Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren
Inhoud van de 3e jaargang nr. 3 - december 2000
Van de redactie: Geef jezelf een nieuwe kans: jij bent het waard!
Soms heb ik wel eens
het gevoel dat de tijd vliegt en soms lijkt de tijd stil te staan.
Maar terwijl ik dit jaar mijn weg onontkoombaar over heuvels en
door dalen volgde is dat jaar zo maar weer voorbij. Nog even en
het is ,,exit 2000". De donkere dagen van december en haar
feestdagen zullen ongetwijfeld hun stempel op ons leven drukken,
even onontkoombaar als de nacht na de dag.
Voor sommigen onder ons zullen de dagen die komen ook echt weer
een beetje ,,feestdagen" kunnen zijn, voor anderen, voor
wie het verdriet daarvoor nog te pril is, zullen het ongetwijfeld
erg moeilijke dagen worden. Ik weet daar alles van en leef mee
met m'n lotgenoten die daar nu al tegenop zien. Maar zoals ik
begin dit jaar al schreef: Laat het maar gewoon gebeuren. Het
gaat voorbij. Zoals alles voorbij gaat.
Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, dan kan ik niet zonder tevredenheid vaststellen dat steeds meer lotgenoten De Draaikolk hebben gevonden en daar -ieder op hun eigen wijze- troost, erkenning en herkenning uit hebben kunnen putten zo blijkt me uit de tientallen reacties die ik maandelijks krijg. Verschillende lotgenoten hebben in de achter ons liggende maanden hun bijdrage aan de inhoud van deze site geleverd en dat was fijn om te ervaren. Ik hoop dan ook dat in 2001 ook weer veel lotgenoten hun bijdragen aan De Draaikolk zullen leveren om daar anderen weer mee te kunnen troosten. Want daar gaat het om. Het besef dat je niet alleen staat in je verdriet.
Want ook al
zijn er natuurlijk lotgenoten, voor wie het verlies al langer
is geleden, voor wie de pijn min of meer is verzacht, ook voor
hen geldt dat het nooit voorbij gaat. De pijn om het verlies zal
blijven. Ook voor hen wil De Draaikolk er zijn. Voor mij is het
eind januari ,,al weer" drie jaar geleden dat ik afscheid
van mijn vrouw moest nemen. Dat moment is haarscherp in mijn geheugen
gegrift en voor mij is het dan ook ,,pas drie jaar" geleden.
En ook al heb ik nu een lieve vriendin met wie ik m'n leven opnieuw
kan en wil delen, het verdriet blijft. De herinneringen aan een
lang en gelukkig leven met mijn overleden vrouw zijn onuitwisbaar.
Zoals de dierbare herinneringen van mijn vriendin aan haar overleden
echtgenoot dat ook zijn. En zo hoort het ook. Misschien dat het
voor veel van mijn lotgenoten weggelegd zal zijn om hetzelfde
als ik te ervaren. En met die gedachte sluit ik het jaar 2000
af. Een jaar, dat ik begon met de oproep: ,,Laat het gebeuren!"
Ik heb het laten gebeuren, zoals ik ook elders in dit nummer beschrijf.
Ik hoop dat veel van mijn lotgenoten met dezelfde positieve gedachte
het jaar 2000 hebben ervaren en in ieder geval daarmee 2001 zullen
beginnen. Geef jezelf een nieuwe kans, wees lief voor jezelf.
Je bent het waard!
De redactie
van De Draaikolk wenst je in ieder geval -ondanks alles- een goede
decembermaand toe.
Bert Vos
hoofdredacteur
PS. Met ingang van deze editie zal mijn partner en lotgenote Monique Klaverweide mij ook redactioneel terzijde staan. Samen zullen we verder gaan om van de Draaikolk ook in het komend jaar weer een echte ontmoetingsplek voor lotgenoten te maken. Jullie zullen ongetwijfeld meer bijdragen van haar hand gaan aantreffen en zij zal mij o.m. helpen bij de beantwoording van door jullie gestuurde e-mail. Ik ben daar uiteraard erg blij mee.
Dit is het verhaal van Monique Klaverweide. Zij vertelt in deze, de vorige en de komende edities van de Draaikolk op een indringende manier over haar emoties, haar gevoelens vanaf het moment dat agenten aan haar deur stonden om te vertellen dat haar man was verongelukt. Blaka Rosoe (Zwarte Roos). Een verhaal over het aanvankelijke ongeloof, de verbijstering, de verdoving. Over het verdriet en de pijn om het enorme gemis. Een verhaal, waarin velen van ons zich zullen kunnen herkennen. En er juist door die herkenning -naar ik hoop- toch ook een beetje troost uit kunnen putten.
Blaka Rosoe (11): "Oud en Nieuw"
En dan is het december. Het einde van het rampjaar 1999 komt dichterbij als een dreigende donkere wolk. De "feestdagen", waar wij normaliter nooit veel betekenis aan hechtten, hebben nu ineens een andere lading gekregen. Zo werd ik al eerder geraakt door de opmerking van een nichtje vlak na zijn dood, dat Eric nu het millennium niet meer kan meemaken... Typisch hoe anderen je van iets bewust kunnen maken terwijl je daar zélf nog niet eens zo bij stil hebt gestaan.
Uitgerekend op Oudejaarsdag wordt een verre tante van mij gecremeerd. Mijn familie probeert mij ervan te weerhouden om hier naartoe te gaan want het is immers voor het eerst na zijn overlijden dat ik weer een crematie zal bijwonen. Maar mijn besluit staat vast. Ik ga, want ik weet nu uit eigen ervaring hoe fijn het is om op die dag veel steun te ontvangen. Zittend in de wachtruimte merk ik hoe ik mij afsluit voor mijn omgeving, voor mijn gevoelens. Dit lijkt mij de enige manier om hier doorheen te komen en dit doet mij denken aan die dag in april... Maar bij het horen van de klanken van het eerste muziekstuk krijg ik het al direct te kwaad. Het is de zanger Gordon die zingt: "Kon ik nog maar even met je praten. Kon ik nog maar even bij je zijn." En tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik nu niet huil om het verlies van de verre tante, maar om hem .
Zoals alle extra moeilijke dagen breng ik ook deze dagen bij mijn vriendin en haar gezin door. Wat een onmisbare steun zijn zij het afgelopen jaar voor mij geweest. Ik weet niet hoe ik het zonder hen had moeten redden! Aan de ene kant voel ik mij telkens weer opgelaten om al die dagen bij hen door te brengen, maar aan de andere kant heb ik hen nu juist zo ontzettend hard nodig. We kennen elkaar immers al van kindsaf aan. Zij hebben hem net zo lang gekend als ik en wij delen dan ook vele kostbare herinneringen.
Maar ik heb
moeite om Oudejaarsavond door te komen en dit valt me onverwacht
zwaar tegen. Ik ben erg gespannen en hou constant de wijzers van
de klok in de gaten. Het zweet staat in mijn handen. Wat zal ik
straks doen wanneer "het moment" is aangebroken? Eén
minuut voor twaalf hou ik het niet meer uit op mijn stoel en besluit
ik om voor het keukenraam te gaan staan, net alsof ik naar het
vuurwerk wil kijken dat ongetwijfeld straks in volle hevigheid
zal losbarsten. Op dit moment wil ik alléén zijn
met mijn verdriet. Als de klok begint te slaan komen de tranen.
Ik denk met weemoed terug aan de vorige jaarwisseling die wij
in een Jazzclub in hartje Londen doorbrachten, niet wetende dat
dit onze laatste keer zou zijn....
Al gauw komt mijn vriendin naar mij toe, slaat haar armen om mij
heen en bedekt mijn betraande wangen met kleine kusjes en dat
troost mij een beetje. Maar oh, wat mis ik hem nu! Vertwijfeld
vraag ik mijzelf af wat het nieuwe jaar mij in hemelsnaam nog
te bieden kan hebben. Het enige wat ik zie is een groot zwart
gat in de toekomst en wat het verleden betreft: dáár
durf ik niet eens aan terug te denken want die mooie herinneringen
zijn gewoonweg nog té pijnlijk. Maar na deze ontlading
neemt de spanning gelukkig weer wat af en stel ik voor mezelf
vast dat ik ook dit moeilijke moment weer overleefd heb. Ik sta
nu alleen aan het begin van een nieuw blanco jaar. De tijd zal
leren hoe ik het millennium zonder hem zal doorkomen.
Een paar dagen
later bezoek ik samen met een tennisvriendin van Eric, die een
maand na mij ook plotseling weduwe is geworden, de nieuwjaarsreceptie
van zijn tennisclub. Ze kennen mij daar niet en ik ken hen niet,
maar tóch voel ik een onverklaarbare drang om daar samen
met haar aanwezig te zijn. Als een soort eerbetoon aan hem want
de voorzitter heeft aangekondigd dat hij onze mannen tijdens zijn
toespraak wil herdenken.
Al direct bij binnenkomst word ik door een onbekende clubgenoot
omhelsd. Met tranen in zijn ogen en verstikte stem fluistert hij
in mijn oor dat hij het zo dapper vindt dat ik gekomen bent. Maar
dan word ik tegengehouden door een vrouw die mij plompverloren
en vrij opgewonden vertelt dat haar schoonzoon getuige is geweest
van Eric's motorongeluk en sterker nog: dat hij hem zelfs nog
heeft proberen te beademen.... Deze mededeling komt als een klap
aan. Heeft hij dan misschien tóch nog geleefd, en dus geleden?
Ik snoer haar direct de mond en vertel haar dat ik dit soort details
nog niet kan verdragen en ontdaan loop ik verder. Ze roept mij
nog na dat ik altijd contact met haar kan opnemen mocht ik alsnog
nadere details willen weten. Verbijsterend hoe onnadenkend mensen
soms kunnen zijn!
De voorzitter roept ons naar voren en ik voel hoe alle ogen op ons zijn gericht. Op een prachtige respectvolle manier herdenkt hij de twee overleden clubgenoten. Zo kan het dus ook! Aan het einde van zijn toespraak overhandigt hij mij een pakketje. Ik neem het onuitgepakt mee naar de beslotenheid van ons huis want ik weet wat erin zit. Het is een - weliswaar kwalitatief slechte - foto, maar het is een vrolijk lachende Eric die erop staat! Het is de laatste foto van hem, die een maand vóór zijn dood op de club is gemaakt. Een "oude" maar voor mij oh zo waardevolle "nieuwe" foto.
Monique Klaverweide,
december 2000
Toen ik eind 1999 mijn (op deze pagina nog één keer geplaatste) nieuwjaarwens voor De Draaikolk maakte met de oproep ,,Laat het gebeuren!" zat ik vlak voor één van de moeilijkste momenten van het jaar: de sterfdag van mijn vrouw Janny. Net als nu. Ik zat alleen in mijn werkkamer achter mijn computer en voelde me somber en triest zoals veel van mijn lotgenoten zich in die donkere dagen van december ongetwijfeld gevoeld zullen hebben. En op dat moment dacht ik maar aan één ding: ik moet De Draaikolk in 2000, in het nieuwe millennium, hoe dan ook met een positieve gedachte beginnen. Ik wilde al die sombere gedachten die als een draaikolk door mijn geest wervelden verjagen. Ik wilde alles wat maar kon bijdragen aan meer kleur in mijn leven ,,gewoon laten gebeuren". Ook al had ik op dat moment absoluut niet het gevoel dat er betere tijden voor mij in het verschiet zouden liggen. Ik was niet alleen bezig om mijn verlies nog in alle hevigheid te verwerken, maar zat ook nog met de naweeën van een ernstige ziekte en een zware operatie. Allemaal niet bepaald factoren die een vrolijker uitzicht op mijn leven boden. Dacht ik. Maar ik liet het gebeuren. Alles.
En nauwelijks
twee maanden later ontmoette ik een lotgenote met wie ik nu mijn
leven deel. Ik liet dat letterlijk gebeuren, ook al was dat nog
niet zo erg gemakkelijk. Ik had weliswaar het gevoel dat er ruimte
in mijn hart was gekomen, ruimte om een nieuw leven te beginnen,
maar pas als het je ook werkelijk overkomt, besef je ineens wat
dit betekent.
Geluk en verdriet streden om voorrang, wisselden elkaar af. Verwarrende
tijden waren dat ook. Niet alleen voor mij, zeker ook voor mijn
vriendin die bijna twee jaar geleden haar man aan een ongeluk
verloor. Je vraagt je dan af of je aan dat nieuwe leven begint
als een soort ,,verdringing" van je verdriet. Omdat je zo'n
enorme behoefte hebt aan genegenheid, omdat je graag weer wilt
beminnen en bemind wilt worden. Weer iemand aan wilt raken, wilt
strelen, iemand van wie je weer kunt houden, van wie je de warmte
wilt voelen om de kilte in je hart en de eenzaamheid te verdrijven.
Was het verdringing? We hebben het ons allebei in alle ernst afgevraagd,
juist omdat we daar natuurlijk vaak over gelezen hadden. Dat die
gevoelens onderdeel konden zijn van ons rouwproces en vaak tijdelijk
waren. Wij wilden wat dat betreft ,,zekerheid". Want niets
is zo erg om later tot de ontdekking te komen dat we elkaars warmte
hebben gezocht om ons verdriet te verdringen en dat het achteraf
allemaal toch een ,,impulsief misverstand" zou blijken te
zijn.
Maar juist omdat het verdriet om onze overleden partners onverminderd
bleef bestaan naast het geluk dat we voelden als we bij elkaar
waren, beseften we dat het geen verdringing was dat ons dreef.
Er werd niets verdrongen.
Inmiddels zijn
we bijna een jaar verder en weten we het nog steeds zeker: we
willen samen verder. Met al onze dierbare herinneringen, al ons
verdriet dat onuitwisbaar in ons hart blijft bestaan.
We hebben het ,,gewoon laten gebeuren" en we hebben dat als
een weldadige warme deken ervaren en ervaren dat nog steeds zo.
Natuurlijk, we hebben nog steeds onze dips, maar we zijn er voor
elkaar om elkaar te troosten en op te vangen. Omdat we weten wat
het is, wat het betekent om zo maar, op de meest onverwachte momenten,
verdriet te hebben om wie je hebt verloren. En met de start van
ons ,,tweede leven", zoals we het noemen, hebben we natuurlijk
veel meer laten gebeuren. We gingen samen op vakanties, we richtten
samen ons nieuwe leven opnieuw in. Ik, die tot dan angstvallig
mijn huiskamer ,,in de oude staat" had gelaten, besloot om
verschillende dingen opnieuw in te richten. Samen met haar. Het
deed pijn om afscheid te nemen van wat was, maar het gaf me aan
de andere kant een enorm goed gevoel dat ik het desondanks toch
had gedaan. Het was alsof ik mijn overleden vrouw goedkeurend
hoorde zeggen dat ik het op die manier goed heb gedaan, omdat
zij het zo heeft gewild. Zoals ze me in de laatste jaren van haar
leven steeds had bezworen dat ik het zo moest doen: een nieuw
leven beginnen als er een lieve vrouw op mijn pad zou komen. En
ook al dacht ik dat ik dat nooit zou kunnen, heb ik dat toch laten
gebeuren. Ik bleef het afgelopen jaar trouw aan wat ik zelf aan
het begin van 2000 aan mijn lotgenoten adviseerde, nee eigenlijk
toeschreeuwde: ,,Laat het gebeuren!"
Mijn nieuwe levensgezellin denkt er al niet anders over. Ook zij
heeft het volop laten gebeuren. Telkens weer, net als ik, stap
voor stap. Samen beginnen we aan het jaar 2001 met de wens die
we voor dat nieuwe Draaikolk-jaar als leidraad zouden willen nemen:
,,Geef jezelf een nieuwe kans, wees lief voor jezelf!" We
zijn het waard, allemaal.
Bert Vos
Gedichten van Bert Vos
Wat een interview allemaal kan veroorzaken
Vorige maand had ik een bijzondere ervaring. Ik werd geïnterviewd over De Draaikolk voor het weekblad Libelle. Voor het Kerstnummer. Hoewel ik als journalist een gloeiende hekel heb aan interviews (als slachtoffer dan ) heb ik deze keer geen moment geaarzeld toen Libelle-redactrice Jolanda Hofland me vroeg of ik er wat voor voelde met haar te praten over de Draaikolk. Over het hoe en vooral waarom. Want ik weet op grond van de tientallen reacties die ik maandelijks krijg hoe moeilijk het toch maar weer wordt gevonden om de Draaikolk voor de eerste keer te vinden. Meer bekendheid geven kun je dan het beste doen via een landelijke krant of tijdschrift. Het interview met Libelle zou dus een goed doel dienen, vond ik. Een afspraak, bij mij thuis, was daarna snel gemaakt.
Het werd een prettig gesprek. Jolanda had zich, zoals een goed journalist betaamt, uitstekend op het onderwerp voorbereid en haar vragen waren to the point. So far, so good. De fotografe die na ruim een uur durend gesprek met Jolanda ook nog ,,even" langs kwam om een goedgelijkende foto van mij te maken was weliswaar ,,vanzelfsprekend" wel zo'n twee uur bezig, maar dat hoort er nu eenmaal ook bij. Ook die uitgebreide fotosessie verliep erg plezierig, ook al kreeg ik wel eens kramp in mijn spieren van alle houdingen die ik moest aannemen. Ik hoop dat het uiteindelijke portret van mij in Libelle mij op m'n aardigst weergeeft. Deze maand zal ik het weten, ook al ben ik, zoals vrouwen dat ook zo aardig kunnen zeggen, niet fotogeniek. Ik heb het allemaal gewoon laten gebeuren.
Ik weet niet
of het gesprek met Jolanda de oorzaak was of, beter gezegd, de
katalysator van wat er ongetwijfeld al zat aan te komen, maar
ik kreeg de dag erna een forse dip. Al die herinneringen die boven
waren komen drijven, het verdriet, de pijn, moesten opnieuw een
uitweg vinden. Forse huilpartijen, ach je kent het wel. En elke
keer maar weer vraag ik dan verbaasd of er dan geen einde aan
komt, want het is toch al weer drie jaar geleden en
.
Mijn levensgezellin schudt dan haar hoofd en verbaast zich er
op haar beurt over dat ik nog steeds niet wijzer ben geworden.
Ik zou -zeker op mijn leeftijd- toch echt beter moeten weten.
Nee dus. Want echt, het went nóóit.
Op het moment dat ik dit schrijf gaat het al weer wat beter, ook
al doen de komende feestdagen niet direct goed aan mijn gemoedsrust.
Ook dat zal ik maar laten gebeuren. En ongetwijfeld zal ik dan
wel weer eens zo'n huilbui krijgen. Als tussendoortje. Moet kunnen,
hou ik mezelf dan voor.
En die forse
dip die ik blijkbaar mede aan het Libelle-interview heb overgehouden
neem ik ook maar op de koop toe. Want ik weet dat ik met de publikatie
van het interview en natuurlijk mét het bijbehorende internet-adres
van de Draaikolk toch weer, naar ik hoop, veel lotgenoten van
mij op weg help. En dáár ging het toch uiteindelijk
om. Misschien dat ik dan minder vaak die wanhopige kreet te lezen
krijg van lotgenoten als ze eindelijk een reactie sturen: ,,Blij
dat ik de Draaikolk eindelijk toch heb gevonden!"
Het kostte me weliswaar een forse dip, maar toch: graag gedaan!
Bert Vos
Troost in twee paar armen: een teken uit de hemel...
Het is nog donker wanneer
ik wakker word. Ik sta op om naar het toilet te gaan. Voordat
ik weer ga liggen kijk ik even op de wekkerradio: het is half
zes in de ochtend. Ik lig wat te dommelen tussen waken en slapen
in.
In een flits bedenk ik dat ik binnenkort toch écht naar
mijn zus toe moet om de restant kleding van mijn man, die haar
zoon verder niet kan gebruiken, daar weer op te halen en een andere
bestemming binnen de familie te geven. Voor mijn gevoel had ik
er reeds afstand van gedaan. Ik zie er dan ook tegenop om het
opnieuw mee naar huis te nemen en het door mijn handen te laten
gaan.
Ik zie mezelf
zitten in, naar het lijkt, een bioscoop of een theater. Naast
en voor mij zitten mensen. Sommigen ken ik wel; anderen niet.
Degenen die ik ken, lijken mij te negeren. Ze vinden het blijkbaar
normaal dat ik daar zit, zonder hem. Dit verbijstert mij. Weten
zij dan niet dat hij dood is! Waarom zeggen zij daar niets over?!
Mijn moeder stelt mij voor aan een, mij onbekend, echtpaar dat
in de rij vóór mij zit. "Dit is mijn dochter",
zegt ze. En opeens zijn alle ogen op mij gericht. Het kwartje
is blijkbaar nu bij iedereen gevallen. "Oh ja, haar man is
verongelukt", zie ik ze denken.
Het volgende moment lig ik op bed, naast hem. Hij heeft een walkman
op en luistert naar muziek. Ik huil onbedaarlijk, maar hij kan
mij niet horen. Niemand hoort mij en ik ga steeds harder huilen.
Ik wil gehoord worden! Met opzet stoot ik tegen de walkman aan
die vervolgens van de zender afschiet. Verschrikt kijkt hij op,
morrelt wat aan het apparaat en ziet dan eindelijk mijn verdriet...
Dan staat hij voor mij. Hij draagt een zwarte jeans met een lichtgrijze
coltrui. Die kleren zijn nieuw voor mij, maar zijn lichaam herken
ik wel. Aan zijn gezicht kom ik niet toe want mijn blik reikt
niet verder dan zijn nek. We praten niet tegen elkaar. Ik betast
zijn schouders en zijn borst en vlei me in zijn armen..... Dan
is het moment voorbij...
Rond zes uur
schrik ik op van een luid gehuil. Ik luister en probeer te achterhalen
waar dit vandaan komt. Ik hoor mijn vriend naast mij verschrikt
vragen "wat is er, wat is er"? Ik realiseer mij nu dat
ík het ben die zo intens lig te huilen. En de beelden komen
weer terug en ik weet dat dit opnieuw zo'n bijzonder moment is,
net als vorig jaar. Omdat het zo anders aanvoelt dan een droom,
omdat ik alles tot in detail kan navertellen. Ik wéét
het gewoon: hij is heel even bij me geweest en heeft mij in z'n
armen genomen. Ik ben gerust gesteld. Ook al heb ik zo lang niets
van hem gehoord, hij ís er dus toch nog.
"Hij wilde je even strelen", zegt mijn vriend zacht
en neemt mij vervolgens in zíjn armen en bezweert mij dat
hij mijn verdriet zeker wél hoort. Sterker nog, het was
zo luid dat hij er erg van is geschrokken.
Het huilen wil
maar niet stoppen maar het voelt zo heerlijk aan om mijn vriend
te kunnen aanraken. Ik wéét dat hij het is en niet
mijn man. Die twee heb ik nog nooit door elkaar gehaald. Ze zijn
mij beiden even lief. En beiden hebben mij zojuist getroost, ieder
in hún wereld. Het lijkt haast alsof mijn man mij als eerste
heeft willen opvangen en mij vervolgens huilend in de armen van
mijn vriend heeft geduwd met de gedachte: "zo, de rest mag
jij van mij overnemen". Dat kan jij beter dan ik hiervandaan".
En zo voelde het eigenlijk ook aan; alsof ik een grens ben overschreden.
Na deze heftige ontlading voel ik mij niet echt verdrietig. Ja,
het is pas de tweede keer sinds zijn overlijden dat hij even bij
mij is geweest. Wat mij betreft mag hij wel eens wat vaker "langskomen",
maar helaas vindt hij dit blijkbaar niet nodig. Monique redt het
wel samen met hem, zal hij denken.
En hier zit ik dan achter de laptop met gezwollen ogen en met watten in mijn hoofd vrij opgewekt dit stukje te schrijven. Ik ben niet verdrietig. In tegendeel: ik voel me getroost. Mijn verdriet is erkend door de twee mannen van wie ik zielsveel hou. En ik bedenk: wat ben ik toch eigenlijk een bevoorrecht mens! Ik heb troost gevonden in twéé paar armen...
Monique Klaverweide
28 november 2000
Dit is de vaste plek van lotgenoten voor ,, de brief van de maand", én voor gedichten en andere teksten, die ze mooi vinden, waar ze troost uit putten, maar waarvan de bron niet bekend is. Hoewel ik een beetje huiverig ben voor bijdragen van derden waarvan ik de oorsprong niet ken, heb ik toch maar besloten om een speciale pagina hiervoor te reserveren. Gedichten en teksten waarvan de oorpronkelijke bron of de auteur niet bekend is maar ook de eigen gedichten kunnen hier een plek krijgen voor zover ik het relevant vind in het kader van dit internettijdschrift en voor zover ik dat verantwoord vind met betrekking tot bijvoorbeeld auteursrechten. Inzendingen voor deze rubriek graag zo mogelijk met enige bronvermelding en/of de naam van de auteur. Als het een eigen gedicht is, ook dát graag vermelden. Ik hoop dat jullie er dezelfde troost uit kunnen putten als de inzenders dat hebben gedaan en nog doen. Reacties zijn welkom!
Bert Vos
Brief van de maand: Maria's verhaal
Ik ben nu op kantoor
en probeer mijn aandacht bij mijn werk te houden, maar het is
vrijdag en bijna half 3 en 't is op. Mijn hoofd is vol, er kan
niets meer bij. Er moet iets uit, vandaar deze mail.
Ik ben deze week een paar maal op bezoek geweest bij de Draaikolk
en daar herkende ik zoveel. Het geeft me steun te weten dat ik
niet alleen deze eenzame, pijnlijke en soms zo verwarde weg moet
gaan. Ik heb heel veel mensen om me heen, daar ben ik ook echt
heel dankbaar voor en iedereen bedoelt het goed, maar ik ben er
van overtuigd dat, als je zelf niet die ervaring gehad hebt, het
voor een ander nauwelijks te begrijpen is hoe je je kunt voelen
als je man, je vriend en je maatje er niet meer is.
We waren net
terug van een heerlijke maand vakantie in Amerika. Het was zaterdag
29 januari en Fred (58 jaar) zat achter zijn PC de administratie
bij te werken.
Het was 2 uur en hij zei ,,Ik voel me een beetje slap, we hebben
nog niet geluncht". Ik kwam na ongeveer 20 minuten boven
met de lunch en toen was hij er niet meer en dat deed zeer en
dat doet nog steeds zo ontzettend zeer. Ik was waarschijnlijk
nog maar net op de trap naar beneden toe, toen het gebeurd is.
Ik was te laat en kon niets meer doen. Waarom, waarom? Ik heb
hem gestreeld, tegen hem gesproken en hij had een glimlach op
zijn gezicht alsof waar hij nu was iets heel moois was. Ik heb
zo wel een uur als verdoofd bij hem gezeten, ik kon niet eens
echt huilen en in dat uur ging ons hele leven aan me voorbij.
We waren gelukkig
en hadden nog veel plannen. We waren nog maar net 19 jaar getrouwd
op 23 december 1999.
Op 31 december hadden we elkaar nog heel veel geluk, gezondheid
en een gezegend 2000 toegewenst.
Fred was ook niet bang voor de dood, maar wel bang voor pijn.
Dat was een schrale troost voor me. Hij had geen pijn gehad. Zijn
laatste woorden waren: ,,Doe maar thee". Deze woorden hoor
ik nog zo vaak.
Toen ben ik gaan bellen en ik heb alles wat er moest gebeuren
zelf in de hand gehouden. Ze was flink, o, o wat was ze flink.
Nee, ik was niet flink maar ik had op dat moment de kracht van
God gekregen om alles af te ronden zoals Fred dat graag gewild
zou hebben. Zijn liederen werden gezongen, zijn muziek, het graf
heb ik zelf dichtgegooid, er was eten en drinken. Het was soms
alsof ik naar mezelf keek in een film. Ik heb het grafmonument
gemaakt, samen met een kunstenaar naar het lied dat Fred zo graag
zong. (zie home.hccnet.nl/hg.van.eldik/). Toen dat af was, was
alles heel definitief en had ik niets meer wat ik nog voor hem
kon doen, toen begon voor mij de grote leegte.
Het leven gaat door, hoor je veel mensen zeggen. Dat weet ik ook wel, maar mijn leven gaat wel anders door. De rode draad is er niet meer. Ik zal een andere draad moeten vinden. O, zeker ik kan heus nog wel lachen en genieten van dingen, Fred zou ook niet anders gewild hebben. Maar het voelt zo anders, zo dubbel. En ik mis niet alleen de praktische dingen, zelfstandig ben ik heus wel, maar dat gebaar, dat bloemetje, die arm om me heen, die lieve woorden. Dat is er niet meer. En nu nog meer dan ooit besef ik hoezeer wij op elkaar ingesteld waren en hoe ik al die grote, maar ook hele kleine dingen mis. Weet je, de buitenkant ziet er goed uit, daar zorg ik wel voor, maar men moest eens weten hoe de binnenkant eruit ziet. En dat is het moeilijke, denk ik, voor al die mensen om me heen: de binnenkant is niet te zien. Maar er is er één die mijn binnenkant kan zien en dat is God en hoeveel vragen ik op het moment ook aan God heb , ik weet ook dat ik de kracht van Hem krijg om door te gaan.
Ik zou nog wel uren door kunnen gaan met schrijven. Daarom heb ik geprobeerd mijn gedachten en gevoelens weer te geven in een gedicht:
Beste Bert,
Iedereen heeft zo zijn eigen manier om te verwerken. Ik heb beloofd
altijd te blijven zingen. In de eerste maanden na het ongeluk
in 1998 heb ik deze tekst geschreven op muziek van het lied Why
God Why uit de musical Miss Saigon.
Voor een aantal mensen die dicht bij mij staan heb ik het ook
voorgedragen en het hielp. In feite was dat voor mij een manier
om afscheid te nemen omdat je daar bij een ongeluk de tijd niet
voor krijgt.
Groeten Rob Alkemade, e-mailadres: fam-alkemade@hetnet.nl
Kort verhaal: Haar eerste Kerst alleen...
Weifelend stond ze bij
de ingang, op de drempel van dag naar nacht. De warmte viel, na
de regenbui van zojuist, als een warme deken over haar heen en
ze huiverde. Haar ogen hadden moeite om te wennen aan het donker.
Tegenover de ingang ontwaarde ze twee gedaanten die haar van verre
leken toe te wuiven als wilden ze zeggen: "Ja, toe maar,
kom maar binnen. Je bent hier welkom hoor." Voorzichtig keek
ze om zich heen en raakte meteen gefascineerd door de kleurenpracht
waarmee zij werd omringd. En wat rook het hier heerlijk, alsof
ze midden in een dennenbos stond.
Het tuincentrum was omgetoverd in een Kerstsprookje bij nacht.
Het waren de donkere dagen voor Kerst en het was een drukte van
belang. Er liepen veel gezinnen rond en ja, ook hier weer, echtparen
die samen hun winkelwagentjes, volgeladen met kerstballen, slingers
en kerststukjes, voortduwden. Alles in gereedheid brengend voor
een sfeervolle Kerst in huiselijke kring.
Zij liep er
wat verloren bij alsof ze hier ineens niet meer thuishoorde. En
nog steeds was daar die twijfel: deed zij er wel goed aan om zich
hieraan bloot te stellen? Vergde zij niet teveel van zichzelf
om hier alleen rond te lopen? Vervuld als ze was met weemoedige
gedachten........
Het was nauwelijks een half jaar geleden dat hij abrupt uit haar
leven was weggerukt. Van het ene op het andere moment was zij
alleen komen te staan en moest zij opnieuw leren haar leven zin
te geven zonder zijn kameraadschap en liefde.
En nu liep zij hier dus. Nog steeds niet zeker wetend of zij haar
huiskamer nu wel of niet in kerstsfeer zou brengen, voor haar
alleen. Want ze wist dat het extra moeilijke dagen zouden worden,
voor het eerst zonder hem. En ook hier had zij weer dubbele gevoelens
bij. Waarom zou ze het eigenlijk doen, nu hij er niet meer was
om er met haar van te genieten? En eigenlijk kon zij er niet de
energie voor opbrengen om een echte kerstboom uit te zoeken om
deze vervolgens met kluit en al naar huis te vervoeren en er eigenhandig
de kerstballen en verlichting in te hangen. Vooral dit laatste
vervulde haar met pijn, want dit was immers altijd zijn taak geweest....
Maar aan de andere kant: was haar huiskamer de afgelopen maanden
niet haar toevluchtsoord geworden waar zij de meeste tijd in doorbracht?
Hier voelde zij zich immers veilig en afgeschermd tegen de "boze
buitenwereld". Hier kon zij haar verwarde gedachten hun vrije
loop laten gaan. Hier kon zij met dankbaarheid terugdenken aan
de fijne jaren die zij samen hadden doorgebracht en tegelijkertijd
proberen te bevatten wat haar was overkomen.
Het waren zware maanden geweest waarin ze sterk op zichzelf was
teruggeworpen en opnieuw moest ontdekken wie zij nu eigenlijk
was zonder hem. Een nieuwe identiteit zien te ontwikkelen. Ze
wist dat ze hier nog lang niet mee klaar was. Dat ze nog een lange
weg voor zich had. En dat het veel tijd zou kosten om weer een
beetje over het gemis heen te komen. Ze moest geduld hebben met
zichzelf.
Maar ondanks
de pijn van het gemis waren er sinds kort óók momenten
waarop ze een onverklaarbare kracht in zich had gevoeld. Waar
dit vandaan kwam kon ze niet goed verklaren, maar het was er en
maakte dat ze weer een beetje vertrouwen kon krijgen in de toekomst.
Dat het haar uiteindelijk tóch zou lukken om haar leven
weer op te pakken. Een leven dat weliswaar niet meer hetzelfde
zou zijn, want daarvoor had ze té veel verloren, maar langzaam
kwam het besef, dat ze het niet alleen aan zichzelf maar ook aan
hém verplicht was om het in ieder geval te probéren.
Om er het beste van te maken, ondanks alles.....
Nu haar ogen enigszins aan het donker waren gewend, kon ze de
wuivende gedaanten beter onderscheiden. Het bleken twee kerstmannen
op ware grootte te zijn die daar in vol ornaat stonden te pronken.
Een groepje verraste kinderen stond er vrolijk naar te kijken.
In het vak ernaast stond een vijftal speciale kunstbomen. Het
bijbehorende bordje vermeldde dat dit het nieuwste van het nieuwste
was. Er was dan ook veel belangstelling voor. De uiteinden van
de takken hadden namelijk lichtgevende naalden die diverse kleuren
aannamen. Het effect daarvan was dat de bomen continu, in vloeiende
golvende bewegingen van onder naar boven en omgekeerd, van kleur
veranderden.
Terwijl ze verder liep en haar karretje vulde met wat kerstspulletjes
werd haar aandacht steeds weer naar de bomen getrokken. En ze
werd steeds enthousiaster. Was dit niet dé perfecte oplossing
voor haar? Makkelijk te vervoeren en het mooiste was: in deze
boom horen geen kerstballen en verlichting thuis. Het was compleet
zoals het daar stond. Het enige wat ze moest doen was de boom
neerzetten, de takken uitklappen, de stekker in het stopcontact
steken en voilá, ze had een complete kerstboom die haar
nu kille huiskamer prachtig zou verlichten. En opeens wist ze
het zeker. Ze zou het doen. Ze zou een beetje warmte in haar huis
creëren. Al was het dan niet voor hen samen, dan toch voor
haar zelf......
Monique Klaverweide
,,Haar Project", het verhaal van een bijzonder boek
Kortgeleden pakte ik onder meer het dagboek van mijn vrouw Janny uit de kast. Eindelijk na drie jaar durfde ik dat weer aan. Ze had in de laatste drie, vier jaar van haar leven dag voor dag genoteerd hoe haar leven verliep. Vertelde over haar gevoelens, haar verdriet, haar pijn om wat ze uiteindelijk achter zou moeten laten. Ik heb, heel voorzichtig, een paar stukjes opnieuw gelezen. En beleefde opnieuw de intimiteit die een dagboek altijd uitstraalt, maar onderging dat tevens als de herleving van een stuk van mijn eigen leven. De intensiteit waarmee ze haar teksten schreef is voor mij altijd een wonderbaarlijke uiting van kracht geweest. Toen begreep ik niet echt waar ze die moed vandaan haalde om zo maar in ogenschijnlijk simpel lijkende zinnen te vertellen wat haar bewoog om haar leven te bevechten met alles wat ze in haar had. Nu, jaren later, begrijp ik het. Helemaal. Omdat ik toen ineens ook zelf dat gevecht moest aangaan.
Janny was handboekbindster
van beroep. Tevens restaureerde ze eeuwenoude boeken. Ze deed
dat met heel veel liefde voor haar vak en ik bewonderde haar om
het geduld dat ze daarbij toonde. Want ze was van nature ongeduldig.
Alsof ze haar tijd zo optimaal mogelijk wilde besteden. Alsof
ze in haar onderbewuste wist dat haar tijd op deze aardbol kort
zou zijn. Maar zodra ze begon aan ,,haar boeken" was ze de
rust zelf. Herstelde zij centimeter voor centimeter een stukgelezen,
maar waardevol boek. Ik genoot daar altijd van. Zoals ze mooi
papier met haar handen streelde en het koesterde als kostbare
juwelen. Of als ze mopperde op die honderden lezers die het boek
zo oneerbiedig hadden behandeld. En ik was mét haar trots
als het boek uiteindelijk ,,in de oude staat was hersteld"
voor zover dat mogelijk was.
In de laatste jaren van haar leven moest ze afscheid nemen van
,,haar boeken". En dat deed ongelooflijk veel pijn. Ik moest
verdrietig toezien hoe ze het grootste deel van haar gereedschap
en al dat mooie papier verkocht waarmee ze in al die jaren met
zoveel liefde had gewerkt. Het was alsof het afscheid toen al
begon.
In de laatste
jaren van haar leven heeft ze haar liefde voor het boekbinden
helemaal gewijd aan het maken van wat ze noemde ,,Het project".
Het was een mysterieus project, want ik kreeg er niets van te
zien. Mócht er niets van zien. Het enige wat ze hoopte
was dat het op tijd klaar zou zijn. Dat ze nog voldoende tijd
zou krijgen. Het werd haar gelukkig gegund.
Pas na haar dood kreeg ik ,,Het project" in handen. Het was
háár testament voor mij. Toen ik het boek voor het
eerst opensloeg kon ik het niet lezen door de stortvloed van tranen.
Voor mij lag een waar kunstwerk. Voor mij, op mijn schoot, lag
het boek waaraan Janny meer dan een jaar lang met zoveel liefde
en met zo'n enorme intensiteit had gewerkt. En terwijl ik, toen
ik mijn tranen had gedroogd, begon te lezen, ontrolde mijn leven
met haar zich op een heel bijzondere manier. De schitterende,
door haar door de jaren heen gemaakte foto's, de verzamelde teksten
van dichters en schrijvers, haar gedichten en uitspraken, het
mooie papier en de bijzondere kleurenkeuze: het project was aanzienlijk
waardevoller dan het duurste ooit door haar gerestaureerde boek.
Het was onbetaalbaar. Het was een boek vol pijn, maar ook met
troost en hoop. Haar persoonlijk boek voor mij.
In die eerste maanden na haar dood was haar Project het enige
boek dat ik regelmatig las en herlas. En elke keer weer in een
stortvloed van tranen. Omdat ik huilde om de liefde die uit haar
project sprak. Haar liefde voor mij. Haar pijn om mijn pijn. Het
troostte mij en tegelijkertijd was het elke keer alsof ik een
klein beetje stierf van verdriet. Maar tevens was haar ,,testament"
op een wonderbaarlijke manier ook een ongelooflijk sterk fundament
waarop ik verder kon bouwen.
Daarna heb ik het Project laten rusten, temidden van door haar
gerestaureerde en bewaarde boeken, van oude schrijvers en dichters
als P.C.Hooft. Ze bevond zich daar in goed gezelschap, vond ik
niet zonder enige trots.
Nu, bijna drie jaar na haar dood, heb ik het Project opnieuw uit
de kast gehaald. Ik had in haar dagboek gelezen hoe ze aan haar
project had gewerkt, met welke gevoelens, intense emoties ze dat
had gedaan. En vooral ook waaróm ze het had gedaan.
,,Ik probeerde me in te leven hoe het in het écht voor jou zou zijn om alleen verder te gaan. Dat inleven deed mij ongelooflijk veel pijn. Voor zo'n pijn bestaan geen pijnstillers. Want jouw verlies zal héél erg groot zijn. Je bent niet alleen je partner kwijt, je verliest op hetzelfde moment ook alles wat met mij te maken heeft. Je verliest het samen delen van vreugdevolle en verdrietige momenten. Je verliest iemand met wie je de meest intieme ogenblikken hebt meegemaakt. Je bent je ,,eigenheid" kwijtgeraakt. Je verliest een belangrijk deel van je eigen geschiedenis, van onze geschiedenis. Je verliest zoveel dingen die, normaal gesproken, heel vanzelfsprekend zijn. Opeens zijn ze er niet meer. Daarom heb ik dit boek met inhoud voor je gemaakt in de hoop dat ik je daarmee toch een heel klein beetje op weg kan helpen voor de lange periode die je nodig zult hebben om 'door je verdriet heen te groeien' Dit boek is mijn erkenning van jouw pijn. Mogelijk wordt die pijn een heel klein beetje verdund door mijn nalatenschap."
Het is wonderlijk te ervaren dat ik, nu ik het allemaal opnieuw lees, opnieuw zoveel troost put uit wat ze toen voor mij op papier zette, al een jaar voordat ze stierf. Troost bijvoorbeeld door wat ze schreef over mijn toekomst: ,,Ondanks alles zal er toch weer wat kleur in je leven komen. De grijstinten zullen verdwijnen. Eerst aarzelend. En dan steeds meer. Het wordt weer helder om je heen. 'Op het diepste punt van de put heb je je afgezet tegen de bodem en bent weer boven gekomen. Opnieuw adem halen in het licht'. Er komt een dag, dat je de ,,waarom"-vragen niet meer stelt. Heel langzaam heb je het losgelaten om weer te kunnen groeien in het leven. Je zult opnieuw de lichtgroene lentekleuren zien. Alles zal weer uitlopen om te kunnen bloeien. Op dat moment zul je mij een nieuwe plaats in jouw leven geven. Een plaats die geen pijn meer doet".
Ik geloofde toen niet dat het ooit zou gebeuren. Maar uiteindelijk heeft ze gelijk gekregen en hebben de grijstinten van mijn leven plaats gemaakt voor de lichtgroene lentekleuren. En heeft Janny een nieuwe, maar toch een heel bijzondere plaats in mijn leven gekregen.
Nu ik dit zo
schrijf lijkt het net, alsof ik mijn overleden vrouw daarmee op
een voetstuk plaats. En haast ik mij om dat beeld te relativeren.
Want ik hoor haar dan meteen mopperen: ,,Laat me, als ik er
niet meer ben, alsjeblieft menselijk blijven. Ik ben geen heilige.
Niets dan goeds over de doden hoor, maar ik wil graag mijn menselijke
plaats bij jou behouden".
En zo is dit verhaal ook bedoeld. Ook al was en blijft Janny voor
mij een heel bijzonder mens. Maar dat zal ze mij wel niet kwalijk
nemen, hoop ik. Ik wilde met dit verhaal vol troost en hoop eigenlijk
alleen maar in deze sombere dagen van december aan mijn lotgenoten
vertellen waarom ik, misschien wel onbewust, ruim twee jaar geleden
haar estafettestokje overnam en aan de Draaikolk begon. Want haar
boodschap aan mij, vastgelegd in dat unieke document, in haar
Project, is de boodschap die ik graag aan al mijn lotgenoten door
wil blijven geven.
Bert Vos
Boekbespreking:
"Uit de schaduw", bewerking van ,,Oud Blauw - dagen van voortbestaan", 25 jaar later
"Uit de schaduw" - Joke Forceville-van Rossum, Uitgeverij Kok, Kampen 2000, ISBN 90 435 0178 6, 181 blz.
In 1976 overleed
Joke Forceville's echtgenoot aan een acuut hartinfarct. Totaal
onverwacht bleef zij alleen achter met haar vier opgroeiende kinderen.
Het eerste (en voornaamste) deel van dit boek, "Oud Blauw",
is een herziene en uitgebreide editie van het eerder door haar
geschreven "Oud Blauw - dagen van voortbestaan" (zie
de boekenlijst). Hierin blikt zij terug op de eerste vijf jaar
van haar alleenzijn en vertelt zij door welk leerproces zij is
gegaan om - na jaren - weer "tot leven" te kunnen komen.
Wat heeft zij,
door de situatie gedwongen, geleerd? Om hulp en steun te vragen
aan vrienden, waardoor de verbondenheid met hen groeide. Leren
omgaan met de radeloosheid en de emotionele weerstand die je voelt
wanneer je de drempel over moet om iets aan te pakken dat je partner
tot dan altijd voor zijn of haar rekening heeft genomen. Ervaren
dat voor het ontbreken van dat liefhebbende, luisterende oor thuis,
na verloop van tijd tóch iets anders voor in de plaats
komt: een, weliswaar moeizaam, ontstaan van een gerichtheid naar
velen. Dat mededeelzaamheid van jouw kant een voorwaarde is om
het anderen mogelijk te maken jezelf te kunnen delen. Het opnieuw
alleen leren genieten, ook al lijkt het nog zo met elkaar in tegenspraak:
genieten en alleen zijn. Het niet langer leven zonder antwoorden,
maar proberen zélf antwoorden op je eigen vragen te vinden.
Troost leren vinden in de aanwezigheid van familie en vrienden
en zo de tastbare aanraking te voelen van iemand die wat warmte
biedt.
Het leren omgaan met het dubbele leed; van jou en van jouw kinderen
en dus het verder leven in de schaduw van het gemis van partner
en vader. Het, naast de herinneringen die wél zijn bijgebleven,
leren erkennen dat je niet meer weet hoe zijn of haar lijfelijke
aanwezigheid daadwerkelijk aanvoelde. En hierbij tevens beseffen
dat ook jíj niet meer dezelfde persoon bent als vroeger,
want door jouw rouwproces ben je zowel uiterlijk, maar meer nog
innerlijk, enorm gegroeid.
Leren om de neiging te onderdrukken om jezelf te koesteren in
je verdriet, want het moet uiteindelijk worden verwerkt en niet
gekoesterd. Zoals de auteur aangeeft vergt afscheid nemen van
je rouwverdriet bijzonder veel moed. Het is immers zo lang je
maatje geweest... Helaas zul je ook dit moeten verliezen om weer
verder te kunnen. En dat moet je aandurven, uitstaan, verduren.
Je springt als het ware "van de rouw in de kou" zonder
te kunnen vermoeden waar je dan uitkomt. Maar dan tóch
de sprong durven wagen, want wie niet waagt, die niet wint. Het
leren ervaren dat het bij tijd en wijle overvallen worden door
wanhoopsgevoelens, niet hetzelfde is als voortdurend rouwen. Maar
helaas ook: dat je als alleenstaande vrouw een stilzwijgende bedreiging
kan betekenen voor bestaande huwelijken...
In het tweede gedeelte van het boek "Uit de schaduw" zijn vijfentwintig jaar verstreken en wordt nader ingegaan op haar tweede huwelijk met een weduwnaar. Hierin vertelt zij hoe zij langzaam naar een nieuwe relatie toegroeide. Hoe haar huidige echtgenoot direct een snaar bij haar raakte omdat hij zijn liefde voor zijn overleden vrouw niet verloochende. En die dus, in haar, geen vergetelheid of een dikke pleister op zijn wonde zocht. Hoe hij tijdens hun eerste ontmoeting een geschilderd portret van zijn vrouw uit de auto haalde en dit vervolgens op de bank tegenover hen plaatste. En verder: hoe zij de niet onbelangrijke verschillen in opvatting en houding uiteindelijk wisten te egaliseren dan wel een kans te geven. Over het opnieuw oplopen tegen het avontuur van intimiteit en seksualiteit. Over de acceptatie door hun kinderen en (schoon)ouders. En hoe zij er - uiteindelijk - tóch voor kozen om samen opnieuw te beginnen in een nieuw huis.
Beiden hebben hun eerste partner door de dood verloren en dat ervaart de schrijfster als een groot voordeel. Hierdoor ontstaat wederzijds begrip voor elkaars verleden en gevoelens en gevoelens van verbittering, vernedering of miskenning, die in geval van een echtscheiding kunnen blijven bestaan door het 'ergens nog aanwezig zijn' van de 'ex'-partner(s), zijn hen dan ook vreemd. Ook gevoelens van jaloezie ontbreken in hun relatie want daar is immers geen reden toe? Sterker nog, voor hun gevoel zijn zij in hun tweede huwelijk altijd "met z'n vieren" gebleven. Vergelijkingen met 'toen' worden stelselmatig vermeden. Bij verjaardagen, huwelijks- en sterfdata uit hun eerste huwelijk wordt stil gestaan zonder dit uitbundig te 'vieren'.
Door de indeling in korte hoofdstukken is het een prettig leesbaar boek. Persoonlijk had ik verwacht en gehoopt dat er dieper zou worden ingegaan op haar nieuwe relatie en alle gevoelens die dit met zich meebrengt. Hoewel Joke Forceville's boeken zeker herkenbaar en dus het lezen waard zijn, zijn ze naar mijn mening te zeer bewerkt. Hierdoor zijn haar oorspronkelijke emoties, waarschijnlijk door de tijd, naar mijn gevoel net iets te veel afgevlakt waardoor ik ondanks de herkenbaarheid van verschillende situaties toch niet écht geraakt word door de inhoud.
Monique Klaverweide
Terug naar
index Archief
Terug naar de Draaikolk, webplek voor mensen
die hun partner hebben verloren