Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren


Inhoud van de 3e jaargang nr. 3 - december 2000


Van de redactie: Geef jezelf een nieuwe kans: jij bent het waard!

Soms heb ik wel eens het gevoel dat de tijd vliegt en soms lijkt de tijd stil te staan. Maar terwijl ik dit jaar mijn weg onontkoombaar over heuvels en door dalen volgde is dat jaar zo maar weer voorbij. Nog even en het is ,,exit 2000". De donkere dagen van december en haar feestdagen zullen ongetwijfeld hun stempel op ons leven drukken, even onontkoombaar als de nacht na de dag.
Voor sommigen onder ons zullen de dagen die komen ook echt weer een beetje ,,feestdagen" kunnen zijn, voor anderen, voor wie het verdriet daarvoor nog te pril is, zullen het ongetwijfeld erg moeilijke dagen worden. Ik weet daar alles van en leef mee met m'n lotgenoten die daar nu al tegenop zien. Maar zoals ik begin dit jaar al schreef: Laat het maar gewoon gebeuren. Het gaat voorbij. Zoals alles voorbij gaat.

Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, dan kan ik niet zonder tevredenheid vaststellen dat steeds meer lotgenoten De Draaikolk hebben gevonden en daar -ieder op hun eigen wijze- troost, erkenning en herkenning uit hebben kunnen putten zo blijkt me uit de tientallen reacties die ik maandelijks krijg. Verschillende lotgenoten hebben in de achter ons liggende maanden hun bijdrage aan de inhoud van deze site geleverd en dat was fijn om te ervaren. Ik hoop dan ook dat in 2001 ook weer veel lotgenoten hun bijdragen aan De Draaikolk zullen leveren om daar anderen weer mee te kunnen troosten. Want daar gaat het om. Het besef dat je niet alleen staat in je verdriet.

Want ook al zijn er natuurlijk lotgenoten, voor wie het verlies al langer is geleden, voor wie de pijn min of meer is verzacht, ook voor hen geldt dat het nooit voorbij gaat. De pijn om het verlies zal blijven. Ook voor hen wil De Draaikolk er zijn. Voor mij is het eind januari ,,al weer" drie jaar geleden dat ik afscheid van mijn vrouw moest nemen. Dat moment is haarscherp in mijn geheugen gegrift en voor mij is het dan ook ,,pas drie jaar" geleden.
En ook al heb ik nu een lieve vriendin met wie ik m'n leven opnieuw kan en wil delen, het verdriet blijft. De herinneringen aan een lang en gelukkig leven met mijn overleden vrouw zijn onuitwisbaar. Zoals de dierbare herinneringen van mijn vriendin aan haar overleden echtgenoot dat ook zijn. En zo hoort het ook. Misschien dat het voor veel van mijn lotgenoten weggelegd zal zijn om hetzelfde als ik te ervaren. En met die gedachte sluit ik het jaar 2000 af. Een jaar, dat ik begon met de oproep: ,,Laat het gebeuren!" Ik heb het laten gebeuren, zoals ik ook elders in dit nummer beschrijf. Ik hoop dat veel van mijn lotgenoten met dezelfde positieve gedachte het jaar 2000 hebben ervaren en in ieder geval daarmee 2001 zullen beginnen. Geef jezelf een nieuwe kans, wees lief voor jezelf. Je bent het waard!

De redactie van De Draaikolk wenst je in ieder geval -ondanks alles- een goede decembermaand toe.

Bert Vos
hoofdredacteur

PS. Met ingang van deze editie zal mijn partner en lotgenote Monique Klaverweide mij ook redactioneel terzijde staan. Samen zullen we verder gaan om van de Draaikolk ook in het komend jaar weer een echte ontmoetingsplek voor lotgenoten te maken. Jullie zullen ongetwijfeld meer bijdragen van haar hand gaan aantreffen en zij zal mij o.m. helpen bij de beantwoording van door jullie gestuurde e-mail. Ik ben daar uiteraard erg blij mee.


Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.

Blaka Rosoe (11): "Oud en Nieuw"

En dan is het december. Het einde van het rampjaar 1999 komt dichterbij als een dreigende donkere wolk. De "feestdagen", waar wij normaliter nooit veel betekenis aan hechtten, hebben nu ineens een andere lading gekregen. Zo werd ik al eerder geraakt door de opmerking van een nichtje vlak na zijn dood, dat Eric nu het millennium niet meer kan meemaken... Typisch hoe anderen je van iets bewust kunnen maken terwijl je daar zélf nog niet eens zo bij stil hebt gestaan.

Uitgerekend op Oudejaarsdag wordt een verre tante van mij gecremeerd. Mijn familie probeert mij ervan te weerhouden om hier naartoe te gaan want het is immers voor het eerst na zijn overlijden dat ik weer een crematie zal bijwonen. Maar mijn besluit staat vast. Ik ga, want ik weet nu uit eigen ervaring hoe fijn het is om op die dag veel steun te ontvangen. Zittend in de wachtruimte merk ik hoe ik mij afsluit voor mijn omgeving, voor mijn gevoelens. Dit lijkt mij de enige manier om hier doorheen te komen en dit doet mij denken aan die dag in april... Maar bij het horen van de klanken van het eerste muziekstuk krijg ik het al direct te kwaad. Het is de zanger Gordon die zingt: "Kon ik nog maar even met je praten. Kon ik nog maar even bij je zijn." En tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nu niet huil om het verlies van de verre tante, maar om hem….

Zoals alle extra moeilijke dagen breng ik ook deze dagen bij mijn vriendin en haar gezin door. Wat een onmisbare steun zijn zij het afgelopen jaar voor mij geweest. Ik weet niet hoe ik het zonder hen had moeten redden! Aan de ene kant voel ik mij telkens weer opgelaten om al die dagen bij hen door te brengen, maar aan de andere kant heb ik hen nu juist zo ontzettend hard nodig. We kennen elkaar immers al van kindsaf aan. Zij hebben hem net zo lang gekend als ik en wij delen dan ook vele kostbare herinneringen.

Maar ik heb moeite om Oudejaarsavond door te komen en dit valt me onverwacht zwaar tegen. Ik ben erg gespannen en hou constant de wijzers van de klok in de gaten. Het zweet staat in mijn handen. Wat zal ik straks doen wanneer "het moment" is aangebroken? Eén minuut voor twaalf hou ik het niet meer uit op mijn stoel en besluit ik om voor het keukenraam te gaan staan, net alsof ik naar het vuurwerk wil kijken dat ongetwijfeld straks in volle hevigheid zal losbarsten. Op dit moment wil ik alléén zijn met mijn verdriet. Als de klok begint te slaan komen de tranen. Ik denk met weemoed terug aan de vorige jaarwisseling die wij in een Jazzclub in hartje Londen doorbrachten, niet wetende dat dit onze laatste keer zou zijn....
Al gauw komt mijn vriendin naar mij toe, slaat haar armen om mij heen en bedekt mijn betraande wangen met kleine kusjes en dat troost mij een beetje. Maar oh, wat mis ik hem nu! Vertwijfeld vraag ik mijzelf af wat het nieuwe jaar mij in hemelsnaam nog te bieden kan hebben. Het enige wat ik zie is een groot zwart gat in de toekomst en wat het verleden betreft: dáár durf ik niet eens aan terug te denken want die mooie herinneringen zijn gewoonweg nog té pijnlijk. Maar na deze ontlading neemt de spanning gelukkig weer wat af en stel ik voor mezelf vast dat ik ook dit moeilijke moment weer overleefd heb. Ik sta nu alleen aan het begin van een nieuw blanco jaar. De tijd zal leren hoe ik het millennium zonder hem zal doorkomen.

Een paar dagen later bezoek ik samen met een tennisvriendin van Eric, die een maand na mij ook plotseling weduwe is geworden, de nieuwjaarsreceptie van zijn tennisclub. Ze kennen mij daar niet en ik ken hen niet, maar tóch voel ik een onverklaarbare drang om daar samen met haar aanwezig te zijn. Als een soort eerbetoon aan hem want de voorzitter heeft aangekondigd dat hij onze mannen tijdens zijn toespraak wil herdenken.
Al direct bij binnenkomst word ik door een onbekende clubgenoot omhelsd. Met tranen in zijn ogen en verstikte stem fluistert hij in mijn oor dat hij het zo dapper vindt dat ik gekomen bent. Maar dan word ik tegengehouden door een vrouw die mij plompverloren en vrij opgewonden vertelt dat haar schoonzoon getuige is geweest van Eric's motorongeluk en sterker nog: dat hij hem zelfs nog heeft proberen te beademen.... Deze mededeling komt als een klap aan. Heeft hij dan misschien tóch nog geleefd, en dus geleden? Ik snoer haar direct de mond en vertel haar dat ik dit soort details nog niet kan verdragen en ontdaan loop ik verder. Ze roept mij nog na dat ik altijd contact met haar kan opnemen mocht ik alsnog nadere details willen weten. Verbijsterend hoe onnadenkend mensen soms kunnen zijn!

De voorzitter roept ons naar voren en ik voel hoe alle ogen op ons zijn gericht. Op een prachtige respectvolle manier herdenkt hij de twee overleden clubgenoten. Zo kan het dus ook! Aan het einde van zijn toespraak overhandigt hij mij een pakketje. Ik neem het onuitgepakt mee naar de beslotenheid van ons huis want ik weet wat erin zit. Het is een - weliswaar kwalitatief slechte - foto, maar het is een vrolijk lachende Eric die erop staat! Het is de laatste foto van hem, die een maand vóór zijn dood op de club is gemaakt. Een "oude" maar voor mij oh zo waardevolle "nieuwe" foto.

Monique Klaverweide, december 2000


Ik heb het laten gebeuren...

Toen ik eind 1999 mijn (op deze pagina nog één keer geplaatste) nieuwjaarwens voor De Draaikolk maakte met de oproep ,,Laat het gebeuren!" zat ik vlak voor één van de moeilijkste momenten van het jaar: de sterfdag van mijn vrouw Janny. Net als nu. Ik zat alleen in mijn werkkamer achter mijn computer en voelde me somber en triest zoals veel van mijn lotgenoten zich in die donkere dagen van december ongetwijfeld gevoeld zullen hebben. En op dat moment dacht ik maar aan één ding: ik moet De Draaikolk in 2000, in het nieuwe millennium, hoe dan ook met een positieve gedachte beginnen. Ik wilde al die sombere gedachten die als een draaikolk door mijn geest wervelden verjagen. Ik wilde alles wat maar kon bijdragen aan meer kleur in mijn leven ,,gewoon laten gebeuren". Ook al had ik op dat moment absoluut niet het gevoel dat er betere tijden voor mij in het verschiet zouden liggen. Ik was niet alleen bezig om mijn verlies nog in alle hevigheid te verwerken, maar zat ook nog met de naweeën van een ernstige ziekte en een zware operatie. Allemaal niet bepaald factoren die een vrolijker uitzicht op mijn leven boden. Dacht ik. Maar ik liet het gebeuren. Alles.

En nauwelijks twee maanden later ontmoette ik een lotgenote met wie ik nu mijn leven deel. Ik liet dat letterlijk gebeuren, ook al was dat nog niet zo erg gemakkelijk. Ik had weliswaar het gevoel dat er ruimte in mijn hart was gekomen, ruimte om een nieuw leven te beginnen, maar pas als het je ook werkelijk overkomt, besef je ineens wat dit betekent.
Geluk en verdriet streden om voorrang, wisselden elkaar af. Verwarrende tijden waren dat ook. Niet alleen voor mij, zeker ook voor mijn vriendin die bijna twee jaar geleden haar man aan een ongeluk verloor. Je vraagt je dan af of je aan dat nieuwe leven begint als een soort ,,verdringing" van je verdriet. Omdat je zo'n enorme behoefte hebt aan genegenheid, omdat je graag weer wilt beminnen en bemind wilt worden. Weer iemand aan wilt raken, wilt strelen, iemand van wie je weer kunt houden, van wie je de warmte wilt voelen om de kilte in je hart en de eenzaamheid te verdrijven. Was het verdringing? We hebben het ons allebei in alle ernst afgevraagd, juist omdat we daar natuurlijk vaak over gelezen hadden. Dat die gevoelens onderdeel konden zijn van ons rouwproces en vaak tijdelijk waren. Wij wilden wat dat betreft ,,zekerheid". Want niets is zo erg om later tot de ontdekking te komen dat we elkaars warmte hebben gezocht om ons verdriet te verdringen en dat het achteraf allemaal toch een ,,impulsief misverstand" zou blijken te zijn.
Maar juist omdat het verdriet om onze overleden partners onverminderd bleef bestaan naast het geluk dat we voelden als we bij elkaar waren, beseften we dat het geen verdringing was dat ons dreef. Er werd niets verdrongen.

Inmiddels zijn we bijna een jaar verder en weten we het nog steeds zeker: we willen samen verder. Met al onze dierbare herinneringen, al ons verdriet dat onuitwisbaar in ons hart blijft bestaan.
We hebben het ,,gewoon laten gebeuren" en we hebben dat als een weldadige warme deken ervaren en ervaren dat nog steeds zo. Natuurlijk, we hebben nog steeds onze dips, maar we zijn er voor elkaar om elkaar te troosten en op te vangen. Omdat we weten wat het is, wat het betekent om zo maar, op de meest onverwachte momenten, verdriet te hebben om wie je hebt verloren. En met de start van ons ,,tweede leven", zoals we het noemen, hebben we natuurlijk veel meer laten gebeuren. We gingen samen op vakanties, we richtten samen ons nieuwe leven opnieuw in. Ik, die tot dan angstvallig mijn huiskamer ,,in de oude staat" had gelaten, besloot om verschillende dingen opnieuw in te richten. Samen met haar. Het deed pijn om afscheid te nemen van wat was, maar het gaf me aan de andere kant een enorm goed gevoel dat ik het desondanks toch had gedaan. Het was alsof ik mijn overleden vrouw goedkeurend hoorde zeggen dat ik het op die manier goed heb gedaan, omdat zij het zo heeft gewild. Zoals ze me in de laatste jaren van haar leven steeds had bezworen dat ik het zo moest doen: een nieuw leven beginnen als er een lieve vrouw op mijn pad zou komen. En ook al dacht ik dat ik dat nooit zou kunnen, heb ik dat toch laten gebeuren. Ik bleef het afgelopen jaar trouw aan wat ik zelf aan het begin van 2000 aan mijn lotgenoten adviseerde, nee eigenlijk toeschreeuwde: ,,Laat het gebeuren!"
Mijn nieuwe levensgezellin denkt er al niet anders over. Ook zij heeft het volop laten gebeuren. Telkens weer, net als ik, stap voor stap. Samen beginnen we aan het jaar 2001 met de wens die we voor dat nieuwe Draaikolk-jaar als leidraad zouden willen nemen: ,,Geef jezelf een nieuwe kans, wees lief voor jezelf!" We zijn het waard, allemaal.

Bert Vos


Gedichten van Bert Vos

Donkere dagen

Donkere dagen
Heldere pijn
Verdriet in
kerstballen verpakt

Donkere dagen
Wakende nachten
Eindeloos de pijn

Donkere dagen
gaan voorbij
De zon zal steeds
weer vroeger zijn

Totdat de middernachtzon
terugkeert naar
waar ze ooit begon

En de donkere dagen
opnieuw beginnen
In een soms zo wrede
cirkelgang

Bert Vos
december 2000

In de draaikolk
van je leven

In de draaikolk
van je leven
op een driesprong staan
en niet weten
welke weg je
hebt te gaan

In de draaikolk
van je leven
voor die keuze staan
zonder echt te weten
of je eigenlijk wel
verder wenst te gaan

Maar die draaikolk
van je leven
komt ooit weer eens
tot rust en brengt
je leven in balans
Geef je jezelf dan
echt een nieuwe kans

Je bent het waard.

Bert Vos
december 2000


Wat een interview allemaal kan veroorzaken

Vorige maand had ik een bijzondere ervaring. Ik werd geïnterviewd over De Draaikolk voor het weekblad Libelle. Voor het Kerstnummer. Hoewel ik als journalist een gloeiende hekel heb aan interviews (als slachtoffer dan…) heb ik deze keer geen moment geaarzeld toen Libelle-redactrice Jolanda Hofland me vroeg of ik er wat voor voelde met haar te praten over de Draaikolk. Over het hoe en vooral waarom. Want ik weet op grond van de tientallen reacties die ik maandelijks krijg hoe moeilijk het toch maar weer wordt gevonden om de Draaikolk voor de eerste keer te vinden. Meer bekendheid geven kun je dan het beste doen via een landelijke krant of tijdschrift. Het interview met Libelle zou dus een goed doel dienen, vond ik. Een afspraak, bij mij thuis, was daarna snel gemaakt.

Het werd een prettig gesprek. Jolanda had zich, zoals een goed journalist betaamt, uitstekend op het onderwerp voorbereid en haar vragen waren to the point. So far, so good. De fotografe die na ruim een uur durend gesprek met Jolanda ook nog ,,even" langs kwam om een goedgelijkende foto van mij te maken was weliswaar ,,vanzelfsprekend" wel zo'n twee uur bezig, maar dat hoort er nu eenmaal ook bij. Ook die uitgebreide fotosessie verliep erg plezierig, ook al kreeg ik wel eens kramp in mijn spieren van alle houdingen die ik moest aannemen. Ik hoop dat het uiteindelijke portret van mij in Libelle mij op m'n aardigst weergeeft. Deze maand zal ik het weten, ook al ben ik, zoals vrouwen dat ook zo aardig kunnen zeggen, niet fotogeniek. Ik heb het allemaal gewoon laten gebeuren.

Ik weet niet of het gesprek met Jolanda de oorzaak was of, beter gezegd, de katalysator van wat er ongetwijfeld al zat aan te komen, maar ik kreeg de dag erna een forse dip. Al die herinneringen die boven waren komen drijven, het verdriet, de pijn, moesten opnieuw een uitweg vinden. Forse huilpartijen, ach je kent het wel. En elke keer maar weer vraag ik dan verbaasd of er dan geen einde aan komt, want het is toch al weer drie jaar geleden en….
Mijn levensgezellin schudt dan haar hoofd en verbaast zich er op haar beurt over dat ik nog steeds niet wijzer ben geworden. Ik zou -zeker op mijn leeftijd- toch echt beter moeten weten. Nee dus. Want echt, het went nóóit.
Op het moment dat ik dit schrijf gaat het al weer wat beter, ook al doen de komende feestdagen niet direct goed aan mijn gemoedsrust. Ook dat zal ik maar laten gebeuren. En ongetwijfeld zal ik dan wel weer eens zo'n huilbui krijgen. Als tussendoortje. Moet kunnen, hou ik mezelf dan voor.

En die forse dip die ik blijkbaar mede aan het Libelle-interview heb overgehouden neem ik ook maar op de koop toe. Want ik weet dat ik met de publikatie van het interview en natuurlijk mét het bijbehorende internet-adres van de Draaikolk toch weer, naar ik hoop, veel lotgenoten van mij op weg help. En dáár ging het toch uiteindelijk om. Misschien dat ik dan minder vaak die wanhopige kreet te lezen krijg van lotgenoten als ze eindelijk een reactie sturen: ,,Blij dat ik de Draaikolk eindelijk toch heb gevonden!"
Het kostte me weliswaar een forse dip, maar toch: graag gedaan!

Bert Vos


Troost in twee paar armen: een teken uit de hemel...

Het is nog donker wanneer ik wakker word. Ik sta op om naar het toilet te gaan. Voordat ik weer ga liggen kijk ik even op de wekkerradio: het is half zes in de ochtend. Ik lig wat te dommelen tussen waken en slapen in.
In een flits bedenk ik dat ik binnenkort toch écht naar mijn zus toe moet om de restant kleding van mijn man, die haar zoon verder niet kan gebruiken, daar weer op te halen en een andere bestemming binnen de familie te geven. Voor mijn gevoel had ik er reeds afstand van gedaan. Ik zie er dan ook tegenop om het opnieuw mee naar huis te nemen en het door mijn handen te laten gaan.

Ik zie mezelf zitten in, naar het lijkt, een bioscoop of een theater. Naast en voor mij zitten mensen. Sommigen ken ik wel; anderen niet. Degenen die ik ken, lijken mij te negeren. Ze vinden het blijkbaar normaal dat ik daar zit, zonder hem. Dit verbijstert mij. Weten zij dan niet dat hij dood is! Waarom zeggen zij daar niets over?! Mijn moeder stelt mij voor aan een, mij onbekend, echtpaar dat in de rij vóór mij zit. "Dit is mijn dochter", zegt ze. En opeens zijn alle ogen op mij gericht. Het kwartje is blijkbaar nu bij iedereen gevallen. "Oh ja, haar man is verongelukt", zie ik ze denken.
Het volgende moment lig ik op bed, naast hem. Hij heeft een walkman op en luistert naar muziek. Ik huil onbedaarlijk, maar hij kan mij niet horen. Niemand hoort mij en ik ga steeds harder huilen. Ik wil gehoord worden! Met opzet stoot ik tegen de walkman aan die vervolgens van de zender afschiet. Verschrikt kijkt hij op, morrelt wat aan het apparaat en ziet dan eindelijk mijn verdriet...
Dan staat hij voor mij. Hij draagt een zwarte jeans met een lichtgrijze coltrui. Die kleren zijn nieuw voor mij, maar zijn lichaam herken ik wel. Aan zijn gezicht kom ik niet toe want mijn blik reikt niet verder dan zijn nek. We praten niet tegen elkaar. Ik betast zijn schouders en zijn borst en vlei me in zijn armen..... Dan is het moment voorbij...

Rond zes uur schrik ik op van een luid gehuil. Ik luister en probeer te achterhalen waar dit vandaan komt. Ik hoor mijn vriend naast mij verschrikt vragen "wat is er, wat is er"? Ik realiseer mij nu dat ík het ben die zo intens lig te huilen. En de beelden komen weer terug en ik weet dat dit opnieuw zo'n bijzonder moment is, net als vorig jaar. Omdat het zo anders aanvoelt dan een droom, omdat ik alles tot in detail kan navertellen. Ik wéét het gewoon: hij is heel even bij me geweest en heeft mij in z'n armen genomen. Ik ben gerust gesteld. Ook al heb ik zo lang niets van hem gehoord, hij ís er dus toch nog.
"Hij wilde je even strelen", zegt mijn vriend zacht en neemt mij vervolgens in zíjn armen en bezweert mij dat hij mijn verdriet zeker wél hoort. Sterker nog, het was zo luid dat hij er erg van is geschrokken.

Het huilen wil maar niet stoppen maar het voelt zo heerlijk aan om mijn vriend te kunnen aanraken. Ik wéét dat hij het is en niet mijn man. Die twee heb ik nog nooit door elkaar gehaald. Ze zijn mij beiden even lief. En beiden hebben mij zojuist getroost, ieder in hún wereld. Het lijkt haast alsof mijn man mij als eerste heeft willen opvangen en mij vervolgens huilend in de armen van mijn vriend heeft geduwd met de gedachte: "zo, de rest mag jij van mij overnemen". Dat kan jij beter dan ik hiervandaan". En zo voelde het eigenlijk ook aan; alsof ik een grens ben overschreden.
Na deze heftige ontlading voel ik mij niet echt verdrietig. Ja, het is pas de tweede keer sinds zijn overlijden dat hij even bij mij is geweest. Wat mij betreft mag hij wel eens wat vaker "langskomen", maar helaas vindt hij dit blijkbaar niet nodig. Monique redt het wel samen met hem, zal hij denken.

En hier zit ik dan achter de laptop met gezwollen ogen en met watten in mijn hoofd vrij opgewekt dit stukje te schrijven. Ik ben niet verdrietig. In tegendeel: ik voel me getroost. Mijn verdriet is erkend door de twee mannen van wie ik zielsveel hou. En ik bedenk: wat ben ik toch eigenlijk een bevoorrecht mens! Ik heb troost gevonden in twéé paar armen...

Monique Klaverweide
28 november 2000


Ingezonden bijdragen door lotgenoten

Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!

Bert Vos

Brief van de maand: Maria's verhaal

Ik ben nu op kantoor en probeer mijn aandacht bij mijn werk te houden, maar het is vrijdag en bijna half 3 en 't is op. Mijn hoofd is vol, er kan niets meer bij. Er moet iets uit, vandaar deze mail.
Ik ben deze week een paar maal op bezoek geweest bij de Draaikolk en daar herkende ik zoveel. Het geeft me steun te weten dat ik niet alleen deze eenzame, pijnlijke en soms zo verwarde weg moet gaan. Ik heb heel veel mensen om me heen, daar ben ik ook echt heel dankbaar voor en iedereen bedoelt het goed, maar ik ben er van overtuigd dat, als je zelf niet die ervaring gehad hebt, het voor een ander nauwelijks te begrijpen is hoe je je kunt voelen als je man, je vriend en je maatje er niet meer is.

We waren net terug van een heerlijke maand vakantie in Amerika. Het was zaterdag 29 januari en Fred (58 jaar) zat achter zijn PC de administratie bij te werken.
Het was 2 uur en hij zei ,,Ik voel me een beetje slap, we hebben nog niet geluncht". Ik kwam na ongeveer 20 minuten boven met de lunch en toen was hij er niet meer en dat deed zeer en dat doet nog steeds zo ontzettend zeer. Ik was waarschijnlijk nog maar net op de trap naar beneden toe, toen het gebeurd is.
Ik was te laat en kon niets meer doen. Waarom, waarom? Ik heb hem gestreeld, tegen hem gesproken en hij had een glimlach op zijn gezicht alsof waar hij nu was iets heel moois was. Ik heb zo wel een uur als verdoofd bij hem gezeten, ik kon niet eens echt huilen en in dat uur ging ons hele leven aan me voorbij.

We waren gelukkig en hadden nog veel plannen. We waren nog maar net 19 jaar getrouwd op 23 december 1999.
Op 31 december hadden we elkaar nog heel veel geluk, gezondheid en een gezegend 2000 toegewenst.
Fred was ook niet bang voor de dood, maar wel bang voor pijn. Dat was een schrale troost voor me. Hij had geen pijn gehad. Zijn laatste woorden waren: ,,Doe maar thee". Deze woorden hoor ik nog zo vaak.
Toen ben ik gaan bellen en ik heb alles wat er moest gebeuren zelf in de hand gehouden. Ze was flink, o, o wat was ze flink. Nee, ik was niet flink maar ik had op dat moment de kracht van God gekregen om alles af te ronden zoals Fred dat graag gewild zou hebben. Zijn liederen werden gezongen, zijn muziek, het graf heb ik zelf dichtgegooid, er was eten en drinken. Het was soms alsof ik naar mezelf keek in een film. Ik heb het grafmonument gemaakt, samen met een kunstenaar naar het lied dat Fred zo graag zong. (zie home.hccnet.nl/hg.van.eldik/). Toen dat af was, was alles heel definitief en had ik niets meer wat ik nog voor hem kon doen, toen begon voor mij de grote leegte.

Het leven gaat door, hoor je veel mensen zeggen. Dat weet ik ook wel, maar mijn leven gaat wel anders door. De rode draad is er niet meer. Ik zal een andere draad moeten vinden. O, zeker ik kan heus nog wel lachen en genieten van dingen, Fred zou ook niet anders gewild hebben. Maar het voelt zo anders, zo dubbel. En ik mis niet alleen de praktische dingen, zelfstandig ben ik heus wel, maar dat gebaar, dat bloemetje, die arm om me heen, die lieve woorden. Dat is er niet meer. En nu nog meer dan ooit besef ik hoezeer wij op elkaar ingesteld waren en hoe ik al die grote, maar ook hele kleine dingen mis. Weet je, de buitenkant ziet er goed uit, daar zorg ik wel voor, maar men moest eens weten hoe de binnenkant eruit ziet. En dat is het moeilijke, denk ik, voor al die mensen om me heen: de binnenkant is niet te zien. Maar er is er één die mijn binnenkant kan zien en dat is God en hoeveel vragen ik op het moment ook aan God heb , ik weet ook dat ik de kracht van Hem krijg om door te gaan.

Ik zou nog wel uren door kunnen gaan met schrijven. Daarom heb ik geprobeerd mijn gedachten en gevoelens weer te geven in een gedicht:

Kerstgedachten

Mijn eerste kerst zonder jou
ik ,ik…..
zal je missen,
Ik kijk terug op jaren van geluk
die…..
zijn niet meer uit te wissen.
Aan de hemel zie ik
één , één …..
grote schitterende ster
Ik voel je bent heel dicht bij me
maar…..
toch ook heel ver.
Kerst, Jezus is geboren voor u en voor mij
ik, ik…..
kan niet zonder
Want door Zijn kracht kan en mag
ik…..
zingen, vechten, huilen
lachen, bidden, werken
en…..
ik bewonder

Maria Lippelt

Einde van het jaar

De witte sneeuw,
met al z'n sparrenbomen
ijzige grauwe lucht
kerst zit eraan te komen

Het oude jaar uitluiden
het vuurwerk in de lucht
champagne glazen klinken,
even ontsnapt een zucht

Het nieuwe jaar ,
met al z'n onwetendheid
kijkend naar de toekomst
met een 'zekere' zekerheid

Julia van Surksum

Dat ene moment...

Ineens was het daar, dat ene moment
terwijl ik in jouw blauwe ogen keek
Het was oh zo kort maar het wás er,
dat onbezorgde gevoel dat ik
in lange tijd niet meer had gekend

Nog maar nét uit een diep dal geklommen,
ben ik de zwaarmoedigheid héél even de baas
en ben ik trots op mezelf en op de gezette
stappen op mijn nieuwe levenspad

Héél even was het verdwenen,
dat weemoedige gevoel, de pijn en het gemis
En was mijn blik uitsluitend op
onze nieuwe toekomst samen gericht
En nu maar wachten op de volgende keer,
want dit gevoel smaakt naar méér

Monique Klaverweide
20 november 2000


Beste Bert,

Iedereen heeft zo zijn eigen manier om te verwerken. Ik heb beloofd altijd te blijven zingen. In de eerste maanden na het ongeluk in 1998 heb ik deze tekst geschreven op muziek van het lied Why God Why uit de musical Miss Saigon.
Voor een aantal mensen die dicht bij mij staan heb ik het ook voorgedragen en het hielp. In feite was dat voor mij een manier om afscheid te nemen omdat je daar bij een ongeluk de tijd niet voor krijgt.

Groeten Rob Alkemade, e-mailadres: fam-alkemade@hetnet.nl

Ik heb een vraag….

Ik heb een vraag voor jullie allemaal
is hier een God in de zaal
bestaat hij wel, bestaat hij niet
zo ja, hij doet mij veel verdriet
Yvonne, ik droom soms dat je er nog bent
en iedereen jou ook nog kent

Waarom God, waarom zij
stond er geen moordenaar in de rij
mij rest slechts de herinnering
aan mijn lieve vrouw waar ik nu voor zing

Het noodlot stond plots voor de deur
het heeft geen doel, geen enkele kleur
Kinderen groeien zonder een moeder op
't leven gaat door zonder stop
Yvonne, ik droom soms dat je er nog bent
en iedereen jou ook nog kent

Yvonne, lieve schat
al die liefde die jij had
het gaat nu echt aan ons voorbij
de lieve woorden die je zei

Waarom Von, waarom jij
een goede moeder, altijd blij
ons rest slechts de herinnering
aan mijn mooie vrouw die ik zeer bemin

Maar schat wees niet ongerust
doorgaan vinden wij een must
zo zou jij het ook hebben gedaan
er met zijn alle tegenaan

Het is een moeilijke tijd
geen enkele zekerheid
Alleen liefde voor elkaar
wij zijn nog lang niet klaar

Van jou houden wij voor altijd
dat gevoel raken wij echt niet kwijt
veel lachen en humor
is iets wat ik niet verloor

Yvonne, lieve schat
al die liefde die jij had
het is onze basis om door te gaan
houdend van elkaar, ja voor haar

voor haar

Rob Alkemade


Kort verhaal: Haar eerste Kerst alleen...

Weifelend stond ze bij de ingang, op de drempel van dag naar nacht. De warmte viel, na de regenbui van zojuist, als een warme deken over haar heen en ze huiverde. Haar ogen hadden moeite om te wennen aan het donker. Tegenover de ingang ontwaarde ze twee gedaanten die haar van verre leken toe te wuiven als wilden ze zeggen: "Ja, toe maar, kom maar binnen. Je bent hier welkom hoor." Voorzichtig keek ze om zich heen en raakte meteen gefascineerd door de kleurenpracht waarmee zij werd omringd. En wat rook het hier heerlijk, alsof ze midden in een dennenbos stond.
Het tuincentrum was omgetoverd in een Kerstsprookje bij nacht. Het waren de donkere dagen voor Kerst en het was een drukte van belang. Er liepen veel gezinnen rond en ja, ook hier weer, echtparen die samen hun winkelwagentjes, volgeladen met kerstballen, slingers en kerststukjes, voortduwden. Alles in gereedheid brengend voor een sfeervolle Kerst in huiselijke kring.

Zij liep er wat verloren bij alsof ze hier ineens niet meer thuishoorde. En nog steeds was daar die twijfel: deed zij er wel goed aan om zich hieraan bloot te stellen? Vergde zij niet teveel van zichzelf om hier alleen rond te lopen? Vervuld als ze was met weemoedige gedachten........
Het was nauwelijks een half jaar geleden dat hij abrupt uit haar leven was weggerukt. Van het ene op het andere moment was zij alleen komen te staan en moest zij opnieuw leren haar leven zin te geven zonder zijn kameraadschap en liefde.
En nu liep zij hier dus. Nog steeds niet zeker wetend of zij haar huiskamer nu wel of niet in kerstsfeer zou brengen, voor haar alleen. Want ze wist dat het extra moeilijke dagen zouden worden, voor het eerst zonder hem. En ook hier had zij weer dubbele gevoelens bij. Waarom zou ze het eigenlijk doen, nu hij er niet meer was om er met haar van te genieten? En eigenlijk kon zij er niet de energie voor opbrengen om een echte kerstboom uit te zoeken om deze vervolgens met kluit en al naar huis te vervoeren en er eigenhandig de kerstballen en verlichting in te hangen. Vooral dit laatste vervulde haar met pijn, want dit was immers altijd zijn taak geweest....
Maar aan de andere kant: was haar huiskamer de afgelopen maanden niet haar toevluchtsoord geworden waar zij de meeste tijd in doorbracht? Hier voelde zij zich immers veilig en afgeschermd tegen de "boze buitenwereld". Hier kon zij haar verwarde gedachten hun vrije loop laten gaan. Hier kon zij met dankbaarheid terugdenken aan de fijne jaren die zij samen hadden doorgebracht en tegelijkertijd proberen te bevatten wat haar was overkomen.
Het waren zware maanden geweest waarin ze sterk op zichzelf was teruggeworpen en opnieuw moest ontdekken wie zij nu eigenlijk was zonder hem. Een nieuwe identiteit zien te ontwikkelen. Ze wist dat ze hier nog lang niet mee klaar was. Dat ze nog een lange weg voor zich had. En dat het veel tijd zou kosten om weer een beetje over het gemis heen te komen. Ze moest geduld hebben met zichzelf.

Maar ondanks de pijn van het gemis waren er sinds kort óók momenten waarop ze een onverklaarbare kracht in zich had gevoeld. Waar dit vandaan kwam kon ze niet goed verklaren, maar het was er en maakte dat ze weer een beetje vertrouwen kon krijgen in de toekomst. Dat het haar uiteindelijk tóch zou lukken om haar leven weer op te pakken. Een leven dat weliswaar niet meer hetzelfde zou zijn, want daarvoor had ze té veel verloren, maar langzaam kwam het besef, dat ze het niet alleen aan zichzelf maar ook aan hém verplicht was om het in ieder geval te probéren. Om er het beste van te maken, ondanks alles.....

Nu haar ogen enigszins aan het donker waren gewend, kon ze de wuivende gedaanten beter onderscheiden. Het bleken twee kerstmannen op ware grootte te zijn die daar in vol ornaat stonden te pronken. Een groepje verraste kinderen stond er vrolijk naar te kijken.
In het vak ernaast stond een vijftal speciale kunstbomen. Het bijbehorende bordje vermeldde dat dit het nieuwste van het nieuwste was. Er was dan ook veel belangstelling voor. De uiteinden van de takken hadden namelijk lichtgevende naalden die diverse kleuren aannamen. Het effect daarvan was dat de bomen continu, in vloeiende golvende bewegingen van onder naar boven en omgekeerd, van kleur veranderden.
Terwijl ze verder liep en haar karretje vulde met wat kerstspulletjes werd haar aandacht steeds weer naar de bomen getrokken. En ze werd steeds enthousiaster. Was dit niet dé perfecte oplossing voor haar? Makkelijk te vervoeren en het mooiste was: in deze boom horen geen kerstballen en verlichting thuis. Het was compleet zoals het daar stond. Het enige wat ze moest doen was de boom neerzetten, de takken uitklappen, de stekker in het stopcontact steken en voilá, ze had een complete kerstboom die haar nu kille huiskamer prachtig zou verlichten. En opeens wist ze het zeker. Ze zou het doen. Ze zou een beetje warmte in haar huis creëren. Al was het dan niet voor hen samen, dan toch voor haar zelf......

Monique Klaverweide


,,Haar Project", het verhaal van een bijzonder boek

Kortgeleden pakte ik onder meer het dagboek van mijn vrouw Janny uit de kast. Eindelijk na drie jaar durfde ik dat weer aan. Ze had in de laatste drie, vier jaar van haar leven dag voor dag genoteerd hoe haar leven verliep. Vertelde over haar gevoelens, haar verdriet, haar pijn om wat ze uiteindelijk achter zou moeten laten. Ik heb, heel voorzichtig, een paar stukjes opnieuw gelezen. En beleefde opnieuw de intimiteit die een dagboek altijd uitstraalt, maar onderging dat tevens als de herleving van een stuk van mijn eigen leven. De intensiteit waarmee ze haar teksten schreef is voor mij altijd een wonderbaarlijke uiting van kracht geweest. Toen begreep ik niet echt waar ze die moed vandaan haalde om zo maar in ogenschijnlijk simpel lijkende zinnen te vertellen wat haar bewoog om haar leven te bevechten met alles wat ze in haar had. Nu, jaren later, begrijp ik het. Helemaal. Omdat ik toen ineens ook zelf dat gevecht moest aangaan.          

Janny was handboekbindster van beroep. Tevens restaureerde ze eeuwenoude boeken. Ze deed dat met heel veel liefde voor haar vak en ik bewonderde haar om het geduld dat ze daarbij toonde. Want ze was van nature ongeduldig. Alsof ze haar tijd zo optimaal mogelijk wilde besteden. Alsof ze in haar onderbewuste wist dat haar tijd op deze aardbol kort zou zijn. Maar zodra ze begon aan ,,haar boeken" was ze de rust zelf. Herstelde zij centimeter voor centimeter een stukgelezen, maar waardevol boek. Ik genoot daar altijd van. Zoals ze mooi papier met haar handen streelde en het koesterde als kostbare juwelen. Of als ze mopperde op die honderden lezers die het boek zo oneerbiedig hadden behandeld. En ik was mét haar trots als het boek uiteindelijk ,,in de oude staat was hersteld" voor zover dat mogelijk was.
In de laatste jaren van haar leven moest ze afscheid nemen van ,,haar boeken". En dat deed ongelooflijk veel pijn. Ik moest verdrietig toezien hoe ze het grootste deel van haar gereedschap en al dat mooie papier verkocht waarmee ze in al die jaren met zoveel liefde had gewerkt. Het was alsof het afscheid toen al begon.

In de laatste jaren van haar leven heeft ze haar liefde voor het boekbinden helemaal gewijd aan het maken van wat ze noemde ,,Het project". Het was een mysterieus project, want ik kreeg er niets van te zien. Mócht er niets van zien. Het enige wat ze hoopte was dat het op tijd klaar zou zijn. Dat ze nog voldoende tijd zou krijgen. Het werd haar gelukkig gegund.
Pas na haar dood kreeg ik ,,Het project" in handen. Het was háár testament voor mij. Toen ik het boek voor het eerst opensloeg kon ik het niet lezen door de stortvloed van tranen. Voor mij lag een waar kunstwerk. Voor mij, op mijn schoot, lag het boek waaraan Janny meer dan een jaar lang met zoveel liefde en met zo'n enorme intensiteit had gewerkt. En terwijl ik, toen ik mijn tranen had gedroogd, begon te lezen, ontrolde mijn leven met haar zich op een heel bijzondere manier. De schitterende, door haar door de jaren heen gemaakte foto's, de verzamelde teksten van dichters en schrijvers, haar gedichten en uitspraken, het mooie papier en de bijzondere kleurenkeuze: het project was aanzienlijk waardevoller dan het duurste ooit door haar gerestaureerde boek. Het was onbetaalbaar. Het was een boek vol pijn, maar ook met troost en hoop. Haar persoonlijk boek voor mij.
In die eerste maanden na haar dood was haar Project het enige boek dat ik regelmatig las en herlas. En elke keer weer in een stortvloed van tranen. Omdat ik huilde om de liefde die uit haar project sprak. Haar liefde voor mij. Haar pijn om mijn pijn. Het troostte mij en tegelijkertijd was het elke keer alsof ik een klein beetje stierf van verdriet. Maar tevens was haar ,,testament" op een wonderbaarlijke manier ook een ongelooflijk sterk fundament waarop ik verder kon bouwen.
Daarna heb ik het Project laten rusten, temidden van door haar gerestaureerde en bewaarde boeken, van oude schrijvers en dichters als P.C.Hooft. Ze bevond zich daar in goed gezelschap, vond ik niet zonder enige trots.
Nu, bijna drie jaar na haar dood, heb ik het Project opnieuw uit de kast gehaald. Ik had in haar dagboek gelezen hoe ze aan haar project had gewerkt, met welke gevoelens, intense emoties ze dat had gedaan. En vooral ook waaróm ze het had gedaan.

,,Ik probeerde me in te leven hoe het in het écht voor jou zou zijn om alleen verder te gaan. Dat inleven deed mij ongelooflijk veel pijn. Voor zo'n pijn bestaan geen pijnstillers. Want jouw verlies zal héél erg groot zijn. Je bent niet alleen je partner kwijt, je verliest op hetzelfde moment ook alles wat met mij te maken heeft. Je verliest het samen delen van vreugdevolle en verdrietige momenten. Je verliest iemand met wie je de meest intieme ogenblikken hebt meegemaakt. Je bent je ,,eigenheid" kwijtgeraakt. Je verliest een belangrijk deel van je eigen geschiedenis, van onze geschiedenis. Je verliest zoveel dingen die, normaal gesproken, heel vanzelfsprekend zijn. Opeens zijn ze er niet meer. Daarom heb ik dit boek met inhoud voor je gemaakt in de hoop dat ik je daarmee toch een heel klein beetje op weg kan helpen voor de lange periode die je nodig zult hebben om 'door je verdriet heen te groeien' Dit boek is mijn erkenning van jouw pijn. Mogelijk wordt die pijn een heel klein beetje verdund door mijn nalatenschap."

Het is wonderlijk te ervaren dat ik, nu ik het allemaal opnieuw lees, opnieuw zoveel troost put uit wat ze toen voor mij op papier zette, al een jaar voordat ze stierf. Troost bijvoorbeeld door wat ze schreef over mijn toekomst: ,,Ondanks alles zal er toch weer wat kleur in je leven komen. De grijstinten zullen verdwijnen. Eerst aarzelend. En dan steeds meer. Het wordt weer helder om je heen. 'Op het diepste punt van de put heb je je afgezet tegen de bodem en bent weer boven gekomen. Opnieuw adem halen in het licht'. Er komt een dag, dat je de ,,waarom"-vragen niet meer stelt. Heel langzaam heb je het losgelaten om weer te kunnen groeien in het leven. Je zult opnieuw de lichtgroene lentekleuren zien. Alles zal weer uitlopen om te kunnen bloeien. Op dat moment zul je mij een nieuwe plaats in jouw leven geven. Een plaats die geen pijn meer doet".

Ik geloofde toen niet dat het ooit zou gebeuren. Maar uiteindelijk heeft ze gelijk gekregen en hebben de grijstinten van mijn leven plaats gemaakt voor de lichtgroene lentekleuren. En heeft Janny een nieuwe, maar toch een heel bijzondere plaats in mijn leven gekregen.

Nu ik dit zo schrijf lijkt het net, alsof ik mijn overleden vrouw daarmee op een voetstuk plaats. En haast ik mij om dat beeld te relativeren. Want ik hoor haar dan meteen mopperen: ,,Laat me, als ik er niet meer ben, alsjeblieft menselijk blijven. Ik ben geen heilige. Niets dan goeds over de doden hoor, maar ik wil graag mijn menselijke plaats bij jou behouden".
En zo is dit verhaal ook bedoeld. Ook al was en blijft Janny voor mij een heel bijzonder mens. Maar dat zal ze mij wel niet kwalijk nemen, hoop ik. Ik wilde met dit verhaal vol troost en hoop eigenlijk alleen maar in deze sombere dagen van december aan mijn lotgenoten vertellen waarom ik, misschien wel onbewust, ruim twee jaar geleden haar estafettestokje overnam en aan de Draaikolk begon. Want haar boodschap aan mij, vastgelegd in dat unieke document, in haar Project, is de boodschap die ik graag aan al mijn lotgenoten door wil blijven geven.

Bert Vos


Boekbespreking:

"Uit de schaduw", bewerking van ,,Oud Blauw - dagen van voortbestaan", 25 jaar later

"Uit de schaduw" - Joke Forceville-van Rossum, Uitgeverij Kok, Kampen 2000, ISBN 90 435 0178 6, 181 blz.

In 1976 overleed Joke Forceville's echtgenoot aan een acuut hartinfarct. Totaal onverwacht bleef zij alleen achter met haar vier opgroeiende kinderen.
Het eerste (en voornaamste) deel van dit boek, "Oud Blauw", is een herziene en uitgebreide editie van het eerder door haar geschreven "Oud Blauw - dagen van voortbestaan" (zie de boekenlijst). Hierin blikt zij terug op de eerste vijf jaar van haar alleenzijn en vertelt zij door welk leerproces zij is gegaan om - na jaren - weer "tot leven" te kunnen komen.

Wat heeft zij, door de situatie gedwongen, geleerd? Om hulp en steun te vragen aan vrienden, waardoor de verbondenheid met hen groeide. Leren omgaan met de radeloosheid en de emotionele weerstand die je voelt wanneer je de drempel over moet om iets aan te pakken dat je partner tot dan altijd voor zijn of haar rekening heeft genomen. Ervaren dat voor het ontbreken van dat liefhebbende, luisterende oor thuis, na verloop van tijd tóch iets anders voor in de plaats komt: een, weliswaar moeizaam, ontstaan van een gerichtheid naar velen. Dat mededeelzaamheid van jouw kant een voorwaarde is om het anderen mogelijk te maken jezelf te kunnen delen. Het opnieuw alleen leren genieten, ook al lijkt het nog zo met elkaar in tegenspraak: genieten en alleen zijn. Het niet langer leven zonder antwoorden, maar proberen zélf antwoorden op je eigen vragen te vinden. Troost leren vinden in de aanwezigheid van familie en vrienden en zo de tastbare aanraking te voelen van iemand die wat warmte biedt.
Het leren omgaan met het dubbele leed; van jou en van jouw kinderen en dus het verder leven in de schaduw van het gemis van partner en vader. Het, naast de herinneringen die wél zijn bijgebleven, leren erkennen dat je niet meer weet hoe zijn of haar lijfelijke aanwezigheid daadwerkelijk aanvoelde. En hierbij tevens beseffen dat ook jíj niet meer dezelfde persoon bent als vroeger, want door jouw rouwproces ben je zowel uiterlijk, maar meer nog innerlijk, enorm gegroeid.
Leren om de neiging te onderdrukken om jezelf te koesteren in je verdriet, want het moet uiteindelijk worden verwerkt en niet gekoesterd. Zoals de auteur aangeeft vergt afscheid nemen van je rouwverdriet bijzonder veel moed. Het is immers zo lang je maatje geweest... Helaas zul je ook dit moeten verliezen om weer verder te kunnen. En dat moet je aandurven, uitstaan, verduren. Je springt als het ware "van de rouw in de kou" zonder te kunnen vermoeden waar je dan uitkomt. Maar dan tóch de sprong durven wagen, want wie niet waagt, die niet wint. Het leren ervaren dat het bij tijd en wijle overvallen worden door wanhoopsgevoelens, niet hetzelfde is als voortdurend rouwen. Maar helaas ook: dat je als alleenstaande vrouw een stilzwijgende bedreiging kan betekenen voor bestaande huwelijken...

In het tweede gedeelte van het boek "Uit de schaduw" zijn vijfentwintig jaar verstreken en wordt nader ingegaan op haar tweede huwelijk met een weduwnaar. Hierin vertelt zij hoe zij langzaam naar een nieuwe relatie toegroeide. Hoe haar huidige echtgenoot direct een snaar bij haar raakte omdat hij zijn liefde voor zijn overleden vrouw niet verloochende. En die dus, in haar, geen vergetelheid of een dikke pleister op zijn wonde zocht. Hoe hij tijdens hun eerste ontmoeting een geschilderd portret van zijn vrouw uit de auto haalde en dit vervolgens op de bank tegenover hen plaatste. En verder: hoe zij de niet onbelangrijke verschillen in opvatting en houding uiteindelijk wisten te egaliseren dan wel een kans te geven. Over het opnieuw oplopen tegen het avontuur van intimiteit en seksualiteit. Over de acceptatie door hun kinderen en (schoon)ouders. En hoe zij er - uiteindelijk - tóch voor kozen om samen opnieuw te beginnen in een nieuw huis.

Beiden hebben hun eerste partner door de dood verloren en dat ervaart de schrijfster als een groot voordeel. Hierdoor ontstaat wederzijds begrip voor elkaars verleden en gevoelens en gevoelens van verbittering, vernedering of miskenning, die in geval van een echtscheiding kunnen blijven bestaan door het 'ergens nog aanwezig zijn' van de 'ex'-partner(s), zijn hen dan ook vreemd. Ook gevoelens van jaloezie ontbreken in hun relatie want daar is immers geen reden toe? Sterker nog, voor hun gevoel zijn zij in hun tweede huwelijk altijd "met z'n vieren" gebleven. Vergelijkingen met 'toen' worden stelselmatig vermeden. Bij verjaardagen, huwelijks- en sterfdata uit hun eerste huwelijk wordt stil gestaan zonder dit uitbundig te 'vieren'.

Door de indeling in korte hoofdstukken is het een prettig leesbaar boek. Persoonlijk had ik verwacht en gehoopt dat er dieper zou worden ingegaan op haar nieuwe relatie en alle gevoelens die dit met zich meebrengt. Hoewel Joke Forceville's boeken zeker herkenbaar en dus het lezen waard zijn, zijn ze naar mijn mening te zeer bewerkt. Hierdoor zijn haar oorspronkelijke emoties, waarschijnlijk door de tijd, naar mijn gevoel net iets te veel afgevlakt waardoor ik ondanks de herkenbaarheid van verschillende situaties toch niet écht geraakt word door de inhoud.

Monique Klaverweide


Terug naar index Archief

Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen die hun partner hebben verloren