelmaat en gevoel van tijd en data in haar leven terug te brengen besluit ze zo goed en zo kwaad als het gaat een 'regelmaatlijstje' aan te houden en zo eisen aan zichzelf te stellen: maandag een wasje doen; dinsdag afstoffen; woensdag boodschappen doen. Maar het zijn de vele uren die ze doorbrengt in de bossen waar ze is opgegroeid waar ze weer heerlijke rust vind. Deze tijd brengt haar voor een stukje weer terug naar haarzelf en datzelfde doet ook het luisteren naar muziek.
Ondanks adviezen in die richting weigert ze psychiatrische hulp in te roepen. Ze kiest voor een gevecht met zichzelf. Als ze dan fouten maakt, heeft ze dit aan zichzelf te danken, vindt ze. En ook al is ze vele malen plat op haar toet gegaan, elke keer dat ze overeind kwam was ze sterker…

Na twee jaar ontstaat, als eerste bij haar zoon maar dan ook bij haar, het verlangen naar een lieve goede vader voor Henry en een zorgzame partner voor haar, "zodat ze niet meer zo alleen op de wereld zou staan". Ze vindt dit in haar tweede man, die ook Henk heet, en samen krijgen ze nog twee zoons. Maar opnieuw komt "Tante Lotje" op bezoek wanneer Henry epileptische aanvallen krijgt. Pas na ruim 2,5 jaar blijkt dat hij de verkeerde hoeveelheid medicatie heeft toegediend gekregen. Daarna verdwijnen de aanvallen en wordt hij een stuk zelfverzekerder.
Ze verhuizen naar een nieuw huis en daar voelen ze zich goed bij. Teuny is blij dat ze de ergste pijn van hun verlies in het oude huis hebben verwerkt, maar dankbaar dat ze er niet meer constant mee geconfronteerd worden. Ze zijn het oude huis uitgegroeid.

Het neerschrijven van haar gevoelens in dit boekje heeft haar goed gedaan, ook al heeft ze het grootste gedeelte huilend geschreven. Het voelt aan als een overwinning op haarzelf. Een enorme prestatie die haar weer verder heeft gebracht dan ze was. Want er zijn nu dagen dat ze zich heel sterk voelt, dat ze open en oprecht durft te leven. En zoals ze zelf zegt:
"Als een mens zoveel verliest als ik verloren heb, heb je eigenlijk bij aanvang al verloren. Het is een heel ongelijke strijd. Maar toch heb ik ook gewonnen. Ik heb mezelf overwonnen en ondanks alle ellende ook veel goede dingen geleerd in deze jaren. Ik heb geleerd wijze mensen te respecteren en de minder wijze met rust te laten. En ik heb ook geleerd mezelf te respecteren, zoals ik geworden ben door de jaren en ervaringen heen."

Dit aangrijpende, tragische verhaal bewijst hoeveel leed een mens kan dragen, waardoor je zélfs sterker uit de strijd kunt komen. Ondanks dat je het gemis altijd met je mee zult dragen en je leven nooit meer hetzelfde zal zijn…

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren